Mijnen en dijnen

Door Weltevree gepubliceerd op Tuesday 11 March 12:43

Gekartelde scherven kerven kriskras door mijn wezen. Iedere traan vertegenwoordigt een oplettende gedachte, die niet meer uit te spreken is omdat de hoop en het geloof ervan door deze papieren belachelijk is gemaakt.  

Achter de barsten van ontelbare lagen verdriet- van ieder mens die mee reist en mij vertrouwt- lossen onze banden op. 
Iedere snik drukt mijn doel verder weg, neemt even zoveel lieve gezichten mee incluis goede wil, inzet en doorzettingsvermogen Schuldloos, onafwendbaar zijn we in het donker, frontaal te pletter geslagen. Onherkenbare doodshoofden achter craquelé in het driedubbel gelaagde glas van de autoruit. Duizend en één splinters, die aan elkaar kleven omdat het antwoord op al mijn vragen te simpel blijkt. Doodeenvoudig en Dora bestaat niet. God ook niet want de aanstichter, de naar de dood lonkende spookrijder, blijft nauwelijks geschonden met al zijn doortraptheid in leven. Zwijgend verzuip ik. EmjE drukt de tv uit. 
Opgelost is het mysterie. Ik verga met man en muis in het grote ongrijpbare niets waar vertrouwen in de naasten niets waard is. Het aan waanzin grenzende besef dat wat niet bestaan kan, toch bestaat, verkoolt ieder glimmertje hard bevochten bevrediging. Achter de scheuren van ontelbare lagen vastverlijmd verdriet- om ieder mens die mij vertrouwt- wordt hun band met mij steeds vager, schier onzichtbaar. 
Al doe je niets, heb je ego noch naam, dan nog kun je zonder kogel door een gecamoufleerde sluipschutter worden gelogenstraft omdat hij jouw letters niet wil spellen. Hoe leg je iemand uit dat in deze papieren maanden van mijn werk plus vertrouwen, zijn verkwanseld. Door een niet bestaand rijtje zwarte tekens die ons bestaansrecht ontkennen? 
Het schip van mijn goedgelovige naïeve weten is zinkende. Anderhalf jaar intens geluk verdwijnt moeiteloos door uitgewerkte naden, sijpelt in druppels en stralwen doorheen kieren in de spanten van de H.M. Weltevree en ik maak gevaarlijk slagzij.  Het leven met nieuwe kansrijke perspectieven is een fata morgana onder de waterspiegel van een afgekeurde, zwart gemaakte droom en de illusie dat ik goed genoeg ben zoals ik ben, dat ik erkenning verdien, verwatert.

“Oh EmjE,” jammer ik eindelijk terwijl een lange sliert snot ritmisch aan mijn neus mee bungelt. Ze geeft een zakdoekje en uiteindelijk loei ik met uit de tenen getrokken uithalen de longen uit mijn lijf. EmjE verdwijnt om terug te komen met een glas water en dwingt me om er iets van te drinken. Ik denk eerlijk gezegd dat ze me beter bij de onpersoonlijke crisisopvang kan afleveren. 

Ineens, van de één op de ander tel, houdt het huilen op want deze crisis kan niet janken. De gedachte- alles is afgelopen- snijdt Do los van Ra. Ik ben gespleten, maar de onwil om op te geven vecht als een schizofrene leeuwin terug. Opgejut door de gezichten van allen die hier de dupe van worden, strijdt vechtlust en laffe overgave een gelijk opgaande oorlog in mij uit. Het weten dat er altijd iets te redden is krijgt vaste grond onder mijn denken en na drie keer diep inademen. langzaam uit blazen, lukt het om de ondenkbare waarheid als ijskoud water uit mijn mond te laten klateren. Het tinkelt als een knettergek lachje. “Harrie heeft gelijk, EmjE.” Ze trekt haar wenkbrauwen op.
“Ik heb geen rechten want wie niet bestaat, bestaat nou eenmaal niet.”
‘Hoezo besta je niet. Wie zit er dan hier op mijn bank?”
“Ik ben wel hier, maar daar niet.” Ik wijs naar de weggesmeten papieren.
“Hoezo ben je daar niet. Natuurlijk wel, joh.” Ze zal wel denken dat ik door die vreselijk eenzame avond ergens achter haar berookte behang reddeloos verloren ben geraakt, want ze wacht rustig op de verklaring.
Dit is toch anders dan mijn huwelijk dat ineens niets waard bleek, denk ik een onverwachte kant op. Toen waren het door mijzelf verzonnen beelden. Ze pasten niet bij de werkelijkheid die ik naar mijn hand had gezet. De wens was de moeder van de vergoelijkte gedachten, maar hieraan is niets door mij verzonnen enkel en alleen om mijn te mooie plannen. Alles is door de harde werkelijkheid ingegeven en heeft zijn eigen vorm gekregen, die ik enkel nog door het leven af moest maken.

“Ja, dit kan toch eigenlijk niet hè? Ik lees er vast overheen,” hang ik mezelf op aan haar medeleven, het enige kader waarin ik nog besta. Zij is het laatste redmiddel omdat zij ziet, luistert en erkent  dat ik besta.
“Ik heb het vast niet goed gezien, toch?” smeek ik bijna terwijl de stem in mijn hoofd me belachelijk maakt: Laat je nakijken. Wat ben jij dom. Hoe idioot kun je zijn, na alle aanwijzingen nog door gedraaid hopen, wensen, willen, tegen alle logica in. Foei, schaam je, kind. 
Ik weiger de verachting in mijn bonzende kop te horen en adem diep door om moed te verzamelen, pak de papieren er weer bij en sla ze open op bladzijde drie. Het voelt alsof ik nogmaals in tweeën splijt en gevierendeeld leg ik de dikke stapel in EmjE’s uitgestrekte hand.
“Kijk eens of jij het wel ziet staan. Lees je het voor, EmjE, alsjeblieft?” wijs ik haar de plek aan. Zover heen in de hoop dat zij oplezen zal wat er niet staat, ervoor zorgen kan dat het toch goed komt.

Bestuur van Stichting AbebA
bestaande uit de volgende rechtspersonen:
Voorzitter:  Hendrikus Maria P.
Secretaris:  Patronella Maria W.(zijnde dagelijks bestuur)
Penningmeester:  Maria Josephina Theresia M.
Pr-Medewerker:  Robertus Fredericus Alphonsus H

Ik wacht. Zij kijkt nog eens, slaat de bladzij om en ziet daar ook mijn naam en functie niet staan. Haar verschrikte ogen ontmoeten de leegte in de mijne waaruit ik alle leven zojuist weg voelde vloeien. Ik zal wel krankjorum lijken. Misschien inmiddels ook wel krankzinnig zijn? 
Ze schudt haar hoofd en lijkt net zo van de wereld te raken als ik.

Deze statuten zijn het schreeuwende bewijs van alles dat geen bestaansrecht heeft. Het is van welke kant je het bekijkt, maar niet bestaan biedt niets voor onbaatzuchtig willen zijn, denk ik. Een volgezogen sponzig zacht hart, dat in Ethiopië glom en pulste van intens geluk en het leven zelf, is binnen tien seconden in Harrie's bankschroef leeg geknepen.

Het staat er zwart op wit. Of eigenlijk, ik sta er niet!
Ik ben niets eens lid van zijn waanzinnige doortrapte bende en het uit de realiteit geboren doel ligt voor mijn voeten alsof ik het nog op zou kunnen rapen. Gedachten, gevoelens, verraad en trouw is geen materie om op te kunnen tillen. Het was te mooi. Een sprookje lijmt men niet als het gebroken is. Hiermee is simpelweg gebleken dat wat op liefde, inzet of zorgzaam medeleven is gebouwd in deze wereld niet mag bestaan. Hebzucht, egoïsme en machtswellust moet in de handen van een minderwaardige alles wat onbetaalbaar veelbelovend is, plat walsen. Naastenliefde, net zo lang gekneveld en onderuit gehaald, langs de maatlat gelegd van diens wantrouwen, zal ooit dood bloeden.
Dove, blinde verzopen kat op drie gebroken poten, die niemand hebben wil, verbergt zich ergens in een donker gat om te versterven. Ik blijk me niet te hebben vergist, lijdt niet aan ziekelijke achtervolgingswaanzin. Haast zou ik wensen dat ik toch geestelijk gestoord was geweest.

db624c0b8dfbb4815815f8879a497003_1394540

Elkaar vertouwen is kennelijk iets om uit de mensheid weg te snijden, hakken, fileren? Zelfs een verdroogde roos is mooi, maar hiermee is bewezen dat ik niets dromen mag, noch vragen om me daarbij te helpen. Er komt altijd wel een onverlaat die integriteit vertrapt en een oprechte geest wil breken. IJzer met handen kunnen smeden maakt de weg vrij voor fatalistische, naar macht hunkerende laaghartigen die, niet goedschiks dan kwaadschiks, het positieve als achterlijk uit moeten schakelen.  

EmjE kan nu niets voor me betekenen. Haar machteloosheid en de mijne is te moedeloos om bij elkaar aan te moeten zien. Het voegt niets toe. Omdat ik me er niet verantwoordelijk voor wil voelen dat zij met mij ten onder gaat, stuur ik haar naar bed. “Ja, maar Door. Ik wil niet dat jij…”
“Nee, dat doe ik niet. Je moet slapen, op kracht blijven. Dit moet ik alleen doen. Daar helpt geen lieve vader of moedertje aan. Het gaat weer, ik word niet gek, zal wel niet in bed terecht komen, dus vort jij, pitten. Morgen weet ik wat ik moet doen. Ik spit de rest van deze vreselijke wanprestatie door en moet hulp gaan halen, daarna een strategie bepalen."

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
niet te geloven !!
dat is het ergste wat een mens kan overkomen ... niet meetellen / er niet bij horen !!
En hoe zal EmjE zich gevoeld hebben?!
Buitengesloten, kun je dan nog iets oplossen?
Dat kan men me bij de K.v.K. misschienr vertellen
Ontkend worden... zo triest.
Diep triest...inderdaad
Het hoogste verraad geeft de diepste pijn...
Klopt al;s een zwerende vinger
Mij hemel wat een ellende en wat zal EmJe zich achteraf ook rottig hebben gevoeld dat ze die statuten niet gelezen heeft. Heeft Henry dat soms ook niet? Anders had hij toch alarm geslagen?



In één keer monddood gemaakt... Persona non grata; inderdaad.