Spiegelgeheimen

Door Natuursmurf gepubliceerd op Tuesday 15 April 19:00

‘Kun je nou nooit eens je mond houden! Rotmeid!’ Kwaad loopt Elan weg. Kaya kijkt hem met een gemene glimlach na. ‘Dat is niet aardig van je Kaya,’ zegt mama. ‘Als Elan nou graag met een beertje in bed slaapt. Dat maakt toch helemaal niks uit. ’‘Je gaat toch niet als je negen bent met een knuffel naar bed. Dat is toch niet normaal!’ valt Kaya uit.
‘Laten we het een beetje gezellig houden,’ sust mama. ‘Dit is onze eerste vakantie in drie jaar. Ik heb me rot gespaard om twee weken te kunnen kamperen in Noorwegen.’
Kaya zit nog even stil met haar armen over elkaar, maar dan rent ze ook weg.
Mama roept haar achterna dat ze allebei voor het donker weer terug moeten zijn.

Elan is intussen met een bal aan het spelen. Hij trapt hem tegen een muurtje tot hij weer terugkaatst. Dan is Kaya bij hem. ‘Geef eens hier die bal,’ zegt ze achter hem.
‘Ga weg,’ schreeuwt Elan. ‘Ik wil je nooit meer zien!’ Hij raapt de bal van de grond en rent het bos in dat naast de camping ligt. Kaya kijkt hem even na en rent dan achter hem aan.
Een paar minuten later heeft ze hem ingehaald. ‘Wacht even,’ roept ze. ‘Hé, wacht nou, ik wil je wat zeggen.’
Elan stopt met rennen en kijkt zijn zus boos aan. ‘Wat is er dan?’
Kaya kijkt hem zwijgend aan. ‘Je moet niet zo zielig doen,’ zegt ze tenslotte.
‘Hoezo zielig? Jij bent pas zielig,’ zegt Elan. ‘Waarom moet je altijd mijn geheimen verklappen? Waarom ben je mij altijd aan het pesten?’
‘Ach, je moet je niet zo aanstellen. Kom, geef hier die bal.’ Kaya pakt de bal weg uit Elans handen en trapt hem vervolgens hard de struiken in.
‘Die ga je mooi zelf halen!’ roept Elan uit.
‘Bekijk het maar,’ zegt Kaya. ‘Het is jouw bal.’
Elans gezicht betrekt. ‘Ik ga het tegen mama vertellen hoor, dat je zo gemeen doet.’
‘Nee wacht,’ zegt Kaya snel. ‘Ik haal hem wel.’ Snel rent ze de struiken in waar ze de bal voor het laatst gezien heeft. Met haar neus wijzend naar de grond speurt Kaya de struiken af. Ze gaat zo op in haar werk om de bal te vinden dat ze pardoes tegen een boom oploopt.
‘Auw!’ Kaya wrijft over haar pijnlijke voorhoofd. ‘Ja zeg, bekijk het maar, ik heb er geen zin meer in.’ Toch blijft Kaya staan. Met open mond staart ze naar een enorme boom vlak onder aan de helling. Hij lijkt bijna zo breed als een huis en staat een beetje afgezonderd van de andere bomen.

c60ce98a582ab04923f77d4e08814920_1397583

‘Hé, waar komt die nou ineens vandaan,’ zegt ze verbaasd. Ze schuift de helling af en blijft vlak voor de woudreus staan. Dan ziet ze een opening in de stam. Nieuwsgierig steekt Kaya haar hoofd naar binnen. Het is er niet zo donker als ze had verwacht. Bovendien heeft ze de onweerstaanbare drang om te zien hoe groot het van binnen is. Ze zet twee aarzelende stappen en daarna nog twee en dan staat ze midden in de boom.
‘Wauw! Ik sta gewoon midden in een boom.’ Ineens ziet ze de bal liggen waar ze naar op zoek was. Ze pakt hem gauw op en wil de boom verlaten als ze onverwacht een stem hoort. Met een ruk draait ze zich om. Er is niemand te zien.
‘Is daar iemand?’ Haar stem klinkt akelig hol. Tien tellen blijft ze zo staan, luisterend. Behalve haar hart - dat als een op hol geslagen paard door haar borst galoppeert - blijft het stil. ‘Ik zal het me verbeeld hebben,’ zegt ze zachtjes.
‘Dit is geen droom Kaya, dit is echt,’ galmt er om haar heen. ‘Treed naar voren en hoor mij aan: ‘Voer mij jouw geheimen, dan laat ik jouw liefste wens in vervulling gaan.’
Op dat moment ziet Kaya een grote spiegel staan. Hij straalt een magische glans uit die de donkere holte in de boom vult met een aangename lichtheid.
’Wie ben jij?’ hoort Kaya zichzelf aarzelend vragen.
‘Ik ben de stem van de spiegel. Ik ben een magische en geheime spiegel. Eens in de duizend jaar ben ik een dag lang zichtbaar en mag iedereen die de spiegel een geheim vertelt een wens doen.’
‘Een wens… een echte wens?’ roept Kaya opgewonden.
‘Een wens voor een geheim.’
‘Dus, als ik een geheim vertel, dan mag ik een wens doen?’
‘Kaya, dan mag je alles wensen wat je maar wilt,’ antwoordt de magische spiegel.
Na enig nadenken knikt Kaya en vertelt ze een van de geheimen die ze weet van haar jongere broertje Elan. Ze durft niets van haarzelf te verklappen maar van Elan, nou dat kost haar geen enkele moeite.
Nadat ze het geheim heeft uitgesproken wacht ze in spanning af wat er gaat gebeuren. Dat duurt niet lang. Een felle lichtflits schiet uit de spiegel en verblindt Kaya. Ze knijpt snel haar ogen stijf dicht. 

Ergens ver achter Kaya staat Elan nog steeds te wachten. Hij kijkt af en toe ongeduldig op zijn horloge dat aangeeft dat er al bijna een half uur is verstreken nadat zijn zus de bal is gaan zoeken.
‘Kaya! Schiet nou op!’
Zijn schreeuw levert alleen stilte op. Een koele wind is ondertussen opgedoken en jaagt Elan een koude rilling over het lijf. Hij twijfelt. Nog één keer kijkt Elan op zijn horloge en baant zich dan ook een weg door de struiken. Tussen de lange dunne naaldbomen door loopt hij, af en toe hard Kaya’s naam roepend. Een verre echo van zijn eigen stem is het enige wat hij terug hoort.
Boven aan een helling blijft hij even staan, bedenkend wat hij gaat doen. Terug gaan of… Zijn blik valt op de enorme boom beneden hem. Zijn nieuwsgierigheid wint het van de twijfel en ook Elan daalt van de helling af. Enkele meters voor de boom blijft hij staan. Zo vlak onder de reusachtige boom voelt hij zich nog nietiger. Hij kijkt omhoog naar de top tot het hem duizelt. Opeens ziet hij een fel licht uit de stam van de boom tevoorschijn komen.

In de boomholte is het ondertussen weer halfdonker geworden. Het licht uit de spiegel is weg. Kaya opent voorzichtig haar ogen en kijkt naar een zonderling figuur die vlak voor haar staat. Het is een lange, slanke man en hij heeft een nauwsluitende zwarte mantel om. Lange donkere haren bedekken het grootste gedeelte van zijn gezicht.
‘Wie bent u?’ vraagt Kaya verbaast.
‘Ik ben Kimi de tovenaar,’ zegt de man heel rustig. ‘En ik moet je bedanken want zonder jou zou ik nu nog gevangen zitten.’
‘Gevangen? Waar dan?’
‘In de spiegel Kaya, de magische spiegel waar jij nu achter zit. De spiegel die mij al duizend jaar in haar greep houdt en waaruit ik nu eindelijk ben bevrijd.’
Op dat moment dringt het pas tot Kaya door dat ze niet meer voor de spiegel staat, maar aan de andere kant van het glas. Ze kijkt nu door de spiegel naar de man in de boomholte.
‘Hé!,’ schreeuwt ze. ‘Ik dacht dat ik een wens mocht doen?’
‘Sorry,’ zegt de tovenaar. ‘Ik heb een beetje gelogen. Duizend jaar geleden ben ik gestraft door de orde der tovenaars. Ik had namelijk alle geheime toverkunsten die door de eeuwen heen waren verzameld en door alle tovenaars in besloten kring werden toegepast, verraden. Ik wilde ze voor mezelf, ik wilde in alles de beste zijn. Toen ze erachter kwamen, werd ik in deze spiegel gevangen. Eens in de duizend jaar verschijnt de spiegel voor één dag. Hier in deze eeuwenoude holle boom. En alleen op die dag als iemand een geheim van een ander verklapt aan de spiegel wordt de betovering verbroken. Ik heb er lang op gewacht, maar eindelijk is het dan zover. Een heel lang leven wacht op mij, wacht om ontdekt te worden. Nog veel plezier in de spiegel.’ De tovenaar draait zich om en loopt met grote, krachtige stappen de vrijheid tegemoet.
‘Nee, nee wacht,’ gilt Kaya. 

Elan kijkt vreemd op als hij iemand uit de boom ziet komen. De plotselinge lichtflits liet hem schrikken, maar de in het zwart geklede man die ineens tevoorschijn komt is helemaal een schok. Hij deinst geschrokken achteruit, maar de vreemde man besteedt geen aandacht aan hem. Hij loopt Elan gewoon voorbij alsof hij niet bestaat.
Elan kijkt hem met open mond na. Daarna wordt zijn aandacht weer getrokken naar de opening in de stam. Zou hij…
Zijn gevoel voor avontuur wint het van het onbekende. Elan loopt zonder angst door de opening naar binnen en bevindt zich even later midden in de boom. Hij kijkt nieuwsgierig rond tot zijn blik op de grote spiegel valt.
‘ELAN! HELP! Ik zit hier… in de spiegel.’
‘Kaya, ben jij dat?’
‘Ooh, Elan het spijt me zo. Van alles. Alsjeblieft, help me.’
Elan belooft haar te helpen nadat hij haar verhaal gehoord heeft.

Als Elan even later weer de boom verlaten heeft, krabt hij zich achter zijn oren. Wat kan hij nog doen? Die tovenaar is natuurlijk al lang weg en zelfs als hij hem vindt, wat dan? Allemaal vragen waar hij nu niks mee kan. Hij haalt zijn schouders op en loopt dan de richting uit waar hij de tovenaar het laatst heeft gezien. Na vijf minuten lopen houdt hij zijn pas in. Hoorde hij daarnet een schreeuw? Elan spitst zijn oren, houdt zijn adem in en luistert.
Ja, daar hoort hij het weer. Hij loopt met steeds snellere passen in de richting van het geluid en met elke stap klinkt het harder en angstaanjagender. Nog even en dan zou hij…
Elan houdt abrupt zijn pas in. Een tiental meters voor hem ziet hij een donkere gestalte. Hij staat voorovergebogen over een meertje. Elan verbergt zich achter een boom en gluurt naar de tovenaar. Die zit nog steeds half gebogen over het water en het lijkt of hij aan het huilen is. Tussen het snikken door hoort Elan hem zeggen: ‘Mijn gezicht, mijn handen, mijn leven, het is voorbij, alles is voorbij.’ Zijn rauwe stem galmt door het bos heen. Elan krijgt het er ijskoud van. Hij wacht niet langer en loopt op hem af. Hij heeft geen flauw idee wat hij kan doen, maar hij moet tenslotte iets doen! Kaya vertrouwt op hem.
Nog vier stappen. De tovenaar zit nog bewegingloos met zijn handen voor het gezicht. Nog drie stappen, nog twee. Elan staat vlak achter hem, hij schraapt zijn keel. ‘Meneer Kimi? Tovenaar Kimi?’
De man in het zwart draait zich langzaam om en kijkt Elan aan. Elan schrikt van het uiterlijk van de man. Het gedeelte van zijn gezicht dat niet door zijn donkere haren wordt bedekt, ziet er schokkend oud uit. Ook zijn handen zijn bedekt met rimpels.
‘Ik begrijp het niet,’ stamelt de tovenaar. ‘Met elke minuut lijk ik een jaar ouder te worden.’ Elan staart hem even aan, maar knikt dan begrijpend. ‘Het is de spiegel,’ zegt hij met nadruk. ‘In de spiegel kon u eeuwenlang leven, maar daarbuiten bent u slechts een gewone sterveling. De duizend jaar die u geleefd heeft, halen u nu in.’
De tovenaar kijkt weer naar zijn misvormde spiegelbeeld. ‘Ik wil nog niet dood,’ snikt hij opnieuw.
‘Er is nog maar één ding wat u kan doen om uzelf te redden,’ zegt Elan vastbesloten.
‘Wat dan?’ vraagt de snel oud wordende tovenaar. Zijn stem kraakt bij elk woord.
‘Begrijpt u het dan niet? U moet terug de spiegel in. Dat is uw enige kans om eeuwig door te leven. De spiegel gaf u het eeuwige leven en de tijd neemt dat nu terug.’
Kimi staat op. De grote tovenaar kijkt als een reus neer op de kleine Elan. ‘Wat ben jij wijs voor je leeftijd jongeman,’ zegt hij met enige verwondering. ‘Je zou een goede tovenaar kunnen zijn.’
Elan glimlacht, droomt even bij de gedachte, maar dan wordt het hem weer ernst. ‘Kom, we moeten opschieten voor het te laat is. Het wordt al donker.’
Met de strompelende oude tovenaar achter zich aan rent Elan terug naar de boom. Als ze nog maar op tijd zijn, raast er steeds door zijn gedachten. Elke keer als hij omkijkt, ziet de man er ouder uit. Zijn dunne huid staat steeds strakker om zijn schedel, terwijl zijn gezicht in een krater van rimpels verandert. Zijn donkere haren transformeren snel in een wirwar van witgrijs.
Met de laatste strepen daglicht in hun rug strompelen ze de boom in. Hijgend en proestend staan ze even later voor de spiegel. De oude tovenaar lijkt meer dood dan levend. Zijn ogen liggen diep verscholen in zijn oogkassen.
‘Schiet op,’ roept Elan achter hem. ‘Je weet toch wel wat je moet doen om terug in de spiegel te komen?’
Kaya kijkt gespannen toe.
‘Ik, ik weet helemaal geen gggeheim,’ stottert de oude tovenaar. Zijn krachten laten hem in de steek en hij zakt ineen op de grond. Machteloos staart hij naar de spiegel terwijl hij zijn hand trillend vooruit steekt.
Elan buigt zich voorover en fluistert de man wat in zijn oor.
Kimi knikt. Met de laatste krachten die nog in hem resten spreekt hij zijn geheim uit. Ogenblikkelijk ontsteekt er een hels vuurwerk in de boomholte en met een felle flits is het ook weer voorbij.
Elan kijkt naar Kaya en Kaya kijkt naar Elan. Dan vallen ze elkaar lachend en huilend in de armen.

Zodra ze de boom verlaten, verdwijnt hij in het niets. Hand in hand lopen ze samen terug naar de camping. Daar worden ze onthaald door hun bezorgde moeder.
‘Weten jullie wel hoe laat het is? Waar zijn jullie al die tijd geweest? Nou kom op, geef antwoord!’ Ze kijken elkaar kort aan.
Daarna zeggen ze allebei in koor: ‘Dat is een geheim!’ 

Reacties (22) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
De struik waar je in verstopt zat, verdween plotseling in het niets? Oei. ;)
Leuk verhaal!
Echt heel leuk geschreven, voor jong én oud! ;-)
Chapeau! Leuk geschreven, mooie moraal. Ik ga hem dit weekend aan mijn kind voorlezen. Benieuwd hoe hij reageert.
Bedankt Gildor, ik ben ook heel benieuwd.
Spannend verhaal, mooi geschreven!
Bedankt MoZ@rt.
Heel leuk verhaal - voorspelbaar, maar toch spannend en boeiend - met een mooie moraal :) Leuk dat je voor minder alledaagse namen gekozen hebt.
PS: 'woudreus' is echt een prachtig woord ;-)
Bedankt. Het was een van mijn eerste verhalen voor jongere lezers.
Toen geschreven voor Plazilla of voor iets anders?
Ik schreef het verhaal vijf jaar geleden voor een gezamenlijk project met meerdere schrijvers (20) waaruit een bundel met kinderverhalen zou moeten rollen.
Zou moeten ... niet gebeurd dan?
Wat een geweldig mooi verhaal! Prachtig geschreven.
Dank je Fate.