Info over de leeuw

Door Crown gepubliceerd op Monday 17 February 22:30

Classificatie

Rijk:         Dieren
Afdeling:  chordadieren
Klasse:     zoogdieren
Orde:        roofdieren
Familie:    katachtigen
Geslacht: panthera (panterkatten/brulkatten)
Soort:       leeuw
 

Lichaamsbouw

De leeuw heeft een lichtbruin-geelachtige gladde vacht.
Leeuwen kunnen uitstekend horen, zien en ruiken. Ze hebben een gladde vacht.
De leeuw heeft een korte, afgeronde kop. Zijn schedel heeft een hoog achterhoofd met ruimte voor de sterke nekspieren. Door de grote oogkassen kan hij zowel vooruit als zijwaarts goed kijken. De leeuw kan zowel ’s nachts als overdag zien.
De snorharen van de leeuw dient voor het tasten van zijn omgeving af. Zijn lichaam is gespierd en soepel met een brede, krachtige borst. Ook heeft de leeuw zeer sterke voorpoten, die de klap opvangen als hij neerkomt. 
Hij houdt zijn zachte vacht schoon met behulp van zijn tong. De staart van de leeuw houdt hem in evenwicht als hij rent of een prooi bespringt. Zijn darmen zijn vrij kort, zodat voedsel er snel door gaat. 
 
De mannetjes leeuw:
Gewicht: 200 kg – 250 kg
Lengte: 2 meter – 3 meter en 1,2 meter hoog 
 
De vrouwtjes leeuw:
Gewicht: 150 kg – 180 kg
 
Speciale kenmerken van de lichaamsbouw
Een mannelijke leeuw is makkelijk te herkennen omdat hij lange, dikke manen om zijn kop heeft. Naarmate de leeuwen ouder worden, worden hun manen donkerder van kleur.
De leeuw heeft vijf tenen aan zijn voorpoten en vier tenen aan zijn achterpoten.
Leeuwen kunnen vrijwel heel geruisloos lopen. Dit komt omdat hij onder al zijn tenen kussentjes heeft zitten. Die dienen voor het beschermen van zijn poten en geluiden dempen.
 
Skelet van de leeuw
Zijn korte, ronde schedel van de leeuw zit vast aan zijn ruggengraat. Zijn korte kaken kunnen wijd open voor een krachtige beet. Leeuwen hebben net als andere katachtigen een korte nek met zeven platte nekwervels. Dit zorgt ervoor dat de leeuw gestroomlijnd is en zijn evenwicht kan bewaren zodat hij grotere snelheden kan bereiken.
De ruggengraat ondersteunt zijn lichaam. Zijn wervels beschermen de ruggengraat.
Zijn grote flexibele ribbenkast heeft 13 ribben. De ribben zijn verbonden met de ruggengraat en vormen de ribbenkast. De ribbenkast beschermt zijn hart en longen. De botten van de achterpoten van de leeuw zijn langer dan die van de voorpoten.
 
Leefgebied van de leeuw
Azië 
Afrika:
Oost-Afrika
West-Afrika
Zuid-Afrika
 
 
Hoe het leefgebied van de leeuw eruit ziet
De leeuwen leven ten Zuiden van de Sahara op de savanne. Dat is een vlak grasland met weinig bomen. Ze wonen vooral op de open savannen, grasvlakten, struikgebieden en licht beboste streken. In India wonen leeuwen ook in de woestijn, zolang ze maar genoeg voedsel hebben om te kunnen overleven.
In Afrika leven ongeveer 30.000 leeuwen en in India minder dan 300 leeuwen.
 
 
Waarom de leeuw in dit gebied voorkomt
Leeuwen die in warme gebieden voorkomen (bijv. op de savanne) hebben een dunnere vacht dan die in de koude streken. Door hun lichtbruin-geelachtige vacht vormen ze een geheel met hun omgeving. Hun zandkleurige vacht is dus een goede camouflage op de droge savanne. Hierdoor is het zeer gunstig voor leeuwen om op de savanne te leven.  Zo kunnen ze makkelijker hun prooidieren bespieden en besluipen in hoog gras. En hun overlevingskans is dan veel groter dan in andere gebieden.
 
 
Speciale eisen van de leeuw
Het liefst zit de leeuw de hele dag te luieren. Ze liggen dan het grootste deel van hun tijd (zo’n 20 uur per dag) ergens in het gras of in een schaduw van een boom uit te rusten of te slapen. Ook gaan ze dan zichzelf en elkaar verzorgen (elkaar schoonlikken).
 
 
 

Voortplanting

 
Voor dat de paring begint (liefdesspel)
Als één van de leeuwinnen krols is (= als een leeuwin zin heeft om met een leeuw te paren) raken de leeuwen opgewonden. Ze  heeft dan een speciale geur die het mannetje kan ruiken. Eén van de mannetjes neemt haar mee naar een stil plekje waar ze dan gaan paren.
De leeuwin doet in het begin alsof ze niet wil. Ze loopt weg of geeft het mannetje een klap op zijn neus met haar klauw. Maar na een tijdje geeft ze zich gewonnen en laat het mannetje dicht tegen haar toe komen. 
Het mannetje liefkoost haar eerst door met zijn nek tegen haar nek te wrijven. Dan 
likt hij haar oren of bijt zachtjes in haar nek.
 
Paring
De paring duurt dan een paar seconden. Na de paring heeft het vrouwtje geen zin meer in de liefkozing van de leeuw en kan daarom heel erg boos worden.
Dan moet het mannetje maken dat hij wegkomt. Omdat de vrouwtje heel gevaarlijk kan uithalen.
 
Tijdens de paartijd
Tijdens de paartijd blijft de leeuw en de leeuwin ( het verliefde stel) een paar dagen bij elkaar. Ze gaan niet terug naar de rest van hun groep en eten dus ook niet.
 
De verzorging van de nakomelingschap
De leeuwen paren dertig tot veertig keer per dag. Dat doen ze om zeker van te zijn dat het vrouwtje bevrucht is. 
Als een leider van een troep doodgaat, en er een nieuw leider komt doodt hij alle welpen. Dan paart hij met de vrouwtjes om hun eigen jongen te krijgen.
De welpen worden schoongelikt en gezoogd door hun moeder. Als hun moeder op jacht gaat drinken ze melk van hun tantes. 
De leeuw beschermt de leeuwin en hun welpjes.
 
Verloop van de zwangerschap
Na de paring is de leeuwin zo’n 15 weken zwanger. De leeuwin krijgt per worp 2 tot 3 jongen. Als ze voelt dan dat haar baby’s geboren gaan worden verlaat ze de groep. Ze zoekt een schuilplaats tussen de struiken of een grot. Na een tijdje gaat de leeuwin terug naar haar groep samen met jaar welpjes.
 
 
 

Voeding

 
Carnivoren 
Leeuwen zijn carnivoren (vleeseters). Het liefst eten leeuwen grote graseters als wildebeesten (of gnoes), antilopen, gazelles, zebra’s en buffels. Soms nemen een jonge girafje of olifantje te grazen. Als ze geen grote dieren vinden vangen ze kleinere dieren zoals hazen en wrattenzwijnen. Als er verder weinig voedsel te vinden is eten ze ook wel slangen, insecten en zelfs vruchten. 
Ze knippen met hun knipkiezen het vlees in stukken. Maar kauwen doen ze niet, ze slikken het vlees in grote stukken door.
 
Hoe de leeuw aan zijn voeding komt
Leeuwen zijn een groot deel van hun tijd dat ze actief zijn, op zoek naar een prooi.
Om een prooi te vangen leggen leeuwen per dag zo’n 8 kilometer af. Het vangen van een prooi kost energie en heel veel inspanning. Daarom rusten ze overdag veel zodat ze genoeg kracht hebben als ze op jacht gaan. 
Leeuwen zijn te groot en te zwaar om heel lang hard te rennen achter een prooi. 
Als de leeuw op jacht gaat besluipt hij eerst zijn prooi, door zich te dekken in hoog gras. Als zijn prooi opkijkt blijft de leeuw stokstijf staan om niet opgemerkt te worden. Daarbij verliest hij zijn prooi geen moment uit het oog.
Zodra hij vlakbij is rent hij op de prooi af. Met zijn sterke borstspieren en voorpoten grijpt de leeuw de prooi en werkt deze tegen de grond. Met zijn scherpe klauwen slaat hij in de huid van het prooidier. En met zijn sterke kaken grijpt hij het prooidier bij de strot.
 
Het gebit van de leeuw
Leeuwen hebben 30 tanden. Ze hebben vier grote en scherpe hoektanden waarmee ze de prooi grijpen, doden en in stukken scheuren. Ook hebben ze sterke kiezen, de knipkiezen. De leeuw heeft korte kaken maar die kunnen wijd open voor een krachtige beet. Zijn kaken kunnen alleen zijwaarts scharnieren en niet op en neer. Daarom eten ze aan één kant tegelijk. Ook houden ze dan hun kop scheef.
 
Vertering
Leeuwen kauwen niet op hun voedsel die ze eten. Ze slikken het door in grote stukken.  Hun maag en darmen zijn geschikt voor het verteren van vlees, maar geen planten.
Leeuwen kunnen ook niets zoets proeven en verteren. Ze jagen dus daarom het liefst op wrattenzwijnen.
 
 

Vijanden

 
Natuurlijke vijand van de leeuw
Omdat leeuwen in groepen leven hebben ze bescherming tegen allerlei soorten gevaren. Ze hebben daarom vrijwel geen natuurlijke vijanden. Een leeuw die gewond is wordt verzorgt door de groep en mag mee-eten tot hij weer beter is. En als er een leeuwin doodgaat nemen de andere leeuwinnen de zorg voor haar welpen over.
 
Welpen zijn het meest kwetsbaar in een troep. Luipaarden, hyena’s en ook mannetjes van andere (leeuwen) groepen doden de welpen en eten ze op. Daarom moet de leider van een groep sterk zijn en niet gemakkelijk gewond raken, anders kunnen ze hun troep niet beschermen.
 
Bedreiging
De mens vormt de grootste bedreiging voor de leeuw. Er worden talloze leeuwen gedood door jagers en veeboeren omdat ze soms een koe pakken en opeten. In sommige landen mogen er op leeuwen voor de lol gejaagd worden of om hun ‘man zijn’ te bewijzen. Dan letten de jagers meestal op de grootste mannetjes. En dat kan dan grote gevolgen hebben voor een groep.
Als de leider van een troep leeuwen gedood wordt, komt er een nieuwe leider die alle welpen dood maakt.
 
De mens vormt de grootste bedreiging voor de leeuw, omdat de mens de leeuw doodt vanwege zijn mooi en waardevolle vacht.
Van de huid van leeuwen worden er bontmantels, bontkragen, sleutel/mobielhangers etc. gemaakt, van hun tanden worden sieraden gemaakt deze dingen leveren veel geld op.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Klopt, de leeuw wordt niet voor niks de koning van het dierenleven genoemd. Prachtig.
Heel mooi en uitgebreid stuk. Prachtige dieren.