God en rouwende koffiebonen (2)

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 28 April 09:34

Morbide.

Het leven leek te ver uit het lood geslagen maar Bert deed of er niets aan de hand was. Hij ging mee, zette zijn verstand op nul en sloot zijn hart voor het overdreven zielige jankerige ritueel bij dat graf. Het hele gedoe ging voor het grootste deel langs hem heen. Het duurde te lang en hij haatte het hoe alle volwassenen zich te buiten gingen aan onzinnig verdriet. Dood is dood. Nou en? Kregen ze hun geliefde Nico terug met al dat overdreven theater? Een geluk bij een ongeluk dat hij op het eind, toen de kist zakte, in huilen uitbarstte, al wist hij niet waarom. Die stomme tranen bleken een onverwacht handige bijkomstigheid want ze zorgden ervoor dat Bert zich na Nico’s begrafenis niet onder de aanstellerige volwassenen hoefde te begeven. Veilig weggezakt in vaders leunstoel las hij voor de tiende keer, telkens weer alsof hij het voor het eerst zag, wat Suske en Wiske deden. De kwaden werden door de goeden afgestraft en het was alsof het stripboek de werkelijkheid beter weergaf dan wat hij gedurende die domme verprutste donderdag in het echt beleefde.

a8294634c19c3be6d69059739364f2b6_1398673

Na een half jaar kwam de dominee niet meer iedere week. Kennelijk was de voorganger uitgebeden en zijn ouwe lui hadden zich op het werk van alle dag gestort. Dat leidde af, zei pa en Berts laatste restje zelfliefde- het was nooit veel geweest- loste laag voor laag volledig op in de verwachtingen die hij naar zijn idee nu voor twee zoons moest inlossen.
De dagen regen zich als voorheen aan één, als een ketting vol onregelmatige, maar zeker misdeelde kralen. Iedereen deed alsof men klaar was met het trieste verlies en Bert verdacht zijn moeder ervan dat ze het deed om hem te pesten, een bord te veel op tafel zetten. Wie deed zoiets doms? Of was het een hint? Wat wilde ze in Godsnaam van hem? Dat hij Nico zou vervangen?
Het leven ging door en voor een kleine zelfstandige was brood op de plank belangrijker dan je te buiten te gaan aan zelfmedelijden vanwege het onvermijdelijke zwarte gat dat in het gezin was geslagen. Er werd een zwart-wit vergroting gemaakt van een foto waarvoor Bert en Nico achter het huis had geposeerd. Hij werd ervan af gehaald.

Nu prijkte alleen Nico’s wazige hoofd in het zilveren lijstje. Meteen als je de kamer boven de kruidenierswinkel binnen kwam keek die lachende tronie je aan, naast een waxinelichtje op het kleine dressoir, waar achter de deurtjes met het uitgestoken amulet, de bandrecorder stond met de fotoboeken, die nooit meer voor de dag kwamen. Daar leefden zijn ouders met verbeten tranen en hardnekkig zwijgen omheen wat voor Bert niet hoefde. Sterker nog, het stak hem mateloos dat Nico zelfs na zijn dood nog de show stal. Het begon Bert ook steeds meer de keel uit te hangen dat zijn moeder om ieder wissewasje jankte en de sfeer in huis verpestte. Dat zijn vader haar dan verwijtend, met iets van neerbuigendheid bekeek begreep Bert wel. Zodra hij tien minuten te laat thuis kwam, stond ze, voor iedereen zichtbaar, in de deuropening te janken en viel hem om de nek alsof hij een kleuter was, of hij weken verdwenen was geweest. Alsof hij in zeven sloten tegelijk liep of er iets aan kon doen dat ze zijn jongere broer zo miste.

Walgelijk.

Zelfs nu hij hun enige zoon was kreeg hij geen normale aandacht en dat was te frappant, te pijnlijk om over het hoofd te zien. Nico was de leerstof altijd aan komen waaien, maar Bert zou nooit een uitblinker worden. Hij ging naar school, waar kennis maar mondjesmaat zijn hoofd binnen druppelde en zat er de tijd uit. Zijn onaantrekkelijke kop zat verstopt. Die vormeloze nietszeggende klomp waarbinnen morbide wraakzuchtige gedachten over elkaar rolden, het bezette brein dat woelend woeste woedende plannen smeed, die een goed Christen niet bedenken mocht. Het slappe dunne haar dat uit zijn kop groeide wilde nooit goed in de plooi vallen, was op geen stukken na zo makkelijk of frivoll als Nico’s wilde volle haardos was geweest. Met de hakken over de sloot liet men hem overgaan. Uit medelijden, niet aan de hand van zijn prestaties. Mensen die de familie kende zeiden dat Bert niet veranderd was. Nog steeds had hij geen opwindende hobby waarin hij zich uit kon leven, in tegenstelling tot zijn overleden broertje waarmee hij nog steeds werd vergeleken, maar niemand zag wat zich in Berts hoofd inmiddels allemaal verzameld had.


God vroeg hij nooit meer iets want voor je er erg in had werden de smeekbeden verhoord en leefden zijn ouders niet meer. Hij verachtte hen, maar was niet oud genoeg om zich alleen te redden. Er kleefde een zwarte last aan de eerste plaats die hij nu innam en de aandacht die hij kreeg vond hij gemaakt, te overdreven. Hij geloofde niet dat zijn ouders het meenden als ze zeiden dat ze van hem hielden. Iedere zorg voor hem leek op bemoeizucht, bleef onverbiddelijk aan Nico’s afwezigheid gekoppeld, die het in alle opzichten beter zou hebben gedaan als hij.
Een jaar na Nico's begrafenis constateerde Bert dat niets geworden was zoals hij zich had uitgedacht toen hij zijn broer dood wenste. Integendeel. Dat het er niet makkelijker op geworden was kon hem woedend maken.  Zonder Nico, die vroeger altijd veel meer had gedurfd dan hij, vaak het voortouw genomen had, was Bert geheel op eigen kunnen aangewezen en dat was niet het enige. Nu lag óók nog op de loer dat iemand hem zou ontmaskeren als de leugenachtig opgeblazen nietsnut die hij was. Gekmakend. Het werd steeds meer van levensbelang om zijn ontevreden en wraakzuchtige innerlijk te verbergen terwijl de tegenstrijdige belangen hem lastig vielen. Hij had er de leeftijd voor dat zijn seksuele driften op gang kwamen wat in hun kerk als onkuis en zondig werd beleden. Bert experimenteerde wel iedere avond in bed. Stil en stiekem. Het trof hem op een onzalige avond zeer onaangenaam dat hij daarbij zijn kleine broertje ineens wel miste. Dat nieuwe, spannende en zondige aspect van het leven had hij graag met Nico gedeeld omdat hij nooit zo’n indrukwekkende piemel had gehad als Bert. Hij rukte en trok naar hartelust, soms wel drie keer achter elkaar, maar zich erin verliezen lukte niet, al genoot hij er kortstondig van. Het bleef iets duivels en als hij, meestal razendsnel, klaar kwam, voelde hij zich naderhand onwaardig, onmachtig en ergens diep vanbinnen toch ook een zondaar.

Op zijn zestiende was leven steeds meer een ingewikkelde puzzel geworden. Vrienden met wie hij zijn donkerste gedachten en opwindende ontdekkingen kon delen, liet hij niet toe en als hij eerlijk was verwachtte hij ieder moment als oliedomme nietszeggende minkukel door de mand te vallen.

Reacties (8) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
prachtig geschreven
ik heb met Bert te doen!
benieuwd wat er gaat komen.....
Sis..wat geweldig geschreven!!!!!! door schrijven aub..
Je hebt jezelf overtroffen met dit vervolg! Aandoenlijk, maar waar verhaal. En deels zo herkenbaar voor me.....
Wel wel, herkenbaar... dat moet triest geweest zijn voor jou, maar ik weet er gelukkig één en ander van. Bij jou is het goed gekomen, maar bij Bert... oeioei
Waanzinnig goed geschreven Q, deprimerende, verdrietige situatie waar ik helemaal in meegezogen werd.
Intens en rauw, maar mooi.
Hoe treurig kan het leven van een tiener zijn die zich altijd in de schaduw van de jongere broer wist. Het schuldgevoel dat hij hem dood wenste en dat hij zijn broertje ook mist. Ergens kan ik met hem meevoelen..
Mooi verhaal die goed overkomt. Ik krijg medelijden met de jongen.