H7 Omgevingsaspecten (windturbine)

Door Niels_1 gepubliceerd op Tuesday 10 June 17:27

Een kleine inleiding van deze zilla vindt u hier.

7                           Omgevingsaspecten

7.1                    Industrie

Een industriële omgeving is zeer geschikt voor het plaatsen van windmolens. Een groot voordeel is dat de opgewekte energie onmiddellijk kan gebruikt worden in de omliggende bedrijven. Hierdoor zullen hun energiekosten dalen.

Ondanks dit voordeel zal het plaatsen van een windturbine, op of langs industrieterreinen, economisch overwogen moeten worden. De windturbines kunnen namelijk eventuele uitbreidingen of toekomstige bedrijfsgebouwen in de omgeving beperken.

 

7.2                    Landbouw

Het gebruik van landbouwgronden wordt nauwelijks beperkt. De windturbines hebben namelijk geen invloed op vee en gewassen. Ook zal eventuele geurhinder rond bepaalde bedrijven niet verder verspreid worden door de windturbines.

Wanneer er serres in de omgeving aanwezig zijn, moet hier wel extra rekening mee gehouden worden. Hier moet namelijk onderzocht worden of de slagschaduw voor problemen kan zorgen.

 

7.3                    Wonen

Er moet veel aandacht geschonken worden aan buurtbewoners die in de buurt van de windturbines wonen. Het wooncomfort kan door een windturbine verslechteren. Dit kan komen door geluidshinder, visuele hinder, slagschaduw, lichtbebakening… Dit alles dient in een rapport vermeld te worden.

De hinder van een windturbine kan verschillen afhankelijk van de ligging van de windturbine en afhankelijk van hoe de buurtbewoners omgaan met de hinder van de windturbine.

 

7.4                    Storingen op radarsignalen en                                               telecommunicatie

Met de militaire en burgerluchtvaart moet natuurlijk ook rekening gehouden worden. Dit betekent dat er rekening gehouden moet worden met nabijgelegen luchthavens, en met bijvoorbeeld radarinstallaties. Hierdoor kunnen er hoogtebeperkingen opgelegd worden. Er moet ook gedacht worden aan de effecten van de lichtbebakening op de omwonenden en de omgeving.

7e65fcb9394030fdbdc5f1b887724577_1402416

Figuur 73: Lichtbebakening windturbines Maasmechelen

 

Omdat er ook storingen kunnen veroorzaakt worden door windturbines op computerbesturingssystemen en/of televisiesignalen, moet er een minimale afstand gehouden worden van bedrijven, huizen… Deze afstand is gemiddeld 150m, afhankelijk van de grootte van de windturbine.

 

7.5                    Veiligheid

Om gevaarlijke situaties te voorkomen en om de omgeving en buurtbewoners te beschermen worden er hoge kwaliteits- en veiligheidseisen aan kleine windturbines gesteld. Kleine windturbines kunnen namelijk op veel plaatsen en op gebouwen of constructies geplaatst worden. Deze kleine windturbines moeten voldoen aan de norm IEC 61400-2.

Alle windturbines moeten tegenwoordig ook uitgerust zijn met een remsysteem, online controlesysteem, bliksembeveiliging en ijsdetectiesysteem.

 

7.6                    Vogels

Door visuele storing en geluidsstoring kunnen verschillende diersoorten verjaagd worden. Hierdoor moet men een onderzoek laten plaatsvinden om na te gaan in welke mate de broedvogelpopulatie verstoord kan worden. Wanneer men hier geen rekening mee houdt, kunnen dezen factoren ernstig verstoord worden.

 De storingsgraad is afhankelijk van het soort vogels, het seizoen, het operationeel zijn van de windturbine, de achtergrond van de turbine en de mate van horizonvervuiling. Er zijn namelijk meer slachtoffers bij een donkere achtergrond. En ook het broeden in de omgeving van een windturbine kan verstoord worden.

8480e97ca467b33de8563a095e63410c_1402416

Figuur 74: Zwerm vogels

Doordat een windturbine het welzijn van vogels kan verstoren moeten er strenge regels zijn in verband met het plaatsen van een windturbine. Deze regels zullen nog strenger zijn wanneer men een windturbine wil plaatsen in de buurt van een beschermde zone. De projectleider moet hierdoor ook kunnen aantonen dat de windturbine de leefgewoontes van de vogels niet zal verstoren.

f1cb4896a31e5ae75a1890dfcff63d47_1402416

Figuur 75: Vogelatlas Vlaanderen (uitsnede)

Deze regels zijn goed opgevolgd bij het plaatsen van de windmolens in Lanaken:

“Het windmolenpark is gelegen op 2 800 meter ven een vogelrichtlijn gebied en op 700 meter van een habitatrichtlijngebied. De afstand tot het dichtbij zijnde natuurgebied is 800 meter. Volgens de omzendbrief dienen volgende afstanden gehanteerd te worden:

Minimum 250 meter van het rotorblad tot natuurgebieden, omdat binnen deze straal de zwaarste verstoring optreedt.

Minimum 500 tot 700 meter in geval van specifieke beschermingsgebieden en/of vogelsoorten en/of nabijheid van beschermde habitats.

De site voldoet aan deze afstandsregel, waardoor er weinig hinder te verwachten is voor de natuurwaarden in de omgeving.”

Bron: Milieuvergunning betreffende de 4 windmolens te Lanaken, Milieuvergunning, 28 oktober 2003.

 

Ondanks deze regels zullen er altijd nog vogels zijn die zich te pletter vliegen tegen een turbine of tegen de wieken van de turbine. Dit blijkt ook uit een studie die het Vlaams Gewest heeft laten uitvoeren.

93378b7691c2bda3d7825b9d8cee867b_1402416

Figuur 76: Dode vogels door windturbine

Uit deze studie kan het besluit getrokken worden dat relatief veel vogels zich tegen de turbine te pletter kunnen vliegen, dit gebeurd voornamelijk bij turbines die in de vliegroutes van de vogels staan. Het risico is ook groter ’s nachts of bij schemerig en slecht weer, toch kan men beter geen lichtbakens plaatsen omdat dit de vogels vaak net aantrekt. Soms verft men wel de tippen van de rotorbladen rood, dit is te zien bij de windmolens in Maasmechelen.

De hoeveelheid slachtoffers per windturbine kan oplopen van 0 tot 125 vogels. Dit zijn dan niet zozeer de trekvogels maar wel de vogels die dagelijks op lage hoogte vliegen. Om een vergelijking te maken: er sterven veel meer vogels door het verkeer dan wanneer ze tegen de hoogspanningslijnen vliegen.

 

Men kan dus besluiten dat wanneer men rekening houdt met de trekroutes, de broedplaatsen… dat vogels weinig tot geen last ondervinden van de windturbines.

 

7.6.1               Risicoklassen

Het INBO[1] geeft algemene aanbevelingen en mogelijkheden met de nodige stappen voor het plaatsen van windturbines, dit in verband met de risico’s voor vogels en vleermuizen bij geplande windturbines in Vlaanderen. Deze aanbevelingen worden in risicoklassen opgedeeld van 0 tot 3. De informatie voor het bepalen van de risicoklasse is te vinden in een risicoatlas.

 

  • risicoklasse 0 = laag risico of geen informatie

Wanneer een windturbine deze risicoklasse krijgt, betekent dit dat het risico van deze windturbine relatief beperkt zal blijven.

  • risicoklasse 1 = mogelijk risico

Deze risicoklasse houdt in dat er een mogelijk risico is op lokaal, gewestelijk of internationaal niveau, afhankelijk van het gebied. Wanneer men in een gebied met risicoklasse 1 een windturbine wil plaatsen zal men met bepaalde voorwaarden rekening moeten houden.

  • risicoklasse 2 = risico

De gebieden met risicoklasse 2 zijn in eerste instantie te vermijden voor de inplanting van windturbines. Wanneer men de windturbines bijvoorbeeld aan de rand van deze zones plaatst kan de impact misschien beperkt blijven, afhankelijk van ruimtelijke factoren, soortenrijkdom[2]

  • risicoklasse3 = groot risico

In risicoklasse 3 gebieden bevinden zich gebieden zoals beschermde natuurgebieden… Wanneer een windturbine in deze gebieden wordt geplaatst, zal dit een belangrijke impact hebben op Vlaams of internationaal niveau.

 

 

[1] INBO:                Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

[2] Soortenrijkdom:             Hoeveel verscheidenheid in objecten bevinden zich er rond de windturbine.

 

BRONVERMELDING

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.