Samenvatting Geschiedenis Feniks hoofdstuk 8

Door Reinetta gepubliceerd op Tuesday 25 March 11:52

8.1 De industriële revolutie

-Een ondernemer leverde aan thuiswerkers grondstoffen of ruwe materialen, coördineerde hun productie en zorgde voor de afzet.  De thuiswerkers waren volledige afhankelijk van de ondernemer. Veel mensen gingen in de huisnijverheid werken omdat dat dit werk erg makkelijk toegankelijk was.

-Door de technische uitvindingen konden er meer producten worden geproduceerd, zo kwam de industrialisatie op.

-In een agrarische-urbane samenleving leeft de meerderheid van de bevolking van de landbouw en ze wonen op het platte land. In een industriële samenleving leeft bijna iedereen van de industrie en men woont in de stad.

8.2 Het modern imperialisme

-De Europeanen haalden goedkope grondstoffen uit Afrika en Azië, ze haalden geen grondstoffen uit Amerika omdat alle landen die daar lagen onafhankelijk waren geworden.Veel andere landen gingen ook producten maken daardoor viel de afzetmarkt weg, nu hadden ze in Afrika en Azië een afzetmarkt gevonden.

-Veel landen vonden het belangrijk om veel koloniën te hebben, anders telde je niet mee. Er werden gebieden veroverd zonder grondstoffen of waar nauwelijks mensen woonden. Deze gebieden werden veroverd vanwege het verwerven van macht en aanzien voor hun natie.

-De gekoloniseerde landen moesten doen wat de Europeanen zeiden. Als ze dat niet deden konden ze vermoord worden.

 

8.3 Nationalisme en Duitse eenwording

-Veel inwoners in Duitsland gingen zich één voelen door de Napolontische bezitting, dit kwam doordat ze een gezamelijk vijand hadden.

-Duitsland bestond voor de nederlaag van Napoleon uit meer dan 300 delen. Na de de nederlaag uit ongeveer dertig. In de loop van de tijd kregen de Duitsers nationalistische gevoelens. Ze wouden een eigen land worden. Dit hebben ze bereikt door middel van oorlogen te voeren tegen Oostenrijk en Frankrijk. Wilhelm werd in Versailles uitgeroepen tot keizer van Duitsland.

-Duitsland was hiervoor geen sterk land omdat het uit meer dan 300 verschillende delen bestond. Maar na de eenwording was het een van de belangrijkste landen van Europa geworden.

00674078.jpg?userid=15

8.4 De sociale kwestie

-De sociale kwestie is het vraagstuk van de armoede en de slechte werk-en levensomstandigheden van de arbeidersklasse.

-Het liberalisme was in de negentiende eeuw een dominante politieke stroming. Liberaren vinden het individu belangrijk. Zij willen niet dat iedereen gelijk is.

-De socialisten kwamen op voor de slechte werkomstandigheden van de arbeiders. De communisten wilden eigenlijk hetzelfde, maar zij wouden dit bereiken door middel van een revolutie.

images?q=tbn:ANd9GcQ_LEG_NmAFbMz_-Xa4LcK

 

8.6 Emancipatie en democratisering

-Vrouwen hadden vroeger niet dezelfde rechten als mannen. Ze kwamen daarvoor in opstand, ze wouden gelijke rechten. Het feminisme is een beweging die opkomt voor de rechten van de vrouw.

-De confessionelen wouden dat de kinderen volgens de katholieke of protestantse leer werden onderwezen. De katholieken en protestanten wouden dat de overheid deze bijzondere scholen op dezelfde manier zou finacieren als het openbare onderwijs. Bij de schoolstrijd streeft men hier na.

-Door de uitbreiding van het kiesrecht werd de samenleving democratischer.

We_Can_Do_It%21.jpg

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
lees ook mijn artikellen online interesante artikellen