HET VOLK VAN LOETH

Door Zeynep gepubliceerd op Saturday 15 March 17:06

Nadat zij het gezelschap van Ibrahim verlaten hadden, kwamen de engelen, die als boodschappers waren gestuurd, naar Loeth. De boodschappers nog nooit ontmoet hebbend, maakte Loeth zich eerst zorgen, maar kalmeerde nadat hij met hen gepraat had.
En toen Onze boodschappers bij Loeth kwamen, was hij bedroefd voor hen en voelde zichzelf door hen in het nauwgedreven. Hij zei: “Het is een verschrikkelijke dag.”
(Qoer-aan Soerah Hoed: 77)
Hij zei: “Waarlijk! Jullie zijn onbekenden voor mij.” Zij zeiden: “Nee, wij zijn tot jullie gekomen met dat waarover zij twijfelden. En wij hebben jou de waarheid gebracht en zeker, wij spraken de waarheid. Reis dan af in een deel van de nacht met je familie en jij sluit de achterhoede af, en laat niemand onder jullie achterom kijken, maar ga naar de plaats waar je bevolen bent te gaan.” En Wij maakten dit besluit aan hem bekend, dat de wortels van degenen in de vroege ochtend zouden worden afgesneden.
(Qoer-aan Soerat al-Hidjr: 62-66)
Ondertussen was zijn volk erachter gekomen dat Loeth bezoekers had. Zij aarzelden niet deze bezoekers op verdorven wijze te benaderen, zoals zij anderen verdorven hadden benaderd. Zij omsingelden het huis. Omdat hij echt bang voor zijn bezoekers was, sprak Loeth als volgt tot zijn volk:
(Loeth) zei: “Waarlijk! Dit zijn mijn gasten, beschaam mij dus niet.” En vrees Allah en breng geen schande over mij.”
(Qoer-aan Soerat al-Hidjr: 68-69)
Het volk van Loeth gaf als weerwoord:
Zij zeiden: “Hebben wij jou niet verboden iemand (te onderhouden, te beschermen). (Qoer-aan Soerat al-Hidjr: 70)
Denkend dat hij en zijn bezoekers het slachtoffer van een zondige behandeling zouden worden, zei Loeth :
Hij zei: “Ik wenste dat ik de kracht had om jullie te overweldigen of dat ik tenminste een krachtige ondersteuning had.”
(Qoer-aan Soerah Hoed: 80)
Zijn “bezoekers” herinnerden Loeth eraan dat zij boodschapper van Allah waren en zeiden:
Zij zeiden: “O Loeth! Waarlijk, wij zijn boodschappers van jouw Heer! Zij zullen jou niet bereiken. Reis met je familie af in een deel van de nacht, en laat niemand van jullie omkijken, maar je vrouw (zal achterblijven), waarlijk, de straf die hen zal treffen, zal haar treffen. Voorwaar, de ochtend is hun aangewezen tijd. Is de ochtend niet nabij?”
(Qoer-aan Soerah Hoed: 81)

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.