De nachtvlinder van Montpellier

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Thursday 12 June 19:32

Strafwerk. Alweer! Dan maar weer een verhaaltje. Een verhaal in een fantasiewereld die langzaam meer vorm krijgt...

 

De nachtvlinder van Montpellier

 

afd74c90ea2aa199565fc6a6051e638f_1402594
 

Ik huil zonder tranen. Ik kan niet anders. Zo lang ik me kan herinneren doe ik het al zo. Mijn gezicht laat alle pijn, verdriet en smart zien die ik voel, mijn lichaam schokt, maar er is geen geluid en mijn ogen blijven droog. Mijn bronnen lijken al eeuwen opgedroogd. Toch voel ik ze ineens weer, sinds vandaag. Golvend beuken ze tegen mijn eigen opgeworpen dijken. Ik kan ze nog tegenhouden, maar voor hoe lang?

Ik staar in het kampvuur. We bivakkeren in een bos, ver van de weg. De dichtstbijzijnde herberg is nog een halve dag hier vandaan. Het is zomer, dus het gevaar van wolven is niet groot. Het vuur zal ze op afstand houden. Rondtrekkende roversbendes zijn gevaarlijker. Maar wat kunnen zij met me doen dat al niet zo vaak gedaan is? Ik voel geen angst. Dan nemen ze me maar, dan vermoorden ze me maar. Het kan me eigenlijk niet zoveel meer schelen.

9f3a42aedd982a6d777138120752579d_1402594

Heel stil zit hij tegenover me. Hij kijkt me aan met zijn indringende donkere ogen. Anders dan andere mannen. Zijn stem is zacht, rustig en ondanks mijn verdriet moet ik even glimlachen als ik denk aan deze ochtend, toen hij me zag baden in de beek. Ik zie hem nog schrikken en zich afwenden. Zijn schuldgevoel, zijn bijna kinderlijke schaamte. Heel anders dan ik gewend ben, zelfs van mannen zoals hij. Mannen in habijt, in priestergewaden. En natuurlijk de bisschop. Hun woorden veroordelen mij, hun verlekkerde blikken vertellen een heel ander verhaal. En als hun trillende handen over mijn lichaam gaan, zie ik ze in hun ware gedaante. Maar hij is anders. Ik kan het bijna voelen, dat hij een vreselijk geheim met zich draagt. Net zoals mijn geliefde.

aa14d84e2828160450dc87c03fc471de_1402594

De woorden komen met veel moeite. Ik kijk in zijn ogen en voel dat ik hem kan vertrouwen. Ik wil het ook. De angst om te spreken, de angst die me al zo lang in haar greep houdt, brokkelt af. Ik weet niet waarom. Ik begrijp niet wat deze man, deze monnik met me doet. Ik heb mijn verhaal slechts één keer verteld en de gedachte aan wat hem is aangedaan vervult me met een immens verdriet waaraan ik geen uiting kan geven. Telkens als ik aan hem denk, is het alsof hij naast me zit en mijn angst weg probeert te strelen. Nu ook weer. Ik voel zijn aanwezigheid, ik ruik het zweet in mijn kleren, het stof van dagenlang reizen, de geur van het zachte mos waarop ik zit. Ik hoor het zachte ruisen van de wind en het ritselen van bladeren, het knetteren van het hout in ons kampvuur, een uil in de verte. De handen van mijn dode minnaar betasten me vol liefde, of is het de blik van mijn metgezel?

cf4e7e15fb479ed8e51d57a7de4658ea_1402595

“Ik was een jaar of twaalf, in Toulouse”, begin ik weifelend. De herinnering aan het jonge meisje dat ik zo lang geleden was, wordt levend. Ik zie haar en mijn woorden komen los.
“Mijn moeder werd vermoord en ik bleef achter, met mijn jonge broertje.” Ik zie zijn wenkbrauwen omhoog gaan. Het vraagt om een uitleg, ik wil het niet, maar ik moet het vertellen.
“Ze is verbrand als ketter”, zeg ik en ik voel mijn stem haperen. Ik vecht ertegen en probeer zijn blik te ontwijken, omdat ik voel dat de onvermijdelijke afwijzing op de loer ligt. Iedereen in deze streek kent het lot van de Albigenzen. Maar het komt niet. Ik zie hem zijn ogen sluiten en zachtjes knikken. Als hij zijn ogen opent zie ik alleen diep mededogen.
“Je vader?”, vraagt hij heel zacht.
“Heb ik nooit gekend.” Ik slik een paar keer, haal diep adem en ga verder.
“We kwamen terecht in de huishouding van Jacques de Beziers, de bisschop van Carcasonne.” Ik ril bij de gedachte aan zijn grotesk vette lijf en zijn stinkende adem.
“Daar gebeurde het voor het eerst. Ik had geen keuze; het was of ik, of mijn broertje. Twee jaar deed hij alles met me wat zijn perverse geest kon verzinnen.” Ik kijk hem gespannen aan en probeer in zijn ogen zijn reactie te lezen, nu ik een van zijn kerkvorsten heb beschuldigd. Weer zie ik alleen mededogen.

f07a912e6c66a1726ea40e0c970b4fe9_1402595

“Ik was pas vrij toen zijn hart het begaf”, zeg ik afgemeten. Onwillekeurig sla ik een kruisteken, omdat je nou eenmaal geen kwaad spreekt over de doden. Maar hij doet het niet. Ik zie een flauwe glimlach, alsof hij deze speling van het lot goedkeurt.
“Mijn broertje ben ik kwijtgeraakt, ik weet niet waar hij is en of hij nog leeft.” Weer breekt mijn stem.
“Zelf kwam ik terecht in Montpellier. Zonder een sou op zak had ik geen andere keus dan het enige te doen waar ik goed voor ben. In een stad met een haven en een universiteit is het niet zo moeilijk om als nachtvlinder te leven.” Mijn handen vegen fel de tranen weg die ik niet heb.
“Tien jaar...duizenden mannen”, fluister ik. Ik durf hem niet aan te kijken, hij moet me wel veroordelen, het kan niet anders. Een leven in doodzonde, tussen het uitschot, waar ik deel van uitmaak. Harder dan ik wil roep ik: “En ik heb geen berouw, ik heb geen spijt!” Nu durf ik het wel, hem aankijken. Maar de reactie die ik verwacht blijft uit. Mijn keel knijpt samen als ik zijn tedere glimlach zie. Voor het eerst sinds jaren beginnen mijn ogen te branden.
“Maria Magdalena”, fluistert hij. “Ken je haar verhaal?” Ik schud nee. De naam is me vaag bekend.
“Een vrouw zoals jij. En onze Heer ontfermde zich over haar. Hij zag in haar wat ik zo duidelijk in jou zie.” Ik kijk hem stomverbaasd aan.
“Pure schoonheid, Isabeau”, zegt hij resoluut. “Hoe zou ik anders kunnen handelen dan Hij?”
Ik voel mijn lippen trillen en zonder tranen huil ik. Zijn blik laat niet los, hij laat me niet ontsnappen.
“Vertel het me. Vertel over hem om wie je zo treurt.”
Mijn hart klopt in mijn keel. Een golf van angst overspoelt me, omdat ik het niet begrijp. Ik begrijp niet hoe hij dat kan weten. En dan zie ik het, dat hij niet naar mij kijkt als hij die woorden uitspreekt. Hij kijkt naar de plek naast me. Daar waar ik de aanwezigheid voel van mijn dode minnaar. Met de ogen dicht, om mezelf te beschermen begin ik.
“Ik stond onder bescherming van een herbergier in de haven.” Ik glimlach even bij de herinnering.
“Gaston heet hij. Uitschot, een bedrieger, een oplichter, maar voor mij was hij goed. Hij zorgde er voor dat ik alleen klanten kreeg die hij veilig vond. Zelf heeft hij nooit iets bij me geprobeerd.” Ik probeer uit alle macht zijn vieze en vrolijke gelaat te zien, om maar niet te denken aan wat ik zojuist zag.
“Gaston stelde me aan hem voor. Zijn naam heb ik nooit uit kunnen spreken. Bastardo noemde iedereen hem. Hij was een beer van een kerel. Niemand wist wat hij deed, maar ik voelde dat hij een vreselijk geheim meetorste.” Ik huil in stilte bij de gedachte aan hem. Aan de afschuwelijke dingen die ze met hem deden.
“Zijn ogen leken al het leed en verdriet van de wereld uit te stralen. Nog nooit was een man zo teder met me. Bij hem was ik veilig. Voor het eerst was daar een man die mij nodig had. Meer dan alleen maar voor één nacht. Ik voelde dat hij van me hield, maar ik durfde er niet over te praten.” Mijn stem breekt opnieuw en ik kan niet verder.

df0186f6412943abd72dad92ba54c2c5_1402595

“Wat was het, dat alles voor je veranderde?”
“Twee weken geleden hebben ze hem vermoord. Ik heb er niet naar kunnen kijken, maar ik heb zijn doodskreten gehoord. Urenlang.” Ineens zie ik mijn metgezel knikken. Hij weet het.
“De beul van Montpellier. Ik begrijp het. De beul met genade, de Voeler! En jij hield van hem.” Ik knik, het duurt een tijd voordat ik verder kan.
“Ik moest wel vluchten. Het liefje van een beul, het liefje van een Voeler. Ik was mijn leven niet meer zeker. Elk moment verwachtte ik dat ze mij zouden oppakken. Een nachtvlinder, een gevallen vrouw en waarschijnlijk een heks, hoe mooi kan je het krijgen?” Ik spuug de woorden uit. “Gaston heeft me de stad uit gesmokkeld.”
“Ik snap het. Zo denken ze inderdaad. En hij zeker!” Hij sist de woorden fel tussen zijn tanden.
“Hij?”
“Geoffrey de Villefort. De inquisiteur. Ik ken hem, helaas. Onze paden hebben elkaar eerder gekruist.” Ik verbaas me om de haat die uit zijn woorden spreekt. Hij lacht me even toe, het vertelt me dat hij me nooit zal verraden. Dat ik bij hem veilig ben. Ik wil het zo graag van hem horen, maar ik durf de woorden niet uit te spreken. Hij lijkt het te zien. Hij glimlacht naar me, maar dan verandert zijn blik. Donker, ernstig, dreigend, bijna.
“ Je hield dus van een Voeler. En je draagt zijn kind, Isabeau.”

40a7b1b6ccf27cdb448382114c7cef84_1402595

Ik kan geen woorden uitbrengen. Ik staar angstig naar zijn strenge gezicht, dat langzaam heel zachtaardig wordt. “Ik voel het”, fluistert hij me toe. Ik ril over mijn hele lichaam. Ik begrijp het, wat het geheim is dat mijn metgezel met zich draagt. Het valt me nu pas op, dat zijn donkere ogen zo lijken op die van mijn dode minnaar. Hij knikt, als teken dat hij snapt dat ik het door heb en dat hij zijn verhaal aan mij toe zal vertrouwen. Maar nu nog niet; hij richt zijn blik op de plek naast me.
“Ik neem haar onder mijn hoede. Bij mij is ze veilig. Ik zal haar beschermen. Vade retro! Requiescas in pacem!” Een liefdevolle glimlach, als een heiligenbeeld. En hij maakt een kruisteken. Ik voel het. Mijn dode minnaar is verdwenen. Hij heeft vrede gevonden. Eindelijk gebeurt het. Het overspoelt me, mijn dijken breken door en mijn tranen laat ik vloeien. Sussend neemt mijn metgezel me in zijn armen.

7ee378c7a685ac1f0d0f26c99e959e42_1402596

De volgende ochtend loop ik naar de beek. De zon schijnt, het wordt een mooie warme dag. Ik kijk naar mijn spiegelbeeld in het water. Ik zie het meisje dat ik ooit was. Haar blik is veranderd. Niet meer droevig, zonder hoop. Boven het wateroppervlak zwermen vlinders. Dagvlinders, in schitterende kleuren. Mijn metgezel steekt zijn hand uit en ze komen op hem toe en nestelen zich in zijn handpalm. Het verbaast me niet eens dat hij dit kan. Hij lacht en knipoogt naar me en laat ze vliegen.
“Je broertje leeft”, zegt hij zacht.
“Jij voelt het?”, vraag ik. Hij knikt bevestigend. Hij steekt zijn hand naar me uit. “Kom, Isabeau, we hebben een lange weg te gaan.”
Ik voel de zon op mijn gezicht, ik zie de vlinders verdwijnen in de verte. Ik wrijf zachtjes over mijn buik en weet dat mijn nieuwe leven is begonnen.

cace92ca4c4014f8e4f093c95a4e44fe_1402597

Nawoord

Dit verhaal speelt zich af in fictieve Middeleeuwen, waarin al het Middeleeuws bijgeloof waar is. Er zijn daar inderdaad heksen en demonen. Onze wereld, maar toch niet helemaal. Ik schreef al eerder twee verhalen in dit "universum". Wil je het lezen? Dat mag, graag zelfs! Hou er wel rekening mee dat de Bastaard van Byzantium niet geschikt is voor tere zieltjes. Het is wel het verhaal dat hier chronologisch aan vooraf gaat.
Een andere verhaallijn schreef ik ook als strafwerkopdracht. De oorsprong van de "Voelers", met de titel Schimmige liefde
Het bovenstaande verhaal is slechts een uittreksel van wat het moet worden. Als los verhaal voldoet het niet, ik vind het te kort, het mist beschrijvingen en er mag wat meer drama en opbouw in. Maar ik wilde het niet te lang maken.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (52) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Hoe meer ik van deze wereld lees, hoe meer ik wil dat jij die wereld in een roman voor ons beschrijft. :)

Je wil graag eerlijke kritiek, dus geef ik die.

Dit verhaal vind ik niet zo goed als de eerdere twee verhalen. Het mist iets. Ik vind het moeilijk om het uit te leggen. Het zit goed in elkaar, haar angst is voelbaar, en de link met de beul van Montpellier is mooi.
Waarom vind ik het dan toch niet zo goed?
Ik denk, kan ook een kwestie zijn van smaak, omdat je hier voor de eerste keer in deze wereld vooral over liefde (en het gebrek daaraan) schrijft. De vorige verhalen waren ronduit duister. Deze minder.
Wanneer zij over haar minnaar vertelt, ergert het mij. Ze is een sterke vrouw, te oordelen naar haar verleden, maar ze vertelt het als een hopeloos romantische vrouw.
Misschien overdrijf ik, maar er is iets dat ontbreekt aan dit verhaal wat de eerdere hadden. Misschien iets aan de monnik?

Ik kan het je helaas niet duidelijker zeggen wat ik bedoel.

Maar je blijft mij wel nieuwsgierig maken naar die donkere wereld.
Ik denk dat ik je begrijp, want ik erger me ergens ook hieraan.
Dit hele verhaal moet opnieuw, meer duister en langer. Voor het eerst vertelt ze haar levensverhaal en dat doe je niet in één sessie.
Ik zie haar als sterk door het continue overleven dat ze deed, maar ook als romantisch, want overleven zonder hoop, dat had ze niet volgehouden. Haar karakter is in mijn hoofd nog in ontwikkeling dus de kans is heel groot dat ik het ingrijpend ga herschrijven.
Ook de rol van de monnik komt onvoldoende uit de verf.

Het is gewoon een eerste schets, laat ik het daar maar op houden.
Dat is het misschien dat mij stoorde. Dat ze opeens haar gehele levensverhaal uit de doeken deed.

Ik dacht zelfs even dat de monnik haar broer was.

Mag ik je vragen wanneer je denkt je boek te gaan schrijven? Je hebt je alvast van een lezer verzekerd. :)
Heel mooi invoelend verhaal. Ik zou het zelf geschreven willen hebben :)
Meen je dat nou serieus? Heel mooi compliment, dat zonder meer.
Trouwens, je weet toch wel dat de smurfenverhalen zich ook in de Middeleeuwen afspelen?
Kan ik me nog herinneren uit de tijd dat ik als klein jochie een abonnement op de Sjors had. ;-)
Voor een kort verhaal vertelt het veel en wat er niet in staat laat zich voelen. Ik voel me vaak nog onzeker over mijn eigen verhalen en als ik dan zo'n verhaal lees dat voor een opdracht 'even' is geschreven...

Ach ja, de Blue Ages ik weet het nog goed ;)
**maakt buiging**
Ik herinner me met veel plezier "Johan en Pirrewiet en de fluit met de zes smurfen". Blue Ages, those were the days. ;-)
Ja dat was een leuke kennismaking :)
En Pirrewiet die dan denkt onze taal te begrijpen: ‘Ik wil zo graag een smurf met een beetje smurf want ik heb zo’n smurf.’
‘Een smurf?’
‘Een smurf?’
‘Een smurf?’
Je weet hoeveel ik van historische verhalen houd, maar ik ben wel kieskeurig daarin. Het moet zo geschreven zijn dat het me mee zuigt het verhaal in. En dat kun jij! Ik heb je al vaker verteld dat je talent hebt, maar in deze verhalen komt dat naar mijn mening heel duidelijk naar voren. Het is beeldend, typerend en gevoelig.
Dus, het is helemaal niet positief als jij er vier goed hebt! ;)
Echt? Hou jij van historische verhalen? :P
Weet je, ik zit nu al twee weken in een schrijfdip en zelf ben ik hier niet tevreden over. Als ik het vergelijk met het verhaal over de beul, dan vind ik dat laatste stukken beter geschreven. In dit stuk ben ik niet zo kapot van mijn eigen schrijfstijl.

Ooit ga ik een nieuwere versie maken, meer uitgebreid, meer "historie" ook. ;-)
Ik ben op zoek naar goede bronnen over het leven in de Middeleeuwen, vooral Frankrijk in de Middeleeuwen. :-)

Niet positief als ik er vier goed heb? Je gunt me ook niks! :P
;) Je bent ongelooflijk streng voor jezelf, maar ik ben de laatste om te zeggen dat dat 'slecht' is. Dit stuk komt anders over dan het verhaal over de beul, maar het ís ook een ander verhaal. Er heerst een andere sfeer, maar die doet wat mij betreft niet onder voor die van de beul.

Frankrijk in de middeleeuwen (groene spelling) - praat me er niet van. ;) Maar je hebt gelijk, dat is interessant. De middeleeuwen interesseren mij, de periode vlak erna ook. ;)

Wat dat betreft ben ik erg egoïstisch inderdaad. :P
Streng is niet slecht, maar laten we beiden maar niet overdrijven. ;-)
Ik ben juist niet helemaal tevreden over deze sfeer. Ik ga hier vast nog vaker mee stoeien. :-)

:P Officieel hoor ik natuurlijk de groene spelling te volgen, maar ik vind de witte spelling écht veel mooier.

Als ik die van vandaag goed heb, kunnen we samen een paar hele leuke strafjes verzinnen. Dat heeft toch iets positiefs, ook al is het maar heel klein? ;-)
Goed bezig Edwin. De titel is subliem, het verhaal sterk, de meeste afbeeldingen passen echter niet in het geheel, en werken eerder storend. Voor de rest zou ik zeggen, kom maar op met het vervolg!
Het was inderdaad moeilijk om passende plaatjes te vinden. Eentje was verplicht, vanwege het "strafwerk".
Ik ben al bezig met een stuk over de hoofdpersoon. Toevallig het eerste verhaal dat ik in 2011 schreef voor een schrijfwedstrijd (Fantasystrijd Brugge), maar waar ik geen best resultaat mee haalde. Die moet dus over... :-)
Ik vond het spannend om te lezen, ik hou wel van deze genre, mooi
Dankjewel! Ik hou zelf ook van historische verhalen en
Fantasy. Vind het alleen verrekte moeilijk om iets origineels te verzinnen.
Ik kijk uit naar het vervolg, nou je hebt het uitstekend gedaan, het lijkt wel een echt verhaal
Een hoopvol begin. Haar broertje leeft nog. Is het haar metgezel?
Nope. De metgezel is de hoofdpersoon. Even een tipje van de sluier. Een monnik met een identiteitsprobleem. Omdat hij ook een heks is. ;-)
okee, vond het ook te voorspelbaar en dat ben je normaal niet. Dat hij een heks of zoiets was, werd wel duidelijk volgens mij. Je moet er mee doorgaan, dit is zo'n wereld waar ik meer van wil weten.
Mooi verhaal en ik ben het volkomen eens met je nawoord, er moet heel wat meer over verteld worden. Ik hoop datje dat gaat doen ook.
Ik ben het wel van plan, maar het wordt een hele klus. Ik weet te weinig van de Middeleeuwen. Ach, ik leer snel... :-)
Ik heb zelf al gemerkt dat het inderdaad niet niks is om een goed vervolgverhaal te schrijven. Gelukkig speelt de mijne in het heden met flashbacks naar de jaren tachtig dus weet ik er nog best wel wat van. Toch moet ik ook nog heel wat na zoeken. ;)
Ik moet nog steeds de tijd nemen om je verhaal te volgen. Ik ben vreselijk wat dat betreft... :-(
maakt niet uit ik vind het al heel wat dat je het wilt lezen. ( Kan mijn eigen onzekerheid zijn)