Het Grootmeester plan-3

Door Weltevree gepubliceerd op Saturday 24 May 09:21

Gisteren had hij door de lege winkelstraten lopend één en ander van zijn gading gezien. Die maandagochtend, het schemerde nog, vertrok Erneo naar de vernielde binnenstad. Een slappe legerrugzak, die Bernhard hem had geleend, hing aan zijn schouders. Met wat gereedschap dat de jonge vader ook wel even missen kon. Beitel, diverse schroevendraaiers, waterpomptang, hamer plus een paar juten zakken waar ooit aardappels in hadden gezeten. 

Rond zes uur was hij doodvermoeid terug, kon zo aanschuiven om mee te eten terwijl Bernhard en Nora al veel van hun bezittingen hadden ingepakt. Het eten was niet veel soeps, maar een gegeven paard keek hij niet in de bek en zij vroegen enkel of hij succes had gehad, verder niets.
Als God het wilde en het geluk lachte hem nog steeds toe, kostte de inrichting van zijn zaak hem nog minder dan niets, gniffelde hij voor zich heen. In een onbewaakte halve ruïne, alsof het voor hem bestemd was, had het voor hem klaar gestaan. Weliswaar bezaaid met puin, maar dat was geen probleem. Hij had de stellingen provisorisch schoon geveegd, onderzocht hoe de constructie in elkaar zat en stuk voor stuk voorzichtig gedemonteerd. De losse delen lagen nu keurig opgestapeld in het al eerder leeg geroofde magazijn van de delicatessenwinkel, die voor de oorlog van Kolein was geweest. Niemand kon het vanaf de straat zien liggen en Erneo puzzelde nu op het volgende stappenplan.

De hele dinsdagmorgen besteedde hij eraan de wijk aan beide zijden van de rijksweg te onderzoeken. Wie zou zijn potentiële klantenkring worden? Wat voor een soort volk was het? Hoe leefden die lui? Dinsdag’s avonds, na het gezamenlijke voer, een betere naam had hij er niet voor, wilde hij een praatje maken met de jonge buurman die overdag in het leeg staande pand naast het zijne was getrokken. Diens houten handkar met luxe luchtbanden stond nog voor de deur en hij trok met geweld aan hun koperen trekbel, die de Duitsers kennelijk niet mooi genoeg vonden, hadden laten hangen. Hij stelde zich voor aan de jongeman die open deed en Jan de Vledder nodigde hem als nieuwe buurtjes uit voor een kopje koffie, " zodat u meteen kennis kunt maken met mijn vrouw." In de achterkamer, grenzend aan de keuken, zat ze bij de eettafel en breide een baby vestje. Hij zag het in één oogopslag. Ze waren beiden ongeveer zo oud als de de Jongetjes. Jenneke de Vledder -die naam zou hij niet licht vergeten- was in tegenstelling tot de bleke vermagerde Nora de Jong, buitengemeen aantrekkelijk. Op een nette stadse, beschaafde manier. Ze gebaarde glimlachend plaats te nemen. 

Jennie was zich van haar uitstraling bewust, wist dondersgoed welk effect ze op mannen had. Terwijl ze met deinende volle jonge borsten naar de keuken op haar lange benen liep merkte ze hoe de nieuwe buurman haar van top tot teen teen onbeschaamd verlekkerd bekeek. Of hij figuurlijk de maten nam van de prachtig gevormde kuiten die uitmondden in smalle enkels. Ze liet hem loeren. In het spiegeltje naast het fornuis zag ze hoe de buurman ongegeneerd, bijna met open mond, haar achterwerk bestudeerde en onwillekeurig langs zijn lippen likte. Al was het op één of andere manier altijd wel vleiend, met deze man voelde het  anders. Erneo's voortdurende geile loeren benauwde haar. Hij was te druk haar in gedachten te verslinden om te merken hoe zij hem van haar kant ook taxeerde: saaie provinciaal, stijf, gedrongen postuur met lompe onbeholpen bewegingen. Een domme maar in zekere zin toch ook geslepen kop boven een kaal gesleten pak dat glansplekken vertoont en voor de oorlog al uit de mode was.


Ze kende het voordeel van de guitige kuiltjes in haar wangen en de stralende oogopslag, maar toen ze gedrieën om tafel van de hete koffie nipten rilde Jenneke. Het kwam door zijn onaangename handen waarmee hij het gesprek met Jan onderstreepte. Te dikke stompe vingers, rechte korte nagels, die ze bijna over haar rug voelde krabben, maar ze glimlachte vriendelijk terwijl ze vrijpostig naar zijn toekomstplannen vroeg.
"Ach, ik laat dat, met uw welnemen, graag nog even in het midden," deed hij verlegen, wat niet past bij de rest van jouw voorkomen, concludeerde ze.
"want ik wil eerst weten of het haalbaar is. Ik denk wel dat jullie er op de lange termijn van mee zullen profiteren," fluisterde hij mysterieus en toonloos want juist dat werkte meestal nieuwsgierigheid bij mensen op, wist hij. 
Natuurlijk mocht hij de handkar lenen, “want we hebben hem morgen niet nodig en in deze tijd helpt men elkaar. Zeg maar Jan hoor, mijnheer de Koning. Heeft u een klus waarmee ik helpen kan?” was Jan behulpzaam. Erneo schrok, kon geen pottenkijker gebruiken en hij ontkende net iets te vlot, te nadrukkelijk.
“Och, nee zeg, maar heel erg bedankt, buurman. Het is een klein klusje, weet je, dat red ik prima alleen en jullie hebben zelf nog voldoende te doen, neem ik aan?" Hij slurpte snel zijn kopje leeg en nam afscheid, "want ik heb nog veel te doen en wil niet onnodig beslag leggen op jullie tijd," fluisterde hij met een grote glimlach, knikte wereldwijs. Dat wekte altijd wel vertrouwen, wist hij.
"Ouderwets, maar degelijk," vond Jan later en zijn Jennie trok een veelbetekenende grimas.
"Een goede verhouding met de buren betekent niet dat ik het fijn vind om met de ogen uitgekleed te worden," pruttelde ze. Resoluut ruimde ze haar breiwerk op, kroop bij hem op schoot en fluisterde lieve woordjes in zijn nek, daar waar zijn donshaartjes begonnen. "Lieverd, ik vind jou een veel lekkerdere vent," en streek hem daarbij net iets te nadrukkelijk over zijn kruis. Snel daarna doofde het licht in hun eetkamer en Erneo lag ook al in bed om zichzelf met haar beeltenis te verwennen. Hij moest wel heel vroeg op. Het zou doodzonde zijn als iemand hem voor was.

Vijf uur ‘s  morgens duwde hij gehaast Jans handige kar door de schemering over de brug. Het was of de duvel hem op de hielen zat. Eenmaal aan de overkant begreep hij dat het niet lukken zou op deze manier. Hij viel te veel op met zijn verhitte opgewonden kop. De indruk wekken dat het de normaalste zaak was leek hem beter. Hij speelde voor deze klus te zijn ingehuurd en als vanzelf nam hij een andere houding aan. Even later liep hij doodgemoedereerd over het met grote grijze kinderkoppen geplaveide immense marktplein waar niets te beleven was. Hij moest langs de kapotgeschoten grote kerk naar de Koningstraat om bij zijn buit in de tweede zijstraat links te komen. De deur stond daar nog precies zo open als hij hem achter gelaten had en van een eigenaar was nog steeds niets te bekennen. Hij overtuigde zich ervan dat niemand hem zag gaan en reed zijn transportmiddel tot in het magazijn waar hij even op de kar ging zitten en opgelucht zuchtte. Niemand had hem iets gevraagd. Hij at het sneetje brood met spekvet, dat hij van gisteren had bewaard en vond in een ingebouwde kast naast een vergeten rol touw zelfs een metalen geldkistje. Helaas zonder inhoud. Daarna begon hij zijn vangst schoon te poetsen. Op de vloer sorteerde hij de planken en aluminium rekken zo uit dat er zoveel mogelijk van op de kar pasten. Al die tijd werd hij niet gestoord al liepen er zo nu en dan wel mensen langs de winkel. Niemand vroeg hem waar hij mee bezig was of protesteerde toen hij de eerste lading in de ontmantelde winkel met het touw vast sjorde en ermee naar buiten liep. Fluitend duwde hij de veacht vooruit met het uitgestreken gezicht van een man die recht heeft op succes. Hij verwachtte ieder ogenblik op zijn schouders getikt te worden. Door de eigenaar of iemand die het materiaal herkende. Ondertussen verzon hij geweldige smoezen, maar niemand hield hem tegen. Hij leek een vervuilde hardwerkende kruier die voor zijn baas een handeltje dwars door de stad moest rijden. Iedereen was vuil en bestoft, Erneo de Grote viel daar helemaal niet tussen op.

Vervolg

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (7) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Niks mis met gezond opportunisme, maar overdrijven is ook een kunst. :-)
Uitkleden met zijn ogen is ook iets wat hij zijn hele leven lijkt vol te houden...
nee ... helemaal geen man die ik wil ontmoeten
grrr , wat een vervelende vent!!
klopt
Je leert hem steeds beter kennen. Of hij er sympathieker door wordt? Lijkt me niet
Helaas heb ik momenteel weinig tijd om alle verhalen te lezen, maar ik wil je toch even laten weten dat dit weer een fantastisch mooi stuk is!
"Rond zes uur [..] terwijl de jong [...]" Tweede blokje heb je de achternaam zonder hoofdletters geschreven.

De contouren van zijn verleden worden duidelijker en je herkent de man die hij later is. Egoïstisch en opportunistisch. Het valt me nog mee dat hij geen collaborateur was in de oorlog - past in het plaatje, of zie ik dat fout?
In het eerste deel van het Grootmeester plan werd gesproken over zaken die het licht niet konden verdragen, dus het is niet ondenkbaar dat hij ook collaborateur was en je kunt je afvragen waarom hij perse wilde verhuizen, maar ik laat dat aan de fantasie van de lezer over