Geesjes zoektocht-2

Door Weltevree gepubliceerd op Wednesday 28 May 16:33

Geesje geniet van de zon, gaat vanzelf nog verder terug in de tijd waarin het allemaal begon. Zijn achterban vertelde uitstekende verhalen over hem en daarom had ze de stoute schoen aangetrokken. “Let goed op, je bent oud en wijs genoeg,” zei haar moeder nog en zonder vooraf te bellen had ze haar kans waar genomen. Nooit geschoten was immers altijd mis. Op de bonnefooi was ze in de trein gestapt, wat op zich al een spannend avontuur was want ze wilde in de stad met de brug die zo fel bestreden was in de jeugdherberg overnachten. Zonder veel moeite vond ze de Katjesweg en ze had glimlachend in zijn winkel gestaan, die goed verzorgd op haar over kwam. De man in de witte jas achter de kassa was druk. Een stuk of zes klanten stonden in het kleine winkeltje gezellig keuvelend in de rij. Met een mandje aan de arm wachtten ze om af te rekenen. Toen zij als laatste aan de beurt was en hij hoorde waar ze voor kwam, knikte hij tevreden.

“Mooi zo, dat komt goed uit. Middagpauze,” deed hij opgewekt, gaf een hand en draaide de winkeldeur op slot, draaide daar het kaartje om zodat men wist dat De Koning gesloten was.

“Ik heb geen ervaring als winkeljuffrouw,” bekende ze meteen, “maar ik leer snel. Men zegt dat ik behulpzaam ben,  vriendelijk en hoewel van simpele komaf ben ik goed Christelijk opgevoed.” Ze had het zelfverzekerd gezegd, zoals ze dat in de trein wel dertig keer had gerepeteerd. Voortdurend knikkend had hij haar van onder tot boven getaxeerd. Kennelijk beviel het hem wel wat hij zag.

"De verkoop hebt u vast snel onder de knie, want u lijkt me een pientere dame," was mijnheer de Koning positief. Het leek haar wat overdreven want ze wist zelf heel goed dat het platteland in alle toonaarden van haar af straalde. Misschien was ze zelfs wel wat te simpel voor zo’n belangrijke geleerde middenstander. Hij wilde weten wat ze voordien had gedaan en knikte toen ze vertelde na de acht jaar op lagere school diverse 'dienstjes' bij plaatselijke notabelen te hebben gehad, “Daar heb ik goede referenties van bij me, ” zei ze en greep alvast in haar handtas. Mijnheer de Koning had zijn hand echter niet opgehouden om ze te zien. Wel had haar heupen bekeken, als om te beoordelen of ze wel sterk genoeg was voor het zware werk met kratten en zo.

Ach ja, zucht Geesje onder de parasol nu weemoedig en haalt uit de koelkast een nieuw glaasje prik. Wat was ik naïef, een groen blaadje. Had ik maar naar mijn ouders geluisterd. Ze wist dat ze een leuk koppie had gehad, niet overdreven maar innemend. Een goedgevormde voorgevel ook, maar ze zorgde er wel altijd voor dat die niet meteen in het oog sprong. Ze zag hem bijna denken dat ze geen al te doortastende kenau leek en dat vooral haar klantvriendelijke open glimlach hem wel aanstond.
"U bent precies wat ik zoek, " zei hij dan ook al na drie minuten en glimlachte vriendelijke glimogen. Ze was ervan geschrokken. Zo'n wereldse man, die zo snel al tevreden over haar was? Dat beloofde enkel maar goeds, vond ze en dat het meteen klikte had ze zeker niet verwacht. Uiteraard voelde ze zich gevleid, zag haar avontuurlijke aanpak beloond en de getuigschriften die ze bij zich had hoefde ze, dat vond ze wel wat vreemd, niet eens uit haar tas te halen..

"Dat zit wel goed. Zonder een moment te twijfelen neem ik u aan, als… eh… als u het met mij tenminste ook ziet zitten," had hij aarzeling getoond, waardoor de al te happige aanpak meteen weer iets werd afgezwakt. Ze hadden beiden onzeker naar elkaar gelachen. Nu weet ze dat alleen zij onzeker was en dat hij al berekende hoe hij de volgende stappen zetten moest zonder dat zij het door had.

Toch wat onwennig liep ze met hem mee de trap op. Daar was een duistere overloop. Ze stopten voor een klein laddertje dat uit het met golvende platen afgetimmerde plafond stak. Een soort kippenleertje noemde ze het. Hij ging haar gelukkig voor. Ze zou niet weten hoe ze had moeten zeggen dat hij niet onder haar rok mocht kijken. Boven was een hokje. Met een dakraampje, maar zonder deur Het was met hardboard afgescheiden van de niet al te grote donkere onbeschoten zolder. Mijnheer de Koning wees naar het opgemaakte bed plus nachtkastje waarop een kaarsenblaker stond. Zonder kaars. Hij keek trots alsof hij haar een hemelbed aanbood, maar ze zag direct dat het een afdankertje was dat iemand kwijt had gemoeten. Maar ach, dacht ze, zo net na de oorlog is iedereen blij met alles dat nog heel is.  

Wonderlijk hoe al de beelden nu ineens op haar netvlies komen, alsof ze nooit zijn weggeweest. Woordelijk kan ze zich herinneren hoe hij zei: "Kijk, dit is uw kamer, maak het maar gezellig, want ik ben een man, haha, daar heb ik geen verstand van.” Weer ziet ze, alsof het gisteren gebeurde, hoe hij keek. Dat had haar kunnen waarschuwen want het had iets van 'haha, dat loopt gesmeerd'

“Kost en inwoning is gratis en zolang u mijn opdrachten naar tevredenheid uitvoert zullen we het goed met elkaar kunnen vinden," zei mijnheer De Koning vastberaden en trok nogmaals een wat brede lach uit zijn ‘hangwangen' waardoor zijn ogen zachter leken. Althans, zo had zij dat destijds bekeken. De Geesje, die dacht voldoende mensenkennis te hebben. Dat jonge ding, dat de hele wereld aan kon. Geesje, die pienter genoeg was om te weten dat de baantjes na de oorlog niet voor het oprapen lagen. Het meisje dat haar grote liefde was verloren en veel te jong was voor die een, in haar ogen, oude kruidenier.
Het bleek, en dat vond ze toen óók al wat voorbarig, dat hij er op rekende dat ze meteen bleef. In de euforie vergat ze dat ze bedenktijd moest vragen, zoals haar papa haar op het hart had gedrukt. Heel haar onstuimige wezen had van blijdschap gegloeid omdat ze meteen kon beginnen en met een ferme handdruk nam ze de betrekking aan. Aangezien De Koning als één van de weinigen in de buurt al over een telefoon beschikte, kon ze naar de kroeg in haar thuisdorp bellen, vragen of één van hen het heuglijke feit aan haar ouders ging vertellen. 

Ze had een kaars uit de winkel gekregen die gezellig brandde. Het koffertje met wat ondergoed lag onder het bed. De enige reserve jurk hing over haar zondagse, die ze voor de sollicitatie had gedragen, op een knaapje aan de dwarsbalk en soezerig overwoog ze of ze misschien toch eerst met haar ouders had moeten overleggen. “Zij kennen veel mensen in de buurt, weten misschien iets meer over Paterneo de Koning,” fluisterde een stemmetje, maar ze was te blij, hoefde haar ouders, die het niet breed hadden, niet langer tot last te zijn.

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
tja, haar ouders niet raadplegen,!
Dat is nu niet hetgeen een jongere snel doet. Ze weten het wel, maar achteraf blijkt het toch niet een juiste keuze
En veel slechter kon het niet voor geesje
Geesje was inderdaad wat naïef om haar ouders niet te raadplegen, maar ik snap haar wel
Ik snap Geesjes beweegredenen maar al te goed, toch had ze beter naar haar ouders moeten luisteren. Al is dat achteraf gepraat.