Het stoffelijk overschot

Door ZomaarIemandde1e gepubliceerd op Sunday 30 March 18:13

Mijn dochter en ik zaten in de huiskamer op de eerste avond van ons gezamenlijk stukje herfstvakantie. Haar vakanties worden altijd eerlijk verdeeld in een periode bij haar moeder, van wie ik gescheiden ben en mijzelf. Zo’n eerste avond geeft me altijd een heerlijk gevoel. De gezelligheid van het weer samen zijn en het vooruitzicht op een aantal dagen leuke dingen doen, wekt bij mij op dat ik levendiger ben dan gewoonlijk.

Bij thuiskomst eerder op de avond was het opgevallen dat er een aantal politieagenten bij elkaar stond in de straat. Één van hen maakte notities in een klein boekje dat hij in zijn hand hield, terwijl hij sprak met een bewoner van een etage aan de overkant. De man met wie hij in gesprek was, zag er wat verslagen uit maar dat zie ik wel vaker bij mensen die ondervraagd worden door agenten. Een wijze Amsterdammer weet dat hij zich niet moet bemoeien met andermans zaken en hoewel enige nieuwsgierigheid zich toch meester van mij maakte, wist ik deze te bedwingen. Terwijl ik zat te kijken naar een film waarin menig mens aan flarden werd geschoten, klonken er plotseling buiten geluiden van een zware auto en de stemmen van een blijkbaar steeds groter wordende hoeveelheid zich verzamelende mensen.

Even gluren dan maar, het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. In de straat stond een enorme brandweerwagen waarvan de zware motoren gromden bij het bewegen van een grote mechanische arm waaraan een bakje bevestigd met daarin enkele brandweerlieden. Rook noch vuur waren zichtbaar en wat er aan de hand was, zonk bij mij pas in op het moment dat ik een kleine grijze bestelbus zag staan met daarachter een lege brancard. Het betrof een lijk. In een huis op de derde verdieping, schuin tegenover mijn etage zag ik ramen en deuren geopend worden en diverse heren in uniform verschenen met enige drukke bewegingen erachter vandaan. De arm bewoog een aantal keer heen en weer. Toen deze de kennelijk juiste positie had gevonden zag ik de heren met moeite een in zwartrubberen omslag gehulde mummiegedaante in het bakje schuiven. Even twijfelde ik eraan of ik dit tafereel wel wilde zien. Ik bleef roerloos staan.

Het viel me plotseling op hoeveel commotie dit in de doorgaans rustige straat had gegeven. Her en der stonden tal van mensen op hun balkonnetje. Sommigen met een glas in de hand. Anderen wenkten hun huisgenoten naar buiten om hen vooral dit spektakel niet te laten missen. Eerlijk gezegd viel het mij mee dat de popcorn niet in volle, dampende schalen werd aangerukt maar toen ik me dat net had bedacht, zag ik wat mensen met patat in de handen komen aansnellen vanuit de richting van de snackbar op de hoek. De meute keek wijzend toe terwijl het bakje langzaam richting de lege brancard bewoog. Twee mannen gehuld in witte kunststofpakken kwamen uit het portiek van het huis. Ze waren enigszins angstaanjagend zo met die capuchons. Alsof er zich een chemische ramp in de straat voltrok waarbij zij onze beschermheren voorstelden.

Ik kon zien dat het omhulsel niet groot genoeg was voor de gestorven persoon. Witte handdoeken schermden de plaatsen af waar het nog openstond ter voorkoming van onaangename beelden. Na nog wat wrikken was het stoffelijk overschot ingeladen. Langzaam verdwenen de wagens en met hen de eerder aangelopen voyeurschare en de geüniformeerden. Balkondeuren en lamellen werden gesloten, gordijnen dichtgeschoven. Mijn dochter was alweer aan het internet en ik hernam mijn plaats voor de tv. De beelden die op mij afkwamen toonden nog immer schietende personen in snelrijdende auto’s. Ik kon het even niet waarderen en schakelde hem uit.

Het trof me dat ik onderdeel van het zojuist gewezen schouwspel was geweest. Als een koe die voor het eerst een vliegtuig ziet, heb ik staan kijken. Ik voelde mij beschaamd door de kennelijk latent aanwezige drang naar sensatie. De gedachte overviel mij dat ik hoewel als overbuur van de ontzielde persoon, geen enkel idee had wie het betrof. Was het een man of vrouw. Zelfs dat zou ik niet weten. Oud of jong en hoe was het uiterlijk? Vragen die voor mij onbeantwoord bleven. Het was zomaar een ander. Hoe is het mogelijk dat je tal van mensen tegenover wie je woont in het geheel niet kent? Wellicht hebben wij elkaar dagelijks op straat gezien. Elkaar gedag gezegd of juist voorbijgelopen. Misschien was ik voor haar wel die man met het kleine hondje. Of voor hem de kerel die hij niet echt mocht. Misschien heeft één van ons een winkeldeur opengehouden voor de ander of zijn wij wel eens boos geweest op elkaar. Ik zal het nooit weten… 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Woon in een piepklein dorpje waar iedereen elkaar kent en waar vrijwel niets verborgen blijft. Als je hier overlijd is binnen het uur iedereen hiervan op de hoogte, langer dan een halve dag onopgemerkt dood in je huis liggen is onmogelijk. Straten/wijkjes in grote steden zijn m.i. feitelijk ook piepkleine dorpjes, men is denk ik alleen vergeten om een beetje naar elkaar om te kijken, of zie ik dat verkeerd?
De meeste mensen in de grote stad die ik ken, houden juist van de anonimiteit. Misschien is het ook ondoenlijk als je met honderd mensen op een klein oppervlak woont, om een stadse variatie te hebben van het tuinhek en de achterdeur die altijd open staan. Verder is locatie en tijdsbeeld heel belangrijk Wie zich verdiept in de Amsterdamse Jordaan van zelfs maar 50 jaar geleden, Zal opmerken dat het een overbevolkt drie dimensionaal dorp genoemd mocht worden waar iedereen een ander kende en zo mogelijk ook voor zorgde. Nu worden dezelfde straatjes en grachten bewoont door over het algemeen mensen met geld en (buitenlandse) sterren. Kinderen spelen minder vaak met elkaar buiten en hen wordt aangeleerd vooral geen vreemden te vertrouwen (en terecht). Dan speelt diversiteit in cultuur en achtergrond ook nog een rol.

Om een lang antwoord nog iets uit te breiden denk ik dat mensen in een minder dichtbevolkt gebied eerder geneigd zijn om persoonlijker met elkaar om te gaan. Mensen die migreren van de stad naar het dorp willen meer ruimte om zich heen en lijken zich eerder aan te willen passen. De mensen die van het dorp naar de stad gaan, zoeken vaak meer belevenissen en meer anonimiteit. Zij die de gevolgen van de migratie niet goed hebben ingeschat, kunnen daardoor weleens flink in de problemen komen.