Ontwikkelingsvaardigheden en blokkades peuter periode.

Door Chayenna2 gepubliceerd op Tuesday 13 May 14:16

De Peuter 1 1/2 tot 3 jaar.


Onze peutertijd was de eerste periode in onze ontwikkeling waarin we goed genoeg uit de voeten konden om van degene die voor ons zorgde weg te lopen en goed genoeg konden praten om te protesteren en dingen te weigeren. Het was een tijd waarin de overgang van afhankelijkheid naar zelfstandigheid begon.
Nu is dat een proces wat heel ons leven doorgaat, maar in die tijd was het van wezenlijk belang: om een duidelijk besef te krijgen van wie JIJ was, moest je leren hoe je grenzen moest trekken - en handhaven. Grenzen zijn emotionele en lichamelijke scheidingslijnen tussen ons en wie voor ons zorgen. Om zelfstandig te worden was het noodzakelijk dat we voelde dat we een zekere macht over onszelf en onze omgeving hadden, en om dat gevoel te krijgen moesten we NEE leren zeggen.

We leerden allerlei dingen aan, maar we leerden ook hoe we allerlei dingen konden weigeren. Het feit dat degene die voor ons zorgde zeiden dat we dit of dat moesten doen, betekende niet dat het ook perse moest. Ze konden tegen ons zeggen "doe je jas aan"en dan konden wij NEE zeggen. Ze konden zeggen 'eet je bord leeg" en weer konden wij NEE zeggen. Door nee te zeggen trokken we een grens. Het was een manier waarop we onze zelfstandigheid duidelijk konden maken. We leerden bovendien ook dat we JA konden zeggen, en het feit dat we konden kiezen maakte ons gevoel en onafhankelijkheid nog groter. Ook door het nee van de volwassenen in onze omgeving leerde we wat grenzen waren. Hun nee gaf ons een begrenzing, gaf ons een idee dat er iets van ons verwacht werd. Het was ook een manier om te leren voelen dat er een scheiding bestond tussen onszelf en de omgeving. Als ze tegen ons zeiden dat we de kachel niet aan mochten raken omdat deze heet was, hielp dat ons onze eigen grenzen te leren kennen.

788089144522f532c6b86d9d19d939c8.jpgAls ze tegen ons zeiden dat we niet te ruw met andere kinderen mochten omgaan, leerden ze ons iets over de grenzen van anderen. Door dit nee, ons eigen nee, en dat van anderen, konden we gaan experimenteren: toegeven en afhankelijk zijn of weerstand bieden en onafhankelijk zijn. Deze fase kan vanwege de strijd tussen verzorger en peuter zeer vermoeiend zijn voor de verzorger, maar is voor de ontwikkeling van het kind van cruciaal belang. Zonder dit gevecht met je ouders kun je nooit aan deze zeer belangrijke overgang naar zelfstandigheid beginnen. Om te kunnen aarzelen tussen afhankelijkheid en zelfstandigheid had je ook aanmoediging nodig. Je moest de mogelijkheid hebben je te gedragen als een groot kind, maar je moest ook afhankelijk kunnen zijn. Je had een complimentje nodig wanneer je je alleen aankleedde of zelf at, en begrip wanneer je daar geen zin in had. Je moest weten dat je nee kon zeggen zonder dat je straf kreeg, en je moest nee te horen krijgen als dat voor jou eigen veiligheid noodzakelijk was. Er zijn maar weinig mensen die die aanmoedigingen hebben gekregen, want daarvoor moesten je verzorgers bereid zijn je los te laten. Meestal stonden ze daar tweeslachtig tegenover en gaven daarom dubbele boodschappen over zelfstandig handelen.

Omdat ze hun eigen grenzen niet goed kenden, konden ze ons ook niet helpen onze grenzen te trekken en te handhaven. Die dubbelslachtigheid en verwarring kwam voort uit hun behoefte je of dichtbij en afhankelijk te houden of weg te duwen en te dwingen tot grotere zelfstandigheid. Sommige ouders gaan hier op een subtiele manier mee om, andere waren agressiever. De manier waarop zij met hun verwarring omgingen was van grote invloed op de mate waarin jij slaagde de vaardigheden van deze fase eigen te maken. Als bv degene die voor jou zorgde iedere keer dat jij nee zei, vertelde dat ze verdriet had daardoor, zich afgewezen voelde of bang was dat hij of zei het gezag over je verloor, zul je deze vaardigheden waarschijnlijk niet goed onder de knie hebben gekregen. Je zult, toen je eenmaal begrepen had dat je geen uiting kon geven aan je afhankelijkheid zonder andere verdriet te doen geleerd hebben je individualiteit te onderdrukken en je te gedragen zoals die ander van je verwachtte.

788089144522f532c6b86d9d19d939c8.jpgDe boodschap die je kreeg was dat de behoeften van je verzorgers belangrijker waren dan die van jou. De vervulling van je eigen behoeftes opofferen voor de vervulling van die van een ander wordt dan een patroon dat je tot in je volwassen leven en tot in iedere intieme relatie die je aangaat, blijft achtervolgen. Als je, als je onafhankelijk probeerde te zijn, uitgelachen, geslagen of aan je lot overgelaten werd, reageerde je misschien daarop met rebellie, een woedeaanval of je in jezelf terugtrekken. Dat leidde dan vervolgens tot verdere vernederingen, in de steek gelaten worden of straf. Waarschijnlijk zal dan op volwassen leeftijd je behoefte aan onafhankelijkheid de angst oproepen dat dat weer zal gebeuren. Afhankelijk blijven kun je echter ook niet, omdat dat leidt tot een gevoel van verstikking en ontevredenheid. Als daarentegen degene die voor je zorgt juist graag wilde dat je zelfstandig werd, zul je die scheidingslijn tussen jou en de ander misschien hebben moeten trekken terwijl je daar eigenlijk nog niet aan toe was. In beide gevallen zal het trauma even groot zijn.

Mogelijke problemen uit deze ontwikkelingsfase:

Geen nee kunnen zeggen tegen vrienden uit angst dat ze je niet meer mogen

Geen grenzen kunnen stellen in je werk uit angst voor ontslag

Het moeilijk vinden om te vertellen hoe je je voelt uit angst dat je vernederd of afgewezen zult worden

Het benauwd krijgen als iemand te dichtbij komt (lichamelijk, gevoelens)

Je te kort voelen schieten als je een vriend of vriendin die van streek is niet kan opbeuren.

Copyright Curacao@GerdaVerstraeten
 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
prachtig vooral de problemen heb je goed benoemd