IJsvijvers (5)

Door Weltevree gepubliceerd op Tuesday 06 May 13:42

Zijn vrouw moest de eerste dagen het bed houden. Erneo stond er als kruidenier alleen voor, wat vies tegenviel want het liep die dag storm. Na zijn gene blozend te hebben overwonnen- hij wuifde felicitaties van de klanten weg want bevallen was geen mannenzaak- groeide Erneo in de rol die iedereen hem als kersverse vader kennelijk toch opdrong. Hij genoot méér van die aandacht dan hij ooit openlijk bekennen zou, niet aan zichzelf en nog veel minder tegenover zijn vrouw.

Zoals te doen gebruikelijk hielp Ellie, de bloemiste, die in de winkel bijsprong en ook boven als kraamhulp haar mannetje stond. Ze bracht verslag uit aan de jonge moeder. “Die Erneo van jou is wel een rare hoor. Eerst doet hij of je niet bestaat en nu spreekt hij met grote trots tegen iedereen over zijn kroonprins, staat als een geweldenaar achter de kassa alsof hij het kind zelf heeft gebaard.”  Eigenlijk schaamde Geesje zich dat de buurvrouw van zo dichtbij meekreeg wie haar man was, hoe weinig hij rekening met haar hield en nog veel minder om haar gaf.
Erneo leverde daarvan het onmiddellijke harde bewijs. Ellie, wiens man haar op handen droeg, begreep er niets van en Geesje verzweeg dat het hem in zekere zin een kick bezorgde toen hij aan het eind van de dag met een uitdagende blik hun trouwboekje op bed gooide. Daarna vertrok hij fluitend en goed gemutst naar ‘De Luiwammes' om zijn vaderschap te vieren.
Hij had het kind op het stadhuis aangegeven als Meindert Barthelomeus de Koning. Het kwam hard aan dat hij hun eerste zoon naar niemand van de beide familie’s had vernoemd. De jonge buurvrouw vond het niet alleen onbegrijpelijk- hij had met succes alle geldende tradities aan zijn laars gelapt- en ze nam geen blad voor de mond, noemde het een potsierlijke hooghartige vertoning. 

"Wist jij hiervan, Geesje? Hoe moet dat wurm in Godsnaam straks heten? Bartootje? Theodorus, Theetje? Hoor jij het jezelf al roepen? Mijnie, binnen komen, het eten is klaar?" fluisterde ze tegen de onthutste moeder, die haar kaken op elkaar klemde. Geesje wilde niet roddelen en zuchtte met vochtige ogen, maar de iets jongere Elleke raakte er maar niet over uitgepraat. 
"Alsof hij zich aan de hand van zo’n gewichtige naam belangrijker probeert te maken en kon er niet eens een bloemetje voor jou af? Of een mooi kettinkje?” De nieuwbakken moeder had hier nog niet eens aan gedacht, kon zijn gedrag amper vergoelijken en schokschouderde.
“Ach... het zijn maar tien vliegen in één klap, Elleke." mompelde ze verdrietig.
“Makkelijk, spannend en opstandig, maar ongevaarlijk. Hij heeft niet in de gaten dat hij iedereen voor het hoofd stoot. Erneo is erg op zichzelf, niet gewend om gelijkwaardig met iemand te overleggen. Zijn ouders zijn dood. Ze kunnen hem er niet om onterven en hun erfenis heeft hij er al lang door gedraaid voor zijn grote heilige levensdoel. Mijn ouders doet het natuurlijk zeer. Zij zouden het zeer op prijs gesteld hebben als hun eerste kleinzoon Hendrik had mogen heten, naar mijn pa en alle stamhouders voor hem.” Elleke schudde verontwaardigd haar hoofd. Haar man zou zoiets zeker nooit hebben gedaan zonder haar te raadplegen, blies ze verontwaardigd, onbewust van over de hoeveelheid zout die ze hiermee in onzichtbare wonden wreef. Natuurlijk wist Geesje dat er niets meer aan te doen was en ze noemde haar jongen vanaf die dag simpelweg Bert.

De volgende dag constateerde ze dat het nieuwtje wel erg snel door de buurt was rond gebazuind, Erneo had er geen gras over laten groeien. Verbaasd bekeek ze vanuit de woonkamer de menigte beneden, die zich rond hun eerste bestelwagen verzameld had. "Manlief is voor zijn doen erg met zijn troonopvolger bezig," zei Ellie die vertelde dat haar man het oude, zelf geknutselde, reclamebord uit de etalage had gehaald en een echte artiest had laten komen. Woordelijk briefde ze door wat ze Erneo had horen commanderen.
“Schilder in groene schrijfletters met een gouden randje “De Vergulde Koning” op de winkelruit. In een grote boog met trotse slingers eraan. Eronder moet je in het midden in een kleiner lettertje '& Co' zetten. In een omgekeerde boog moet er dan 'uw Prinsheerlijke kruideniers' op de etalage komen zodat het net een stempel lijkt en datzelfde moet je ook op de witte Opel schilderen. Het mag wat kosten Gees." sprak de bloemiste met enig ontzag. Het lijkt hem inderdaad niets te kunnen schelen dat met deze aanpak zijn budget ver wordt overschreden, dacht Gees. Het stak haar ineens toch dat de winkelruit wel werd opgeknapt en hij voor haar niet eens een aardigheidje had gekocht. 

Toen de kersverse moeder enkele dagen later zag dat Erneo vol trots bij hun beschilderde witte Opel-bestel poseerde voor de fotograaf van het buurtkrantje, vond ze het toch wel aandoenlijk. Lang duurde die liefdevolle neiging niet omdat, alweer zonder overleg, het kind diezelfde dag al werd gedoopt terwijl ze nog niet mee kon. Daarna verdwenen die zachte ontroerde gevoelens als sneeuw voor de zon. Het was ronduit gemeen. In hun kerk was het niet nodig om een kind binnen een week te dopen en nu konden haar ouders en zusjes er alweer niet bij zijn. Ze had echter nog niet voldoende energie om er ruzie met hem over te maken.

Na haar kraambed, toen de hormonen weer op orde waren, zij de gang van zaken eens goed had overdacht deed ze haar beklag bij de dominee, die haar vrijgevochten mening afkeurde. Dat deed de deur dicht en Geesje onderging een opvallende ontwikkeling. Het moederschap riep oude gevoelens in haar wakker. De op liefde wachtende echtgenote maakte plaats voor een jonge vrouw die wist wat ze wilde. Ze was een lieve geduldige moeder, maar met het oerproces van de bevalling en het gedrag van haar man daarna was de vrolijke, zelfverzekerde Geesje van voor dit liefdeloze huwelijk herboren. In de zorg voor de baby en haar nieuwe status leek ze zichzelf terug te vinden en de leeuwin werd geboren die, kost wat kost, haar kind beschermen zou. 


Hun eerste zoon was een makkelijke, stille jongen, maar het vergde veel creatief talent om te schipperen, haar aandacht tussen baby, huishouding en winkel te verdelen. Al was er geld genoeg, Erneo weigerde een winkelmeisje aan te nemen. Ook niet voor halve dagen. Hij dacht Geesje op de mouw te kunnen spelden dat zijn vrouw veel beter met de klanten omging dan zo’n onopgevoed brutaal nest, maar ze wist zelf al lang dat de meeste klanten eenvoudig voor haar kwamen. Nee, hij zon alweer op uitbreiding van de zaak en zij bouwde aan haar eigen, heel andere, ideetjes om een positieve draai aan haar leven te geven. Toen Bertje drie maanden oud was kondigde ze het doodgemoedereerd aan.

“Hoor eens man, ik ga mijn rijbewijs halen. Dat kun je van de belasting aftrekken, dus geld zal geen beletsel zijn.” Uiteraard weigerde Erneo meteen al voelde hij aan zijn water dat ze een punt had. Zelf wist ze niet eens zo goed waarom ze zo nodig die auto wilde kunnen besturen, maar iets in haar zei dat ze zich niet langer mocht laten koeioneren en paal en perk moest stellen. Ze hield stug vol. Hoe hardvochtiger hij deed of ze niet bestond, des te meer leek het haar een onafwendbare noodzaak. Alsof haar leven ervan afhing. Ze maakte er telkens opnieuw ruzie over en toen dat geen resultaat boekte dreigde ze met Bertje naar haar ouders te vertrekken.  Erneo wist hoe rampzalig dat zou zijn. Voor de omzet maar zeker ook voor zijn reputatie als één van de notabelen van de stad. Uiteindelijk liet hij zich knarsentandend overhalen. Niet vanwege de emotionele chantage. Dat deed hij zelf zo vaak, maar hij zou nooit van zijn leven toegeven dat zij onmisbaar was in zijn zaak en koninkrijk dat groeien moest. “Ach Ge, misschien is het wel handig als jij óók de bestellingen kunt rondbrengen,” hakte hij de knoop door terwijl zij dondersgoed wist dat hij op die momenten vrij spel had met het volgende object waar zijn mannelijkheid zich aan op geilde.

Stil en onopvallend was Bertje een tevreden baby, wiens nogal uitstaande oren wel meteen in het oog sprongen. Het was een schoonheidsfoutje dat Geesje haar kleine jongen graag vergaf. Erneo plaatste er regelmatig smalende opmerkingen over, dat ze dat jong niet best had afgewerkt. Het kind leek sprekend op zijn stomme broer en dat stak hem mateloos hoewel Bertie die zeiloren van zijn vader geërfd. Alsof Geesje vreemd is gegaan, dacht hij boos terwijl het overduidelijk was dat ze daar niet eens de kans toe had gehad.  Ze had er vrede mee dat Erneo niet tot liefde in staat was. Voor de moeder van zijn nazaat restte zelden een waarderend woord en zo snel het van de dokter mocht werd de zaterdagse snelle seks sessie van stal gehaald. 

Na een half jaar merkte ze verwonderd iets heel ongewoons aan zichzelf, een lichte vorm van jaloezie maakte zich meester van haar, wat ze meteen afkeurde. Ze had namelijk ontdekt dat haar man, als hij dacht dat zij het niet zag, het kind met vriendelijke zachtheid bekeek. Dan had hij zelfs glimlichtjes in zijn ogen en vanaf het moment dat de jongen op hem begon te reageren kon ze er niet meer omheen. Het was ontegenzeglijk waar, Bertie raakte bij Erneo een gevoeligs snaar en de baby kreeg het enige snufje aandacht dat de kruidenier na de harde werkdag overhad. 

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Vermoeiende man, maar lijkt haast een ruwe bolster, blanke pit te worden.
oei ... heeft hij dan toch zijn 'zwakke' kantje?
en zoveel herkenbaar van vroeger zoals kind van neef en nicht, onderdanigheid van de vrouw ...
Ergens staat beklaf terwijl het natuurlijk beklag hoort te zijn. Ik blijf dit met plezier lezen.
Ga er meteen iets aan doen, aan beklaf, dank je wel
Als je een laffe bek hebt, ben je beklaf... :-)
Met een slappe kont heb je een flapkont, hihi, jaha
Zal hij dan toch niet zo'n harde ziijn?
Erneo begint voor mij iets minder tweedimensionaal te worden. Ik herken scènes uit familieverhalen. Alles voor de schone schijn en de rol van de vrouwen negeren, bagatelliseren of wegwimpelen. Het verhaal wordt zo een stuk boeiender.
Dank je wel
Ja, een karakter leert men in het echt ook altijd pas na verloop van tijd kennen, door het gedrag in nieuwe situaties. Aan ieder mens kleeft een verhaal dat we niet altijd meteen aan de buitenkant lezen...negeren, bagatelliseren of wegwimpelen heeft zoveel oorzaken... kind van neef en nicht...soms zitten de genen niet geheel op zijn best in de rij, denk ik dan en de verhoudingen waren destijds niet van nature gericht op wat men voelde.