Twee doden, een uitzichtloze situatie, een bankenunie en nationale rouw.

Door Neerslag gepubliceerd op Friday 20 June 15:50

En dan wordt je wakker op 5 januari. De nacht ervoor stond in het teken van Duitse krimi’s en duurde derhalve tot aan het ochtendgloren. Het ongemerkt verstrijken van de ochtend komt mede door de donkere wolken en de waterige nevel die de heuveltop waarop we wonen onttrekken van de rest van het landschap. Na een nacht van blote rondborstige dames die hun chat kwaliteiten aanbieden via reclameblokken die net zolang duren als de episodes van “Lasko, die fausten von God”, waarin een Duitse monnik, met de vaardigheden van Bruce Lee, menige ontvoering, diefstal en moord oplost, blijkt de compensatie voor het nachtbraken tot 11 uur te duren. Het ontwaken gaat gepaard met een bericht op de radio. Drie dagen van nationale rouw. Wie is er dood, wat is er gebeurd? Is de president vermoord? Is Lissabon weer verwoest door een aardbeving? Is Portugal Failliet? De Portugese verslaggever spreekt in een tempo waarin het voor een half-wakker brein onmogelijk is om synchroon te vertalen, laat staan te begrijpen.

We doen, wat we meestal doen, als de nieuwsgierigheid het wint van de onverschilligheid. Koffie, sigaretje en achter de laptop om uit te vogelen, wat er aan de hand is. Het valt mee. Er blijkt een voetballer dood te zijn. Nee, geen Portugees maar ene Eusébio da Silva Ferreira uit Mozambique. De Portugezen schijnen deze man, product van hun koloniale verleden, hebben ingelijfd als nationale volksheld. De televisie, de internetsites, Twitter en Facebook lopen over met fabuleuze feiten over deze voetballer. Zo scoorde hij 733 keer in 745 wedstrijden. Volgens de Portugese voetbalkenners was hij net zo goed, of misschien wel beter, dan Cruijff, Maradona en Pelé, in wat voor belangrijks ze dan ook gepresteerd hebben. Voor ‘zijn’ club Benfica scoorde hij van 1960 tot 1975 ruim één keer per wedstrijd: 317 keer in 301 wedstrijden en dat schijnt een geweldige prestatie te zijn die de wereld heeft veranderd.

Gisteren galmden de klokken van de basiliek door het dal. Een dorpsbewoner had de moed, na 85 jaar, tot leven opgegeven. Een simpel papiertje met een aankondiging van de begrafenis werd op de deur gespijkerd, in het café verzamelden de oude kereltjes die op zonnige dagen het bankje voor de kerk bezet houden, om een aquadente* te nemen op hun overleden kompaan. Zijn nazaten zijn geïnformeerd en kunnen hopelijk op tijd in hun geboortedorp zijn om de teraardebestelling bij te wonen, want die is volgens de traditie al morgen. Het is 2014 en je kunt je maar moeilijk voorstellen dat de overledene nooit de luxe van een inpandig toilet of badkamer met warm water heeft gekend. Maar toch is dat hoe hij zijn leven leidde. Eén spaarlampje boven de tafel, geen TV of koelkast, geen verwarming. Slechts een hout gestookt fornuis, dat tevens dienst deed als bron voor wat warmte en heet water, zo’n stukje nostalgie dat tegenwoordig niet mag ontbreken in de kookbeleving van een moderne keuken en derhalve naast de inductiekookplaat ongebruikt staat te pronken. Nee, geen 3 dagen van gemeentelijke rouw voor hem, sterker nog het lijkt een opluchting, een bevrijding en een oplossing voor ophanden staande problemen. Je moet dood gaan voordat je echt hulpbehoevend wordt, zeker in een land waar verzorgingshuizen een zeldzaamheid zijn en voor minder bedeelden sowieso onbetaalbaar. Het zorgen voor je ouders lijkt een verdwijnende traditie. Niet omdat de kinderen die verantwoording niet willen dragen, maar gewoon door het gebrek aan financiële middelen. Overleven gaat in de huidige economie alleen als beide ouders samen 3 baantjes hebben, een hulpbehoevende oudere is een belasting die, zonder hulp van buiten, niet te verhapstukken is. Mantelzorg noemen ze dat in Nederland, maar hier, op het platteland van Portugal, is het al een luxe om een hemd te dragen.

Eenzame ouderen sterven letterlijk een hongerdood, de armste gezinnen halen hun ouders in huis om hun inkomen aan te sterken met de 135 euro AOW. Af en toe wordt er een demente bejaarde bevrijdt uit een vergrendeld donker achterkamertje waar ze moeten vertoeven zolang de kinderen naar hun onderbetaalde werk zijn. Mensonterende situaties. De burgemeester van Porto was vorig jaar al in juni door zijn ondersteuningsbudget heen voor de armen. Menigeen onderneemt een pelgrimage naar Fatima, maar daar komen ze slechts opgehoopte Katholieke rijkdom tegen.

Portugal heeft drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Niet voor al die slachtoffers van de uitzichtloze situatie veroorzaakt door criminele bankiers. Niet voor die oude man die eenzaam stierf in zijn koude huisje. Niet voor die kinderen die met een lege maag naar school gaan. Niet voor die gezinnen die hun elektriciteitsrekening voor zich uitschuiven omdat het nu eenmaal kiezen is tussen voedsel en warmte. Nee, drie dagen van nationale rouw voor een voetballer uit de voormalige kolonie Mozambique, die bij toeval gezegend was met een talent en een held werd in het Stadion van het Licht. Dat het voor de “as aguias” een verlies is mag zo zijn, maar nationale rouw?

Portugal doet het goed, met het begrotingstekort gaat de goede kant op, Europa is tevreden. Maar wat als de Europese bankenunie werkelijkheid wordt? Plotseling staat de Portugese samenleving ook garant voor andere banken in Europa. Hoeveel dagen van Nationale Rouw zullen er worden afgekondigd als er voor de zoveelste keer een Nederlandse bank gered moet worden?

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.