Alles is mooi, na trauma.

Door Echteverhalen gepubliceerd op Thursday 27 February 17:22

Ik ben een...Mens

met trauma...

Alles is mooi

De grootste schok: alles is mooi. Het leven is mooier. Ik ben er nog! En jij... en jij... en jij....

En mijn spullen waar ik echt om geef. M'n souveniers en fotoboeken. M'n herinneringen op foto's en papier. Alle speciale dingen. Waar ik als kind mee speelde of wat ik onlangs heb gekocht. Een groen shirtje uit spanje, wat je hier niet kunt vinden.

Alles is mooi.

M'n toekomst

Ook m'n toekomst. M'n kinderen en ik. En m'n man. Alle dingen die ik nog ga "krijgen". M'n werk. M'n carrière. Wisselingen. Van banen, school, hobby's en vrienden. Nieuwe plaatsen die ik kan ontmoeten.

Waarin ik mag onderzoeken en ontdekken. Waaruit ik kan leren en opgroeien. Uitgroeien tot ik. Een nieuwe ik, die ik dan, als ik aan mezelf denk, als ik beschouw. Natuurlijk een heel andere na vandaag.

Misschien opnieuw weer na een trauma, of heel veel trauma's. Of na nooit meer iets ernstigs. Maar vooral na al die ervaringen die ik gezocht heb. M'n dromen die uit zijn gekomen. In ieder geval tot m'n dood zoveel mogelijk ervan.

Er is niets ernstigs na trauma

Wel het huilen van verdriet dat iemand zoiets kan zijn, dat hij jou dit aan doet. En dat er zoiets ergs kan gebeuren met je. Dat grote oerverdriet van een mens. Een dier. Dat de dood kan vinden. Een tsunami over zich kan krijgen. Kan bevallen en dan weer dood kan gaan. Terwijl dat dier en mens nog helemaal niet dood wil gaan. Het heeft nog vrienden en familie en mooie banen en toekomst dromen. Nog ooit eens...  

De teistering is niet ik, dat deed iemand of iets anders.

Of geteisterd kan worden. Gekerfd van binnen met het geweld van een ander. Dat is de aarde.

Zoals de winden door het universum gaan. En de zon zijn vuur laat spuwen, zo ben je op aarde gekerfd na een aanval van een ander mens.

Maar er is niets. Met mij. Ik was niet de dader. De dader was wel te heftig. Of het nu de aarde zelf was of een ander mens die van deze aarde ook afkomstig is en dezelfde God heeft. Of had.

Maar ik kan nu weer verder. Nog even. Misschien heel lang.

M'n opa en oma na de oorlog

Zo leefden ook m'n opa en oma na de oorlog. Hun ouders kenden zelfs de beide oorlogen. En dachten ook zo. En leerde hun kinderen, en mij om zo te overleven. Tot ver na hun tachtig. "Misschien, even of heel lang." Ze stonden er verliefd bij in de keuken en de kamer. Ze hadden elkaar. Zagen Hitler de wereld ruïneren. Sommigen twee keer. Maar ze hadden elkaar. Speelden spelletjes, en het nieuwe leven bracht hen heel veel kleinkinderen. Ze speelden uren met ons, leerde ons trucjes en vertelden over de oorlog. Het contrast kon je zo zien. Dat was niet hen, die oorlog. Zij begonnen geen oorlog. De oorlog dat was maar ooit eens 1 man. En wees vooral zelf niet die ene man.

De echte dingen

De echte dingen die ik gister al miste. Mis ik nog steeds. M'n man. Om mij te beschermen... Ik mis hem wel echt. Nog steeds. En iets meer, want hij had me mee kunnen nemen, op tijd. Dan was dit niet gebeurd. Of niet zo lang en zo vaak. Verder heb ik geen pijn. Alleen als ik m'n belagers vrij zie lopen. En mij en anderen nog kunnen teisteren. En weer even denk aan hoe een mens op dezelfde wereld toch zo kan zijn.

En de pijn van het offer

En de pijn dat ik mij moet opofferen om een ander te redden van diezelfde belager. Als ik niets doe, ben jij misschien door hen wèl gedood. Of nog meer geteisterd. Dat is een pijn in mijn hart. En het contrast tussen mij en m'n belagers. Ik hoef niemand te teisteren met het idee dat de wereld zo slecht is dat ik rondloop. Dat iemand daar nu, aan de andere kant van het land, zou moeten zitten in een stoel, om na te denken, zichzelf te gaan offeren aan de wereld. Voor hen allen die door mij geteistert zouden kunnen worden. Nee, dat bestaat niet, gelukkig. Daarom ben ik gelukkig. Door mij, heb jij, geen kans op littekens op je lijf, of een gekerfde binnenkant. Of de dood.

De enige twist na trauma

Wat als die gene er was geweest die ik nu mis, wat als? Dan had hij z'n leven gegeven. Voor ze gestaan om het mes af te pakken. En dood voor me ondergaan. Want van een getrainde man, die elke dag z'n mes trekt win je niet zo gauw. Mag dat? En het haalt het doel niet. "Ons samen zijn." Ik wil met m'n man en kinderen een mooi veilig leven. Niet voor mij alleen. Ik wil niet over blijven na een moord, wegens de tracht om mij te redden. Of een ander vergrijp, die je aan gaat, omdat je ziet, dat er gruwel daden voor je ogen afspelen. Dan wil je ingrijpen.

Nee

Bedacht ik me. Ik moet me, nog even, alleen, uit de klauwen redden van een ouder die met m'n broers haat heeft tegen mij, sinds ik geboren ben. Uit jaloezie. En omdat zij geen empathie en medeleven voor me kennen.

Niets opvallends

Ik had niets bijzonders. Niets opvallends. Ik was alleen een meisje, dat is alles. Zij waren mannen en een moeder. Je zou zeggen een homo, en een moeder zijn ook vrouwen. Maar nee, zij zien zichzelf niet als vrouw. Het is een manwijf met een mannelijke homo en een mannelijk broertje. Wat mij anders maakte dan hen. Ik was vrouwelijk. (M'n dochter werd geboren en het verleden herhaalde zich, ze moesten haar niet, ze was een meisje, net als ik. Ze wilde wel met dat jongentje spelen, m'n zoon. Ik zag m'n familie kort na deze herhalende gebeurtenissen ook nooit weer.Ze waren niet te veranderen. Meisjes accepteren moet, je kunt geen geweld op ze los laten, omdat ze anders zijn. Ze zo zeuren, terwijl ze als baby sti in hun beld liggen, en er geen geluid uitkomt. De toekomst konden ze niet aan, nog een vrouw, die zegt dat je ze niet mag slaan.(En verkrachten en teisteren))

Na de twist

Door zo'n zieke twist, komt mijn overtuiging om m'n man in m'n leven toe te laten, nog niet meteen heen. Niet onder zulke omstandigheiden. Ik gaf m'n toekomstige man liever weg aan een ander, aan de hele wereld, maar niet aan mijzelf. In de hoop dat als ik morgen dood was. Hij gelukkig was.

God

Maar het leven leert me dat het leven zo niet werkt. Je kunt niet met iedereen trouwen. Dat weet ik nu, nu ik beschermt ver weg leef. God zei, als hij woorden had, toen ik klein was, niet voor niets, nee, ook jij mag een man. Wie weet had hij me dan toch kunnen redden. Heel eerlijk, vertrouwde ik alleen op dat stuk in mijn leven God niet. Niet met mijn man. Daar mag gewoon niemand aankomen. Ik liep ook echt alle mannen straal voorbij, in de hoop dat het de mijne niet was. En nam verkering met een broertje van m'n vriendin. Dan zou ik in ieder geval niemand kwaad aan doen. MAar dat broertje bleek geen broertje, maar een oudere broer van haar. Die te goed bevriend bleek na jaren relatie met mijn kleine broertje. M'n kinderen en ik zaten klem. Had ik God maar gehoord, op dit belangrijkste stuk uit mijn leven.

Mijn man is mijn verlengstuk, zoals een kind dat is. Maar dat leerde ik pas, toen ik m'n kinderen had en vertrok. Vertrok van het geweld en de ellende die zij anderen blijven aan doen.

Ik wil alleen mijn man

Ik wil alleen hem en wordt nooit gelukkig met een ander. Ik zal hem herkennen als ik z'n ogen zie.

Mijn hart is nog heel.

Zeker omdat ik m'n hart zo goed ken. Die is heel gebleven, de rest niet. M'n lichaam zit onder de littekens en m'n gedachten zijn besmeurt met de teisterende woorden die me kerfden met hun gedachten. Als een deur bij de macdonalds die altijd onder de spreuken zit van jongeren die de tijdelijke nieuwste gedachten willen kerven en aan de wereld willen laten zien.

Zo zitten de kerven niet alleen van buiten, maar ook in mijn hoofd. Als een gordijn dat ik opzij schuif elke dag, de hele dag. En nooit meer dicht doe. Anders hoor ik het gordijn aan woorden. Hoe slecht ik ben, en vies en lelijk. Zonder dat ik een vies, slecht of lelijk ding ooit gedaan heb.

Gordijn

Dus dat gordijn hou ik open en je ziet mij en ik jou en niet dat gordijn. Dat staat nooit tussen ons in, dat hangt er gewoon ergens aan de smalste zijkant, omdat wat ze hebben gezegd en gedaan wel is gebeurd. Het gordijn bestaat.

Maar ik en jij. wij samen, dat is veel groter in mijn hoofd dan dat gordijn. Daarom komt het gordijn ook nooit vanzelf te voorschijn. Ik en jij duwen dat weg. Altijd. Gelukkig. En daarom ben ik ook zo gelukkig. Ze hebben me niet te pakken gehad. En alle andere mensen in mijn leven zijn nog steeds normale mensen. Buiten die paar gekken om. Waardoor het gordijn, voor altijd opzij wordt geduwd. Als ik even slaap, elke nacht, dan weet ik morgen ben jij er ook weer. Alle mensen die goed voor me zijn. Dus er is in mijn hoofd geen behoefte aan een gordijn dat dicht valt. Dat gebeurd nooit. Er zijn genoeg mensen op de wereld om mee samen te zijn.

"Mijn" hart, is mijn hart.

Mijn hart heb ik behouden en ken ik daarom ook zo diep en zo goed. Mijn mooie hart. Het leeft nog.

Waardoor alles mooier is. Maar het zou niet zo mooi zijn geweest als mijn man hier was geweest. En het niet had overleefd. Dan had m'n hart de strijd ook verloren. Dat altijd zo mooi verborgen lag. Tussen de door misdadigers gemaakte gordijnen aan woorden. De kervingen, en de lichamelijke pijn. Dan had ik en een gordijn, en kervingen, en lichamelijke pijn en een gebroken hart.

De verwerking na trauma

Is dus niet mijn hart dat ik moet helen, maar het idee dat er nu wel een man mag komen. Mijn man. Dat is een proces dat tot de laatste dag kan duren. De rest van het leven is mooi en steeds mooier. Ik leef nog en dat leven gaat door. Er komen op een dag nog meer kinderen en zelfs klein kinderen in mijn leven. Zolang de belagers buiten mijn stad blijven. Buiten mijn leven. En ik verder kan. M'n kinderen en ik. Èn de mensen die goed voor ons zijn daar hebben we genoeg mee om te delen. Te beleven. Te onderzoeken. Samen, veilig. Bij de kachel met de kerst en op de verjaardagen in jurkjes en mooie pakjes. Speciaal uitgekozen. Omdat alles nu zo feestelijk is. We leven nog. Samen na oorlogen en misdadigers. Is er nog steeds een wereld. Voor ons allen. De criminelen buiten gelaten.

 

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.