Dansend door het leven (10)

Door Weltevree gepubliceerd op Tuesday 20 May 14:52

Helaas is het dansseizoen afgelopen, maar nu zal blijken of Bert en ik elkaar ook daarbuiten opzoeken, denk ik. Naast een baantje voor de zaterdag en koopavond werk ik me uit de naad aan de laatste opdrachten voor school. Ik kan het mij niet permitteren om te blijven zitten en hard werken geeft de fijne sensatie goed bezig te zijn met de toekomst. Als hij belt zeg dat ik het hem laat weten wanneer ik tijd heb. Bert blijft echter jacht op me maken en zoekt regelmatig contact. De vreselijke kennismaking, mijn uitbarsting daarna, heeft weinig blijvend effect op hem, maar mij zet het aan het denken. Altijd op zoek naar oorzaak, gevolg en mijn eigen aandeel kom ik er niet achter wat zijn vader tegen me heeft en Bert lijkt er wel blij mee dat ik daarna niet meer over het debacle van de kennismaking ben begonnen.

We treffen elkaar in één van de spaarzame momenten die ik vrij ben op een terrasje in de stad.
“Heb jij er geen moeite mee om voor ieder wissewasje je hand op te houden?” vraag ik.
“Nee hoor, ouders moeten voor hun kinderen zorgen, immers.”
“Ja...maar, hoe lang? Jij bent straks twintig en als hij, je vader, jullie nou verwende met liefde en aandacht, maar…die indruk krijg ik niet. In tegendeel. ”
Bert haalt zijn schouders op en vindt dat het allemaal wel meevalt, "want het is mijn eigen zaak, hoor, hoe en wat ik wanneer doe.” 
“Daar heb je natuurlijk gelijk in, maar zolang je ouders jou onderhouden zul jij je alles moeten laten welgevallen. Heb jij helemaal geen zin om je eigen weg te zoeken, de vrije wereld in te gaan?” tracht ik iets van zijn innerlijk te begrijpen.
“Ach, pa is de kwaadste niet. Je moet hem gewoon beter leren kennen.”

Ik ga als middenmoter, wat me hevig van mezelf tegenvalt, over naar het volgende leerjaar. In de grote vakantie draai ik als verkoopster een paar extra volle weken om een centje bij te verdienen. Die financiële zelfstandigheid is fijn. Het zorgt ervoor dat mijn ouders en ik gelijkwaardiger worden en dat ze via geld geen vat meer op me hebben. 
Die bewuste vrije middag schijnt de zon en even tussendoor kan ik Bert ophalen voor een drankje aan de Noordkade bij de Rijn. Ik zie er fris en modieus uit in het mini broekrokje. Daarboven maakt een vrolijk fel gekleurd truitje met decent V-halsje en korte mouwtjes, mijn verschijning smakelijk af, vind ik zelf tevreden. Het lange haar hangt los en waait heerlijk vrij om mijn hoofd als ik over de brug naar Zuid fiets. Het snelle brikkie stal ik voor de winkel en stap voor het eerst over de drempel van de zelfbedieningszaak waar de verre historie van het Openlucht Museum me nog meer overvalt dan ik had vermoed.

“Goede middag, mijnheer de Koning,” glimlach ik naar de man in witte stofjas achter de verouderde kassa. Vliegensvlug neemt hij me van onder tot boven op en trekt een vies gezicht.
“Kan het nog korter?” Toch van mijn stuk gebracht- het steekt venijnig- knik ik naïef.
“Oh ja hoor, mijnheer. Het is de laatste mode, weet u en deze lengte valt reuze mee. Je ziet soms-” Ik had willen zeggen dat je bij sommige meisjes zelfs tegen hun slipje aan kijkt, maar die kans krijg ik niet.
“Jij loopt erbij als een goedkope snol.”
Ik hap naar adem, maar hervind dan als vanzelf het verbale talent dat me meestal te hulp schiet als ik onterecht of kwetsend word gekleineerd. 
“Beledigt u iedereen altijd zonder enige aanleiding? Of valt alleen mij dat te beurt?” vraag ik droog. Ik weet dat het brutaal zou kunnen klinken, maar doe niet eens moeite om te verbergen dat ik van woede kook en blijf hem doordringend aankijken. Tot hij als eerste zijn ogen neerslaat. Dan draai ik op mijn hakken om, zoals we dat in de Slow Foxtrot horen te doen en maak inwendig scheldend rechtsomkeert. Achter mijn rug ontstaat gerucht. Hooghartig weg benend verdring ik de tranen en verwacht ieder moment zijn graaiende klauwen in mijn glanzend lange haar. Door het gangpad komt zijn vrouw aangerend, maar ik loop kaarsrecht door om voor de deur op Bert te wachten. Ik kom voor je zoon, slappe zak. Niet voor jou, vuile oversekste patjepeeër. Helemaal klaar ben ik met jou. 
Op de zonovergoten brede stoep slaat zijn vrouw haar arm om me heen en fluistert wanhopig. “Trek het je niet aan, Nora. Hij is van de oude stempel, weet niets van mode en jongelui zoals jij maken hem stuurs.”
“Ik hoef me niet te laten beledigen, kom niet eens voor hem en ik laat me door niemand uitmaken voor hoer,” sis ik. Ze geeft me fluisterend gelijk, biedt uitgebreid haar excuses aan. Dwars door de winkel troont ze me mee naar de keuken, als je dat tenminste zo mag noemen, waar ze me naast het piepkleine Formica tafeltje op één van de drie bijpassende stoeltjes drukt. 
“Ik zal thee zetten,” zegt ze sussend terwijl Bert binnen komt en ziet dat ik hijgend tracht de nogmaals opvlammende verontwaardiging te bedwingen. “Gaan jullie maar vast naar buiten, daar kan hij ons niet horen,” fluistert ze en ik verbaas me over het gemak waarmee zij het beiden accepteren dat het gezinshoofd de sfeer verpesten kan.

Even later zitten we met thee en een kaneelkoekje op het betegelde achterplaatsje dat langs de muur vol staat met kleurige kratten. Gezellig onder een verschoten parasol in een zielig afgeleefde tuinsetje. Hoewel ik zijn vader ieder moment woedend in de deuropening verwacht, laat hij zich niet meer zien. Geesje wringt zich in allerlei bochten om het me alsnog naar de zin te maken, maar ik betwijfel of het ooit wat worden zal met Erneo en mij.
“Weet u, mevrouw de Koning. Bert mag me nooit meer met de auto ophalen. Ik wil niet onder druk worden gezet vanwege een stom vervoersmiddel. We zijn niet van suikergoed, kunnen heel goed lopen, met de bus of op de fiets…” fluister ik en ze knikt.
“Ik wilde ook niet dat mijn man Bert via de auto de duimschroeven aanzette. Jongelui hebben recht op hun eigen tijd en keuzes, vind ik, maar ach, sinds de dood van onze jongste is het eigenlijk nooit meer hetzelfde geworden.” 
Verrast dat zijn moeder er over spreekt vertel ik haar dat Bert mij in al die maanden nog geen enkele anekdote over Nico heeft verteld. Zij haalt haar schouders op, verbergt haar verdriet daarover echter niet...
“Hij weigert al die jaren om mee naar het graf te gaan en ik wil hem ook niet dwingen.”
“Vindt u dat niet vreemd-, eh, ik bedoel jammer?” Ze knikt, in haar ogen bibberen dikke tranen en ze loopt naar binnen om de theepot te pakken. Bert staat ook op, zegt iets met zijn vader te moeten bespreken en ik hoop dat hij hem stevig aan zal spreken over de respectloze aanpak. Ineens realiseer ik mij dat hij al die tijd bij ons heeft gezeten zonder een woord te zeggen en doet alsof niets hem echt iets aangaat.
“Ik heb Bert er al een paar maal naar gevraagd. maar eh, want eh, het was toch zijn broertje. Ik kan hem daarover niet bereiken. Hij wil er niet over praten, zegt hij meestal.”
“Nee, ik dring ook niet tot hem door, ” geeft Geesje zachtjes fluisterend toe.
“Het moet voor u heel moeilijk zijn dat Nico wordt doodgezwegen. Ik denk dat het een stuk makkelijker zou zijn als jullie wel regelmatig over hem konden praten, herinnering ophalen. Nu is het net of hij nooit heeft bestaan. Alsof hij telkens opnieuw dood is gegaan. Het was uw jongste en naar wat van hem zie op de foto was hij vrolijk, opgewekt. Dat moet een hele verandering zijn geweest na het ongeluk, lijkt mij.” Geesje is duidelijk blij met mij.
“Hoe oud ben jij eigenlijk. Nora?”
“Achttien jaar. Hoezo?”
“Ik vind dat je er zo verstandig over praat. Bert kan nog een hoop van je opsteken.” Ik bloos van haar compliment, begrijp hoe eenzaam Geesje soms moet zijn tussen deze twee zwijgzame teruggetrokken mannen, waar ze ontegenzeglijk van houdt.
Wij vertrekken een uurtje later op mijn fiets om iets in de stad te drinken voordat ik werken moet. Op het gezellige terrasje delen we wat wazige toekomstplannen voor een vakantiereisje dat we ooit wellicht ...als Bert de dood van zijn broertje...
“Bert, wanneer maak je een afspraak bij een psycholoog?”
“Straks ben ik uit het leger, ga ik werken en hoef ik mijn hand niet meer op te houden.” Hallo, denk ik, dat is geen antwoord op mijn vraag, maar ik leg op die slak maar even géén zout.
“Denk je dat je zonder hulp los zult komen van jouw ouders of van Nico?”
“Ik trek me toch niets meer van hen aan.”
“Oké, genoeg daarover...maar waarom vertel je eigenlijk nooit iets leuks over je broertje?”
“Omdat je het verleden niet kunt veranderen.” Waar heb ik dat meer gehoord? 
“Ja, alles goed en wel, maar jullie hebben twaalf jaar samen opgetrokken. Onder hetzelfde dak gewoond. Er zullen best wat leuke dingen zijn die je daar over kunt vertellen, toch?”
“Hou er toch eens over op. Denk je dat ik daar nog steeds aan denk?” Ik knik…
“Iemand doodzwijgen is niet hetzelfde als om hem of haar rouwen, Bert.” fluister ik. Hij kijkt weg en dat patroon begint me de laatste tijd steeds vaker op te vallen.
“Al was die jongen jou in veel dingen te snel af, je zult immers van je broertje hebben gehouden?” vraag ik nog, maar hij wuift mijn poging resoluut van tafel.
“Nora, ik wil het gezellig hebben.”
“Ja, ik ook en ik help het jou hopen dat je het verdringen van de dood nooit hoeft te bekopen.” Hij belooft een hulpverlener te zullen bellen zodra hij is afgezwaaid uit militaire dienst...

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het feit dat Bert niks zegt als Geesje met Nora spreekt, spreekt boekdelen. Hij heeft nog een hoop werk te verrichten.
Wat een pientere meid, die Nora
Ik vond het zo fijn dat ze Erneo zo antwoordde :-)
Met Geesje zal het wel klikken en hopelijk kan ze Bert helpen om zijn problemen aan te pakken!
Dappere Nora, ze blijft het proberen en heeft het lef Erneo te confronteren met zijn eigen bekrompenheid.
Ik heb het toch nog steeds met Geesje te doen en ook met Bert. Ik hoop dat Nora echt tot hem doordringt want volgens mij is er anders geen enkele hoop voor deze relatie.