Voetbal en statistiek: Ruud Vormer de best renderende aanvaller van Feyenoord

Door De-realist gepubliceerd op Sunday 04 May 15:41

Ruud Vormer is de meest rendabele aanvaller van Feyenoord. Tot deze opvallende conclusie leidt een pilotstudie in het seizoen 2013-14. Een jaar lang werd intensief gevolgd welke spelers er bij de goals betrokken waren, dit met de gedachtegang, dat snelheid, een leuke passeerbeweging en ‘gewoon goed kunnen voetballen’ allemaal leuk en aardig zijn, maar niet objectiveerbaar. Omdat het bij voetbal uiteindelijk gaat om de doelpunten, is alleen, maar dan ook alleen maar gekeken naar wie er bij de doelpunten betrokken zijn.40508cc49d5e6c665a094fce3ced6738_1399213
Dit wordt gedaan naar analogie van het boek ‘Moneyball’, van Michael Lewis, waarin statistieken van honkbalspelers worden vergeleken, en de bedrijfsvoering (tactische keuzes) van een baseballteam, the Oakland Atletics, daarop wordt aangepast.

In het voetbal ligt dit een stuk complexer, omdat het een zeer dynamische sport is, met steeds andere uitgangssituaties. De statische beginsituatie van een slagman en een pitcher kennen we in het voetbal eigenlijk alleen bij een penalty en eventueel bij een corner. Maar daarbuiten zijn de principes moeilijk toepasbaar zoals ook in  http://plazilla.com/page/4295052588/welke-spits-is-de-beste-over-het-beoordelen-van-aanvallers beschreven wordt.

Willen we ondanks deze tekortkoming toch iets dergelijk doen in het voetbal, dan komen we uit bij een denkwijze zoals in het ijshockey de 586a273ece7896a15d419ebcc57bc481_1399212Art Ross Memorial Trophy.  De beker is vernoemd naar oud-speler, coach scheidsrechter en voorzitter Art Ross (1886 - 1964).  Deze hooggewaardeerde onderscheiding wordt jaarlijks uitgereikt aan de speler die de grootste bijdrage had aan de goals van zijn team. Eén punt wordt gegeven aan de doelpuntenmaker én één punt aan de gever van de assist. Voor deze ranglijst worden beide bijdragen dus even hoog gewaardeerd.
 

Statistiek: het belang van genoeg gegevens
In het voetbal is ook het veldspel, en het geven van de splijtende en beslissende pass  erg belangrijk. Verder is het met statistische gegevens van het grootste belang, over een groot aantal data te beschikken, teneinde enige valide uitspraken te kunnen doen. Wanneer speler A 5 keer scoort, en speler B 6 keer, dan mogen daaraan verder geen conclusies worden verbonden. Dat kan toevallig zo zijn. Anders wordt het, als speler A 50 keer iets goeds doet, en speler B 60 keer. Het onderscheid wordt nu, zoals dat in de statistiek wordt genoemd, significanter. Met dit begrip wordt, althans in de statistiek bedoeld ‘buiten iedere gerede twijfel’.

Er moet ook nadrukkelijk op gewezen worden, voor zover dit niet al duidelijk is, dat alleen de aanvallende capaciteiten, of beter prestaties, gemeten worden. Dit zegt niets over de verdedigende aspecten, maar dat doen tal van andere overzichten zoals de topscorerslijst ook niet. Het zegt wél wat over het opbouwende veldspel: als een speler veel (pre-)assists geeft scoort, dan zal hij toch wel iets goeds doen.

Onderzoeksopzet
Om dus enerzijds meer punten uit te kunnen delen, en anderzijds ook het veldspel mee te nemen, is besloten (voorlopig) drie spelers aan te wijzen die betrokken waren bij het doelpunt. Een panel van drie voetbalstatistici wees per definitie de drie spelers aan die als laatste de bal beroerden, alvorens deze in het net verdween. Voorafgaand aan, en gaandeweg het seizoen moesten deze simpele regels, zoals het een pilotstudy betaamt, nog her en der worden aangescherpt.

  • Iedere goal kent een maker, een assist en een 'pre-assist'. Zelfs het kleinste tikje, hoe onbeduidend ook op het eerste gezicht, is nou net zo van belang in het voetbal. Snel en simpel spelen is immers het devies. Vandaar ook dat in dit onderzoek meer assists zijn bepaald dan in andere media. Dit omdat aldaar nogal subjectief met dit begrip omgesprongen wordt.
  • Het kan dus voorkomen, dat een speler de aanval opzet, een ander de voorzet geeft, maar de eerste speler de goal ook maakt. Dit levert dan twee punten op.
  • Op dezelfde manier kan een speler twee punten scoren, als hij onderuit getrokken wordt, en zelf de penalty binnen schiet.
  • Eigen doelpunten worden uitdrukkelijk(er) aan de ongelukkige verdediger gegeven, maar de aanvallers scoren wel de andere twee punten.
  • In een enkel geval kon een doeltrap verkeerd worden genomen, en rechtstreeks een goal opleveren zonder tussenkomst van de benodigde drie spelers. In dat geval worden hooguit twee punten uitgereikt

Alléén de goals
Van belang bij deze telling is dus, dat alleen maar naar de goals wordt gekeken. Een prachtige aanval, met een sublieme assist, die door de spits toch over wordt geschoten, levert helaas geen punten op, voor niemand. Omgekeerd levert een heel onbenullig tikje breed, waarna een ploeggenoot drie man passeert en hem over de keeper lobt, voor beiden slechts één punt op. Het is de hardheid van de statistiek, waarbij alleen maar gekeken wordt naar feiten en gegevens, en niet meer naar de achterliggende gedachte. Daarom ook mag nooit op basis van te weinig gegevens  een harde conclusie worden getrokken. Maar aan de andere kant: daarom ook kunnen er wél conclusies worden getrokken uit de grote aantallen. In de statistiek erkent men dat er toeval meespeelt in de metingen,  alleen dit wordt verondersteld eerlijk te zijn verdeeld over de gebeurtenissen. Het hierboven omschreven achteloze tikje breed zal heus niet al te vaak, en door iedere keer dezelfde speler, gegeven worden, en als dat wel zo is, zo redeneert de statistiek verder, dan zit daar dus ergens toch iets heel goeds en lucratiefs in. Dan is het geen toeval meer.

Pilotstudie Feyenoord
De 79 doelpunten van Feyenoord in het seizoen '13-'14 werden gescoord in 38 wedstrijden, 34 voor de competitie, twee in de Europa League (tegen Kuban Krasnodar) en twee voor de beker tegen eredivisieploegen (Heracles en Ajax-uit). Om de meting zuiver te houden zijn duels tegen amateurs niet meegenomen: er zou een hoge uitslag tussen kunnen zitten, die het beeld ernstig zou kunnen vertroebelen.

Dit is overigens niet gebeurd, en ook bleken er geen eigen doelpunten te vallen. Drie keer besloot het panel een pre-assist niet toe te kennen, deze punten komen onder  'geen score' weer terug in onderstaande lijst. De 79 doelpunten, en daarmee 237 punten, zijn als volgt verdeeld:

9ec8fe927cb3ee3a9f068f36d2a406b2_1399213

Uiteraard scoorde spits Pelle de meeste goals (25), en dit levert hem ook de koppositie op in 'punten'. Opmerkelijk is dat vleugelspits Jean-Paul Boëtius hem aardig benaderde, na een afwezigheid in het begin van dit seizoen. Lex Immers komt op de derde plaats, de aanvallende middenvelder verschijnt vaak voor het doel.
De middenvelders, en ook de aanvallende back Daryl Janmaat, doen met een (kleine) twintigtal punten mee, en zij scoren vaker in de opbouw dan in het afmaken van de goal.

Uiteraard is het ook van belang mee te nemen of een speler wel alle wedstrijden meespeelde. Daarom nogmaals het overzicht, maar nu inclusief de speelminuten. Delen wij de behaalde punten door het aantal speelminuten, dan geeft dat in  het volgende overzicht het aantal minuten dat een speler nodig heeft om weer bij een goal betrokken te zijn. (laatste kolom)

5538a17939ef21a988d440094fb51224_1399221

Een opmerkelijke eerste plaats hier voor invaller-middenvelder Ruud Vormer. Hier blijkt ook de waarde van het iets opgehoogde puntenaantal: omdat er nu toch 16 punten vergeven zijn, kan niet echt meer gesproken worden van een toevalligheid. Vooral het aantal goede spelhervattingen (corners en vrije trappen) van de nummer twaalf leiden tot deze hoge score in een zeer beperkt aantal speelminuten.
Door het geringe aantal minuten dat ook Jean-Paul Boëtius maakte, door een lange blessure begin dit seizoen, komt hij hoog in de ranking.

Het spel van Feyenoord is, althans in vele wedstrijden, afgestemd op spits Pelle, Hij scoort veel, al bereidt hij er toch ook 18 voor. Invaller Mitchell te Vrede vertolkte deze rol nog sterker, met 4 goals maar slechts één voorbereiding. Andere spelers bereiden enkel voor, zoals Clasie en linksback Terence Kongolo.
Op deze ranglijst is duidelijk het centrale trio van Feyenoord te zien, zij doen overduidelijk het minst mee in productieve zin, met een goal per 440 minuten, nog niet half zo productief als ieder ander. Dit ondanks het mee naar voren trekken bij corners.

Conclusies
Het is erg gevaarlijk conclusies uit een dergelijk onderzoek te trekken. Het is een teamsport, het volstaat niet de elf mensen te kiezen die het beste op dergelijke lijstjes nar voren komen. Het is dan ook niet meer dan een hulpmiddel, eens te kijken naar dit soort overzichten, en dit mee te nemen in de analyses over de te nemen beslissingen, zoals de opstelling, de uitvoering van corners en vrije trappen, de gehanteerde tactiek etc.

Daarnaast levert het aardig leesvoer voor voetbalfanaten en levert het een aardige stof ter discussie.

de realist,
4 mei 2014

Lees ook : http://plazilla.com/page/4295130484/mogelijke-tegenstanders-feyenoord-in-de-voorronde-champions-league

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.