De rode Draak

Door Natuursmurf gepubliceerd op Friday 09 May 19:26

Antwerpen, 2 mei 2014

Glunderend kijkt inspecteur Kloezo naar de reuzencoupe op zijn tafeltje.‘Aanvalluh!’ gooit hij er nog eens lekkerbekkend uit.Op dat moment hoort hij een deur hard openslaan en ziet hij een man uit het restaurant komen. De man is in kennelijke staat van euforie want hij doet niets anders dan springen en juichen.Voor de uitgelaten man de straat oprent hoort Kloezo hem nog duidelijk schreeuwen: ‘Ik ben vrij! Ik ben vrij!’Enkele seconden later klinkt het geluid van piepende remmen gevolgd door een harde klap.
Een doodse stilte daalt neer over het terras.

Een goed begin van mijn vakantie, denkt Kloezo somber. Terwijl de sirenes wegsterven in de verte werpt hij nog een laatste blik op wat het toetje van de dag had moeten zijn.
Ondanks dat de trek hem acuut is ontnomen, kan hij het niet nalaten om in ieder geval de bonbon van het ijs te plukken.
Hij likt de slagroom er vanaf en laat de lekkernij in zijn mond glijden. Een hels gekraak laat hem het direct weer uitspugen.
‘Ai! Mijn kies, mijn kies,’ brengt hij er met een van pijn vertrokken gezicht uit. Kloezo rent het café in en zoekt de toiletten op. Met zijn gezicht tegen de spiegel kijkt hij naar de ravage in zijn mond.

Bij de uitgang botst Kloezo bijna op de eigenaar van de tent. De man maakt een depressieve indruk.
‘Kende u hem?’
De eigenaar knikt. ‘Mijn kok,’ antwoordt hij kort.
‘Ik zag hem naar buiten rennen,’ zegt Kloezo.
‘Hij deed al weken raar,’ mompelt de eigenaar. ‘Hij verscheen vaak uren te laat op zijn werk en als hij uiteindelijk opdaagde was hij er maar half bij. Er was iets met hem, maar hij wilde of kon het niemand vertellen.’
Kloezo knikt. ‘Sommige mensen kroppen alles op. Tot op een dag de bom barst.’
‘Hij was een geweldige kok, maar hij kon slecht tegen spanning.’
Het lijkt Kloezo verstandig om maar niets over zijn rampzalige dessert te zeggen.
In plaats daarvan informeert hij naar de dichtstbijzijnde tandarts. Tot zijn grote opluchting blijkt er één om de hoek te zitten.
Kloezo bedankt de man en loopt naar buiten. In de deuropening blijft hij even staan. De felle zon schijnt recht op de voorgevel en werpt een zee van licht over het terras. Kloezo schermt zijn ogen af. Langzaam manouvreert hij zich tussen enkele stadsduiven door. Een van de duiven ziet hij ineens vreemd schokken en iets uitbraken. Het voorwerp rolt weg en blijft in de goot liggen. Het is de bonbon alleen is het dat niet. Het is iets heel anders.
Met een servet van een van de tafels onthuld Kloezo de ware gedaante: een bloedrode steen met een schittering die hem doet duizelen. Tussen duim en wijsvinger bewondert Kloezo het juweel. Hij kan zijn ogen niet van de stralende steen afhouden.
Een onverwachte steek in zijn mondholte brengt hem weer bij zijn positieven. Hij voelt even aan zijn gezwollen wang en brengt zich dan in beweging. Met een snel gebaar laat hij de geslepen steen in zijn zak glijden.

‘Aaaaaaaah!’
‘Stilzitten meneer Kloezo, zo kan ik niet werken.’
‘Auw! Oei! Ai-ja-jai!’
‘Zo, dat is voor mekaar. U kunt weer lachen.’
Kloezo werpt de man een onderzoekende blik toe, veegt een traan uit zijn ooghoek weg en hijst zich uit de tandartsstoel. Wankelend begeeft hij zich richting de uitgang.
Een taxi brengt hem terug naar het hotel. Zuchtend laat hij zich neerploffen in bed en valt direct in een diepe slaap.
Zijn blaas maakt hem de volgende dag wakker. Heel voorzichtig sluipt hij richting de badkamer vergezeld van de nodige oeh en ah geluiden. Na zijn daad keert hij opgelucht terug naar zijn slaapkamer. Onmiddellijk valt zijn blik op het nachtkastje. Zelfs met de gordijnen half open is de rode gloed die de bijzondere steen uitstraalt duidelijk zichtbaar.

Zodra hij ontbeten heeft, zoekt inspecteur Kloezo een juwelier op. Er blijken er genoeg te zijn in het centrum van Antwerpen. Hij kiest een niet al te grote zaak uit.
‘Goedemorgen meneer. Kan ik u ergens mee helpen?’ vraagt een jonge vrouw hem zodra hij de winkel binnentreedt.
‘Goedemorgen jongedame. Ik ben onlangs in het bezit gekomen van een nogal bijzondere steen en ik wil er graag wat meer over weten.’ Bij die woorden haalt Kloezo de rode steen uit zijn zak en legt hem op het doorzichtige glas van een vitrine neer.
De vrouw slaakt een verrukt gilletje. ‘Wat een schitterende robijn!’ laat ze zich ontvallen.
‘Een robijn? Ah, juist,’ knikt Kloezo.
Ondertussen wordt de edelsteen aan een nauwkeurig onderzoek geworpen. De vrouw is duidelijk onder de indruk. ‘De zuiverheid is uitzonderlijk. De kleur is onvoorstelbaar.’
‘Is het een zeldzame steen?’ vraagt Kloezo langs zijn neus weg.
De vrouw kijkt hem even met open mond aan, maar raakt daarna weer in de ban van de betoverende robijn. ‘Loepzuiver. Ongelooflijk!’
‘Juffrouw,’ kucht Kloezo. ‘Ik krijg het idee dat het een waardevolle steen is.’
‘Waardevol?’ roept de vrouw bijna hysterisch uit. ‘Dit is de perfecte robijn! Weet u wat dat betekend?’
Kloezo krabt even aan zijn achterhoofd. ‘Tja, ik heb natuurlijk niet zoveel verstand van edelstenen als u, maar uit uw reactie kan ik opmaken dat de robijn misschien wel enige duizenden euro’s waard is.’
‘Duizenden? Zeg maar gerust miljoenen!’
‘Pardon?’
De vrouw negeert hem. ‘Ik moet dit aan mijn vader laten zien!’ Ze draait zich om, trekt een deur open en roept luidkeels: ‘Papa! Papa!’
‘Jaja,’ klinkt een oude krakende stem van boven.
‘Schiet nou op pa. Dit is echt heel bijzonder!’
De deur gaat langzaam open. Kloezo hoort hem al van verre aankomen. Als een zwaar verkouden locomotief komt de oude man zuchtend en steunend tevoorschijn. Hij is kaal op een paar witte sprieten achter zijn oren na. Zijn bevende rechterhand omklemd een houten wandelstok zo stevig dat zijn knokkels een spierwit gezicht opzetten.
Kloezo fronst zijn wenkbrauwen. Papa? Hij lijkt meer op de overgrootvader van Sinterklaas.
‘Wat heeft er zo’n haast meisje? Waarom heb je me…’ De man blijft halverwege zijn woorden steken als hij de robijn ziet liggen. Zijn ogen worden zo groot als schoteltjes. Hij schudt langzaam met zijn hoofd. ‘Nee, nee, nee!’ roept hij uit.
‘Papa?’
De man wankelt achteruit alsmaar schreeuwend: ‘Nee! Nee! Nee!’ Daarna valt zijn blik op Kloezo. Hij wijst naar hem. ‘Ga weg! Ga alsjeblieft weg. En neem die vervloekte steen mee!’

Kloezo zit aan een tafeltje in een klein eetcafé. Voor hem ligt een onaangeroerd broodje gezond. De koffie drinkt hij daarentegen met sloten weg. Zijn gedachten malen ondertussen non-stop. De laatste woorden van de oude man blijven echoën in zijn hoofd. Wat betekend dit allemaal?
Zijn hand glijd over zijn binnenzak. Het broeit. Het zindert. Het is ineens een last geworden. De onrust in zijn maag neemt toe. De laatste keer dat Kloezo zich zo voelde was zes maanden geleden. Toen verloor hij in één dag drie collega’s. Mensen met wie hij al jaren samenwerkte.

‘Pardon meneer. Is deze plaats bezet?’
Kloezo schrikt op uit zijn overpeinzingen. Voor hem staat een aantrekkelijke jongedame met een Aziatisch uiterlijk.
‘Uh nee, ik zit hier alleen,’ weet Kloezo uit te brengen.
De dame gunt hem hartveroverende glimlach en komt tegenover hem zitten. Ze stelt zich aan hem voor. ‘Mijn naam is Mei-Lin.’
‘Aangenaam kennis met u te maken,’ antwoordt hij zakelijk.
Ondanks dat de vrouw geen vijandige indruk op hem maakt, blijft Kloezo op zijn hoede. Hij heeft het idee dat ze hier niet bij toeval is.
‘Bent u inspecteur Kloezo?’ vraagt ze hem.
‘Misschien… waarom wilt u dat weten?’
‘Wees maar niet bang. Ik ben hier om u te helpen.’
‘Waarmee?’
‘Met iets dat al eeuwenlang veel leed veroorzaakt,’ zegt Mei-Lin geheimzinnig.
Kloezo zegt niets, maar zijn hart slaat een paar keer over.
Een volle minuut zegt geen van beide iets.
‘Misschien heb ik me vergist,’ zegt Mei-Lin terwijl ze aanstalte maakt om op te staan.
‘Wacht!’
Ze kijkt hem intens aan.
Kloezo voelt zijn wangen kleuren. Een blos die ongetwijfeld niet zou misstaan naast een zekere rode steen. Zijn rechterhand beweegt als vanzelf naar zijn binnenzak. Een ogenblik later legt hij de robijn op tafel.
‘De rode Draak,’ fluistert Mei-Lin.
‘Pardon?’
‘Zo wordt hij in China genoemd.’
‘Komt de steen daar vandaan?’ vraagt Kloezo.
‘Nee. De robijn komt uit Ratnapura in Sri Lanka. Het is niet zeker wanneer de steen gedolven is. Sommige bronnen gaan duizend jaar terug. De steen kent een nare geschiedenis. De bezitters van de robijn leven vaak niet erg lang.’
Kloezo schenkt zich een nieuw kopje koffie in, maar zijn handen beven zo hard dat de helft er naast valt. ‘Vertelt u me alstublieft meer,’ smeekt hij haar.
‘De rode Draak is een oersteen. Hij komt diep uit de aarde. Misschien wel te diep,’ laat ze er aarzelend op volgen. ‘Robijnen staan bekend als krachtige edelstenen inspecteur Kloezo. In het Sanskriet wordt de robijn ‘ratnaraj’ genoemd: ‘koning der edelstenen. De rode Draak zou je de koning der robijnen kunnen noemen. Het is de krachtigste van allemaal.’
Bij die woorden begint de steen opeens fel te gloeien.
Mei-Lin trekt de blauwe satijnen sjaal die om haar nek ligt los en laat die over de robijn vallen. Ogenblikkelijk dooft het licht.
‘Wat was dat?’ vraagt Kloezo verschrikt.
‘Het wezen van de steen. Het is altijd aanwezig,’ zegt Mei-Lin zacht.
‘Bedoel je dat die verdraaide steen een bewustzijn heeft?’ valt Kloezo uit.
‘Alstublieft, niet zo hard.’
‘Sorry, maar ik geloof niet in al die onzin.’
Mei-Lin kijkt hem onderzoekend aan. ‘Zeg eens meneer Kloezo. Is u al iets overkomen sinds u in contact kwam met de steen?’
‘Niet meer dan anders,’ bromt Kloezo terwijl hij even aan zijn licht gezwollen wang voelt.
‘Er rust een vloek op die steen,’ prevelt ze. ‘Een vloek die de eigenaren van de robijn al eeuwen achtervolgt. Er is geen ontsnappen aan. Zijn laatste gastheer was Jean Pierre, de kok. Die dacht dat hij van de steen verlost was. U heeft gezien wat er toen is gebeurd.’
Kloezo slikt. Zijn maag krimpt ineen terwijl donkere vlekken voor zijn ogen dansen. Krampachtig balt hij zijn handen tot vuisten om ze daarna weer te ontspannen. Knijpt en ontspant. Steeds opnieuw. Net zo lang tot hij zichzelf weer onder controle heeft.
‘Wat kunt u voor mij doen?’ vraagt hij terwijl hij zijn blik strak op de bedekte steen houdt.
‘Niets,’ is het antwoord.
Hij kijkt haar geschrokken aan. ‘U zei dat u mij kon helpen.’
Mei-Lin kijkt hem medelevend aan. ‘Het spijt me. Ik kan u helpen te begrijpen.’
‘Ik snap er niks van. Hoe weet u dit alles?’
‘Ik ben lid van een geheime organisatie die belangrijke edelstenen over de hele wereld in de gaten houdt. Deze bijzondere stenen staan op een verboden lijst. We sporen ze op, volgen ze en houden toezicht, maar we mogen niet ingrijpen.’
‘En hoe zit het met die juwelier waar ik vanmorgen was?’ vraagt Kloezo. ‘Het leek wel of hij de steen kende.’
‘Onze organisatie kent een raad van oudsten. Deze is vertegenwoordigd in alle grote steden over de hele wereld. Die juwelier is een van onze meest geachte leden.’
‘Dus u volgt de eigenaren van die stenen tot hun dood.’
‘Vaak wel.’
Kloezo slaat met zijn vuist op de tafel. ‘Ik laat de steen hier gewoon liggen. Ik wil er niks meer mee te maken hebben.’
‘Dat kan niet,’ zegt Mei-Lin. ‘Evenals de steen weggooien of begraven of proberen te vernietigen. Alle pogingen om van de rode Draak af te komen eindigen met uw begrafenis. Dat zeg ik niet om u bang te maken, maar om u te waarschuwen. De robijn kiest zijn eigen gastheer en op dit moment bent u dat.’ Ze staat op, buigt zich voorover en fluistert in zijn oor: ‘Ik wens u veel succes.’
Een ogenblik later is ze verdwenen.

Moedeloos dwaalt Kloezo door de straten van Antwerpen. Wat staat hem nog te wachten? Hoelang heeft hij nog te leven?
Een laag overvliegende meeuw haalt hem uit zijn gedachten. Nu pas voelt hij zijn vermoeide voeten. Hij zoekt een bankje op, strekt zijn benen uit en sluit voor een moment zijn ogen. Een kalme wind waait om hem heen, terwijl de zon een weldadige warmte over zijn gezicht legt. Even vergeet hij al zijn zorgen.
Dan voelt hij iets hards tussen zijn schouderbladen prikken.
‘Niet omdraaien,’ hoort hij iemand achter hem zeggen.
‘Wat krijgen we nou!’ roept Kloezo uit.
‘Stil!’ gebiedt de stem hem. ‘Je geld en je mobiel. Vooruit, opschieten!’
Kloezo grijpt in zijn jas en krijgt dan een idee. ‘Alstublieft,’ smeekt hij de overvaller. ‘U mag mij alles afnemen behalve mijn dierbare robijn. Die steen is mijn leven!’
‘Robijn? Laat ssien,’ slist de man in zijn oor.
Kloezo haalt de robijn uit zijn binnenzak en houdt de steen voor zich in het licht. De zon weerkaatst in het juweel en verspreid een mysterieuze rode gloed. ‘Is het geen schitterende steen?’ laat hij er bewonderend op volgen.
Een lange arm schiet uit en grist de robijn uit zijn hand. ‘Waag het niet mij te volgen,’ waarschuwt de dief hem nog alvorens het op een rennen te zetten.
‘Ik kijk wel uit,’ glimlacht Kloezo. Hij sluit zijn ogen weer, laat de zon toe in zijn leven terwijl hij zachtjes mompelt: ‘Ik wens u veel succes.’

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (23) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Grappig goed!
Dank je wel Vlindersterk.
prachtig geschreven!
Bedankt Yneke.
Ik ben blij dat je die link ertussen hebt gezet ... Kloezo kwam me bekend voor, maar ik wist niet precies meer van waar. Verder een heel erg leuk verhaal, maar vooral het einde vind ik leuk gevonden ;)
En o ... ik ga geen ijsjes meer eten in Antwerpen :-)
Het einde heeft me wel wat hoofdbrekens gekost want hoe kom je van zo'n vervloekte edelsteen af?
Ik heb er nog even over gedacht om de dief met auto en al de Schelde in te laten rijden, maar dit einde vond ik toch beter.
Er hoeft niet altijd iemand te sterven ;)
Juist. Een dode en één gewonde is meer dan genoeg ;)
Zo is het! :-)
Heerlijke fantasie! En een briljant idee om het te koppelen aan een van je verhalen uit de schrijfopdrachten.

Dus als je er actief van af probeert te komen, dan ga je er aan. Dan zal die kok het wel aan die duif hebben gevoerd denk ik. Of krijgen we binnenkort de begrafenis van inspecteur Kloezo?
Bedankt! Ik weet niet meer helemaal hoe ik van een ijsje tot Kloezo ben geraakt. Het begon eigenlijk met de kers die geen kers was maar een bonbon. De kok was in ieder geval creatief genoeg om het ding te vermommen.

Het was leuk om weer even in de huid van Kloezo te kruipen. Ik hoop dat een eventueel volgend avontuur vloekvrij zal zijn, maar je weet het nooit ;)
En dat begint allemaal met een simpel (?) ijsje. Ik hoop niet dat ik ooit zoiets meemaak, toch maar wat minder ijsjes eten. Op zo'n rode Draak bijt ik mijn tanden liever niet stuk, laat staan dat ik een dief ga zoeken om mijn noodlot te ontgaan. Mooi verhaal met een lekkere twist aan het einde, inspecteur Smurf!
Dank je. Waar een ijsje zonder kers al niet kan toe leiden ;)
Het heeft me misschien een paar extra grijze haren gekost, maar dat had ik er wel voor over.
Het kost je grijze haren? Ik zou er pas wakker van liggen als het je grijze haren oplevert. ;)
Ook dat valt niet eens meer op ;)
Dat wakker liggen of die grijze dan wel donkere haren? ;)
leuk en spannend verhaal
Dank je Carin.