Adolf Daens

Door Darker gepubliceerd op Sunday 23 March 17:28

​Biographie

Adolf Daens is geboren op 18 december 1839 te Aalst. Op zijn 20e treedt hij het noviciaat van de Jezuïeten binnen. Al na een paar jaar wordt hij leraar aan verscheidene (Jezuïeten)colleges. In 1971 wordt Adolf ontslagen uit de Jezuïetenorde.

2 jaar later wordt hij in Gent tot priester gewijd. De jaren nadien heeft hij op verschillende plaatsen gewerkt. Als zijn broer hem vraagt om te helpen bij de christelijke volkspartij doet Daens direct mee. In de jaren nadien wordt hij het boegbeeld van de partij waardoor hij in 1894 volksvertegenwoordiger voor Aalst wordt. Dit blijft hij vier jaar waarna hij vervolgens vier jaar “pauze” neemt. In 1902 wordt hij weer volksvertegenwoordiger maar dan voor de stad Brussel.                   

Terwijl hij volksvertegenwoordiger was, kwam hij in conflict met de conservatieven, met de hogere geestelijkheid en met het Vaticaan. Ook de toenmalige koning Leopold II had verscheidene conflicten met hem. Dit was omdat Daens “anders” was dan de andere volksvertegenwoordigers, hij was één van de weinigen die Nederlands sprak in de Kamer. Ook wou hij bijvoorbeeld dat de universiteit van Gent werd vernederlandst.  

Daarom wou de clerus de opkomst van Daens en het Daensisme laten ophouden en dus kreeg Daens begin december 1898 door de Gentse bisschop Stillemans het verbod opgelegd nog verder de mis te lezen en werd hij als priester geschorst. Ook trof de bisschop van Gent herhaaldelijk maatregelen tegen hem en gebood hem zelfs het priesterkleed af te leggen. Daens ging daar echter niet op in.

Op 16 juni 1907 stierf Adolf Daens door een hartkwaal die hem al jaren teisterde. Hij stierf om vier uur s ’middags.

 

Politiek


De oorspronkelijke naam van de Deansisten was de christene volkspartij. Deze werd gesticht door onder andere Pieter Daens, de broer van Adolf Daens. Priester Daens werdt het middelpunt van de partij. De partij had ook een eigen krant namelijk de Vlaming. In een paar jaar tijd groeide deze partij dan ook uit tot een zeer grote, belangenswaardige partij. Maar een partij had politiekers nodig en die vonden ze ook met gemak. Zo hadden ze Alois De Backer als volksvertegenwoordiger en ook Hector Plancquaert was een steevaste Daensistische politieker die ook nog kandidaat- volksvertegenwoordiger is geweest. 

Als we naar de politiek in Aalst rond de 19e eeuw kijken zien we dat er drie verschillende partijen waren. We hadden de Conservatieven, de Socialisten en de Liberalisten. De opkomst van de Daensisten was een doorn in het oog voor de constervatieven. Vooral hun volksvertegenwoordiger, graaf Woeste, een befaamd politicus kwam  verscheidene keren in aanvaring met priester Adolf Daens. Maar ook de liberalen en de socialisten waren er niet dol op. De Daensisten waren eigenlijk groeperingen mensen uit de drie grote politieke partijen, waardoor deze drie grote partijen redelijk wat leden verloren.

 

De partij had 5 belangrijke punten op de agenda staan. Dit waren:

- Invoering Algemeen stemrecht

- Eerbied en respect voor de Godsdiensten

- Gelijkheid van beide landstalen (Nederlands even belangrijk als Frans)

- Verplicht onderwijs voor iedereen

- Het principe “plaatsvervanging in het leger” afschaffen.

Uiteindelijk zijn deze 5 punten toch ingevoerd geraakt.

 

Maar niet enkel Adolf Daens zette zich in voor de arbeiders. Iemand die in die tijd ook zeer veel heeft betekend was Jan Byl. Hij stichtte de werkersbond naar het voorbeeld van de tradesunion.

Sociaal-economisch

Maar de kinderarbeid werd in de 19e eeuw flink verminderd. Hiervoor moesten kinderen al vanaf hun vijf/ zes jaar gaan werken en konden deze dus niet van een opleiding genieten. In 1813 verbood Napoleon arbeid onder de tien jaar. In 1889 werd de eerste wetgeving hierover opgeschreven. Kinderen moesten 12 jaar of ouder zijn om aan nijverheid te mogen doen. Om ’s nachts te mogen werken moesten ze zelf minstens 16 zijn. Dertig jaar later werd de wet voor nijverheid verstrengd en moest men minimum 14 zijn. In de 19e eeuw liep sociaaleconomisch alles mis. De patrons hadden bijna alle macht in handen. Dit kwam omdat er geen enkele vorm van arbeidsbescherming was. Gezinnen hadden hun inkomsten meer dan nodig en als ze protesteerden tegen de patrons werden ze buitengesmeten. Ze moesten dus vele toegevingen doen en hadden geen arbeidsbescherming. De patrons konden dit ook allemaal doen omdat er in België het principe is van absolute vrijheid voor de ondernemer. België diende in die tijd het kapitalistisch belang en de arbeiders kwamen pas daarna.

Toch bleef er nog redelijk wat kinderarbeid  aan de gang. Dit was omdat gezinnen anders nooit zouden kunnen rondkomen. En dit probeerde Daens zo veel mogelijk te stoppen.

Doordat gezinnen het al niet zo breed hadden was hun dagelijks menu zeer pover. Dit bestond vaak uit enkele aardappelen, grijs brood, pap en soep. Ook hadden zij een kleine hoeveelheid suiker ,wat vet, een beetje rijst en zout. Maar vlees en verse groenten waren eerder een uitzondering.

 In Aalst verdienden de meeste gezinnen hun boterham door in de textielnijverheid te gaan werken. Vele boeren hadden als hoofdproduct ajuinen.

 


 

 

 

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.