De rechtzaak: een verklaring van goed gedrag

Door Nonnie gepubliceerd op Friday 11 April 16:59

ac5aff57443d91a83cc6c304b4037857_1397230

‘Stilte in de rechtbank!’ klonk het. De rechtbank? Hoe kom ik hier nu terecht? Het was druk. Er was duidelijk veel belangstelling aan het geroezemoes op de tribunes te horen. Zelf heb ik een goede plaats, want ik zit helemaal vooraan. Dan stappen drie rechters naar binnen en nemen plaats achter de tafels vlak voor mij. De middelste, een man met een grote snor, die net niet krult aan de uiteinden en borstelige wenkbrauwen die zijn gezicht een strenge uitdrukking geven, heeft duidelijk de leiding. Het geroezemoes verstomt onmiddellijk.


De middelste rechter knikt in mijn richting. Ik knik vriendelijk terug. Hij kijkt me doordringend aan en ik krijg het gevoel dat hij iets van me verwacht. Wat kan die man streng kijken! Uiteindelijk opent hij zijn mond. ‘Misschien dat verdachte even wil gaan staan.’ Weer knikt hij me toe. Verdachte? Wie? Ik? Ik kijk hem vragend aan. ‘Ja, u!’ Ongeduldig. Hoe ben ik hier nou verzeild geraakt? Aarzelend sta ik op. Ja, blijkbaar bedoelde hij toch echt mij.

De aanklacht

Daarop wordt de aanklacht voorgelezen. Vanwege de staat van verwarring waarin ik me bevind, volg ik het niet woord voor woord, maar ik vang op dat mij ten laste wordt gelegd dat ik te voorspelbaar gedrag vertoon en dat er verschillende aanklachten bij de rechtbank zijn binnengekomen over mijn degelijkheid en saai gedrag. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing, maar dat zal dan ook wel een standaardreactie zijn. Word ik hier werkelijk aangeklaagd voor degelijkheid? Nou was ik er zelf de laatste tijd ook al erg mee bezig, dus dit kan geen toeval zijn. Wie heeft er gelekt? Zijn er mensen uit mijn directe omgeving die deze aanklacht officieel hebben ingediend? En waarom moet dit in vredesnaam voor de rechter voorkomen? Het is toch geen misdaad. Ik ben gewoon niet de meest verrassende persoon om mee om te gaan. Maar heel vriendelijk toch? Dat ben ik toch altijd? En ik bedoel het toch allemaal goed, of niet soms?


De getuigen

Of het al niet gek genoeg was allemaal, werden er vervolgens getuigen opgeroepen. En daar verscheen mijn moeder. Ze moest eerst zweren op de Bijbel. Oei, nou zal de waarheid over mij wel naar buiten komen, want niemand kent me beter dan mijn moeder. Als mijn moeder straks haar verhaal heeft gedaan, zal iedereen zien wie ik ben, zo transparant dat mensen gewoonweg door mij heen kijken. Straks ziet niemand me nog, ga ik voortaan door het leven als de onzichtbare vrouw. Mijn moeder schraapt haar keel en begint vervolgens met een lofzang op mijn behulpzame en goedaardige karakter. ‘Als baby al was ze heel gemakkelijk, je had er werkelijk geen kind aan. Ze huilde nooit, zelfs niet als ik was vergeten om haar flesje te geven. Dan lag ze gewoon rustig te slapen. Of ze lag geduldig te wachten. Ze kon al vroeg lachen, ze was nog geen maand oud,’ vertelt mijn moeder trots. Daarna volgden de verhalen over mijn kinderjaren. Ik was werkelijk een voorbeeldig kind. Ik sloeg niemand, zelfs niet als ik werd geslagen. Dan kwam ik huilend thuis, maar het kwam totaal niet in me op om terug te slaan. Toen de puberteit zich aankondigde had mijn moeder zich schrap gezet, in de verwachting dat ze haar handen nou wel vol zou krijgen met haar enige dochter. Maar niks hoor, zelfs de razende hormonen kregen mij niet in opstand, vertelde mijn moeder. Ik hielp iedereen die maar van mijn hulp gediend was, was altijd een zonnetje in huis en immer beleefd tegen volwassenen. Mijn moeder kreeg hier constant complimentjes over van haar kennissen. Daar was ze altijd heel trots op. Ze kon zich zelfs niet herinneren dat ik ooit chagrijnig ben geweest. Straks gaat ze nog beginnen over de oude vrouwtjes die ik heb geholpen de straat over te steken of over alle zieke dieren die ik mee naar huis sleepte om ze te verzorgen. We hadden zo een dierenasiel kunnen beginnen thuis. Oh, oh, dit klinkt allemaal wel heel erg braaf en weinig verrassend. Ik zie dat de rechters achter de tafel moeite hebben om hun ogen open te houden. Als mijn moeder nog langer doorgaat ben ik bang dat ze in slaap sukkelen. Zelfs ik voel mijn interesse wegebben en het gaat hier over mij. Zo’n getuigenis is natuurlijk de doodsklap voor mij in dit proces. 
Gelukkig komt er een eind aan. Mijn moeder is klaar met haar getuigenis en wordt hartelijk bedankt voor haar bijdrage. Ze antwoordt vriendelijk ‘Oh, graag gedaan, hoor’ en kijkt direct blij in mijn richting  met een blik van:  heb ik het niet goed geregeld voor je? Ik kan wel gillen van ellende.

5a6c0b6c53448d4911dfa9e2466a440c_1397230


Daarna is Natas aan de beurt. Ik voel de wanhoop alleen maar toenemen. Natas is mijn beste vriendin, al vanaf de kleuterschool. En ja hoor, daar komt al het verhaal over de inzameling voor de slachtoffers van de tsunami. Wat had ik me daarvoor ingezet! En met succes. Ik kreun zachtjes in mijn stoel, wil langzaam naar beneden glijden en dan op handen en voeten ongezien de rechtszaal verlaten. En dan rennen. Vluchten en niet meer omkijken.


Dacht ik dat ik alles al gehad had, maar daar was mijn eerste vriendje, Peter, die ik in geen jaren gezien heb gezien. Wat is hij aantrekkelijk geworden! Vroeger een onzekere pukkelige jongen met vriendelijke ogen die je hondstrouw vanachter zijn uilenbril konden aanstaren. En ja, soort zoekt soort, dus ik viel als een blok voor deze vriendelijke, betrouwbare jongen. Maar nu hij hier als getuige was opgeroepen, was ik toch minder blij met hem. Wat zou hij na al die jaren te melden hebben over mij? Niets dan goeds dus, daar was ik al bang voor. Hij vertelde over de middagen die we vulden met vrijwilligerswerk in een verzorgingstehuis, hoe we ons inzetten en voorleesmiddagen organiseerden voor de bejaarden. En over een gevonden portemonnee die ongeschonden de weg had teruggevonden naar de rechtmatige eigenaar, zelfs geen dubbeltje ontbrak. Goudeerlijk was ik. Fijn, precies de bevestiging die ik zocht. NOT!

Het vonnis

De rechters hadden kennelijk genoeg gehoord en wilden het vonnis al vellen, toen ik opstond om te vragen of ik nog de gelegenheid zou krijgen om me te verdedigen. Nou vooruit dan, 5 minuten. Snel riep ik dat ik niet te pruimen ben na een spelletje Monopoly, want ik kan echt niet tegen mijn verlies. En als je op zo’n moment dan ook nog tegen me gaat zeuren dat het maar een spelletje is, nou berg je dan maar. ‘Oh, ja?’ informeert de rechter, voor de eerste keer oprecht geïnteresseerd. ‘Wat doet u dan, op zo’n moment?’ ‘Nou, dan word ik heel vervelend en trek ik me terug op mijn kamer om uit te razen.’ antwoord ik vol vuur. ‘En waar moet ik dan aan denken, als u gaat uitrazen?’ vraagt de rechter geïnteresseerd. ‘Dan pak ik meestal een boek en ga ik de rest van de middag opstandig zitten lezen’, beken ik tam. De rechter kijkt me vol ongeloof aan, zijn gezicht ziet eruit alsof alle lucht eruit is gelopen, volledig lekgeslagen.


Hij zucht diep en begint vervolgens te spreken: ‘Het spijt me vreselijk, maar het vonnis luidt: levenslang.’  Ik krijg het gevoel of een getraliede kooi met veel geraas rond mij naar beneden valt en met een klap tot stilstand komt. Daarna wordt het doodstil. Ik sluit mijn ogen. ‘Ja, edelachtbare.’ Van buiten zo koel en beleefd, van binnen raast een wervelstorm. Aaaaaaaaaaaah, levenslang! Paniek! Ik heb levenslang, oh, dat houd ik toch niet vol, want ik word vast 100. Kan ik hier nog onderuit? Vrijspraak wegens goed gedrag misschien? Nee, natuurlijk niet. Dat goede gedrag is juist het probleem. Van ver komt de stem van de rechter: ‘Wat zeg jij daar?’ Hij kijkt me streng aan vanonder zijn borstelige wenkbrauwen. Ik kijk verbaasd terug. Heeft hij me niet gehoord? Ik twijfel. Wat wil die man toch van mij? Wat bedoelt hij? Ook de andere leden achter de lange tafel kijken me bestraffend aan. In de rechtszaal voel je bijna dat iedereen zijn adem inhoudt. Ondertussen pieker ik me suf wat al die mensen toch van me willen. Dan herhaal ik: ‘Ja, edelachtbare’, maar ditmaal gaat het vergezeld van mijn middelvinger die ik fier en uitdagend naar hem opsteek. Zag ik daar nou een stiekem glimlachje onder die snor? Hij kijkt me goedkeurend aan. Dat lijkt er meer op. Daarna word ik officieel ontslagen….van strafvervolging dan. Met opgeheven hoofd verlaat ik de rechtbank. 


Met een bonk word ik wakker. Ik lig naast de zitbank, ben in slaap gevallen tijdens LA Law. Wat een vreemde droom. Kennelijk krijg ik levenslang als ik geen actie neem en mijn leven een duwtje geef richting ondeugdelijkheid. Weg met de correcte manieren, de hoffelijkheid, die mensen als vanzelfsprekend beschouwen en de stabiele, voorspelbare saaiheid. Het wordt tijd voor een nieuwe wind in mijn leven. Lang leve de rebellie!

1928edebba71458cd474d27917548944_1397230

 

Meer Nonnie?
http://www.nonniegelezen.nl

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (12) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Fantastisch verhaal. Je schrijft echt goed en de humor is niet te versmaden.
Meer, meer, meer....
Dank je wel, Eric.
Nonnie is nu losgeslagen? Help, wie was er deze maand ook alweer jury? ;)
Leuk verhaal!
Hahaha, je bent gewaarschuwd.
Normaal houd ik niet van verhalen die een droom blijken te zijn, maar voor deze maak ik graag een uitzondering. Hierin klopt het dat je droomt.
Dank je wel voor de coulance.
Ik begrijp wat je bedoelt. Een droom is soms een makkelijke uitweg in een verhaal.
Tegendraads zijn loont dus blijkbaar. Blij dat ik me niet aan pas. Mooi verhaal weer.
Absoluut, maar kies je strijd met zorg.
Dank voor het compliment.
Origineel. En wat ga je nu doen om je leven te beteren :) ?
Wat je maar kunt bedenken. De sky is the limit. En misschien zelfs dat niet. Ik probeer overigens wel uit de buurt van een rechtbank te blijven.
Mooi geschreven verhaal!
Dank je wel.