Schuld

Door Nicolettepietersen gepubliceerd op Monday 14 April 21:29

Peter is benieuwd wie die cliënte van Marja is, uit dat Blijf van mijn Lijf huis. ‘Ze heet Rosa en ze komt bij ons een beetje bij, want haar man heeft nogal losse handjes. En daarna mag ze terug naar huis.’

‘Ze mag terug.’ Een huwelijk in stand houden is voor Marja het hoogst bereikbare in haar leven, ze grossiert in mantels der liefde en na haar jeugd in diverse kinderhuizen begrijpt hij dat eigenlijk wel. Hoewel begrijpen misschien niet het juiste woord is: hij heeft zich voorgenomen van haar te houden en haar alles te geven wat ie heeft.

Hij doet de voordeur open en laat Rosa binnen. Ze is een prachtige vrouw, een kop groter dan hij en naast haar mond heeft ze een vers litteken waar een co-assistent vergeefs op geoefend heeft.

Ze loopt langs hem heen, meteen naar Marja en omhelst haar innig. ‘Goh, slingers?’ zegt Rosa dan blij verrast, ‘is er iemand jarig?’ Marja kijkt haar man strak aan en zegt: ‘Die zijn voor Mark, die zou vandaag tien jaar geworden zijn. Maar hij is op zijn derde overreden door een bus, toen Peter hem leerde fietsen.’

Het is of er een koude windvlaag door de kamer giert, hij heeft geen zin meer om hier te blijven. Bij die ijzige, beschuldigende blik van Marja en de , natuurlijk, vragende blik van Rosa. Peter weet uit ervaring hoe dit gesprek nu verder gaat: Rosa zal voorzichtig vragen naar wat er zeven jaar geleden gebeurd is en Marja zal zich koesteren in Rosa’s medeleven , wanneer ze uitgebreid gaat vertellen. Vooral in dat deel van het verhaal waar Peter de schuld krijgt,  geniet Marja  van de aandacht van haar toehoorders. En daarna  komt dan altijd de opmerking: ‘Maar ik heb het Peter vergeven hoor! Ons huwelijk is sterker dan ooit…’ Alsof er iets te vergeven valt!....Hij wil dit  niet weer aanhoren, dus maakt Peter zich snel uit de voeten,  terwijl hij roept: ‘dames, maak er een gezellige morgen van, ik ga een eindje fietsen.’ En weg is hij.

Hij stapt op zijn fiets en  probeert er flink de vaart in te zetten. Na zo’n opmerking van Marja,maar eigenlijk vooral door  de manier waarop ze dan naar hem kijkt, komen de vreselijke herinneringen  altijd weer boven. Niet tegen te houden: het beeld van Mark, zo dapper aan het fietsen, voor het eerst niet meer in de veilige tuin. En hijzelf ernaast hollend. Die mevrouw met een rollator, die ineens overstak en toen de bus die , om haar te ontwijken,  de kant van Mark en Peter op kwam! Daarna een enorme klap en niets meer…… Toen Peter bij kwam was Mark al begraven, dat had Marja dus alleen moeten regelen, naast de angst die ze had om Peter. Maar ze is Peter níet kwijt geraakt……  ‘Gelukkig maar voor haar’ denkt Peter vaak verbitterd ‘wie zou ze anders de schuld moeten geven van Mark’s dood!’  Die mevrouw met de rollator soms? Of de buschauffeur, die zijn stuur omgooide in hun richting? Dat slaat toch nergens op? Marja wilde toentertijd niet dat Peter met Mark op straat ging fietsen, ze vond dat te gevaarlijk en helaas had ze gelijk gekregen.

Peter fietst door, zo goed en zo kwaad als het gaat. Zijn linkerbeen was bij dat ongeluk op meerdere plaatsen verbrijzeld en na vele operaties en maanden van revalidatie mocht Peter blij zijn weer te kunnen lopen. Fietsen, zijn grote hobby, gaat alleen nog met moeite…. Dus lekker hard de wind in zijn gezicht voelen is er nauwelijks nog bij. En daar zou hij nu toch zo blij mee zijn:  lekker hard fietsen en alles vergeten. In plaats daarvan knokt hij om de trappers rond te krijgen en een beetje vaart te hebben. Het gemis van hun enige kind. De blikken, waar Marja hem op trakteert als het over dat ongeluk gaat en dan die opmerking ‘dat ze hem vergeven heeft’! Hij heeft in de afgelopen zeven jaar al zo vaak geprobeerd met Marja te praten: er wás toch geen ‘schuldige’? Mark en hij waren op het verkeerde moment op de verkeerde plaats ….. Alles schiet weer als een film door hem heen. Hij heeft geen zin naar huis terug te gaan,  waar Marja inmiddels in geuren en kleuren alles uit de doeken gedaan zal hebben. Uit ervaring weet hij al precies hoe Rosa naar hem zal kijken,  een medelijdende blik, zo van: ‘je zal toch maar de dood van je eigen zoon op je geweten hebben!’ Nee, Peter gaat nu nog  niet naar huis.. hij besluit een kijkje te nemen bij de bouw van hun nieuwe huis, een uurtje fietsen hier vandaan. Het zal een prachtig huis worden, weg van de onheilsplek,  waar ze een ander leven hopen te krijgen.

Al fietsend gaan Peters gedachten naar de tijd dat hij Marja leerde kennen. Ze was toen een leuke, gezellige meid,  waar hij ontzettend mee kon lachen. Ondanks haar nare jeugd, ouders verslaafd en gescheiden en een lange tocht langs verschillende kindertehuizen, was ze vrolijk. Ze konden samen overal over praten. Toen ze gingen trouwen,  zei Marja: ‘wat er ook gebeurt tussen ons, scheiden wil ik nooit! Echt nooit! Dat brengt alleen maar ellende.’ Peter had toen moeten lachen: natuurlijk gingen ze nooit uit elkaar….. ze hielden toch van elkaar en als er problemen waren zouden ze die wel uitpraten… 

Peter fietst door, hij wil graag hard fietsen: hij zet met zijn goeie rechterbeen zoveel mogelijk kracht en duwt dan met het ‘slechte’ linkerbeen zo goed en zo kwaad als het gaat. Met zijn bovenlichaam werkt hij mee. Als zijn linkervoet op de trapper duwt,  buigt zijn lichaam zich bijna over het stuur. Het ziet er wat vreemd uit, maar dat maakt hem niet uit: vaart wil hij maken! De knokkels van zijn handen worden wit van het trekken aan het stuur. Hij krijgt zowaar wat vaart en komt in een heerlijke cadans: rechts hard, links duwen, rechts hard, links duwen…………

Onwillekeurig gaan zijn gedachten weer naar de sfeer thuis. Hij had zich voor genomen Marja alles te geven wat hij in zich had, dat verdiende ze na zo’n jeugd,  vond hij. Maar inmiddels heeft hij het gevoel dat er niet veel meer te geven is….. ze heeft alles wat hij had ‘opgebruikt’ en dat doet zeer, heel zeer. Als ze nou maar eens in wilde zien dat hij geen ‘schuld’ had aan Mark’s dood. Dat ook hij Mark mist en verdriet heeft. Dat ze sámen verder moeten en niet ieder apart: Marja samen met haar clienten en hij met zijn werk……, dat ze sámen het gemis van Mark een plaats in hun leven moeten geven.

En zo ploetert Peter verder: rechts hard….. niet mijn schuld, links duwen…..er valt niks te vergeven, rechts hard……het beeld van Mark op zijn fietsje, links duwen……die bus komt onze kant op, pas op Mark!, rechts hard…… Tranen staan in Peters ogen, in een flits ziet hij van rechts een vrachtwagen aan komen….. links duwen, dúwen rót poot!…. nog net ervoor weg komen…… een klap en niets meer…..

Heel voorzichtig vertelt de agent aan Marja dat haar man in de ambulance,  op weg naar het ziekenhuis,  is overleden. Rosa, gelukkig nog aanwezig, haalt een glaasje water en is voor Marja een rots in de branding. Tussen twee huilbuien in vraagt Marja aan de agent:

‘Was Peter nog bij kennis , heeft hij nog iets kunnen zeggen?’

‘Tja’ zegt de agent ‘ uw man moet de vrachtwagen niet aan hebben zien komen, want hij zei steeds: het was mijn schuld niet, het was mijn schuld niet….. maar echt mevrouw, die wagen kwam van rechts en uw man reed zomaar door. De chauffeur kon hem absoluut niet ontwijken!’

 

 

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
dank jullie wel
heel mooi maar ook droevig.
Vind het geweldig geschreven.
Tragisch, maar mooi