Hij dacht dat hij Jezus was

Door Nonnie gepubliceerd op Tuesday 25 March 13:37

8a8c7d748dc0f9f6f8b3f0709be129b4_1395753

Hij dacht dat hij Jezus was, maar de dorpelingen wisten wel beter. Dat was er een van Stokke, Henk of Peter of zoiets. Zijn verschijning was opvallend. Het lange, magere lichaam was immer gehuld in een wit gewaad dat bijna reikte tot de grond, waar zijn in sandalen gestoken blote voeten onderuit piepten. Altijd blote voeten, wat voor weer het ook was. Je kon hem vooral in de zomer tegenkomen, want in de winter, werd gefluisterd, woonde hij in het gesticht even buiten het dorp. 


Wilde verhalen deden de ronde over de man met de ongekamde haren en de overvloedige gezichtsbeharing. Zo zouden er Deilingers zijn geweest die hem een kan met water hadden gebracht met het verzoek daar wijn van te maken. Ze kregen per slot van rekening visite die avond. Jezus had zijn dorpsgenoten kalm aangekeken met zijn halfgeloken ogen en ze de weg gewezen naar de plaatselijke supermarkt met de woorden: 'Er lijkt me geen absolute noodzaak voor het verrichten van een wonder, dus ik kan de Zuid-Afrikaanse wijn van de Albert Heijn van harte aanbevelen.' Daarna had hij zich met een raadselachtige glimlach omgedraaid en was weggelopen. 

167b923521cf78ab5bf462d0c99df22b_1395753


Ook de keren dat hij op het marktplein brood stond uit te delen aan de voorbijgangers staat de dorpelingen nog levendig bij. De eendjes in de vijver achter het gemeentehuis vaarden er wel bij.


Zelf kende ik hem vooral van zijn optredens in de kerk. Altijd zat hij op de voorste bank, daarachter kwam dan een bank, waar helemaal niemand zat en pas vanaf de derde bank schoven de parochianen aan, op gepaste afstand van de dorpsgek. Het leek hem weinig te deren.

In de kerk

Mijn ouders, mijn zusje en ik zaten praktisch achterin de kerk, dichtbij de deur. Anneke en ik gingen altijd met gepaste tegenzin, maar aangezien dit het enige was wat onze ouders van ons verlangden, gaven we schoorvoetend gehoor aan het wekelijkse 'verzoek'. Het was immers voor ons eigen zielenheil. Als de kapelaan zijn preek hield, keken Anneke en ik elkaar aan en bewogen onze lippen, alsof de gesproken woorden zo uit onze mond kwamen rollen. Het was de kunst om je mond op tijd weer stil te houden als de geestelijke zweeg. Anders had je verloren. Vaak lachten we onderdrukt naar elkaar of doken met rode hoofden onder de bank, wat ons vooral bestraffende blikken van mijn moeder opleverde. De inhoud van de tirade ging verder geheel aan ons voorbij.


Totdat Jezus zich ermee bemoeide. Het was niet in elke mis raak, maar soms als de kapelaan bijzonder lang van stof was, stond Jezus plotseling op, ging op de bank staan met zijn rug naar het altaar en schreeuwde hij alle parochianen een boodschap toe, die galmde door de kerk: 'Mijn vader is er voor ons allemaal!' Dan gleden zijn blikken langs de rijen dorpsgenoten, die hij een voor een betekenisvol aankeek en terwijl zijn vinger wees waar zijn ogen gingen, vervolgde hij. 'Voor jou, voor jou, voor jou en voor jou.' Vlak daarop hoorden we de nuchtere stem van de kapelaan. 'Dank je wel, Jezus, voor deze waardevolle aanvulling.' Jezus draaide zich dan prompt om naar de kapelaan, stapte van de bank af en ging weer zitten, waarna de dienst werd voortgezet alsof er niets gebeurd was. Achterin de kerk gniffelden Anneke en ik met onze hand voor de mond.

Eigenlijk was ik een beetje bang voor Jezus

Eigenlijk was ik een beetje bang voor hem en als ik hem op straat zag, liep ik snel naar de overkant of dook een zijstraatje in. Op een mooie, warme dag was ik echter te weinig op mijn hoede en liep al langs voor ik hem in de smiezen had. Natuurlijk gebeurde wat ik al vreesde; hij sprak mij aan. 'Hey, jij daar.' Ik keek hoopvol om me heen of hij misschien iemand anders kon bedoelen, draaide me terug naar hem met een gebaar van wie-ik?, waarna hij me wenkte met zijn hand. Langzaam liep ik in zijn richting, terwijl ik met mijn gespeelde verveelde gezichtsuitdrukking mijn kloppend hart probeerde te overstemmen. Vlak voor hem bleef ik staan, terwijl ik voor het eerst recht in de ogen keek, die deels schuil gingen onder de zware oogleden. De kleur hield het midden tussen bruin en donkergroen. Waren dit de ogen van een krankzinnige of stond ik hier domweg oog in oog met de Messias? In mijn kinderogen was alles mogelijk. 'Jij lijkt me wel een sterke jongen. Klopt dat?' Zijn stem klonk donker en vriendelijk. Rondom ons had zich een kliek verzameld die belangstellend was blijven staan. Ik durfde niet op mijn stem te vertrouwen en knikte alleen maar. Hij boog zich naar me toe en tikte op zijn rechterwang. 'Geef mij eens een flinke klap.' Hulpeloos keek ik naar de mensen om ons heen, maar ik zag alleen naakte nieuwsgierigheid. Toen ik Jezus weer aankeek, zei ik 'Nee!', luid en duidelijk en wilde doorlopen. 'Je bent toch niet bang, zeker!' Voor ik het wist had ik me omgedraaid en gaf hem een haal over zijn rechterwang, niet meer dan een vriendelijke aai. Een golf van gelach ging door de menigte rondom ons. Jezus grinnikte. 'Noem je dat slaan? Je bent toch geen mietje? Hier heb je mijn andere wang.' Zijn vingers tikten uitdagend tegen zijn linkerwang. Zijn lodderogen keken me strak aan. Ik hoorde hoe mijn ademhaling versnelde en haalde plotseling fors uit. Mijn vuist landde met kracht tegen zijn wang, zijn gezicht draaide mee met de klap en zijn hand ging automatisch naar zijn wang. Even wankelde hij, maar bleef uiteindelijk staan. Zijn ogen boven de wrijvende hand keken me verwijtend aan. Beschaamd maakte ik me uit de voeten.

Na die confrontatie heb ik Jezus niet meer gezien. Tot op de dag van vandaag vraag ik me af waar hij gebleven is.

 

 

MeerNonnie?
http://www.nonniegelezen.nl

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (11) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
mooi!
Thanx, Appelpit.
Goed verhaal...
Dank je wel, Weltevree.
Blijft een mooi verhaal, Nonnie! Ik had je gelijk herkend hoor. ;)
Het is aangepast!
Merci!

Ja, jij zag het meteen. ; )
Haha, daar is hij weer, dat mooie verhaal van Nonnie met haar 'christelijke neigingen'. (moet je horen wie het zegt...)
Dit verhaal blijft me boeien en intrigeren. Stilletjes hoop ik dat je nog iets schrijft over hetzelfde dorp of dezelfde (hoofd)persoon.
Onder de onbekende schrijver komt een link naar dit verhaal, zodat ik het gewoon onder mijn eigen verhalen kan plaatsen.

Ik kan nog steeds niet geloven dat niemand heeft geraden dat het van mijn hand was. Er staat toch duidelijk een stempeltje met 'Nonnie' doorheen. Dat dacht ik dus.

Voor mijn gevoel is het wel af, als kort verhaal, maar uiteraard kan er altijd nog worden voortgeborduurd op de lotgevallen van de inwoners van Deilingen en dan met name over Jezus.
Ik denk dat het verhaal om de mysterieuze Jezus-figuur inderdaad af is. Maar het dorp zelf, op een f andere mooie en natuurlijke manier heb je het tot leven gewekt. Het is die 'verteller' die ik interessant vind.
Nee, dit is af, volgens mij, maar misschien loopt er nog wel een halve zool rond daar, die bijvoorbeeld altijd in een korte broek loopt en met een bezem, of zo iets?
Hahaha, ja, zo'n dorp is het inderdaad.