STRIJD

Door Leny gepubliceerd op Saturday 29 March 11:09

Het enige dat ik mij nog herinner van die middag in het bos is het geluid van de zachte wind die door de bladeren werden verdeeld over en in het bos waar ik gewapend met mijn jachtgeweer de strijd wilde aangaan tegen de wolf die nou al 12 kippen van ons had opgevreten.

Ik was het nu wel zat. Niets hielp, geen licht in de nachten, geen vuur in nacht zodat het knappend hout hem zou laten schrikken, helemaal niets van dit alles.
Het had mij zware oogleden en boze woorden van mijn vrouw opgeleverd en dat was ik even zat. Dus nu liep ik gewapend op pad de moordenaar te zoeken die onze voedselvoorziening aardig aan het inkrimpen was. Wij konden ons dit echt niet permitteren.

Wat weet ik nog meer? O ja, het wegspurten als ik hem zie, hij ziet mij ook en gromt, draait zich om en versnelt zijn pas tot een ren, ik laad mijn geweer door en zet aan tot schieten als ik zie dat hij alweer verdwenen is. Ik erachter aan. Voel de vochtige struiken tegen mijn laarzen kletteren, bemerk de natte bladeren op mijn gezicht. Maar niets kan mij stoppen om deze moordenaar zelf te vermoorden, mijn woede wordt steeds groter, hels en intenser als ik denk aan het slachtveld wat we elke dag aantreffen in de kippenren. Gek word ik van dat dier, hoe mooi ook, hij moet er wegblijven, straks komen er meer en dan zijn wij de klos als mens want dan zijn de kippen op en dan komt de roedel misschien.

Voordat dit gebeurd moet eerst deze eenling van de wereld af, voordat hij als meerling voor onze deur staat. En niemand wil een wolf voor zijn deur.
Ik ren zijn sporen achterna en bemerk ineens dat het doodstil is, ik hoor niets, draai mij om en zie vaag de bladeren van een dichtbegroeide tak bewegen. Zou hij daar achterzitten om mij op te wachten? Ik pak mijn wapen op mijn schouder en leg aan op de struik, hoewel ik niets zie moet ik schieten, want hoe dan ook, als hij erachter ligt raak ik hem ook zo wel.


Terwijl dit alles door mijn gedachten heen schiet, hoor ik ineens achter mij een kort gegrom. Snel draai ik mij om, maar niet te snel. Ik voel een zwaar lichaam dat bovenop mij valt en mij tegen de natte grond drukt, een zware poot in mijn gezicht, de nagels haalt het vel van mijn kin af en boven mij zie ik een paar grijze felle ogen en die tanden, die grote tanden die klaar zijn om te bijten in mijn keel.

Hij was te slim, ik was te dom om zijn slimheid niet in te zien. De wolf lag boven op mij en ik kon niet meer bij mijn geweer dat door de val weggerold was. Al wat ik kon doen is met mijn blote handen hem op zijn neus meppen zo hard als ik kon.

Meppen, meppen en nog eens meppen, tot bloedens toe, maar het pleit was al beslecht. Mijn handen waren al gevoelloos van het bloedverlies en ik voelde zijn tanden door mijn kleding heen bijten. Wat schoot er door mij heen? Angst, verlies en vernedering en het feit dat geen mens mij hier van kon redden.
Een luide schreeuw is alles wat ik als laatste hoorde.
Het was mijn eigen schreeuw, boven het gehuil van de wolf uit.

©
Leny Kruis

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik kan de info niet plaatsen :-(. Er zit een copyright op. Dus ik riskeer het niet. Ik heb die info gekregen van hem voor mijn manuscript maar boven aan de pagina staat copyright. Is een word bestand.
Hahaha, ik vind het een leuk verhaal. Graag gelezen. Je had me direct te pakken.
Even iets uit de wereld helpen :-). Een roedel is een foute benaming. Het word nu familie genoemd. In de natuur is er zelfs geen rangorde onder wolven. Het zijn de ouders en hun jongen onder hun. Misschien is het een goed idee dat ik daar zelf eens een artikel van schrijf :-). Ik heb mijn info rechtstreeks van het wolvencentrum dat ik nodig had voor mijn manuscript. Ik heb een heel deel kunnen veranderen er in. Ik dacht iets van wolven te weten maar dat was dus niet zo :-).
Als je wil mag je dit verhaal in mijn zilla plaatsen van wolven :-). Je ziet maar. Ik heb er van genoten.
Roodkapje syndroom? :-) leuk verhaal.