Todesfuge Paul Celan beschreven

Door Hans van der Veen gepubliceerd op Monday 21 July 14:52

‘Todesfuge’ van Paul Celan (1920 - 1970)

 

Een ‘fuga’ noemde Celan zijn gedicht uit 1948, en al bij eerste lezing springt de fugatische structuur in het oog: als op een weefgetouw schiet steeds een nieuwe kleurendraad het weefwerk binnen en dat herhaalt zich enkele malen.

We horen als het ware de ene ‘stem’  de andere afwisselen, aanvullen of overstijgen; ten slotte eindigt het gedicht abrupt in een gruwelijk contrast. Opmerkelijk, dat nog géén componist zich eraan gewaagd heeft, dit gedicht op muziek te zetten...

 

Maar misschien verdraagt de holocaust geen muziek en wat Theodorakis met zijn Mauthausen-cyclus deed, is hier wellicht gedoemd te mislukken: het gedicht volstaat immers met het woord en doet transparant verslag van Hitlers duivelse doodsmachinerie. “Te mooi voor zoveel wreeds” vonden tijdgenoten  Celans gedicht; Walter Müller-Seidel sprak het verlossende woord: “Ein

Gedicht - auch ein modernes - kann gar nicht schön genug sein,

wenn es nur nichts beschönigt.”

 

De eerste regel begint meteen met een bijzonder oxymoron: ‘Schwarze Milch der Frühe’, de rook en de vleesstank die alle handelingen der kampgevangenen dag aan dag, nacht voor nacht, vergezelt. Bij melk heeft men doorgaans een vredigveilige reminiscentie uit de kindertijd: de ochtendbeker met melk, voordat de school  begon, de plicht riep. Hier staat zij voor een andere plicht: de regelmaat, de orde, het bevel, de ijzeren tucht, de 24 uurseconomie van de geïndustrialiseerde dood. De dagdelen ‘morgens, mittags, abends, nachts’ worden alternerend herhaald, tot aan de zesde en laatste strofe toe, en telkens worden er nieuwe verschrikkingen aan de doodslitanie toegevoegd. De ‘man’ - kamphoofd ongetwijfeld - zet “zijn” Joden aan, hun eigen graf te delven, het onmetelijke graf in de lucht, het ongebluste graf in de aarde...

 

De extremen raken elkaar en onwillekeurig denkt men aan Hitler die huilde toen zijn herdershond stierf: de kampbeul, blauwogig, met sterren getooid,

onaangrijpbaar door zijn bloedhonden en dienstpistool, schrijft na gedane zaken romantische brieven naar Duitsland, aan zijn arische geliefde, en droomt wellicht van een toekomstige hereniging. Voor de semitische vrouw, de berooide, ontheemde, is er geen toekomst meer, zij vervliegt in as en rook...

 

Een cynischere toespeling op de mogelijkheid het leven te rekken met kampmuziek, is nauwelijks denkbaar; het eind van het lied is de dodendans, de dans met de slangen. En dan plotseling, in de vierde strofe, geselt ons de laatste ‘inslag’ : “Der Tod ist ein Meister aus  Deutschland”, de dood als gediplomeerde  ‘afmaker’ !

Het gedicht eindigt met tegenpolen, die niet verder uit elkaar kúnnen liggen:

 

Dein goldenes Haar Margarete

Dein aschenes Haar Sulamith

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.