Het Dorp, Reisgenootschap, Moraalridder, Muizenkindjes, en nog wat Tarotkaarten (deel 2)

Door Neerpenner gepubliceerd op Saturday 19 April 10:58

De terugkeer van het eigenzinnig genie

Deel 1 gemist? Hier: http://plazilla.com/page/4295130880/het-dorp-reisgenootschap-moraalridder-muizenkindjes-en-nog-wat-tarotkaarten-deel-1

De deur van de hut zwaaide met het juiste gevoel voor drama krakend open en toonde Roosje in de opening. Haar ogen zagen eerst alleen maar duisternis, maar algauw kon ze een paar dingen onderscheiden. Er was een tafel, waar iets op lag te naroken.  Wat het was, wilde ze niet weten. Ze ging verder. Er hingen rekken aan de muren, volgestopt met de gekste dingen. Ze negeerde die allemaal en kwam al snel aan bij de tweede deur.
Ze aarzelde niet en klopte aan. Hard.
‘Sodemieter op!’ klonk het gedempt aan de andere kant van de deur.
Roosje glimlachte. Vorige keer had hij niet eens gereageerd. Het ging duidelijk de goeie kant op!
‘Voel je je al weer wat beter?’
‘Barslecht!’ blafte de stem. ‘ Ik denk dat ik het niet meer lang ga maken op deze ellendige wereld. Nou, dat is tenminste iets waar ik naar uit kan kijken. En dan heb ik ook nog -‘
Roosje luisterde al niet meer naar het geraas achter de deur. Het geklaag was een goed teken, wist ze. Het was de stilte die gevaarlijk was. Nu was het tijd dat ze ging optreden.
Ze draaide de deurknop om. Een droog klikkerig geluid dat al snel ophield.
‘Op slot!’ zei de stem met iets van kwaadaardige triomf. ‘Jij hebt nooit naar mij geluisterd, verwachtte je dat ik dit niet had zien aankomen?’
Roosje zei niets. Het zwaard gleed met een schurend, metalen geluid uit de schede. Roosje nam de houten deur zorgvuldig op. Ze hief het zwaard omhoog.

Er volgde een luid gekraak en daarna een wat zachter gekraak, alsof iets in stukken werd versplinterd.
De deur viel met een doffe knal naar achteren. Wat ervan overbleef, tenminste.
Toen het stof optrok, kwam Roosje de kamer binnen. Het was een vreemde kamer. Er was alleen maar een bed, niks anders.
De muis in het bed keek haar kwaad aan.
‘Moest je nou echt die deur vernielen? Ik wist dat je gewelddadige neigingen had, getuige je stilettohakken, maar om nu een hele deur kapot te snijden, moet je wel gek zijn.’
‘Hallo broertje,’ zei Roosje vrolijk.
Neerpenner snoof.
‘Nu is het opeens van hallo broertje. Wedden dat je iets nodig hebt? Anders zou jij niet gekomen zijn?’
‘Wel, we hebben niet iets nodig.’
‘Ha!’
‘We hebben jou nodig.’
‘Vergeet dat maar.’
‘Kom nou, broertje, waar is je zin voor avontuur gebleven?’
‘Daar waar mijn zin om te leven zich schuilhoudt.’
Roosje zag in dat ze iets anders moest proberen.
‘Maar zonder jouw uitvindingen kunnen we niks doen. We hebben jouw genie echt nodig,’ vleide ze.
‘Dat kun je ook mooi vergeten, vrees ik. Ik ben geen uitvinder meer.’
Dit schokte Roosje, ze legde haar zwaard weg.
‘Geen uitvinder meer?’
De jonge muis keek met een droef gezicht naar haar op.
‘Ik heb geen inspiratie meer. Het beste wat ik kon verzinnen was een verbeterde bezem, en dat was drie maanden geleden!’ Hij snikte. ‘Het werkte niet eens!  Heb je de tafel dan niet gezien?’
Wie ben ik dan nog? Een uitvinder zonder uitvindingen? Belachelijk!’
Roosje keek verbaasd.
‘Is dat het maar? Ben je daarom gegaan? Omdat je gewoon niks wist te verzinnen?’
‘Je begrijpt het niet. Mijn gehele identiteit was vernietigd! Ik ben nog slechts een schim van een schaduw van mezelf.’
‘Dus je gaat echt niet mee? Misschien dat jij wat frisse lucht nodig hebt?’ zei ze en keek bedenkelijk naar het stof dat opgehoopt lag in de slaapkamer.
‘Ha! Frisse lucht, alsof dat mij nog kan helpen. Ik ben reddeloos verloren!’ declameerde de muis vanonder de lakens.
Roosje begon haar geduld te verliezen. Het was ook altijd wat met haar geschifte broer. Altijd met zijn neus zitten in de boeken, in plaats van een gezonde knokpartijtje te beginnen, zoals zij.
Maar ze kende hem door en door. Inclusief zijn zwakheden.
‘Je hebt gelijk. Je kan ons niet helpen,’ begon ze.
‘Inderdaad!’
‘Ze zullen wel blij zijn.’
‘Inderd- Hé, wat?’
‘Ze hadden het mij nog zo afgeraden. Ga, niet, Roosje, zeiden ze. Hij is nutteloos, een levende verspilling van tijd.’
‘Zeiden ze dat?’ Neerpenner trok een kalm gezicht, maar zijn altijd al hoge stem steeg een octaaf hoger.
‘En of ze dat zeiden! Vooral Gildor had me gewaarschuwd.’
‘Gildor!’ Neerpenner keek plotsklaps furieus. ‘Die zo scheel kijkt van de alcohol dat hij zonder zijn nek te bewegen naar een tenniswedstrijd kan kijken?’
Roosje knikte behulpzaam. ‘Ja, die Gildor. Hij was erg bezorgd, weet je,’ voegde ze eraan toe in een flits van inspiratie. ‘Je had altijd een zwak gestel, zei hij.’
Neerpenner vernauwde zijn ogen.
‘Zei hij dat? Zwak gestel? Ik? Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld!’
‘Maar je zei nog wel dat je reddeloos was, dat je deze wereld ging verlaten.’
‘Och, dat,’ wuifde Neerpenner haar bezwaren weg en sloeg de lakens opzij. ‘Ik voelde me gewoon even niet goed,’ verklaarde de jonge muis terwijl hij opstond.
‘Dat is toch geen reden voor zulke overdreven betuttelarij?’
‘Natuurlijk niet, broertje,’ zei Roosje gedwee.
‘Zwak gestel, hij mocht willen!’ hoonde Neerpenner en bond, met enige moeite een helm vast aan zijn hoofd. ‘Misschien hoopte hij dat zelfs. Maar goed dat ik mij niks laat wijsmaken over mijn gezondheid, nietwaar?’
‘Helemaal waar,’ zei Roosje en ze volgde hem de kamer uit. Met een glimlach.

Maskers en een strik

‘Roosje?’
Ze draaide zich om. Het Reisgenootschap was het donkere bos binnengetreden en Wasbeer overlegde met Neerpenner welke kant ze nu moesten opgaan. De kaart tussen hen werd beschenen door het licht van het Vlinderende Vuurmuisje.
‘Ja, Gildor?’ zei ze toen ze het bezorgde gezicht van haar muisgenoot zag.
‘Kijk, ik ben ook blij dat hij terug is. Maar waarom kijkt je broer naar mij alsof ik zijn geliefde huisdier heb vermoord?’
‘O, dat,’ zei Roosje luchtig. ‘Dat gaat wel over, je weet toch dat hij een beetje gek is?’
Gildor keek haar scherp aan.
‘Je hebt er dus niks mee te maken?’
Ze zette grote ogen op en speelde wat met haar zwaard.
‘Welnee! Hoe kom je er nou bij?’
Gildor zag hoe haar vingers gleden over de scherpe kling en slikte.
‘Gewoon een idee,’ mompelde hij en trok zich schielijk terug.
Roosje grinnikte zachtjes en sloot zich aan bij de rest van het Reisgenootschap, dat steeds dieper in het duistere bos binnendrong.
Wat de Reisgenoten niet zagen, was dat ze gevolgd werden. Twee gedaanten slopen voorzichtig achter hen.
Allebei waren ze gemaskerd. Het was moeilijk te zien in het donkere bos, maar eentje had een strik op zijn hoofd en knalde voortdurend op tegen de bomen omdat die strik steeds afzakte tot zijn ogen.

‘Maar Miezemuisje!’ jammerde hij en kreeg als dank een por in de ribben.
‘Stil!’ siste “Miezemuisje”, geheel strikloos. ‘Wil je soms dat ze ons horen?’
De strik kreunde even en praatte verder, zachter weliswaar. ‘Maar ik begrijp niet waarom wij hier moeten zijn.  Ik bedoel, drie uur geleden zat ik te genieten van een lekkere cognac met kaas bij het haardvuur en nu...’
‘Zwijg, slapjanus. We doen dit voor Het Hogere Goed!’
‘Het Hogere Goed?’
‘Ja!’ schreeuwde “Miezemuisje”, haar eigen lawaaiverbod even vergetend.
‘Ik zie niet in hoe dat-‘
‘Natuurlijk zie jij dat niet, met die strik. Doe hem omhoog!’ snauwde ze. ‘Zij willen de wereld vernietigen, want ze zijn handlangers van die sneaky aliens van de Galactische Triade!’
‘De galactische Triade?’ herhaalde de strik opnieuw, terwijl hij worstelde met zijn strik.
‘Uiteraard! Kijk dan, die Roosje is erbij. En wij weten allemaal dat ze contacten heeft gehad met de aliens! En dan heb je die gek Neerpenner er nog bij, met zijn rare uitvindingen.’
‘Ja, die is wel gek,’ gaf de strik toe.
‘Kom! We verliezen ze uit het oog!’

Derde Intermezzo.

Lucifall keek bezorgd naar de derde kaart. Een zwarte toren die door de bliksem getroffen werd.  Twee muizen, muis en muizin, sprongen met angstige gezichten uit de instortende toren.

‘De door de bliksem getroffen toren. Vernietiging gepaard met positieve gevolgen. Een drastische ommekeer in iets vertrouwds. Naderende rampspoed. Maar kan ook een persoon zijn die plannen smeedt.’
Het beviel haar maar niks.

De Moralistische Moraalridder

De Moralistische Moraalridder was tevreden. Het licht van vele cameraschermen deed zijn vacht bleekgeel worden. Hij zag alles. De voorbereidingen van het feest in het dorp. De terugkeer van Neerpenner. Die twee gemaskerde mafkezen.
Hij had het allemaal voorzien. Hij giechelde. Hij had overal camera’s opgenomen, zonder dat ze het opmerkten!
Maar ja, ze wisten niet wie hij was. Ze wisten zelfs niet dat hij mee hielp aan het feest! Als ze ooit zouden ontdekken dat hij hun kinderen had ontvoerd….
Het knaagde toch aan hem dat die wasbeer hem een terrorist had genoemd. En dan die arena met die beesten….
Hij schudde het hoofd. Hij, een terrorist? Niets was verder van de waarheid! Hij deed het voor het dorp, hij wou de verdere ontmanteling van het dorp tegenhouden. En heiligde het doel niet de middelen?
Trouwens, de aanval van die wasbeer was zeer nuttig voor de sfeer. De Moraalridder glimlachte weemoedig als hij dacht aan die tijden. Het hele dorp vocht als een man. Alle vetes en ruzies werden in die opwindende tijden vergeten.
Ze hadden een gemeenschappelijke vijand nodig, zoals hij nu.
Maar ze zouden hem nooit vangen in tegenstelling tot die wasbeer, ze zouden nooit denken aan een verrader in het dorp.
Er klonk een schril gepiep.
Hij keek op de klok en schrok. Hij moest weer komen helpen aan het feest.
Hij rende de kamer uit en zag niet wat er gebeurde op een bepaalde scherm. Daar stapten de muizenkindjes naar een bos. Als hij het gezien had, zou hij hen tegengehouden hebben. Voor hun veiligheid. Er waren dingen in het bos…

Vierde Intermezzo

De vierde en laatste kaart was nu ook gelegd. Daar stond een muizin op, geblinddoekt en omringd door acht zwaarden die haar dreigend insloten.

‘Zwaarden acht. Crisis. Blokkade. Conflict. Gevangenschap.’
Ze keek zuchtend naar haar vier kaarten. De Dood, de Gehangene, de Toren, en nu Zwaarden acht!
‘Het dorp zal een rumoerige tijd beleven,’ mompelde ze.

De negen muizenkindjes

De muizenkindjes zaten in hun grot nog na te praten. Dat wil zeggen, de oudsten. Amymuisje en Alexander waren in alfabetische volgorde in slaap gevallen. Marrijemuisje, Denise en Mireille vochten tegen de slaap.
Het waren vooral Ralf, Nicole, Marten en Dirk-Jan die het hoogste woord voerden.
‘Ze zullen ons toch vinden?’ vroeg Denise.
‘Dat betwijfel ik,’ zei Ralf somber. ‘De sterrenbeelden zijn allemaal anders. Wie weet waar we nu zijn.’
Ze keken mekaar aan en begonnen weer te huilen. Die bramen vulden hun hongerige maagjes niet echt.
‘Ik heb honger!’ snikte Dirk-Jan.
‘Mama!’ huilde Denise.
‘Papa!’ weenden Marten en Ralf.
Ze probeerden aan de gedichten van hun ouders te denken, maar het geknor van hun magen herinnerde hun aan de harde werkelijkheid. De gezichten van mama  met haar zwaard en papa met zijn fles vervaagden en werden vervangen door heerlijke, romige, geurende kazen.
De geur deed hen dromen van goudkleurige kaasbergen, met hun zachte, knaagbare inhoud.
Ze snoven, het leek wel of de geur steeds sterker werd. Ze zagen het kaas voor zich, konden er bijna in bijten…

Opeens waren ze allemaal wakker. Zelfs Amymuisje. Hun ogen stonden wazig en hun kaken hingen krachteloos wakker. Het enige wat telde was de geur, de belofte van kaas.
Ze stonden op, en gingen in een rij uit de grot, hun neus achterna. Het bos doemde in de verte op, afwachtend als een jager.
De muisjes merkten niet dat ze in het bos kwamen. Slechts de geur was van belang. Ze zagen niet hoe een muizin met een rode kap wegrende, achternagezeten door een kat. Ze zagen niet hoe een andere kat likkebaardend sloop naar een bakstenen huisje. Ze zagen niks van dit alles.
Ze zagen vooral niet dat ze in het oerbos waren. Het bos dat met alle andere verbonden is door de kracht van verhalen.
Ze kwamen aan, na een lange zwerftocht door struiken en beken, bij een raar huisje. Want het huisje was geheel van kaas.
‘Kaas…’fluisterden de negen muizenkindjes schor. Ze vielen het huisje aan, nog steeds in de ban van die vreemde geur. Algauw waren schrok- en smak geluiden te horen in heel het bos.
Ze waren zo luidruchtig dat ze het piepen van de deur niet hoorden. Een oude muizin stak haar hoofd om de hoek. Ze was werkelijk oud. Haar vacht was grotendeels uitgevallen en wat er restte bungelde in lange slierten voor haar ogen. Ze droeg een zwarte omslagdoek om zich en ze had nog maar een voortand over. Die gebroken was.
Ze zag de etende muisjes en zei verheugd:
Knibbel, Knabbel, Knuisje,
Welk muisje
eet van mijn huisje?

Het kwijl droop van haar mondhoeken. Normaal kreeg ze die muisjes per twee. Hiervoor zou ze misschien haar oven moeten ombouwen.
Ze grijnsde.
‘Lieve muisjes, hierbinnen is er nog meer kaas, hoor. Kom maar binnen, kom binnen!’
De muisjes keken verdwaasd op en zonder iets te zeggen waggelden ze de heksenhut binnen.
De deur viel achter hen in het slot.

Cliff

Uiteraard is die metalen muis in alle staten na mij bijdrage. Hij piept iets over een vertienvoudiging van rode draden en dat hij niet nog eens naar een zekere spin wil gaan, wat dat ook mag betekenen.
Het is triest om hem zo wanhopig te zien rondsnorren. Maar misschien kunnen jullie zijn lijden verlichten? (Of verzwaren, uiteraard)

Reacties (24) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik hrpeb het gevoel dat de Accountants bezig zijn met een snood plan en dat ze daar verschillende sprookjes figuren voor nodig hebben. :-)
Ik heb weer dubbel gelegen.
Dat lijkt me niks voor hen, daar ze verhalen zien als uit pulphout gewalste vellen papier, versierd met zesentwintig fonetische tekens. :)

En daar doe ik het voor. :)
Tja maar lastposten zijn het wel.:-)
Prachtig vervolg, heel spannend weer
Dank je wel.
Zie je wel! :D
Je hebt me bijna als een harteloze muizin neergezet, maar gelukkig dringt de liefde voor mijn broertje door alles heen. Ben blij dat de uitvinder weer aan het uitvinden geslagen is. Eigenlijk heb ik je niet echt gemist natuurlijk, maar het is wel fijn om er weer iemand bij te hebben waar ik mijn treiterijen op los kan laten.

;)
Het is die laatste zin weer..... **zucht diep, vanuit zijn muizenteennageltjes**

Heb nou gewoon eens een keer het lef om toe te geven dat je ontzettend veel van je broertje houdt en dat je kraaloogjes traantjes van geluk plengen dat hij weer een actieve rol op zich neemt.
Pesterijtjes kunnen altijd nog...;-) Dat leer je toch nooit af. :P
Was ik niet de eerste die hier het woord 'liefde' in de mond nam? Ondanks al zijn tekortkomingen heb ik wellicht wel een plaatsje voor hem in mijn hart (welk hart), maar traantjes zal ik niet snel plengen. Zeker niet nu hij niet meer nodig blijkt te zijn als oppas. ;)
Ja, om het gelijk weer te relativeren of af te zwakken. :P

Ik zal maar geen opmerkingen maken over jouw bijna fatalistische zin over zijn "oppasschap". Ik zie heus wel dat daar een bepaalde strategie achter zit. ;-)
Tja, wat is liefde dan ook? ;)

Deze zin was nog niet direct definitief fatalistisch, maar misschien wordt het tijd om het vervolg op me te nemen. Dan zou daar zomaar eens verandering in kunnen komen. ;)
Nou, dat wordt weer een uitdeukbedrijf bellen -)
Vraag me af of ze deze deuken van het lachen nog kunnen herstellen -)
Echt geweldig.
Geweldige uitdrukking! Die hou ik erin!
Graag gedaan. ;)
Mijn donkerbruin of donkerpaars vermoeden klopte dus ook. It is you!
Ik heb in een complete deuk gelegen.
"Daar waar mijn zin om te leven zich schuilhoudt"; "Die zo scheel kijkt van de alcohol dat hij zonder zijn nek te bewegen naar een tenniswedstrijd kan kijken", hahahaha, hou kóm je erop? :-D

Bijzonder goed vervolg. Echt! Ben benieuwd wie het aandurft om deze lijntjes door te trekken.
Manipulatief zusje heb je toch, dat mag ook wel eens gezegd worden. :-)
De kindertjes zijn dus nu in de klauwtjes van een kannibalistische bejaarde muis terecht gekomen. Mijn vaderhart bloedt...
Geen idee, die zinnen komen haast vanzelf. :)

Tja, ik moest haar karakter toch recht aandoen, niet?

Je vaderhart bloedt.... Laten we dan maar hopen dat jouw hart niet nog erger gaat lijden, want Roosje is blijkbaar niet erg happig om moeder te blijven.... Zou wel een primeur zijn, de eerste sterfgeval in het dorp.
Mijn gevoel over de kluizenaar klopte blijkbaar. Ont-zet-tend goed vervolg... en nu? Wanneer verder?
Ah, dat is ook een vraag voor mij... Wie weet, kun jij wel het antwoord geven? :)

Dank je wel!
wordt het niet eens tijd voor een nieuwe frisse schrijver? Ik heb mijn deel voorlopig wel gedaan, dacht ik. Aan de andere kant als er een vlaag inspiratie mijn kant op komt...