Het 2e kwartaal nummer van de digitale Nederlandse Literatuur Gids 2014 korte verhalen

Door San-Daniel gepubliceerd op Saturday 21 June 19:21

Echo uit het verleden. Een bijdrage van Carin Vijlbrief voor de Nederlandse Literatuur Gids, korte verhalen.

Korte verhalen hebben een korte tijd span, daar valt niet aan te ontkomen. De opbouw en de inlossing van de opgebouwde spanning moet kort en daadkrachtig zijn. Het moet smaken naar meer. Carin Vijlbrief heeft precies dat in de volgende korte verhalen gedaan. De NLG dankt haar voor haar bijdrage (San Daniel voor NLG) 

Ik heb dit verhaal, dat ik eerder heb geschreven voor een schrijfopdracht van Doortje, enigszins veranderd en uitgebreid. Het is de bedoeling dat het een vervolgverhaal wordt.

c93dbb9e288a8485414eddb4198a951f_1396899

Hoofdstuk 1 Peter

Vol verbijstering keek ik naar de naar de envelop die Mark, de postbode en mijn beste vriend , in mijn handen drukt. Het is vooral de kleine envelop die het pakketje bevat wat mijn verbazing wekt. De post had een brief gevonden die 30 jaar geleden aan mij verstuurd was. Blijkbaar is die op een of andere manier zoek geraakt en onlangs weer opgedoken. Je hoorde dat soort verhalen wel vaker, laatst was er ook een ansichtkaart uit de jaren dertig opgedoken en de geadresseerde bleek nog te leven ook. Al zou je nooit verwachten dat het jezelf zou overkomen.
Ik zag meteen dat het adres niet klopte, wij waren in december '82 daar weggegaan nadat het huis tot de grond toe afbrandde. We, mijn ouders en ik verhuisden naar een dorp 50 kilometer verder op. Dat de brief toch bij mij kwam had ik aan Mark te danken, mijn vriend sinds de lagere school en met wie ik ondanks dat we elkaar bijna tien jaar nauwelijks zagen meteen weer beste maatjes werd toen ik terug kwam in ons dorp.
De brief die uit de grote envelop kwam was van dat typische meisjesbriefpapier wat meiden in die tijd hadden. Het handschrift kwam me bekend voor al kon ik het niet meteen plaatsen.
“Blijkbaar was deze brief zoekgeraakt.” zei Mark duidelijk net zo nieuwsgierig als ik zelf was. “Enig idee van wie?”
“Nog niet.. Je hoort het zodra ik meer weet."zei ik

"Zie ik je vanavond bij het tennistoernooi?”
“Wil ik niet missen, Elsie doet mee." reageerde Mark. ZIjn jongste dochter is aardig goed in tennissen. En zouden we zelf geen dubbel spelen?” reageerde Mark.
“We gaan ze inmaken,” ik lachte om ons grapje, zo goed waren we nu ook weer niet in tennis, terwijl onze vaste tegenstanders net iets beter waren.
Tennissen deden we al sinds onze kindertijd. Het dorp heeft een tennisbaan dus veel kinderen gingen tennissen, zeker wie niet van voetbal hield. Dat heb ik nooit gedaan, en misschien werd ik wel beschouwd als een van de kinderen van gegoede ouders. Mijn vader die was dominee. Opeens moest ik aan dat liedje van Kinderen voor Kinderen denken. Heette dat niet " Haha je vader ja je vader die is gek?" Over pesten ging dat omdat de vaders een uitzonderlijk beroep hadden zoals dominee en wijkagent. Niet dat ik ooit gepest ben trouwens, wij kinderen speelden allemaal met elkaar.

In de huiskamer bleef ik nog een tijdje met de brief in mijn handen staan en dacht aan een van de meeste veelbewogen jaren in mijn leven 1982. Ik was zeventien, een niet erg lastige tiener maar ook niet bijzonder braaf. Mijn ouders hadden hun handen vol aan mij, hun enige kind en ook nog met met een andere levensvisie. Zoals ik al zei was mijn vader dominee in die tijd, niet zo'n strenge die hel en verdoemenis preekte, dat weer niet. Toch had het zijn weerslag op alles in ons leven.
Er was veel gebeurd in 1982, in ons privéleven vooral. Mijn moeder is in het begin van het jaar ernstig ziek geweest en ook al is ze geheel genezen toch is ze nooit meer echt de oude geworden. Daarbij brandde in november de pastorie tot de grond toe af. Oorzaak heeft men nooit gevonden,men nam aan kortsluiting maar het net zo goed brandstichting geweest kunnen zijn. Ik denk dat we dat nooit zullen ontdekken en eigenlijk maakt dat niet meer uit ook.

26077440a4f3fc0fbcd1c003ad48c42b_1396899

Terug naar de brief met de meisjesachtige envelop en het vaag bekende handschrift. De tekst was Engels. Opeens wist ik het, het moest van Gemma zijn.

We waren verbaasd, Mark en ik dat mijn vader zomaar toestemming gaf dat we in de zomervakantie naar Marks oom en tante in Weymouth mochten. Pa stemde toe mits ik er wel zeker vier van de negen weken een baantje had. Dat was toen zo geregeld, de oom van Mark had er een eigen bedrijf en die kon onze hulp wel gebruiken. Een luizenbaantje was het, we werkten een uur of drie op een dag en konden verder doen en laten wat we wilden. Het was in die vakantie dat ik Gemma Harris leerde kennen, een mooie meid iets ouder dan ik en we waren hopeloos verliefd.

Ik dacht niet vaak meer aan die vakantie en mijn zorgeloze tijd met Gemma en als ik dat wel deed dan was het met een beetje weemoed naar die luchthartige tijd waarin we van alles deden wat mijn ouders zouden afkeuren. Na die vakantie hebben we elkaar nooit meer gezien en alles is vervaagd door de tand des tijds. Ik ben door de gebeurtenissen dat jaar heel snel volwassen geworden, het is ook nooit meer geweest als in die vakantie.
En van haar, Gemma was de brief. Na enige aarzeling begon ik te lezen

Peter my love,

I write you this reluctantly but I need to tell you that I'm pregnant. You are the father of course …”

Ze was zwanger van mijn kind, het was of de bodem onder mijn leven wegsloeg. Een kind en ik heb het nooit geweten.
Vluchtig las ik verder, het was voor mij overduidelijk dat het kind van mij moest zijn. Gemma was niet het soort meisje dat met jan en alleman naar bed ging. We hielden echt van elkaar en het was toen echt onze bedoeling om elkaar te blijven zien. Dat het anders was gelopen lag niet aan ons maar aan onze thuissituatie. Ik was thuis nodig omdat mijn moeder weer ziek werd en zij had als enig kind met alleen een vader ook haar plichten thuis.

Nog wat later brandde ons huis af en kreeg mijn vader een positie in een andere plaats.
Ik uitte een vloek toen ik de brief uit had, Gemma had mij gegeven wat ik altijd het liefste wilde en ik heb het nooit geweten. Als de brief mij wel bereikt had in '83 was ik met haar getrouwd en had het kind de twee ouders gehad waar het recht op had.

08909b1af932590f194d9e53e8995dcf_1396899

Ik staarde lang voor me uit, me bezinnend op mijn volgende actie. Gemma en mijn inmiddels volwassen kind wilde ik zien.

Google dan maar en Facebook, de kans dat ik haar vond was niet zo heel erg groot maar niet geschoten is altijd mis. Veel geluk heb ik mijn leven niet gehad zeker niet in relaties dus ik was heel erg verbaasd dat ik Gemma meteen vond op Facebook. In haar foto-albums stonden nog foto's uit van ons beiden dus zij was de Gemma die ik zocht. Ik stuurde haar meteen een berichtje dat ik haar brief net gekregen had. Ook vertelde ik haar wat er gebeurde in '83 waardoor we elkaar kwijt zijn geraakt en dat ik haar en de dochter Sheila, die van mij moet zijn, wilde zien.

Die avond op de tennisclub vroeg Mark me naar de brief waarop ik reageerde met een wedervraag: Herinner jij je Gemma Harris nog? De brief was van haar en ik heb haar op Facebook terug gevonden.”
“ Jullie waren hartstikke gek op elkaar dat weet ik nog.” reageerde Mark: “Was het een liefdesbrief of een Dear John?”
“Ze wilde het niet uitmaken. Ze vertelde dat ze dat ik haar zwanger heb gemaakt.”
“En wat ga je nu doen?”
“Dat hangt van Gemma af, als ze me weer wil zien wie weet wat er dan gebeurt? In ieder geval wil ik mijn dochter leren kennen.”

Verder spraken we er die avond niet over en toen ik thuis kwam bleek Gemma gereageerd te hebben...

Carin Vijlbrief 2014.

Alles gaat voorbij, bijdrage van Carin Vijlbrief aan de Nederlandse Literatuur Gids.

We hadden afgesproken op onze plek, een verlaten spoorweg even buiten ons dorp waar we al kwamen toen we kinderen waren. Niemand kwam hier, te afgelegen waarschijnlijk en ook niet erg gemakkelijk te vinden.
Je moest van de weg af en een stuk bos door, over een weiland waar nooit dieren liepen en dan kwam je er. Ik had het ontdekt op een van mijn zwerftochten in de omgeving toen ik een jaar of tien was.
Vroeger kon je nog rondzwerven zonder dat iemand ook maar begon te piepen dat ze niet wisten waar je was. Wij, kinderen uit de jaren zeventig, hadden wat dat betreft heel wat meer vrijheid dan de kinderen nu van 2014.
Ik ontdekte het plekje en nam niet veel later mijn beste vriendje Tim er mee naar toe. Sinds die tijd kwamen we er elke week wel een paar keer. Tim en ik waren vanaf de lagere school al vrienden, we woonden bij elkaar in de straat en we waren onafscheidelijk als kinderen. We gingen naar dezelfde middelbare school, de mavo in het volgende dorp zoals de meeste kinderen bij ons. Het was heel normaal om eerst naar de mavo te gaan en daarna de laatste twee jaar van de havo te doen. Onze ouders vonden ons nog te jong om meteen na de lagere school naar de stad te laten gaan waar de havo was.
Tim en ik hebben tot en met de havo steeds bij elkaar in de klas gezeten en trokken toen ook nog steeds met elkaar op. De andere kinderen dachten dat we verkering hadden, wisten zij veel dat dit er nooit ingezeten had. Zelfs toen we volwassen werden en we een partner kregen zijn we vrienden gebleven en we komen nog steeds op onze plek. Niet meer een paar keer per week maar toch wel eens per maand. Onze partners weten wel dat we hier met zijn tweeën komen en zij hebben nog nooit problemen gehad met onze relatie. Evert en Susan weten dat ze niets te vrezen hebben van onze vriendschap en ook zij kunnen heel goed met elkaar opschieten. We gaan vaak genoeg met zijn vieren op pad. Onze partners gunnen Tim en mij de tijd die we samen willen doorbrengen. Van ons plekje zijn ze ook op de hoogte, ze zijn ook wel eens mee geweest.

ffacc2b622399d853461bd40df615dca.jpg

Zit je al lang te wachten Andrea?” het was de vertrouwde stem van Tim, en ja ik was er al een tijdje alleen met mijn gedachten over mijn leven en de dromen die nooit uitgekomen zijn. Of vervangen voor andere dromen. Begrijp me niet verkeerd ik ben gelukkig met mijn man Evert en ons leven, maar onvervulde dromen zijn er altijd, net zo als de dromen die niet de verwezenlijken zijn.
Een tijdje.” Ik glimlachte naar hem en verbaasde me weer eens over die groene ogen van hem die toch een aparte kleur hebben: "Ik dacht na over het leven en wat er van terecht is gekomen.
Toch wel behoorlijk wat.” Tim grijnsde: “Ik heb alles wat ik verlangde, Een schat van een vrouw, drie leuke kinderen en de baan die ik altijd al wilde.
Je hebt gelijk natuurlijk, ik ben ook wat somber vrees ik. Zal wel te maken hebben dat dit de laatste keer is dat we hier af kunnen spreken.
Het gaat door ik weet het,” Tims gezicht betrok even bij de gedachte. Hij pakte de thermosfles met koffie en schonk de bekers die hij ook bij zich had vol.
“Ik ben er ook niet blij mee, als is het wel goed voor het toerisme en ons dorp,” vervolgde hij: “maar dit is wel de laatste keer dat we elkaar hier zien
Ik nam een slok van mijn eigenlijk te hete koffie en bleef zwijgen.
“Hoe lang komen we hier nu?” vroeg Tim
35 jaar minstens. We waren tien die eerste keer.” Ik weet nog steeds hoe opgetogen ik was en ook Tims gezicht, toen ik hem dit ruige stukje land liet zien, staat in mijn geheugen gegrift.
We hebben hier leuke tijden gekend.”
We bleven even allebei zwijgen zitten verdiept in onze herinneringen.
“Weet je nog toen die zomer dat het zo warm was en we hier gingen kamperen met z’n tweeën?” vraag ik opeens. We zullen een jaar of veertien geweest zijn en onze ouders vonden het best dat we een paar nachtjes wegbleven. Tims vader had ons gebracht en geholpen de tent op te zetten en elke dag kwam een van onze ouders kijken of alles goed was. Ze hebben ons geheim goed bewaard want er heeft nog nooit iemand anders dit plekje ontdekt. Niet voor zover Tim en ik weten in ieder geval.
Dat waren nog eens tijden,” Tim grinnikt. Als we onze koffie op hebben trekt hij me omhoog en zegt: “Het is voorbij hier, maarkop op Andrea, want ik heb iets anders gevonden. Misschien niet zo leuk als dit al weet ik zeker dat je het fijn zal vinden

Nieuwsgierig liep ik met hem mee terug over de weide en door het bosje naar de weg. Tim was met de auto en ik met de fiets. Hij legde de fiets in de kofferbak en we reden naar een andere weg aan de andere kant van het dorp, over een zandweggetje die op het laatst bijna onbegaanbaar werd. Het laatste stuk moesten we lopen. We kwamen uit bij een pagode die bij het landgoed hoorde.
Ik heb dit stukje grond met de pagode gekocht.” Tim lachte als een kat die van de room had gesnoept. : “Dus niemand kan ons dit afnemen en dit wordt ons nieuwe plekje.
Ik wist niet wat ik moest zeggen het was te mooi om waar te zijn, het is een even mooie plek dan de oude spoorlijn. Al zou de spoorlijn toch heel bijzonder blijven en ik zal het altijd jammer vinden dat er nu een stoomtrein gaat rijden en ik er niet meer heen kan.
Nou wat vind je ervan?”drong Tim aan, even enthousiast als toen we nog kinderen waren.
Het is geweldig Tim,” ik omhelsde hem spontaan.
We kunnen de pagode opknappen. Het wordt fantastisch dat weet ik zeker.” Zijn gedrag werkte aanstekelijk en ik begon ook enthousiast te worden. Toch bekroop mij de twijfel, het zal nooit meer hetzelfde zijn en dit plekje was te mooi om verboden terrein te zijn.
Ik zei dat tegen Tim en na een korte stilte knikte hij: “Ik vrees dat je gelijk hebt.” gaf hij toe: “We kunnen er een project van ons allen van maken. En daarna openstellen voor dorpsevenementen. En verder alleen voor onze families. De kinderen zullen het hier fantastisch vinden en wij kunnen hier nog steeds afspreken als we alleen willen zijn.

We besloten dat onze vaste afspraak bleef staan maar de plek niet meer geheim was.

Twee dagen later werd de stoomtrein feestelijk in gebruik genomen en wij waren, met de rest van het dorp, de eerste passagiers. Toen we langs ons plekje kwamen hadden we het er nog over met onze families en onze ouders hadden het nog over het kamperen en dat ze eigenlijk altijd wel wisten dat we daar waren. Tims kinderen vroegen ons de oren van het hoofd over die tijd.

De tocht met de trein was een beetje weemoedig toen we langs het plekje kwamen en verder ontzettend leuk. Dat die trein er nu is maakt het dorp toeristisch veel interessanter en het is natuurlijk ook heel fijn dat er na meer dan 50 jaar weer een trein over het spoor rijdt. De spoorlijn is ook goed voor het dorpsgevoel omdat de meeste vrijwilligers uit ons dorp komen. Zelf ben ik ook van plan om ermee bezig te gaan.

Het leven verandert nu eenmaal en dat is niet altijd slecht.

Carin Vijlbrief 2014

 

Ik ben een blad op de wind door de storm gedragen, bijdrage van Annelies Vijlbrief aan de Nederlandse Literatuur Gids.

Annelies Vijlbrief toont de mogelijkheden om werkelijkheid en fictie te verweven, haar plezierige schrijfstijl blijft aansporen tot verder lezen. Men wil weten hoe 'dit gegeven dat gebeurt' kan en hoe het af zal lopen. De NLG dankt haar voor haar bijdrage (San Daniel voor de NLG).

 

Als de wind waait ben ik duizelig "licht in mijn hoofd" , dit verhaal beschrijft enigszins wat ik dan voel. Door de luchtdrukverschillen voelt het aan alsof ik zweef, wat me inspireerde tot dit verhaal.

 

3f0dc822a60009278c3501efecfdd5d8_1402390

 
De wind was niet plotseling opgestoken maar bereikte zijn hoogtepunt toen ik probeerde te slapen. Aan het aardse geluid van de windklok was de eerste aanzet van de storm te horen. Aanzwellend op de tonen van het bamboe dat onder de pergola hangt en meestal zachtjes in de luwte bungelt.
Tot de wind aanwakkert.
Ik lag er naar te luisteren. Mijn hoofd vulde zich met watten en ik voelde me lichter worden. Eerst was het alsof ik zoetjes op een luchtbed lag te dobberen, water kabbelend onder mij. Onbewust gleed mijn hand over de rand om de zee te voelen. Er was alleen de koelte van mijn slaapkamer. Het geruis van de wind vulde ondertussen mijn oren, onverbiddelijk nam het bezit van me. Dit was geen duizeligheid meer, dit was meer dan dat. Zoveel meer, de wind sloot alle geluiden buiten en nam bezit van me.

Lichter werd ik.

Het water onder me veranderde in helium en ik voelde dat ik opgetild en weggevoerd werd. Had ik vroeger nog wel eens geprobeerd dit tegen te houden, ik wist allang dat dit vergeefse moeite was. Er restte mij niets anders dan het laten gebeuren.
Het bed was leeg, natuurlijk. Dit is geen uittreding, wat mij overkwam als de wind waait was nog vreemder en mystieker dan dat. Ik zweefde richting het openstaande raam, de gordijnen bollend als de zeilen van een schip. Als het niet open had gestaan was ik vast en zeker door het glas gegleden.  Zo licht was ik nu dat niets mij meer tegen kon houden.
 

Ik ben de wind, het hemelskind

69d9e60a533d4e9a4675090fb4dafcdc_1402390

 
Al was het niet stil op straat, er was niemand die mij zag. Ook hieraan was ik gewend geraakt. Ik was niet onzichtbaar en kon mijn handen en armen zien, iets  vager dan anders maar toch aanwezig en te zien voor wie omhoog keek. De storm nam me mee, de stad uit over de bossen, ik dartelde tussen het blad dat zich niet vast kon houden aan de takken. Slechts gekleed in een T-shirt had de wind vrij spel met mijn lichaam, toch had ik het niet koud. Ik plukte een kastanjeblad uit de lucht en keek naar de donkere wolken die boven mijn hoofd voorbij raasden. Majestueus en zo groot als maar kon –  In het oosten werd het al lichter toen ik de zee bereikte. De branding stuurde beukend golven het strand op, schuimend en bulderend.
De meeuwen dansten met me in de lucht en  ik volgde een school dolfijnen die met hun capriolen lieten merken mij gezien te hebben. Zij wel.
 
3c3117a8b7552a6c3fff9c0e60046aa0_1402390
Op het hoogtepunt van de storm wist ik niet meer waar ik was,  was er zelfs niet meer zeker van of ik nog wel bestond. Ik was de wind en de wind was mij.  Razend over het land en de zee lieten we schepen steigeren en bomen diep buigen. Verder en verder gingen we, tot onze krachten afnamen en wat eerst groots en letterlijk meeslepend was doofde uit tot een zachte bries. Het was tijd om naar huis te gaan.
 
Annelies Vijlbrief 2014

Deel 1 de geroepene

De literatuurgids: Korte verhalen » Deel 1 de geroepene bijdrage van San Daniel

San Daniel schrijft met een  discipline die hem dagelijks tot publiceren aanzet, altijd bij het eerst licht als de geest nog zuiver is. Wat hij schrijft wordt dagelijks getoetst en beoordeeld op de plazilla schrijvers site.' De geroepene' is een kort verhaal  dat een eigen leven is gaan leiden en als boek gaat worden uitgegeven in 2015.  (De NLG dank San voor zijn bijdrage) 

Het was vroeg.

Het was ochtend, vroeg in de ochtend en San  dacht aan zijn velden, zijn prachtige wijnvelden, vol van beloften. Het prille groen, bedauwd, met miniatuur trosjes druiven die aan het vormen waren en hij glimlachte voor zich uit.  Dit was de dag die hij uitgesteld had en waar over hij had lopen wikken en wegen. Hij besloot de knoop te hakken en het één en ander aan papier toe te vertrouwen. Hij had het geprobeerd tegen te houden, want hij wist als geen ander dat als je één keer begon er geen terug meer was. Hij gleed zachtjes uit bed en liep naar de keuken waar hij de chai thee zocht en kookte wat water. Hij nam een tomaatje en wat dadels en met de mok thee in zijn hand liep hij naar zijn werkkamer. Het was tijd, soms wordt een geheim zó groot dat je het moet delen, op moet schrijven en herlezen, herkauwen tot je eens bent met wat er staat. De pc toren floepte aan en San nam een teug uit de dampende mok. Hij keek nog even op fbook naar mogelijke boodschappen en vermande zich toen, allemaal uitstel dacht hij bestraffend en hij begon te schrijven ..het was ochtend , vroeg in de ochtend.

 

f4d322eb5838a374f43ca92eff7c1931.jpg

 

 

Met God op de velden

en zo liep een eenzame wijnboer over zijn velden, hij zag de hectaren die zich uitstrekte tot aan de bergen en zijn hart zong van vreugde. Hoe prachtig lag het groene landschap voor hem uitgestrekt. Hij spreidde zijn armen en vroeg: Heer laat al het goede in mij komen. Dat op zich was al een lofprijzing. Het vroege uur dat toch al de belofte van de dageraad in zich borg gaf hem altijd veel voldoening.. de rust om zijn schepper te zien weerspiegeld in de bergen, of de glinsterende dauwdruppels die de bladeren bedekten om de nodige verkoeling te geven. 

 Hij zag de grootheid van de schepper en hij voelde de aanwezigheid van de almachtige naast hem, om hem heen en weerklinkend in de schreeuw van de nachtuil in zijn laatste jagersduik naar de aarde. Zijn ziel vloog over de velden en reikte tot de bergtoppen in extatische liefde voor het leven en zijn Heer. En hij was dankbaar dat hij deel mocht uitmaken van die pracht . Hij dacht aan zijn kinderen en vroeg aan God om zijn steun om hen te leiden, zoals hij dat altijd deed op dit eenzame vroege uur.

 Het was bijna 7 uur en het was tijd om een vriendin die met problemen kampte te zegenen vanaf die paradijselijke velden. En hij sprak en hij vroeg,' Heer voor wat het waard is, als ik u dit vraag en het behaagt u wilt u zich ontfermen over die jonge vrouw, wilt u haar kracht geven om zichzelf te vinden. Ondersteun mijn dagelijkse zegening naar haar toe en laat die zegen  als een gebed zo snel als medidatie haar bereiken en sterken.'

En hij richtte zich naar het Noorden en met zijn armen geheven zond hij met alle liefde die hij in zich voelde, een welzijnszegen richting grensoverstijgend. Genees goed mens, laat al het goede dat ik hier zie je daarin bijstaan. Hij vulde zijn wezen met "de Heer is mijn herder..." en liep met zijn hond die zich al lang niet meer verbaasde over zijn meester langzaam richting bodega alwaar hij de vaten zou kuizen voor de komende oogst.

Die man, die eenvoudige boer, die zoveel jaren de verlichting had gezocht en zichzelf weer gevonden had op een pelgrim´spad, had zijn schepper lief. Hij hield van de schepping en en hij had God lief boven al.

42c41c2be0967f41eb5e8789af526442.jpg

 

 

Hij had alle hypocrisie uit het vorige leven verbannen. Hij was in een dorp gaan wonen dat de eenvoud zelve was omdat hij de liefde van God zag in de bewoners. En hij leefde naar de wetten van zijn schepper, soms beging hij misstappen maar had daar oprecht berouw van. En God woonde in zijn hart en uitte zich door zijn handelen. Hij gaf en gaf en gaf zichzelf zoveel dat hij soms even leeg was en een stap op zijn plaats moest doen alvorens anderen weer te helpen. Hij was geconfronteerd geweest met vele vormen van aanbidding van het opperwezen. Hij had jaren op een artikel 31 school gezeten, maar had zich ook verdiept in de Islaam en het Hindoeisme en waar hij zich ook in verdiepte, altijd sprak de stem van de schepper hem tegemoet.

De bodega was een ruimte met dubbele muren en een dak dat geisoleerd was. De vaten stonden  in rijen en de schappen waren gevuld met flessen, per deel met het jaar van de oogst vermeld. Er hing altijd de zweem, de geur  van vruchten. Je rook het altijd de eerste paar minuten en dan paste je hersenen het aan en registreerde het niet meer, je was één met de bodega geworden.

Langzaam, behoedzaam begon San het eerste vat te ontsmetten en zijn gedachten dwaalde af naar de grot op zijn land. Als die niet zo hoog in de bergen lag en alleen te voet bereikbaar zou zijn dan zou dat een geweldige bodega zijn.  Automatische voerde zijn gedachten hem naar een ander stuk land, dichter bij de cortijo en hij dacht aan de gang met de afdalend trap waar hij een aantal jaren geleden op gestuit was, overwoekerd door bosjes.  Een handgemaakte afdalende trap van steen.  De treden ongelijk  en sommigen door ouderdom verzakt. Uitgehakt, de grond in.  Een dag later was hij teruggekeerd met een zak lantaarn en met een Indiana Jones gevoel was hij aan de afdaling begonnen. 

9ed8b53fdab5689b9f2f06c170e6fa32c2FmZV9p

Hij had geen idee waarom iemand of waarom meerderen een tunnel de grond in zouden hebben gemaakt. Het verbaasde hem dat er geen eind aan leek te komen. De lucht die hij inademde werd gronderig  en hij schatte in dat hij al gauw een meter of twaalf onder de grond zat en nog daalde de treden. Hij verwierp het eerste idee dat het een mijn ingang was, alhoewel er aan de ander kant van zijn land begrensd door bergen wel oude gesloten ijzer mijnen waren. Hij kreeg een onbehaaglijk gevoel, een kilte begroef zijn ziel en eigenlijk wilde hij terug naar boven, maar dan zou hij met zijn rug gekeerd naar het duister omhoog moeten. Eerst maar eens zien waar de trap naar toe zou leiden. Wel keerde San zich om en zag dat het boven hem duister was, de opening was verdwenen, hij besefte dat de afdaling met een flauwe nauwelijks merkbare bocht gepaard ging. Hij liep tussen vertrek en aankomst punt, waar dat ook zou zijn in het duister. Niet aan denken, dacht hij, niet aan denken dat de lantaarn uit zou kunnen floepen, dan roep je het ongeluk aan. 

9ed8b53fdab5689b9f2f06c170e6fa32c2FmZV9p

Opeens had hij de laatste trede bereikt en stond hij bij een platform. Hij stopte abrupt en scheen met de lantaarn om zich heen. Het was een grote ruimte en aan het einde van het platform een gapend gat. Het was kil en koud, zo diep onder de grond. Voorzichtig liep hij naar de rand van het platform en hij vroeg zich af of zijn mobieltje wel bereik zou hebben zo diep onder de grond. Het gapend gat was precies dat. San pakte een steentje op en liet het over de rand vallen, hij wist uit een grijs verleden in Engelse schoolbanken dat de valversnelling 9.8 meter per seconde in het kwadraat was. Grappig dat na zoveel jaren zulke dingen nog beklijven. V= een ½ gxt². Het duurde even eer hij de plof hoorde op een verre bodem en San meende dat het een paar seconden geweest waren. Dat zou een val van 20 a 30 meter geweest zijn, bedacht hij zich als iemand onverhoeds door gelopen zou zijn. 

Een paar regels van een gedicht dat hij jaren geleden had geschreven drongen zich aan hem op:

Schimschieten in het duister

ogen gesperd, verstand op nul

zintuigen op scherp

de angst druip van

de muren

en parelt op wenkbrauwen

een beweging, verstoort de

magie van zoete angst

bezwerend, oproepend

nog eens en weer

ademstil en knuisten

in riten geknepen met

gewicht om hals en borst

'Stop daarmee', dacht hij,' daar komt ellende van, je roept het ongeluk aan.' De angst groeide echter al en nam buiten proportionele afmetingen aan. Er was iets naars dat hem riep, aan riep en lokte en hij wist dat hij dit eerder had meegemaakt, misschien niet precies hier. Het koude zweet brak hem uit en hij zag zich zelf even met velen op een kluitje, angstig wachtend, als ratten in de val, terwijl de dreunende stappen naar beneden kwamen. Hij schudde zich los van het visioen en met stramme passen liep hij weer omhoog  met het idee dat priemende ogen hem nastaarden. Na vele langzame treden met lood in de schoenen en met iets duisters dat elke stap vertraagde achter zich, bereikte San de flauwe bocht en zag boven zich de stip van licht die de ingang verraadde. Hij versnelde zijn pas en voelde hoe het slechte achter hem bleef. 

San Daniel 29-04 2014

Vijf stappen heen en vijf stappen terug, bijdrage van Ingrid Aanen aan de Nederlandse Literatuur Gids.

De literatuurgids: Korte verhalen » Vijf stappen heen en vijf stappen terug
 
Ingrid Aanen is een veelzijdig literair talent, zij voltooit op dit moment haar Boek 'Anna, Journaliste', dat in 2015 uitgegeven zal gaan worden). Haar verhalen verraden menselijk inzicht en een groot inschattings vermogen, (De NLG dankt haar voor bijdrage.) 

Vijf stappen heen en vijf stappen terug

 

Langzaam kwam Vadim weer bij bewustzijn, een stenen muur doemde voor hem op. Hij knipperde met zijn ogen maar de muur bleef, langzaam draaide hij zijn hoofd. Pijnscheuten schoten door zijn lichaam. Het besef kwam langzaam weer terug. Hij lag op de grond, in een cel. Een harde koude grond. Naar binnen gekwakt door de gehate geheime politie. Langzaam hees hij zich een beetje op om tegen de muur half zittend steun te vinden. Het koude vocht van de muur voelde hij langzaam doordringen tot op zijn huid. Hoe lang zou hij hier al zijn? Was het dag of nacht? Geen raam te bekennen. Zijn hele lijf deed zeer. Gedachten tolden in het rond en hij dacht aan vorige week toen alles was begonnen. 

 

338d67a195931a9e84d54ab902dec01b_1394810

 

‘Maar Vadim, als we geen protest laten horen walsen ze zo over ons heen.’ Aan het woord was Pavel, zijn beste vriend. ‘We kunnen dit toch niet over onze kant laten gaan? Als we het groots aanpakken dan komt de buitenlandse pers er ook op af. Dat is het enige waar de huidige regering zich nog iets van aantrekt.’ 
'Misschien’ had Vadim geantwoord. ‘Ik betwijfel of iets ze nog uitmaakt. Ik ben het met je eens dat we ons in ieder geval moeten laten horen.’ De groep van ontevreden burgers was snel gegroeid, iedereen was de uitbuiting en corruptie van de heersende macht meer dan zat. Door naar protesten in omringende landen te kijken werd al snel besloten om het grote plein in het centrum te bezetten. Bevriende binnenlandse journalisten werden ingeschakeld. De meeste waren ondergronds gegaan, alle grote kranten en websites waren inmiddels door de regering op non-actief gesteld. 
‘Dat geeft alleen maar aan hoe bang ze zijn voor publiciteit’ had Feodor tegen Vadim gezegd. Tot voor kort had Feodor bij de grootste krant van het land gewerkt totdat deze verboden werd. ‘Ik zal mijn contacten in het buitenland verwittigen van onze doelen.’ De plannen werden steeds concreter, de taken werden verdeeld. Materiaal werd verzameld om de boel te barricaderen. De saamhorigheid was groot, toch wilde Vadim iedereen waarschuwen om goed na te denken over  deelname. 
‘Wees je bewust dat we een keer weggeveegd zullen worden van het plein’ had hij gezegd tegen de groep. ‘En dat zal niet zachtzinnig zijn, om nog maar te zwijgen over het feit of je daarna ooit nog thuis komt.’ Het was muisstil geworden na zijn verwijzing naar de gehate geheime politie. Echter niet voor lang, de groep zweepte elkaar op. Leuzen als ‘liever dood dan leven onder dit regime’ werden geroepen en het werd Vadim kil om het hart. Waar waren ze aan begonnen? Hij besefte echter ook dat niets doen inmiddels geen optie meer was. Ze konden alleen nog maar vooruit. 

 

Vadim probeerde uit halfzittende stand op te staan met de muur als steun. Als hij niet snel ging bewegen konden zijn stijve spieren hem sowieso niet meer dragen. Eindelijk stond hij rechtop en begon voorzichtig langs de muur te schuifelen, vijf stappen heen en vijf stappen terug. Hij had ontzettende pijn. Toch merkte hij wel dat de beweging hem ook goed deed. Hij had het idee dat het wat minder donker was in zijn cel en na wat speurwerk zag hij hoog boven zich in de muur een beetje licht naar binnen schijnen, het leek een soort rooster. Dat zou betekenen dat het nu ochtend was. Vijf stappen heen en vijf stappen terug. Hij spitste zijn oren, hij hoorde wat geroezemoes aan de andere kant van de deur. Plots werd met een ratelend geluid een luik in de deur open geschoven en twee donkere ogen bekeken hem indringend. Het luik werd weer dichtgedaan en voetstappen verwijderde zich van zijn deur. 

 

59c6aa7a429ec6d552bf4ae462b52b66_1394811

 

Na twee dagen waren ze zover om het plein daadwerkelijk te bezetten. Heel vroeg in de ochtend bij het eerste licht hadden ze de barricades opgeworpen en stonden daarna een beetje te wachten op de dingen die zouden komen. Het nieuws ging als een lopend vuurtje door de stad en al gauw kregen ze van alle kanten hulp. Voedsel en drinken werd gebracht en een constante aanvoer van losse keien was in gang gezet.
‘We hebben alleen maar stenen om te gooien’ zei Vadim. ‘Dat is natuurlijk een lachertje als ze straks met trucks voor onze neus staan.’
‘We moeten ook niet de illusie hebben dat we ze zullen verslaan’ zei Pavel. ‘Onze taak is het om de barricades zolang mogelijk in stand te houden en onze eisen kenbaar te maken, zodat de buitenlandse camera’s de tijd hebben om alles vast te leggen en hun reportages uit te zenden.’

 

Drie dagen hadden ze het weten uit te houden. Feodor had zijn woord gehouden en een aantal bevriende buitenlandse journalisten waren aanwezig. Vadim en Pavel hadden diverse keren voor de camera uitleg gegeven over het waarom van dit protest. Ondanks de buitenlandse druk werd de dialoog met de regering niet tot stand gebracht. Op de derde dag hoorde Pavel ze als eerste.
‘Daar komen ze’ schreeuwde hij. Vadim klom half tegen de barricades op om erover heen te kunnen kijken. Hij zag leger trucks de hoek om draaien en besefte dat dit het einde was. 
‘Wegwezen hier, zolang het nog kan’ riep hij tegen de groep en iedereen stoof een andere kant uit. Het leger was ze echter van twee kanten aan het insluiten en Vadim en enkele anderen liepen precies hun fuik in en hadden het niet gered. Hij werd gepakt en neergeslagen met een knuppel. Terwijl hij al op de grond lag werd hij nog steeds met de knuppel geslagen en geschopt. Instinctief probeerde hij zijn hoofd te beschermen door zijn armen er om heen te houden. Vadim moest het bewustzijn hebben verloren want het eerste wat hij weer wist, was toen hij hardhandig de cel in werd gesmeten.

 

Vijf stappen heen en vijf stappen terug. Sinds de donkere ogen hem dreigend hadden aangekeken had hij kramp in zijn maag gehad. Vadim had van Feodor allerlei gruwel verhalen gehoord over de geheime politie. Procesvoering had hier niet een hoog democratisch gehalte als je überhaupt al een proces kreeg. Ze zouden natuurlijk willen weten wie er allemaal had meegedaan aan het protest. Er werd gefluisterd dat er martelingen plaatsvonden in de kelder van de gevangenis. Vadim wist dat hij geen held was en onmiddellijk zou doorslaan als ze hem alleen maar zou dreigen met martelen. Hij rilde bij het gerucht dat hij gehoord had: dat sommige cipiers martelden vanwege hun eigen gerief en het hen niet uitmaakte of en wat je bekende. Hij hoorde weer geroezemoes bij de deur en de angst greep hem bij de keel. Zijn gebalde vuisten verkrampten. Hij kreeg bijna geen adem meer. Als gebiologeerd keek hij naar de deur. Deze zwaaide langzaam open.  

Ingrid Aanen 2014.
 

Morgen wordt alles beter, bijdrage van Ingrid Aanen aan de Nederlandse Literatuur Gids.

De literatuurgids: Korte verhalen » Morgen wordt alles beter
 
Een kort verhaal als inkijk in een moeilijke situatie, Ingrid Aanen  etaleert weer veel inlevensvermogen.(NLG)

Morgen wordt alles beter

 

Amira verschoof haar voeten een beetje voor zover dat kon, in de kleine ruimte waar ze zat. Het liefst zou ze opstaan en even heen en weer lopen maar Kadeem had gezegd dat ze hier moest blijven zitten en stil zijn. Voor zover ze zich kon herinneren had haar broer altijd goed voor haar gezorgd en ze was hem gewend te gehoorzamen. Ze huiverde een beetje van de kou en waarschijnlijk ook van de honger. Hopelijk had Kareem wat eten kunnen vinden en zou hij gauw terug zijn. Ze moest toch ingedommeld zijn want plots schrok ze wakker van iets wat leek op gestommel buiten. Even later verscheen het vertrouwde gezicht van Kareem.
'Kijk eens, ik heb wat vijgen kunnen vinden' zei Kareem 'eet maar op.'
'En jij dan?' vroeg Amira. 'Ik heb onderweg hier naar toe al wat gegeten.' loog Kareem. Hij besloot zijn rommelende maag te negeren. 

Nadat Amira weer in slaap was gesukkeld dwaalden zijn gedachten terug naar de afgelopen uren die hij doorgebracht had in het centrum van de stad: hij is geschrokken van de hoeveelheid verschillende gewapende bendes die hij tegenkomt. Het lijken er steeds meer te worden. Hij ziet naast legeruniformen ook rebellen. Een keer komt hij bijna midden in een gevecht van twee rivaliserende bendes terecht. Ze schieten op alles wat beweegt, het stinkt er verschrikkelijk, de penetrante ammoniak geur snijdt in zijn neus. De dichte kruitdampen laten hem hoesten. Geschrokken heeft hij zich steeds verder uit het centrum teruggetrokken met als resultaat dat hij alleen wat vijgen heeft weten te bemachtigen. 

 

32774157ea2ac6995e50b9e5489566db_1393864

 

De puinhoop in het inmiddels onbestuurbare land was kolossaal en allerlei ongure groeperingen werden gevormd, die allemaal vonden dat ze recht hadden op de macht. Kareem begreep dat het oorlogsgeweld zich steeds meer zou uitbreiden en dat ze verder weg moesten vluchten. Hij besloot dat ze de stad de volgende morgen zouden verlaten. In alle vroegte waren ze voorzichtig uit hun schuilplaats gekropen en op weg gegaan naar het grote onbekende. Kareem had bedacht om richting de grens te lopen in de hoop het veiligere buurland te bereiken. Hij maakte zich zorgen om zijn zus, ze was nog zo klein en ze moesten nog heel ver. Heel even flitste er een herinnering van een moment van geluk in zijn gedachten: zijn ouders zijn er nog en ze zitten gevieren te eten in de tuin. Hij ruikt de mix van geuren van het eten en de bloemen, de hond blaft en hij hoort bijna de lach van zijn moeder weerklinken. Snel stopte hij de herinnering weer ver weg en veegde bruusk een traan van zijn wang. 

'Kareem, mijn voeten doen zo zeer.' Opgeschrikt uit zijn gedachten keek hij naar zijn zusje, inmiddels blootsvoets en met gescheurde kleding. Zijn hart bloedde toen hij zag hoe ze in vol vertrouwen naar hem op keek. Na de plotseling dood van zijn ouders had hij voor Amira gezorgd. Zijn ouders waren onderweg naar huis toen ze werden getroffen door scherpschutters, het was niemand duidelijk geworden door welke partij ze waren neergeschoten. Ze waren nog een tijd in het ouderlijke huis gebleven met zijn tweeën. Toen steeds meer gewapende bendes in de buurt verschenen had Kareem niet langer de moed gehad daar te blijven. Hun zwerftocht was begonnen.

'Ga hier maar even zitten' zei Kareem 'dan kijk ik even naar je voeten.' Gelukkig bleken haar voetzolen niet kapot maar je zag wel indrukken van de harde steentjes waar ze over had gelopen. Ze was waarschijnlijk eerder moe dan dat ze echt pijn had realiseerde Kareem zich.
'Kom dame, je mag een poosje op mijn rug mee. Dan kunnen je voeten een beetje uitrusten.' Gelukzalig sloot Amira haar armen om de nek van haar grote broer. Langzamer door het extra gewicht op zijn rug  liep Kareem de stad uit op weg naar de grens. Hij vermoedde dat het nog wel een paar dagen lopen was maar hij wist niet wat hij anders moest doen. Ze liepen tussen de, in de steek gelaten, velden van de boeren tot ze het meer bergachtige terrein bereikten. Na de eerste berg beklommen te hebben zag Kareem wat mensen voor zich lopen. Voorzichtig bestudeerde hij hen, waarschijnlijk een vader en een moeder met drie kinderen waarvan een nog op de heup van de moeder zat. De vader liep te zeulen met wat tassen. Zo te zien dus ook vluchtelingen. Dat is gunstig, dacht Kareem. Met meer zijn we sterker. Hij besloot iets harder te lopen zodat hij wat dichterbij kon komen. 

 

ca1409b7479e66ae8d0c0ff185c432d7_1393864

 

Na de volgende bocht kon hij zijn ogen niet geloven. Hij liet Amira van zijn rug zakken en hield zijn adem in. Het was ongelofelijk wat hij zag, een hele sliert van wel kilometers lang, mensen die allemaal richting de grens liepen. Er liepen mensen die hadden ezels bij zich, volgestouwd met spullen. Heel veel kinderen zag hij. Maar ook een kar die werd voortgetrokken en geduwd waar,  naast alle huisraad ook wat oude mensen op zaten. Eindelijk voelde hij zich iets minder alleen. Nu kon hij hulp vragen. Misschien mocht Amira af en toe een stukje meerijden op de kar. Kareem stak zijn hand uit, vol vertrouwen legde Amira haar hand in die van haar broer.

Hij zei 'Kom Amira, dit is de weg die we moeten gaan. Morgen, ja morgen wordt alles beter.'

Ingrid Aanen 2014

Tranen die nooit te stelpen zijn...bijdrage van Karina aan de Nederlandse Literatuur Gids

De literatuurgids: Korte verhalen » Tranen die nooit te stelpen zijn...
 

Karina raakt in dit prachtige korte verhaal de kern van het menselijk zijn. Zij is een sociaal bewogen schrijfster die gave van het woord langzaam maar doeltreffend uitstrooit over de lezers schare, dat kan alleen  een goed verteller bewerkstelligen. (San Daniel voor de NLG) 

Kind van een narcist...

c6cba5ef62d7a851e36e7a37bcd3dd89_1394226

Ik weet niet meer wat ik moet doen Krienie!
Tranen die nooit meer te stelpen zijn...

Het is iets over twaalven middernacht..., mama komt onze slaapkamer binnengeslopen..., ik slaap niet want ze heeft keiharde muziek opstaan, dat kan ik vanaf de zolderkamer helemaal horen. Maar ik doe of ik slaap, want ik weet al wat er komen gaat, en ja hoor, zachtjes schudt ze aan me..., ´Krienie, ben je wakker? Kom je nog even naar beneden?´  Ze fluistert om mijn zus en broertje niet wakker te maken, die slapen ook op de kamer, papa niet meer, die is al drie weken dood, die lag ook eerst bij ons..., mama wilde hem niet naast zich hebben. 
 
Met tegenzin kom ik mijn bed uit, het is koud. Ik ga met mama mee naar beneden. Ze huilt, dikke tranen, één traan blijft aan haar neus hangen. Ik zeg niks, ik weet niet wat ik zeggen moet, maar ik kom ook niet boven de muziek uit met mijn stem. Mama heeft keihard Shirley Bassey opstaan, never never never...
Ze neemt nog een glaasje van de rosé die ik vanmiddag voor haar mocht tappen bij de slijterij, dat mag ik elke dag doen, mama heeft een hele mooie fles, met een geknoopt oranje net er om heen, als hij leeg is, kan je hem zelf vullen, zo leuk. De fles is leeg, maar gelukkig heeft ze nog een andere van de supermarkt, die is gewoon. Mama houdt me vast..., ze legt haar hoofd op mijn schouder en dwingt me om haar te troosten..., ze snikt, en mijn schouder wordt nat. Waar is papa nou Krienie? Waar is hij nou?! Ze huilt, snikt, schreeuwt opeens zijn naam uit ´FREEEEEEEEEEEEEEEEK, WAAR BEN JE NOU?..., KOM NOU TERUG!!!!!!!´
´Papa hoort je niet mama,´ zeg ik..., hij is dood, gewoon dood. Maar mama hoort mij op  haar beurt weer niet, de muziek staat ook zo hard. Er wordt op de deur geklopt, het is opa..., die naast ons op dezelfde trap woont, ´is het weer zo laat hoor ik hem zeggen, laat die meid toch lekker slapen, en ga zelf ook naar bed, die meid moet morgen weer naar school´... Zo snel als ik kan ga ik weer naar boven, naar bed, laat Opa dit maar opknappen denk ik, maar ik kan niet slapen, ik voel me rot omdat ik het niet zielig voor mama vind, had ze maar niet zo akelig tegen papa moeten doen...
 
Drie maanden later..., het is net 17.30 uur en we zijn al klaar met eten. We eten tegenwoordig vroeg, mama wil er zo snel mogelijk vanaf zijn, dat gedoe altijd met dat vreten... Vlak daarna moeten we al naar bed, terwijl ik al 9 ben! Het is nog licht buiten en ik hoor kinderen spelen, en wij moeten naar bed. Ik hoor elke avond als we net in bed liggen dat de bel gaat en nu wil ik wel eens weten wie dat is. Ik stap mijn bed uit en ga naar beneden, ik zie een man, een grote dikke man met een grote zwarte baard en een grote zwarte bos haar met krullen. Mama staat de keuken te dweilen en de meneer staat in de gang. Als ik binnenkom, zegt mama, ´Krien, dit is Jan van Krimpen´ en het eerste wat hij zegt is... ´zo jongedame, zou jij je moeder niet eens helpen met dweilen?´ ´Ik moest naar bed´ antwoord ik..., ´Nou dame, dan zou ik maar weer gauw naar bed gaan!´ Hij heeft niet eens een hand gegeven, die stomme man. Ik ga naar boven en vertel mijn broertje van de akelige man, ´hij heet van Krimpen´ vertel ik. Als ik in de ochtend mijn bed uitkom zie ik een mannenonderbroek op de kachel hangen om te drogen. Van Krimpen komt steeds vaker langs en eet nu ook mee, hij slaapt zelfs bij ons en bemoeit zich overal mee, ik vind hem niet aardig. Waarom mag hij wel naast mama slapen en mocht papa dat niet? Hij is mijn vader niet! Ik begrijp nu ook waarom mama mij niet meer nodig heeft in de nacht, die van Krimpen zit er gewoon! Opa en Oma praten niet meer tegen mama, waarom weet ik ook niet, maar ze praten nu ook niet meer tegen mij! Ik mag Opa en Oma nu ook geen gedag meer zeggen van mama, ze bemoeien zich overal mee zegt ze. Als ik op een avond naar bed ga wil ik mama zoals altijd een kus geven, maar mama zegt..., ´geef je Jan dan ook een kus?´ Ik weiger, ik wil dat niet, maar mama zegt, ´als je Jan geen kus geeft, geef mij er dan ook maar geen één, want dat is sneu voor Jan, van Krimpen zit er bij, maar die zit alleen maar gluiperig te kijken, ik zie zelfs een voldaan lachje... Vanaf dat moment geef ik mama nooit meer een kus. Stomme van Krimpen, hij is mijn vader niet! 

Mama hangt boven de wc..., ik zie bloed, heel veel bloed. Hoe komt dat? vraag ik, heeft van Krimpen dat gedaan? Ja, zegt mama, dat heeft Jan gedaan. Hij had haar een klap met de achterkant van zijn hand gegeven maar zijn zegelring heeft haar neus kapot geslagen! Alsof die zegelring dat gedaan heeft!, die zat toch zeker aan de hand van van Krimpen?
 
Mama heeft goed bericht..., we gaan verhuizen! Naar een heel mooi huis aan de andere kant van de stad, ´alles op één verdieping en jullie hoeven niet meer op zolder te slapen, is dat niet heerlijk?! We gaan op 7 hoog wonen! ´En het mooie is´..., ´ja,´ vul ik in..., ´die van Krimpen gaat zeker mee verhuizen..., ik wil niet verhuizen, ik wil hier blijven..., bij Opa en Oma!, en ik wil ook niet naar een andere school!´. 
´Nare ontevreden rotmeid´ zucht mama..., ja, denk ik dat is waar, ik ben nooit tevreden.
               c6cba5ef62d7a851e36e7a37bcd3dd89_1394226
 

De soldaat en het konijn. Een herinnering uit de Tweede Wereldoorlog, bijdrage van Annelies Vijlbrief.

De literatuurgids: Korte verhalen » De soldaat en het konijn. Een herinnering ...
 

Dit is een verhaal geïnspireerd door de herinneringen van mijn moeder. Zij was een klein meisje in de oorlog en woonde in Groningen.

Het was oorlog, al een paar jaar. Annie kon zich niet zo goed meer herinneren hoe het was voor de Duitsers kwamen. Voor die stampende laarzen,  de bonnenboekjes en de ronkende vliegtuigen die als het donker was over de stad vlogen.
 
45d77c3107b64d2a8bf8f6ad5b2c76f1.jpg

 

 
Ze zag die soldaten soms lopen, met geweren en ijzeren helmen alsof ze dachten dat er op elk moment een bom uit de lucht kon vallen. Moe had gezegd dat als een soldaat haar aansprak ze heel hard moest roepen dat ze DAAR woonde, en dan moest ze naar het huis rennen die ze aanwees en vragen of ze naar binnen mocht omdat ze bang was.
Het was nog niet gebeurd en Annie hoopte dat het ook nooit ging gebeuren. Want ze hoefde niet te liegen dat ze bang was, ze was het gewoon en ze wist ook wel waarom.
Soldaten konden mensen doodschieten – zomaar omdat zij Duitsers waren en omdat zij de baas in Nederland waren. Het meisje hoorde haar ouders wel eens  praten over hoe het was voor de oorlog, sprookjes over tijden dat Nederland nog een koningin had en Wilhelmina en de prinsessen nog in het land woonde. Prinses Juliana was nu in Canada, wat heel groot was en heel ver weg was.
Annies zus Thea had het in haar atlas aangewezen en gezegd dat daar geen Duitse soldaten waren. Annie wilde daar ook wel heen, maar dat kostte te veel had Pa uitgelegd. En het mocht niet. Van die stomme Moffen mocht niemand het land uit.
De enige die weg gingen waren de mannen die in Duitsland moesten werken – en de joodse mensen maar daar werd niet over gepraat als Annie en haar kleine zusje Liesje nog niet naar bed waren.
Ze wist echt wel dat er erge dingen gebeurden met die mensen, wist alleen niet wat en vroeg er niet naar. Bang om te horen wat dat erge was.
 
64600a36d09f49609c7d141e575597b4aW1hZ2Vz

Er waren wel meer dingen waar ze niet over mocht praten. Waar Thea soms heen ging bijvoorbeeld.
Thea was Annies oudere zus. Niet haar oudste dat was Nel, maar die was het huis al uit en werkte in Holland. Thea was de oudste die thuis was en net zo stoer als een jongen. Ze was 9 jaar ouder dan Annie, en deed dingen die de Moffen niet goed vonden. Zij was degene die de Duitsers, Moffen noemde, van Moe mocht ze het niet zeggen. Die was bang dat de kleintjes haar na gingen praten en dat ze problemen zouden krijgen. Moe was voor heel veel dingen bang, maar vooral voor de Duitsers – Annie snapte dat best. Zelf was ze ook bang voor hen.
 
Annie vond het bijvoorbeeld eng dat de soldaten  Nederlandse mannen konden bevelen om mee te gaan om voor ze te gaan werken. Pa werd daar vaak kwaad om en begon dan in zichzelf te mopperen maar Moe zei dan dat zij nog geluk hadden gehad. Hun jongens hadden de dans ontsprongen, die werkten op een rijnaak als stuurman en knecht en konden niet gemist worden.
Het was wel een grappig verhaal die onderling vaak herhaalden, hoe Wim toen hij aangehouden werd bij een razzia riep dat hij op een schip werkte en ze vracht voor het leger vervoerden.
“Welk schip?” had een officier gevraagd en Wim had op goed geluk naar een rijnaak gewezen. Toevallig – want hij wist niet dat het schip van zijn broer in de stad was – liep Johan op het dek en die groette Wim met een breed armgebaar.
Natuurlijk zei hij dat zijn broer op het schip werkte, al had Wim geen enkel verstand van varen. Dat hoefde ook niet. Johan hielp hem overal mee.
 
Annie vond het ook niet eerlijk dat er mensen waren die niet genoeg te eten hadden. Thea had verteld dat in Holland mensen soms uren moesten lopen om eten te vinden en dan nog hadden ze honger. Daarom waren er kinderen naar het Noorden gekomen. Ook Pa en Moe hadden een jongetje in huis genomen, Annie vond dat wel leuk want hij was kleiner dan zij en ze had altijd al een jonger broertje willen hebben. Hij heette Harrie en kwam uit Rotterdam en had altijd honger en lustte alles. Zelfs geitenmelk.
Annie begreep daar niets van.  Ook al woonde zij in Stad, ze hadden altijd genoeg te eten want Pa had een tuin aan de rand van de stad. Hij had zelfs een paar geiten die bij een boer mochten wonen. Thea had uitgelegd dat het niet veilig voor de geiten was om in de volkstuin te wonen. Gemene mensen konden ze dan zo meenemen en opeten. Dat konden alleen maar Moffen zijn. Dat waren de gemeenste mensen die Annie kende.
 
f85e4bf0e34f3ee66add56229845e4dbSmFhcGRl
 
 
Niet alle Moffen moest ze eigenlijk toegeven, want een paar dagen geleden was er die soldaat geweest en die had iets heel aardigs gedaan. Het was in de volkstuin begonnen en als Pa en de andere mensen niet zo ongerust waren geweest was het ook wel grappig. Het begon met een konijn die plotseling door de struiken het slabed insprong. Toen kwam die  Duitser die met enorme sprongen achter het konijn aanging.
 
Annie die met Liesje en Harrie vadertje en moedertje aan het spelen was in het schuurtje moest giechelen toen ze de man zag. Het was komisch om te zien hoe hij met die grote laarzen van hem door de tuin stuiterde. Maar toen ze aan Pa's gezicht zag dat die het niet grappig vond sloeg ze snel haar hand voor haar mond om het gegiechel te smoren.
Pa had staan praten met vrouw Nieboer die de tuin naast die van hun bezig was met aardappels, tot hij de soldaat zag. Annie wist wel zeker dat hij gevloekt had –  dat mocht niet van Moe, maar ook dat vond ze eigenlijk wel grappig. Pa was altijd beschaamd als hij had gevloekt en leek dan net een kleine jongen. Haar grote stoere Pa!! De soldaat lette helemaal niet op waar hij liep, hij leek alleen het konijn te zien maar was veel te onhandig om die te kunnen vangen.
 
Pa was niet onhandig.
 
cb4d445278847e8c537375bb2cd8a20dT29ybG9n

Annie zag hoe hij zijn jasje, die over het hek hing, greep en die als een net over het konijn gooide. Daarna nam hij een snoekduik en sprong op het spartelende beest. Het konijn bewoog niet meer toen hij het aan de soldaat gaf. Pa was vroeger voor hij met Moe trouwde boer geweest dus hij wist hoe hij dat moest doen. Annie wilde er liever niet over nadenken wat hij had gedaan, maar ze wist dat hij dood was.
De soldaat was blij geweest, had Pa zijn hand geschud als of het de pomp bij de ingang van de tuinen was. Annie vond het altijd leuk om daarmee te spelen en het frisse water te drinken. Het was veel lekkerder dan het water uit de kraan thuis. Dat smaakte naar ijzer.
 
“Ik kon die vent toch niet al onze groente laten vertrappen met die laarzen van hem.” mompelde Pa later tegen de vrouw met wie hij had gepraat. “Daar moeten mijn kinderen de hele winter nog van eten!”
Vrouw Nieboer knikte wijs, ze was het er mee eens dat Pa niets anders had gekund. Haar aardappels waren ook in gevaar geweest. Annie vond het wel een beetje zielig voor het konijn. Thea ook, en die voegde eraan toe dat het lekker was geweest. Maar dat bedoelde Annie niet en dat wist Thea ook wel.
 
Het angstige gebeurde een paar dagen later. Het was avond en al donker. Liesje en Harrie lagen al te slapen maar Annie mocht nog even opblijven omdat ze met Thea en Pa aan het ganzenborden was.  Plotseling had Thea opgekeken van een geluid van uit het portiek. Stampende laarzen op de betonnen trappen.
“Moffen” siste ze tussen haar tanden door. Annie zag hoe haar grote zus van Pa naar Moe keek. Die waren bleek geworden.

“Misschien komen ze niet hier.” zei Moe nog. Ze was nog maar net uitgesproken of er werd op de deur gebonkt. De soldaten belden nooit aan.
“Niet opendoen” zei Moe geschrokken.
Maar Pa was al opgestaan. Thea ook, die had razendsnel de radio verborgen. Nederlanders mochten geen radio hebben, wist Annie. Ze had er een keer naar gevraagd waarom niet en Thea had haar schouders opgehaald en gezegd dat ze niet naar de koningin mochten luisteren als die een toespraak hield.
Het was een stomme reden, en bijna iedereen had wel ergens een radio verborgen.
Een soldaat kwam de kamer een, zijn geweer dreigend op Pa gericht en hij wilde iets snauwen. Dat zag Annie aan zijn mond.  Maar toen klaarde zijn gezicht op en brak er een grote glimlach door. “Freund!” riep hij terwijl een grote hand op Pa's schouder dreunde “Kanichen schmeckte gut!!” als om zijn woorden kracht bij te zetten wreef hij over zijn buik en likte zijn lippen af.
Het geweer was gezakt en wees naar de vloer.
 
d9dd7c6682a2bcf7f2506ec00fe0596aMDEyLTAw

“Freund” zei hij nog een keer, hij wees naar het raam waar de verduisteringsgordijnen hingen “Ich sah Licht” zei hij daarna en hij legde zijn vingers op de lippen. Hij zei nog meer maar dat begreep Annie niet.
Thea wel, die ging snel naar de gordijnen om die goed dicht te doen. De soldaat knikte haar toe en knipoogde naar Annie.
 
Het was een tijd lang stil, zelfs nadat de soldaat verdwenen was. Annie snapte niet waarom Moe moest huilen en Thea haar armen om Pa heen sloeg.
“Dat was op het nippertje” zei die na een paar minuten. Zijn stem was schor.
 
Het was weer Thea die alles uitlegde. Later toen ze Annie naar bed bracht vertelde ze dat als de gordijnen niet goed dicht waren de Engelse bommenwerpers dat misschien wel konden zien en zo hun weg over Nederland konden vinden om naar Duitsland te vliegen. Het was daarom verboden dat er van buiten te zien was dat er binnen licht brandde. Annie wist dat allemaal wel. Dat was altijd al zo geweest. Ze begreep alleen niet waarom Moe had moeten huilen. Thea had op haar onderlip gebeten. Dat deed ze altijd als ze aarzelde of ze iets wel moest vertellen. Ze deed het toch en zei:
“Omdat die soldaat Pa misschien wel dood had willen schieten. Een andere soldaat had Pa vast en zeker meegenomen en dan hadden we hem misschien wel nooit meer gezien.”
 
Toen vond Annie het helemaal niet zielig meer voor het konijn. Als hij Pa's leven had gered was het maar goed dat de soldaat hem had opgegeten.
930b6d560655f3c94a90a19ae2c04e92R3Jvbmlu
 

Groningen in de Tweede Wereldoorlog


Dit verhaal komt is gebasseerd op echte gebeurtenissen en zijn de herrinneringen van mijn moeder. Zij is de Annie in het verhaal en het zijn haar ervaringen van de Tweede Wereldoorlog. Ze was 5 toen die begon, dus keek er met kinderogen naar.
Het gezin is een beetje aangepast. Er mist een zus en de namen zijn anders. De Thea in het verhaal is mijn tante Dora, die al was ze nog geen 15 toen de oorlog begon in het verzet heeft gezeten. Ze was koerier.

Annelies Vijlbrief. 2014

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Deze had ik gemist, kom er bij toeval op.
Ik sluit mij aan bij de andere dames..., een eer om mijn verhaal tussen al de andere mooie verhalen te zien staan.
Ik sluit me bij Ingrid aan dat ik me ook vereerd voel. Ook al weet ik heel goed dat ons werk er in hoort.
Ik voel me zeer vereerd om in deze selectie met mijn collega schrijfsters te staan.
jullie horen er allemaal in te staan en dat is gebeurd..