Neerpenners laatste avontuur (strafwerk)

Door Schweiz gepubliceerd op Tuesday 24 June 18:11

Hij hield een natte doek voor zijn gezicht. Het rook hier ontzettend muf, stoffig en doods. “Als een graftombe”, dacht hij en glimlachte om die ingeving; hij had immers nog nooit een graf geroken. Nu hij de geheime kluisdeur geopend had was er aan de eeuwenlange rust een einde gekomen. Voor het eerst sinds honderden jaren was een zuchtje frisse lucht deze afgesloten ruimte binnengedrongen – Neerpenner kon niet zien hoe uitgestrekt de ruimte was – en het stof van eeuwen dwarrelde, ontwaakt uit haar Doornroosje-achtige slaap, dansend in het rond. Neerpenner knipperde even met zijn ogen. Het stof deed hem tranen en zelfs in het aardedonker van deze geheime ruimte had hij het gevoel ook nog eens door een mistgordijn heen te moeten kijken. Zijn hart klopte opgewonden in zijn keel toen hij het schijnsel van zijn veel te kleine zaklamp richtte op de diepe duisternis. In zijn lichtbundel leken de stofdeeltjes hem als mysterieuze Orbs de weg te wijzen. De weg naar zijn grote triomf, realiseerde hij zich trots. Zijn ogen begonnen langzaam te wennen aan het duister en in zijn schijnsel zag hij waarvoor hij was gekomen. De schimmen van lang vergeten boeken en zelfs boekrollen. Hij kon nog net een kreet van opwinding onderdrukken.
Dankbaar richtte hij zijn blik omhoog. Het was hem dan tóch gelukt. Dat krijg je nou, als je hém onderschat. Zoveel voorgangers waren onverrichterzake teruggekeerd, maar hij was verder gegaan waar zij opgaven. En vooral de manier waarop het hem dan uiteindelijk gelukt was, deze ruimte in de diepste catacomben van Vaticaanstad betreden, inwendig kon hij niet anders dan in lachen uitbarsten.
Voorzichtig deed hij zijn eerste stappen. Hij zag zijn voetsporen in het centimeters dikke stof en moest denken aan Neil Armstrong op de Maan. “A small step for Man...”, fluisterde hij.
Stokstijf bleef hij staan toen hij het doffe geknars hoorde. Snel keek hij achterom en zag nog net hoe de kluisdeur zich sloot en hem opslokte en hem in deze gevangenis opsloot.
“Heb ik weer! Hoe ga ik me hieruit redden?”, vroeg hij zich af. 

Ergens wetende dat het een stompzinnige illusie is, maar toch voortgedreven door het gevoel van onoverwinnelijkheid dat zijn eerdere triomf impliceerde, rende hij naar de kluisdeur en trachtte hij in z'n uppie het loodzware ding in beweging te brengen. Als een uitzinnige verzamelde hij alle kracht die er in zijn niet al te gespierde lijf te vinden was en duwde hij tegen de kluisdeur alsof zijn leven er vanaf hing. Wat eigenlijk ook zo was, maar daar dacht Neerpenner nog niet aan. Nu toch nog niet. 

Het kostte hem bloed, zweet en tranen, maar na een kwartier zwoegen besefte hij eindelijk dat het een verloren zaak was. Hij was nu eenmaal geen wandelende spierbundel, in tegenstelling tot zijn collega-avonturier Gildor die vorige week de show nog stal in de ondoordringbare wouden van Indonesië. Maar ditmaal zou hij, Neerpenner, in de spotlights staan, tenminste als hij een weg uit deze hachelijke situatie zou vinden.

Neerpenner strompelde uitgeput weg van de deur, op zoek naar een plekje om even op adem te komen. Hij moest en zou het licht zien - letterlijk en figuurlijk - zoals altijd. Het was immers niet de eerste keer dat hij zich in de nesten werkte.  Meer nog, zulke benarde situaties horen langzamerhand toe aan het doorsnee verloop van zijn avontuur. Hij leek wel de vleesgeworden Indiana Jones. Voor de tweede keer barstte Neerpenner in lachen uit om deze ongerijmde vergelijking tussen zijn eigen persoon en de grootste fictieve avonturier aller tijden. Was deze analogie maar waar! Dan kon hij simpelweg door wat geklop op planken hier en daar, een beetje gedraai aan beweegbare, stenen elementen en een vleugje duw- en trekwerk aan hendels een magische poort openen die hoogstwaarschijnlijk in de slaapkamer van il papa zelf terechtkomt.

Die droom werd al snel doorprikt door zijn zin voor realiteit, die na een korte periode van afwezigheid besloten had Neerpenner te komen vergezellen in zijn nachtmerrie. De vastberadenheid waarmee hij de deur probeerde te openen leek alweer ver weg, een afgesloten hoofdstuk, en had plaats gemaakt voor een mengeling van heimwee, angst en paniek. Wat zou hij toch graag die hoop stoffige boeken inruilen om nog één keer de geur van spruitjes te kunnen ruiken. Niet dat hij van spruiten hield, integendeel, maar de herinnering aan zijn moeder, die nu verder weg dan ooit leek, was hem een stuk waardevoller dan een vermelding in een geschiedenisboek. Want wat ben je met eeuwige roem als je niet meer in staat bent een grote bokaal pindakaas met slagroom (één van Neerpenners guilty pleasures) te verorberen? Met pijn in het hart dacht hij terug aan het moment waarop deze culinaire paradox het levenslicht zag. Maar hij wou nu vooral zelf licht zien en in leven blijven.

Deze gedachten werkten deels helend, en gaven hem moed, maar de gedachte dat hij zijn familie zulk groot verdriet zou aandoen, brak zijn hart. De donkere leegte verhulde de opwellende tranen in zijn ogen. In elke andere situatie zou hij zich ertegen verzetten, de schuld geven aan het overvloedige stof dat zich in de loop der tijd met de lucht gemengd had, ditmaal liet hij zijn tranen de vrije loop. "Ik raak hier nooit meer weg", snotterde Neerpenner, terwijl hij een beschuldigende blik op de stapel boeken wierp.

In een opwelling sprong hij recht - nu ja, in feite verliep het erg moeizaam, maar de verteller acht het even noodzakelijk een eufemistisch element toe te voegen - en repte hij zich naar de boeken en boekrollen. Was deze hele onderneming eigenlijk wel de moeite waard geweest? Wie weet waren er helemaal geen waardevolle manuscripten, maar bewaarde il papa hier zijn stripverhalen?

Neerpenner gaf zijn nog steeds vochtige ogen de kost: links lagen gebonden boeken, rechts lagen boekrollen en daarnaast stond een grote kist. Het bruine hout was aangetast door de tand der tijd, maar op de gouden versiering was geen krasje te bekennen, zo leerde een snel onderzoek in het zwakke licht van zijn zaklamp. De kist had nu Neerpenners volle aandacht. Hij nam voorzichtig het deksel in zijn handen en tot diens grote verbazing was de kist niet op slot. Aarzelend opende hij de kist, maar vooraleer hij ook maar één enkele blik binnenin kon werpen, voelde hij zijn spieren verzwakken en zijn oogleden verzwaren. Met een doffe plof viel hij neer op de grond; een grauwgroen gas vulde zijn longen ...

Een rilling zocht een weg door zijn vermoeide lichaam. Zijn oogleden waren nog te zwaar om te openen, dus sloot hij de buitenwereld nog maar even buiten. Een zachte kreun ontsnapte aan zijn lippen en er kriebelde iets aan zijn rug. Hij krabde.
Daarop ontsproot plotseling een zacht gemompel uit het niets, rond hem heen leken tientallen stemmen de woorden "Si sveglia!" te vormen en vervolgens als een echo te laten uitsterven. Abrupt herinnerde Neerpenner zich weer de catacombe waarin hij vast zat en de geheimzinnige kist. En nu hoorde hij stemmen! 

Dolgraag wou hij zijn ogen openen om te zien waar hij was, wie er fluisterde en of hij nu wel of niet uit levensgevaar was … maar hij durfde niet. Stel dat hij hiermee net zijn doodsvonnis zou tekenen, stel dat de Italiaanse stemmen niet toebehoorden aan vriendelijke reddingswerkers, maar aan een of ander op zijn bloed belust geheim genootschap! Voor de zoveelste keer die dag (of was er al een dag verstreken, of een week, een maand?) nam een weerzinwekkende angst zijn lichaam over. 

Na enkele minuten had hij dan toch genoeg moed bijeen gesprokkeld om zijn ogen te openen. En dat deed hij. Het eerste wat hij zag, was een verblinde zon aan een wolkenarme hemel. Wat een opluchting, hij was bevrijd! Een tweede verrassing was toen hij de lichamen zag die bij de stemmen hoorden: rond hem stonden enkele mannen in pak en enkele kardinalen. Kardinalen? Maar was hij dan nog steeds in het Vaticaan? Verbaasd besefte hij waar hij was: in i Giardini Vaticani, de Vaticaanse tuinen. De grootste verrassing stond hem echter nog te wachten: hij was poedelnaakt. 

"Mi scusi, mi scusi!" riep hij snel uit. Wat moesten die kardinalen van hem denken? Hij wist zelf nog niet eens wat hìj ervan moest denken! Maar de mannen in pak waren niet overtuigd, en bewogen zich met bedrukt gezicht richting Neerpenner. 
"Mi scusi, mi scusi!" probeerde hij nog een keer, maar het had geen zin. Ze namen Neerpenner vast bij de armen en sleurden hem mee, richting de Vaticaanse gebouwen. 

Ondertussen - de mannen in pak reageerden toch niet op zijn gebrekkig Italiaans - bestudeerde hij de twee mannen. Die aan zijn linkerkant was de grootste, en maakte gekke bewegingen met zijn nek (vast vanwege zijn kietelende stropdas), die aan zijn rechterkant was een stuk kleiner, maar minstens even sterk. Tot Neerpenners grote verbazing (ja, beste lezers, hij is snel verbaasd) namen de twee hem mee door een lege Sint-Pietersbasiliek. Een verlaten bedevaartsoord maakte op hem altijd al een grotere indruk dan eentje waar je verdronk tussen de mensen, ergens genoot hij hier dus van. Na een lange tocht doorheen meerdere gebouwen - en dan zeggen ze dat Vaticaanstad klein is - leken de twee mannen eindelijk hun doel bereikt te hebben. Het drietal stopte aan een sobere poort, de stropdasman klopte tweemaal. 

Binnenin wachtte geen schemerig rovershol, maar een lange houten tafel waaraan nog meer kardinalen zaten, waarvan er één licht afwijkende kledij droeg. Neerpenner was nog steeds bij bewustzijn, maar voelde steeds meer het verlangen om terug te slapen. Hij durfde de mannen in pak echter niet te onderbreken in hun gesprek met de man in het wit. Die knikte begrijpend en glimlachte naar Neerpenner.

"Uccidilo", zei hij. 

_____________________________________________________________________________________________

Opdracht strafwerk: Je wordt wakker in een park, omringd door een groep mensen. Je bent volledig naakt. Wat is er gebeurd en hoe red je jezelf uit deze bizarre situatie? Beschrijf dit in een verhaal van minimaal 400 woorden en gebruik de volgende passages:

  • de geur van spruitjes
  • een verlaten bedevaartsoord
  • pindakaas met slagroom
  • kietelende stropdas

Reacties (38) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik heb genoten. Je schrijft op een vlotte en snelle tempo, maar je schrijft ook niet haastig. Het verhaal zelf is natuurlijk voor iedereen aangenaam. De schlemiel Neerpenner die weent en denkt aan zijn familie (Pindakaas met slagroom? Werkelijk?) en bovendien naakt staat voor de paus hemzelf. (Wat is dat toch met de Paus? Bij Natuursmurf zag ik hem in zijn pyjama.)

En dan nog dat strafwerk vermengen. Knap, al had dat poedelnaakt niet per se gehoeven, als je het mij vraagt. :)

Dank je wel, Neerpenner, fijn dat te horen.
De pindakaas met slagroom en het naakte gedeelte hoorden bij het strafwerk (zie onder het verhaal), dat kon ik echt niet anders verwerken :)
Dat het per se voor de paus moest ... tja, dat is wel geheel mijn schuld ;)
Geniaal! Je hebt ze prachtig gecombineerd, heel vloeiend! Je zou vaker verhalen moeten schrijven, je hebt een mooie stijl. Lekkere woordkeuze en een vleugje (of moet ik zeggen vleug? ;) ) humor. Chapeau van de juf!
Dank je!
Wil je wel even een voorbeeld geven van die 'humor'? :)
Die humor is breed volgens mij. Het begint al in je tweede alinea. Het is je woordkeuze die het maakt. :)
Goed om te weten hoe de lezer het ontvangt :-)
Een voorbeeld? Wat dacht je van "Hij was nu eenmaal geen wandelende spierbundel, in tegenstelling tot zijn collega-avonturier Gildor die vorige week de show nog stal in de ondoordringbare wouden van Indonesië. "

Ik heb liggen rollen van het lachen. :-D
Ik ben onder de indruk dat je je strafwerk met dit hebt gecombineerd :-). Knap gedaan, en het is nog een boeiend verhaal ook :-).
Dank je :-)
schitterend gedaan
Dank je
Meesterlijk gespeeld met 2 opdrachten tegelijk.
Respect!
Dank je
Heel knap, fantasierijk ingevuld!
Dank je
Wat een gek! Je hebt het dus echt gedaan, een combinatie! :-)

Ik heb genoten. Nou ja....je eindigt wel met een joekel van een cliffhanger; moeten wij een poll organiseren om ervoor te zorgen dat je dit afmaakt? Ik stem "Ja" voor afmaken. Het verhaal, bedoel ik, niet Neerpenner.
En ik maar denken dat de huidige paus heel erg meeviel...
Een vervolg? Misschien ... :)
Die poll mag je altijd organiseren ;)