Kale kouwe kak (4)

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 27 February 18:51

Maandagochtend. Ik word wakker vlak nadat EmjE vertrokken is. Geen last van een kater, wat na een half jaar droogstaan toch best bijzonder is na een halve fles.

Dit wordt de eerste dag van de rest van het normale leven, weet ik. Het schiet vanzelf als eerste gedachte door mijn hoofd en ik zwaai mijn dunne benen opgewekt buiten het bed.  Jaja, maar wat is normaal? Dat wat anderen voorschrijven? Waar men mij toe dwingt? Of is wat ik voel, denk en wil normaal? 

Nog voordat ik het sneetje brood en koffie maak schiet ik de computerkamer in en stuur de voorzitter van AbebA een mailtje met de vraag waarom mijn inbreng niet op de agenda staat.

Na het langzaam weggekauwde ontbijt- zestien vierkantjes van een ruime centimeter, de helft met zoet, de ander acht kubusjes met kaas- overvalt me  zonder enig voorspel een grommend soort onderhuidse woestheid. Ik zit waar gisteren Harrie tot vervelens toe opschepte over hun Vincentrum-succes.

Mijn hele lijf trilt. Onzinnig, onnodig en zenuwslopend want ik kan niet blijven zitten en woede zonder kop of staart ontploft. Schizoïde ongeaard, sta ik met één been in rijk, overmatig tiptop geregeld gevoelsarmoedig waterland terwijl het andere been achter de evenaar is blijven steken.

Naar het toilet lopend zie ik vanuit mijn ooghoek dat het antwoord van de voorzitter nadrukkelijk op het scherm schittert. Verontwaardiging vliegt me naar de strot omdat hij kort en bondig meedeelt dat mijn agendapunten te laat zijn ingeleverd. Furieus en treurig tegelijk weiger ik de prullenbak een rotschop te geven. Wat? Ik ben een week te vroeg terug en toch te laat! Toen ik dáár zat kreeg ik geen reactie nadat ik de agendapunten instuurde. Ik ben eindelijk terug en hij weet ineens niet hoe snel hij negatief moet reageren?  Opgefokt - hij zal niet manipuleren zonder dat anderen het merken- stuur een BCCtje aan iedereen.

“Beste Harrie. Mijn aandachtspunten heb ik ( dd-00-00) vanuit Addis reeds aan jou gestuurd dus ik verwacht dat je ze alsnog op de agenda zet.”

In de ban van een onmogelijke spagaat tussen verstandelijke rede en emotionele waanzin maak ik een ronde door de vertrouwde flat op zoek naar houvast. Omdat haar huis nog hetzelfde is als toen ik vertrok. Omdat alles op de vertrouwde plek staat. Dezelfde snuisterijen op dezelfde plekjes. Het vertrouwde brons in de hoeken van ooit witte wanden die een kwart eeuw illustreren waarin we levensvragen bespraken, ervaringen deelden en ongestoord rookten. EmjE’s huis voelt vertrouwder dan het mijne. De zeventigerjaren flat wasemt gelukkig dezelfde vertrouwde geur uit en biedt de noodzakelijke warmte. Niet omdat de inrichting zo modern gestileerd is, maar omdat uit alle poriën EmjE en onze warme vriendschap spreekt. Omdat ik hier altijd onvoorwaardelijk terecht kan, maar waar het anders is als zij niet thuis is. Waar ik nu toch gedesillusioneerd mank doorheen strompel en niet echt thuis lijk te kunnen komen. Er gebeurt te veel dat niet goed voelt. Doekjes voor het bloeden zijn uitgewerkt. Valse hoop opgedroogd. Smoezen (dat wat men zegt niet zo bedoeld is) hebben geen vat meer op me  en zwalkend door eenoverhoop gehaald brein, over het vertrapte hart verdwaal ik boven continenten als een gekooide leeuwin wiens welpen zijn gekaapt. 

Sinds ik terug ben word ik constant overvallen door blazende, niet door drank veroorzaakte, katers die hun nagels in mijn positieve instelling zetten en de rotsvaste overtuiging in het goede met hun klauwen open krabben. Woensdag is de zwartste gehaktdag sinds lang geworden.

Thuiskomen lukt pas echt wanneer iemand blij met je is, dacht ik nog voordat ik haar naast de auto zag staan. Ik stormde bijna jankend op haar af, liet de bagage vallen om haar te omhelzen.

“Meid, wat fijn om je te zien.”

“Jaja al goed. Kom hier met je troep. In de achterbak.” Ik keek of ze een grapje maakte. Mijn rug stond op breken en moeizaam kroop ik naast haar. Enthousiast opgelucht en positief.

“Oh meid, ik ben bekaf. Tot mijn wenkbrauwen afgesleten, heb zeer vervelende enerverende dagen achter de rug. Ik moest zo onverwacht terug. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.” zuchtte ik voor het vaderland weg. Achterover geleund genoot ik eindelijk weer eens van een goede autostoel. Ze knikte, reed nogal abrupt weg, vroeg niets en ik bekeek met vreugde hoe uitmuntend geregeld, opvallend ordelijk, netjes en brandschoon Nederland op me afkwam met een kruissnelheid van 120 kilometer. Ons zwijgen voelde  weldadig toen ik zei dat het in Nederland toch maar puik geregeld is met zoveel kilometer snelweg.

“Kil, koud en mistig lijkt het buiten, maar ik ben weer veilig thuis, dank zij Dorieneke. Waar zou ik zijn zonder jou?” Ze knikte, tuurde strak op de weg, had schijnbaar geen puf in complimentjes of praatjes voor de vaak.

“Heb ik nu alles door de war gegooid?” informeerde ik niets vermoedend na een kwartier, maar ook daarop reageerde ze niet. Had mijn vrolijke lachebekje de lol verleerd?

“Was er onderling al iets afgesproken om me volgende week op te halen?” bleef ik nieuwsgierig, maar ineens keek ze me boos aan alsof ik nou juist dat onderwerp niet had mogen aansnijden en de zwijgzaamheid kreeg ineens een veel minder veilig vriendschappelijk karakter.

“Ja, ik zag die mail van EmjE, twee weken geleden of zo, maar heb er niet op gereageerd.” zei ze zonder me aan te kijken. Verbaasd rukte ik mijn ogen los van de kunstzinnig zwevende koeien wiens benen niet te zien waren op de mistige wei en ik kon niets anders bedenken dan dommig “oh”. Ineens was de stilte om te snijden.

“Nee. Ja, waarom zou ik? Moeten het altijd dezelfde mensen zijn die zulke klusjes klaren? Ik vond dat je broer dat moest doen, je bent zijn zus.” Als ze me in mijn maag had gestompt had het minder zeer gedaan. Verdomme, jij weet al jaren dat mijn broer mij puur uit plichtsbesef tolereert. Ze zag wel hoe ik schrok, probeerde de schade weg te poetsen door te zeggen dat ze het de laatste tijd zo druk had, en zo, maar soms is de waarheid een dure ruwe diamant, hard en enkel met een even harde diamant te slijpen tot een glittersteen.

“Dat ik het maar even weet.” kuchte ik onzeker en staarde naar de fabrieksterreinen buiten.

“Nou ja, zo gek is het toch niet? Ik vond dat de anderen het maar moesten doen, maar goed, ik breng je nu toch thuis?” probeerde ze.

“Ja, dank je wel, zonder jou zou ik echt onthand zijn, daar nu nog staan te koekeloeren.” knikte zonder al te veel animo en kreeg daarna geen woord meer door mijn keel geperst.

“Wel vervelend hoor, zo hals over kop… Ik stond net zo lekker te springen voor de tv met de ochtendgymnastiek. Ik had EmjE’s mailtje wel gelezen, hoor, dat je eerder kwam, maar hoe moest ik weten dat…” oreerde ze strak op de weg turend. Voor twaalf uur ben ik al verworden tot een vervelende klus. Dora is back. Wat moeten we ermee? De liefde heeft soms vreemde maskers. 

“Hallo Pee, met mij.”

“Met wie? Eh, oh ja, Dora. Je bent er al, las ik.”

“Ja, heb net alles uitgepakt. Kom je even gezellig hier naar toe? Kunnen we efkes bijkletsen."
”Waar hier? Boven het winkelcentrum?” Vergeet jij dan werkelijk alles? 
“Nee joh, mijn huis daar is immers nog verhuurd. Ik zit bij EmjE, drie minuutjes lopen van je vandaan. Kom jij een bakkie doen, dan ga ik thee zetten?”

“Nee, geen tijd.”

“EmjE komt de eerste uren nog niet thuis. We zitten bijna bij elkaar op schoot en kunnen dus rustig alleen even bijpraten.”

“Nee Weltevree.”

“Pattie, een half uurtje maar. Ik ben net terug.”
“Ja, nou en? EmjE mailde het vanaf het werk, ja.”

“Puur voor de gezelligheid Pee, dat mag ik toch wel vragen?”

“Nee, eh ja. maar ik kan er niets aan doen dat je een week te vroeg bent.”

“Oké, eh,   eh…Pattie, als EmjE het ermee eens is vier ik zondagmiddag mijn verjaardag bij haar, maar ik zou het erg fijn vinden om je vóór die tijd even te zien.”

“Heb het erg druk deze week. Dahag.” Het duurde even voor ik besefte dat de bezettoon in mijn oor knetterde. Klaar af. Punt uit. Een half uurtje kon er niet af en een andere afspraak was kennelijk ook niet gewenst. Dora, waarom heb je het nou toch in Godsnaam geprobeerd? Hoopte je dat Pee zich had gerealiseerd dat ze in Addis zo naar tegen je deed? Dat ze bijgedraaid zou zijn na zes weken bedenktijd in haar geliefde Nederland?

Ja. Ik denk altijd dat mensen over hun eigen aandeel nadenken als iets stroef verloopt. 

Niet meer doen! Als de nood aan de man is kunnen zij op jou reken. Zonder morren. Andersom is meten met twee maten niets om eens eerlijk over te praten. Het kind in mij kruipt uit spelonken van een ver verleden en fluistert dat ik het had kunnen weten. Dat ze dit kent want ze is afwijzingen gewend. 

Wat als EmjE nu ook nog zegt dat ik ongelegen kom? Dat ik er geen recht op heb om haar ruimte te in te pikken?  Paps waar ben je? Je hebt me gewaarschuwd, maar dat zegt niet dat het geen zeer doet. Medeleven? Daarvoor kiest men niet. Dora de pionier houdt spiegels voor. Dankbaar moet ik zijn. Hiephoera ik word getolereerd. Niet meer, wel minder. Nu ik hen nodig heb is het niets anders dan éénrichtingsverkeer dat naar boven drijft en uitmond in onverschilligheid. Nee zeg, fijn dat ik opgehoepeld was. Op afstand kan ik niemand raken. Te lang weg geweest, teveel gewend geraakt aan aardige mensen! De pijnlijke desinteresse hoort in een rariteitenkabinet waar onbegrijpelijke reacties en onwaarschijnlijk egoïstisch onverschil als opzetstukken staan te flonkeren. Enkel Emje lijkt over maar hoe eng en veelomvattend die laatste dagen in Addis waren vertel ik haar niet eens. Ik wil het niet herinneren. Liefde draagt rare maskers.

Reacties (12) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
wat ene toestanden!
En zeggen dat zoiets 'vriendschap' heet(te) !!
Dat men zo hard kan zijn !! Dat moet echt pijn doen!!
Ik begrijp ook niet dat mensen om kunnen slaan als een blad aan de boom...maar ja, als het gebeurt heb je er niets meer over te zeggen..Goede leerschool. Kouwe kak.
Wat een toestand en egoïsme!
Ja Mijler, ooit, vroeg of laat, merk je wel wat voor vlees je in de kuip hebt, Helaas meestal pas, als je hulp nodig hebt...
Dat heet toch stank voor dank?
Ik weet niet hoe dit fenomeen heet, Peter
Het is de waarheid die zich openbaart als men ineens beseft dat de consequenties van echte vriendschap wel eens zou kunnen betekenen dat je iets van jezelf in moet leveren voor het grote geheel en dat kunnen egoïsten zich niet veroorloven, geloof ik.
Zo is het inderdaad, helaas!
dat is geen kouwe douche meer maar een ijskoude waterval..
Dat is in kokend water bevriezen, geloof ik
Een kouwe douche van de kouwe kak.
Ik kon in Addis al niet onder de koude douche, maar ja, zij lezen kennelijk niet goed?
nou dat is leuk ontvangen worden