Samenvatting module 5 hoofdstuk 1: datacommunicatie en netwerken

Door Karin951 gepubliceerd op Wednesday 21 May 16:13

Dit is een samenvatting van module 5 hoofdstuk 1 van de leermethode ‘fundament informatica’.

Redenen waarom bedrijven computers met elkaar verbinden tot netwerken:

  • Hardware kan gezamenlijk gebruikt worden.
  • Software kan gezamenlijk gebruikt worden.
  • Gegevensverzamelingen zijn makkelijker bij te houden.

Systeem- of netwerkbeheerders houden het netwerk draaiende.

Voorbeeld datacommunicatie: (bron) zender --> medium --> (bestemming) ontvanger

Tussen bron en bestemming kan storing optreden.

 

Afkortingen

LAN = Local Area Network --> netwerk over één gebouw of gebouwencomplex

WAN = Wide Area Network --> netwerk over een grotere gebied

MAN = Metropolitan Area Network --> netwerk over een stad

URL = Uniform Resource Locator--> webadres (site)

ARPA = Advanced Research Project Agency --> netwerk die vooral werd gebruikt voor het versturen  van berichten

ISP = Internet Service Provider --> internetaanbieder

FTP = File Transfer Protocol --> bestanden down- en uploaden

GPRS = General Packet Radio Service --> internet op je mobiel mogelijk maken

UMTS = Universal Mobile Telecommunications System --> opvolger van GPRS en word ook wel G3 genoemd

GPS = Global Positioning System --> bepaalt je locatie

 

Er is sprake van een netwerk wanneer er twee of meer computers met elkaar verbonden zijn.

Het internet is een zeer omvangrijk computernetwerk en bestaat al sinds 1970.

 

 Belangrijkste toepassingsmogelijkheiden van het internet 

  • World wide web
  • E-mail
  • Nieuwsgroepen
  • Bestanden downloaden
  • Sociale netwerken
  • Telefoneren

 

Je hebt een webbrowser nodig om over de web te kunnen surfen. Ook heb je een provider nodig, want de provider geeft je toegang tot het internet. Hier betaal je elke maand een bepaald bedrag voor. Wanneer je toegang heb tot het internet beschik je over heel veel informatie, maar niet alle informatie is betrouwbaar. Zo zijn er genoeg subjectieve websites, zoals weblogs. Websites worden niet gecontroleerd, dus je kan van alles zomaar op het internet plaatsen.

 

Een voorbeeld van een webadres is www.zomer.startpagina.nl

nl = top-level domain

startpagina = second-level domain

zomer = third-level domain

 

Spamberichten zijn berichten die je niet wenst te ontvangen.

Je kan een spamfilter installeren, maar dit verlost niet het hele probleem, omdat spammers zoveel mogelijk de criteria van de filters proberen te omzeilen.  Bij het filteren kan er gebruikt worden gemaakt van whitelisting, blacklisting en greylisting. Het nadeel van greylisting is dat de mail hierdoor vertraagd bezorgd wordt zolang de ontvanger onbekend is.

 

Whitelisting: de afzender is vertrouwd

Blacklisting: de afzender moet geblokkeerd worden.

Greylisting: de afzender staat op geen van beide lijsten, waardoor het bericht automatisch geweigerd word, maar de ontvanger onthoudt wel wat er geweigerd is.

In een wiki kunnen webdocumenten gezamenlijk worden bewerkt. Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld wikipedia.

Web 2.0 is een vervolg van het web. Het kenmerk van web 2.0 is dat gebruikers zelf content verzorgen. Dit zijn bijvoorbeeld sites als Facebook en Twitter.

VoIP oftwel Voice Over IP is bellen via het internet. De naam heeft zich te danken aan het feit dat gesprekken via datalijnen gaan op basis van internet protocol.

 

USENET is een nieuwsgroepenservice. Het is ontstaan als een zelfstandig netwerk, maar tegenwoordig wordt het gevormd door duizenden computers op het internet, die elkaar nieuws doorspelen. Het is als het ware een enorme elektronische krant.  De informatie die door gebruikers geplaatst worden blijven niet voor altijd op de site natuurlijk. De tijd dat een bericht beschikbaar blijft heet retentie.

 

P2P = Peer-to-peernetwerk. Dit is een manier om wereldwijd bestanden te downloaden en delen. Voorbeelden van zulke netwerken zijn BitTorrent en FastTrack. Om het netwerk te kunnen gebruiken moet je wel een speciale programma downloaden, zoals uTorrent of Vuze.

 

Een intranet is een soort internet op een bedrijfsnetwerk. Een extranet is een intranet dat ook gebruikt kan worden door een selecte groep derden. Dankzij internet en intranet is het steeds makkelijker om thuis te gaan werken. Dit noemen we telewerken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.