IJsvijvers (8)

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 08 May 21:30

Ongemerkt bouwden vader en zoon tijdens die zondagse uitjes een band op. Het mocht uiteraard niet veel kosten, maar terwijl ze door het park wandelend de eendjes voerden, of langs de Rijn naar de schepen keken, vertelde Erneo de dreumes van alles wat hij niemand ooit eerder had toevertrouwd. Hij was vergeten dat een kind erg veel onthoudt.
Erneo hield veel van zijn jongen. Dat liet hij de kleuter ook echt wel merken. Als hij met hem alleen was en Geesje hem er niet op kon betrappen. Er zat echter één maar aan, die hij meestal succesvol verdrong. In Bert zag hij zijn eigen verleden waaraan hij niet wilde worden herinnerd.

Erneo kon niet met zoveel gemak en liefde over vroeger spreken als Geesje dat vaak deed. Dat hij haar erom benijdde drong niet tot hem door en als hij zijn irritatie daarover wel begreep, zou hij het voor geen goud toegegeven. Het duidelijke plezier waarmee zijn vrouw over haar ouderlijk huis vertelde, zag hij ook niet als een middel om haar te leren kennen. Het voelde eerder als een verwijt aan zijn adres. Waarom hij het zich niet wilde permitteren om zijn eigen jeugd op te rakelen, zag hij niet. Hij wilde zich eenvoudig niet herinneren dat hij als oudste zoon geen zorgeloos plezier had gekend vanwege zijn debiele broer en zus. Als zijn vrouw haar afkomst als voorbeeld nam was dat, volgens hem, een teken aan de wand van onwijze domme ouder-verering.
“Gees, kom toch eens los van die lui en doe niet altijd zo plat. Wij zijn als stadsen inmiddels dat soort boerenvolk ontgroeid. Na al dat harde werk behoren wij tot de notabelen, moeten het goede voorbeeld geven en jouw geklets over het achtergebleven Noorden tegen Jan en Alleman haalt ons naar beneden.” Hij voelde wel dat hij onnodig bot was op zo'n moment, maar de link met die hardvochtigheid legde hij nooit want zijn ergernis lag aan zijn vrouw. Aan haar reactie zag hij dat ze zich er niets van aantrok wat hem woedend kon maken. Hij was de laatste tijd trouwens vaak verward, alsof het gezinsleven hem boven het hoofd begon te groeien. Ongemerkt had Erneo, jaar na jaar, de lat voor zichzelf en uiteraard zijn naasten telkens hoger gelegd want hij wilde zich beslist niet in de burgerlijke waan van alle dag verliezen. Hij bleef druk met het opvoeren van de winst, het aanschaffen van de laatste snufjes. De buren moesten zien hoe goed hij had geboerd, dat hij zijn achterlijke familie was ontgroeid. Of hij het wilde of niet: zijn oudste zoon hield hem dagelijks toch een spiegel voor waarin hij liever niet keek. Diens teruggetrokken trekjes, de steeds vaker geëtaleerde meesmuilende ontevredenheid als Nico weer eens alle aandacht opeiste, vielen zelfs Erneo op. Extrovert en flamboyant stond de jongste altijd in het licht waardoor de oudste wegkroop, gesloten telkens iets minder te grijpen was.

Zat fatalisme al bij zijn geboorte in Berts karakter vroeg Geesje zich bezorgd af als ze bedacht hoe rustig en tevreden hij als baby was geweest. Zij probeerde de verhouding tussen de broertjes recht te trekken, maar in het geniep, onder de tafel weggekropen, had de zevenjarige Bertie toch heldhaftige fantasieën over straf en verdoemenis. Meestal kneep hij zijn broertje heel hard op een plek die niemand snel zou zien. Natuurlijk wilde hij hem niet vermoorden. Nee, Bert wilde enkel meer aandacht van zijn vader, die met het opbouwen en uitbreiden van zijn rijk altijd druk was, maar ondertussen wel van zijn gedoodverfde troonsopvolger een voorbeeldfunctie verwachtte.
Erneo stimuleerde hem inderdaad vaak, met de beste bedoelingen, maar Bert was en bleef dommer, minder innemend als zijn jongere broertje. De tweestrijd in de vader nam nog meer toe nadat bleek dat Nico op school er bijna niets voor hoefde te doen en toch met het beste rapport thuis kwam. Alsof Erneo zijn eigen duistere roerselen wilde compenseren gaf hij Bert vaker aandacht dan Nico, want die was door den Heer al met veel meer levenslust bedeeld. De guitige krullenbol merkte het zelf amper. Hij had een aardje naar zijn moeder, kon wel tegen een stootje en werd een vrolijke durfal c.q clown, die gepassioneerd het leven aanging. Hij trok zich er weinig van aan dat zijn vader een uitgesproken voorkeur voor Bert aan de dag legde, had het veel te druk met zijn eigen passie en uitgesproken zin om van het leven te genieten. 

Erneo vond het de eerste jaren prima dat Nico op Geesjes familie leek. Zo hadden zij als ouders ieder hun eigen lieveling, vond hij, zoals hij thuis ook op handen was gedragen. Uiteraard deed Gees daar niet aan mee. Zij maakte geen onderscheid, had enkel zorgen om haar oudste, die zijn vader steeds beter wist te manipuleren zonder dat Erneo dit aanpakte, waardoor Bert het negatieve aandacht keer op keer vragen beloond zag.

Nu de zakelijke vooruitgang weinig uitdaging meer bood, zij in de wijk en ver daarbuiten een respectabele plek verworven hadden, kreeg Erneo steeds meer tijd om zijn leven te overdenken. Van lieverlee begon het hem steeds meer te ergeren dat de beide jongens zo duidelijk verschilden en zijn beschermeling  in bijna alles minder glorieus bij 'die van Gees'  afstak... 'Zijn' jong had geen pit, liet zich als een watje op de kop zitten, zoals zijn broer en zus zich zonder enig protest door Erneo hadden laten pesten. Waarom hij zijn ouders, die inmiddels al jaren geleden stierven, nog steeds zo intens haatte begreep hij niet, maar wel zag hij dat Bert hard op weg was net zo’n slapjanus te worden als zijn vader was geweest, die vanwege hem met zijn nicht had moeten trouwen. 

Toen Bert als eerste op de fiets, over de brug, naar de middelbare school ging en Nico op de lagere school achter bleef, veerde de troonopvolger op, werd mondiger en kreeg eindelijk zijn eigen vrienden. Het hele gezin haalde opgelucht adem. Het had lang geduurd, maar nu leek het toch allemaal goed te komen. Met iedereen.

Zakelijk viel er echter niets meer uit te breiden, het gezin had na twaalf jaar zijn vaste vorm gevonden en de gang van zaken met de vaste rituelen in het redelijk welgestelde middenstandsgezin werd bijna saai. Als gezinshoofd was er niet veel meer te beslissen. De kinderen hadden hem amper nodig, zijn vrouw deed vrijwilligerswerk en in de avonden de ene na de andere knutselcursus. Het was niet zo dat Geesje niet oplette, want zij zag dat bij haar man de fut er uit was, maar Erneo hield zelf vol dat er niets met hem aan de hand was.

Langzaam maar zeker zakte de man, die bergen werk had verzet, veel idealen had gehad  in een niet onderkende depressie toen ook Nico naar de middelbare school ging. Erneo was moe. Het leven leek steeds meer een verloren strijd. Wat had hij in wezen bereikt? Wat was er terecht gekomen van zijn grootse plannen? Het gezin had hem in de zakelijke groei tegen gehouden, vond hij en er waren inmiddels veel grotere zelfbedieningszaken in de stad gekomen. Hij was niet meer de enige positieve uitzondering. Integendeel, zijn zaak moest een nieuwe oppepper krijgen om straks niet als onbeduidend buurtsuppertje ten onder te gaan.
Nu zijn broer bij hem op school was gekomen, trok Bert zich weer terug, zonk iedere middag lamlendig ingezakt in een stoel achter de stripboeken, die zij sinds kort met sigaretten, domme damesblaadjes en TVgidsen in de winkel verkochten.
Dat Bert in wezen geestelijk al vanaf Nico's geboorte scheef was gegroeid, zoals Geesje beweerde, maakte Erneo furieus en dat ze daarom met haar zoon naar een psycholoog wilde was het toppunt van verwarrende waan. Wat ging er voor? Zijn liefde of de tanende trots. De slappe verliezer of de fiere winnaar? De al oudere Erneo zocht in iedereen een zondebok voor de niet behaalde doelen en zijn verdwenen levenslust en zonder diepgang maakte hij een keuze, gebaseerd op de toekomst van hun zaak. Hij trok de extra aandacht bij Bert weg, gaf openlijk af op de puberende zoon, die op deze manier nooit een succes zou worden in de kruideniersbranche en hij projecteerde zijn hoge verwachtingen van de één op de ander dag op Nico, die zich van deze metamorfose niet eens bewust was. De stille oudste had het echter wel degelijk in de gaten, ook al gaf zijn moeder hem regelmatig extra privileges ter compensatie. Geesje had er geen verklaring voor dat haar oudste zoon bijna nooit zijn mond meer open deed en meestal samen met zijn vader verwijtend naar haar en zijn broer keek. Voor Erneo en Bert leek het dagelijkse leven een trieste grijze brij geworden en ze leken Gees en Nico re veroordelen, die nog van alle nieuwe ontdekkingen konden genieten. Totdat er op die fatale middag een politiewagen bij hen voor de deur parkeerde.

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
ik kan het niet snel genoeg lezen ... zo boeiend schrijf je het ..
ik wist dat het ongeluk moest gebeuren .. dat de verbitterde Bert (van de koffiebonen) zou terugkeren

Please Dora,maak er een boek van. het wordt een bestseller!!!
Erneo is vanaf nu voor mij een persoon geworden en geen personage meer.

Je schrijft deze hele cyclus beschouwend psychologiserend. Ik ben benieuwd hoe je verhaal er uit zou zin als je het als roman zou schrijven en wij als lezers de inzichten uit de handelingen en dialogen zouden moeten halen.

Het is een familieroman die er gewoon om vraagt om geschreven te worden.
Heel erg boeiend, dat blijft het zeker. En ee. Geweldig verhaal is het ook.
Het dendert met een noodgang op die fatale dag af. Ik vind het een geweldig verhaal.
Dank je wel... zit nu net die vreselijke gebeurtenis te herschrijven