Verdwijnt een eetstoornis helemaal?

Door Ohnedich gepubliceerd op Saturday 26 July 01:04

Hier is in mijn geval maar één simpel antwoord op: nee. Een eetstoornis verdwijnt niet helemaal. Een eetstoornis gaat op een laag pitje en ligt soms op de loer wanneer het weer eens wat minder gaat, wanneer er weer iets nodig is om de controle terug te krijgen. Ja, hoe erg ik het ook vind om toe te geven: een eetstoornis is een vorm van controle. In de jaren dat ik echt ‘actief’ in mijn eetstoornis zat, weigerde ik dit toe te geven. Onzin, ik wil gewoon dun zijn!

Achteraf gezien was het puur een variant van controle. ‘Een slecht cijfer teruggekregen? Ach, maar ik heb tenminste de hele dag al niet gegeten. Dus dat gaat wel goed.’ Het was een soort troost – een schrale troost, dat wel. Ondanks dat dingen in het dagelijks leven zo snel lijken te gaan en ontzettend lijken tegen te vallen (er wordt niet voldaan aan de veelal door zichzelf gestelde eisen), blijft de controle over eten iets wat van jou is en wat je helemaal zelf kunt beïnvloeden. Behalve wanneer anderen zich, omdat ze zich zorgen maken, ermee gaan bemoeien. Deze mensen worden gezien als indringers, mensen die het slechtste met je voor hebben. Ze willen de controle van je afpakken en ze willen je dik hebben. En zo verandert hetgene waarmee je de controle in handen denkt te hebben in iets wat controle over jou heeft..

In de eerste instantie was de eetstoornis nog een bijzaak, iets waar je op terug kon vallen wanneer het allemaal niet meezat. Je baalde wanneer je gegeten had en voelde je schuldig. Je vocht tegen het eten, je wilde niet eten. Voedsel was iets waarover je de controle moest behouden, voedsel was de vijand. Maar langzaam escaleert dit. Je geest is er zo van overtuigd dat eten de vijand was, dat het niet meer lukt. Diep van binnen wil je wel eten, maar het kan gewoon niet. Je bent te ver gevorderd om nu toe te geven aan het eten. Je bent te zwak om het gevecht dat na het eten zou ontstaan in je hoofd aan te kunnen. Complottheorieën worden bedacht. Wanneer iemand jouw eten klaarmaakt, moet dit altijd gecheckt worden. Straks gebruiken ze boter of olie, of zit er extra vet in het eten. Ja, ze willen dat je dikker wordt, hou ze in de gaten. Je kunt niemand vertrouwen, behalve jezelf. Het dagelijks leven bestaat uit overleven.

Dat je irrationeel bezig bent, besef je niet. De capaciteit tot nadenken worden beïnvloed door de aanwezigheid van de eetstoornis. Eigenlijk kun je niet meer voor jezelf denken en beslissen, beslissingen worden gemaakt door de eetstoornis. ‘Nee, ik heb geen honger..’ Het is geen leugen, het is de waarheid. De honger voel je niet meer. Je voelt alleen een leegte die – zo denk je – alleen te stillen is met het perfecte gewicht. Niets is minder waar. Elke keer wanneer je je streefgewicht bereikt hebt, ga je een paar kilo lager zitten – omdat je nog steeds niet tevreden bent. Maar langzaamaan besef je dat je nooit tevreden zult zijn en je wordt overspoeld met wanhoop. Wanneer houdt het op? Het gaat maar door en door. Een zieke, vicieuze cirkel.

En ineens ontstaat er een moment dat het verplichte voedsel zo erg brandt in je maag, dat je er misselijk van wordt. De paniek in je lijf is onbeschrijfelijk. Dat voedsel moet eruit en wel direct. Je bent in staat om het desnoods eigenhandig eruit te halen, zo misselijk ben je van het feit dat je net gegeten hebt. En ineens, ergens ver in je hoofd, ontstaat het idee om te braken. Achteraf wens je dat dit idee nooit in je hoofd was opgekomen en dat je maar gewoon was gaan sporten. Je bent alleen thuis en vertwijfeld sta je voor het toilet. Maar zoals altijd is de eetstoornis sterker en  geef je toe aan dit walgelijke idee. Het kost pijn en moeite, maar je zojuist gegeten maaltijd belandt in het riool. En dat was het begin van een nog grotere strijd..


Het is geen oplossing, dat weet je. Maar toch lijkt het ideaal – wanneer iemand je dwingt om te eten, doe je dit omdat je weet dat je het er in no-time weer uit kunt braken. Het voelt haast als een opluchting, wanneer je de energie niet meer hebt om tegen het dwingende gedrag van anderen om te eten in te gaan. En ineens, op een dag, heb je zin in chocola. Chocola heb je jezelf al zolang verboden, maar je zou het zo graag weer eens willen proeven. Op het moment is er niemand thuis, dus daarna kun je ongestoord braken. Je ziet je hand trillen voordat je de eerste hap neemt. En ineens besef je dat je zonder te kauwen de hele reep hebt opgegeten. En chips? Chips is al zo lang geleden. Tien minuten later. Chocola, chips, ijs en brood. Je maag voelt alsof er elk moment een explosie kan ontstaan. Snel, naar het toilet. Enkele pijnlijke minuten later ligt alles wat je in een vlaag van verstandsverbijstering hebt gegeten, voor je in de toiletpot. Een gevoel van intense leegte overheerst. Wat heb je zojuist gedaan? Waar is je controle?

Eerst een paar keer per week, daarna dagelijks. Eten, braken, spijt. Eten, braken, spijt, laxeerpillen, spijt. De vicieuze cirkel is alleen maar groter geworden en de schijncontrole over je voedselinname lijkt ver te zoeken. Ondanks dat de meeste eetbuiten gecompenseerd worden, kom je aan in gewicht. Een depressie volgt, vluchtgedrag.. Alcohol, overdoseringen medicijnen, jezelf fysiek pijn doen.. Niks overheerst dat gevoel van haat jegens jezelf..
 



Het is gemiddeld zo’n zeven tot twee jaar geleden, maar nog steeds herinner ik me fragmenten tot in de details. Ik kan me nog steeds letterlijk inleven in het verdriet en de wanhoop die ik op sommige momenten gevoeld heb. Ik weet nog hoe misplaatst trots ik was wanneer ik gewicht verloren had, ik weet nog hoe ik mezelf beloofde wanneer ik boven een bepaald gewicht uit zou komen een eind aan mijn leven zou maken. De littekens vervagen, maar ze blijven zichtbaar.

Hoe erg ik het ook vind, ik moet toegeven dat het nog steeds niet honderd procent verdwenen is. Ik blijf het graag stug ontkennen, ook naar mezelf toe, maar als ik eerlijk ben weet ik dat ik lieg. Sinds begin dit jaar heb ik toch nog overgegeven. Totaal is het dan nog wel op één hand te tellen, maar toch – het hoort niet bij een gezond denkend mens. Wanneer ik een keer een dag weinig gegeten heb, ligt er gelijk iets op de loer. Alsof ik ergens ver weg nog hoor fluisteren ‘Zie je? Je kunt het nog gewoon. Je hebt nog de wilskracht en de controle. Morgen weer een dag weinig?’ Wanneer ik iets gegeten heb waar veel calorieën inzitten voel ik soms de neiging om het te compenseren door een kleinere maaltijd te nemen. (ja, want wat ik vorige week heb gedaan kan ik met moeite onthouden maar de calorieën in een voedingsmiddel wat ik slechts één keer per jaar eet kan ik je gerust vertellen, bedankt brein!) Wanneer ik me verdrietig voel, ga ik met mijn benen bewegen – met de ronduit zinloze gedachten dat ik hierdoor meer calorieën verbrand.

Voor een gezond persoon klinken deze gedachten misschien ziek, maar vergeleken met waar ik vandaan kom en hoe ik me nu voel, zou mijn huidige situatie haast als ‘genezen’ beschouwd kunnen worden. Het mentale en fysieke gevecht is een stuk minder geworden. Ik kan tegen de braakdrang in gaan. Ik kan een maaltijd eten en me dan maar slechts een paar seconden schuldig voelen. Ik heb ultieme controle – ik heb namelijk controle over mijn eetstoornis.

En als je nu een keer jezelf zwak voelt, als je nu een keer wil toegeven aan de verleiding, als je denkt dat je moet toegeven aan je eetstoornis – probeer er alsjeblieft tegen te vechten. Bedenk je alsjeblieft dat je sterk genoeg bent om er tegen in te gaan, bedenk je alsjeblieft dat je geen slaaf bent van een eetstoornis, bedenk je alsjeblieft dat je sterk genoeg bent om de controle op je leven op andere manieren terug te krijgen. Je bent sterk, je kunt het. 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wauw! Geen woorden voor! Goede gedaan meis!