Doortjes schrijfopracht: Het duistere geheim van Cleopatra

Door Trudybrinkman gepubliceerd op Sunday 16 February 23:30

Het leek een hele gewone straat in een heel gewoon stadje. Het ene voortuintje werd begrenst door een bruin hekje, het andere door een wit exemplaar of door een keurig gesnoeid hegje. De ene voordeur in een zelfde kleur als het hekje geschilderd terwijl bij het volgende huis de kleuren juist afweken. Het enige dat verschilde met elke andere willekeurige straat in in elk ander willekeurig stadje was dat steeds meer huizen in deze straat verlaten leken te zijn door hun bewoners. De menselijke bewoners dan.

In één van deze huizen woont Sara.

Sara is een vrouw van, zoals zij dat zelf noemt, iets ouder dan middelbare leeftijd. Licht grijzend, beetje gerimpeld maar altijd keurig netjes gekleed in degelijke kleren van niet opvallende kleuren. Wanneer zij de deur uitgaat dan let ze er op dat ze haar hoed op heeft, haar handtas een schone zakdoek en een rolletje pepermunt bevat en ze het weerbericht heeft gekeken zodat ze niet onverwacht overvallen kan worden door een regenbui.

Tien jaar woont Sara nu in deze straat. Nadat haar man overleed en de kinderen de deur uit waren, werd het huis waar ze vanaf haar trouwen had gewoond te groot. De nieuwe bewoners waren jonge mensen met twee schattige kleine meisjes.

"Heerlijk. Dit huis vraagt gewoon om het geluid van kindervoetjes die over de trap rennen. En de schommel in de tuin hangt er niet voor niets. Die is al te lang ongebruikt", waren de woorden waarmee ze de sleutel overhandigde na de overdracht. En elk woord had ze gemeend van uit het diepst van haar hart. De jonge vrouw had de sleutel blozend aangenomen en verteld dat er binnenkort een derde kindje op komst was. Alle kamers zouden bezet worden en de schommel goed gebruikt, dat beloofde ze.

Het huisje waar Sara nu woont is klein en knus. Het heeft een slaapkamer en badkamer op de begane grond zodat, wanneer ze de trap niet meer op kan, ze daar gebruik van kan maken. Nu doet de extra kamer beneden dienst als eetkamer en bestijgt ze elke avond de trap om boven van haar nachtrust te kunnen genieten.
Ze vind het wel erg jammer dat veel van de overige huizen niet langer bewoond worden. Het huis naast haar wordt bevolkt door een dikke rode kat. Het huis daarnaast is de broedplaats van een dikke pad, verderop bewoont een pauw een huis met gehaakte gordijnen en van uit de hal van het huis aan de overkant ligt een dikke bulldog haar na te kijken wanneer ze boodschappen gaat doen. Het vreemdst van alles is dat ze nooit gemerkt heeft dat de bewoners van die huizen plannen hadden om te gaan verhuizen. Ook de verhuizingen zelf zijn aan haar aandacht ontsnapt. De bewoners waren gewoon weg. Van het ene op het andere moment. En allemaal zonder hun huisraad mee te nemen. Dat wist ze dan weer van de keren dat ze heel voorzichtig door de ramen had gekeken.
De woningbouwvereniging wist ook niets. Daar had ze navraag gedaan samen met de mensen die er nog wel woonden toen het eerste huis leeg kwam te staan, het huis direct naast dat van Sara.

Haar buurtjes waren mensen op leeftijd. Zij was een vrouw die niet veel buiten kwam door een probleem met haar rug en daardoor in een rolstoel zat, hij was muzikant. Hij speelde viool.
Oh, wat had ze in het begin genoten van de grote man met zijn wapperende rode haarbos. Zoals die man zijn strijkstok over de snaren kon laten dansen en daardoor de zoetste melodiën aan het instrument wist te ontlokken. Een streling voor het gehoor.
Na de overplaatsing van zijn vrouw naar een verzorghuis was zijn inspiratie, samen met zijn geliefde vrouw, verdwenen uit het huisje naast dat van Sara. Zelden nam hij de viool nog ter hand en wanneer hij dit wel deed, dan waren de noten die hij speelde niet om aan te horen.
'Kattengejank' was het woord dat nog het beste paste bij zijn pogingen om iets wat op muziek leek te maken.

En ineens was de buurman dus verdwenen. Spoorloos. Als door de aarde verzwolgen.
Het huis werd opnieuw aangeboden op de huurdersmarkt. Nieuwe gegadigden kwamen kijken en verdwenen weer, klagend over de geur van kattenzeik.

 

Het tweede huis dat leeg kwam was een stukje verder in de straat. Daar had een alleenstaande dame gewoond. Een zonderling figuur dat zich hulde in veelkleurige poncho's, wijde rokken met franjes en haren die de ene week blauw geverfd waren en de andere week rood of paars.
De hele straat noemde haar "Miss Peacock". Of dat kwam omdat ze op dezelfde kaarsrechte manier liep als de acteur die in de serie over warenhuis 'Grace Brothers' de afdelingschef speelde of omdat ze zich altijd in net zoveel kleuren hulde als de bedoelde vogelsoort, dat wist niemand. De bijnaam was er gewoon ingeslopen. Hoe die vrouw in het echt heette wist niemand. Wie de bijnaam verzonnen had evenmin maar iedereen wist wie het was als je haar bijnaam noemde.

In ieder geval liep die vrouw elke dag een rondje door de straat. Langs de ene kant heen en langs de andere kant terug naar haar huisje met de gehaakte vitrages voor de ramen, onderwijl knikkend met haar hoofd tegen iedereen die ze tegenkwam. 's Avonds brandde ze veel kaarsen en de geur van wierook was tot op straat te ruiken. Patchouli was haar favoriete geur.

En net als de violist was ze van de ene op de andere dag weg en haar plek ingenomen door een dier. Nieuwe bewoners werden door een pauw achterna gezeten wanneer zij het huis wilden bekijken. Al snel kwam er niemand meer. Zelfs de woningbouw scheen de moed opgegeven te hebben.

 

Sara was gaan vragen bij de oude brigadier aan de overkant of hij iets wist van de verdwijningen. Het was een man met een flinke snor en dito buik. Sinds hij bij de politie weg was had hij zijn blauwe kleding aan de wilgen gehangen en droeg nu steevast een bruin kostuum met wit overhemd. De gesp van zijn riem was niet te zien onder de bolling van zijn buik.
Naarmate de jaren vorderden, groeiden zijn onderkinnen mee. Zij wangen hingen al bijna onder zijn kaaklijn uit en zijn ogen zakten mee. Bruine ogen, trouwe ogen, hondenogen dacht Sara vaak genoeg. Brigges werd hij door iedereen genoemd. Iets dat hij zelf minzaam lachend accepteerde.
Ondanks zijn naspeuringen was hij ook niets wijzer geworden over de verdwijningen van de overige buurtbewoners. En toen was hij ineens zelf ook weg.
Sara werd er een beetje zenuwachtig van.
"Eerst de buurman, daarna Miss Peacock en nu Brigges. Ik weet het niet meer Cleo. Straks hebben we een hele dierentuin in de straat. Compleet met spinnen en een amfibieënhuis."

"Uw wil geschiedde mevrouw."

"Jaja, dat is het enige dat je kunt zeggen. Cleo, je bent een rare vogel."

En dat klopte ook. Cleo was een papagaai die Sara had gekregen van wijlen haar man. Het beest was eigendom geweest van een waarzegger op reizende kermissen. Haar baas was een lange, donkere man met indringende ogen. Zijn zwarte haar zat gedeeltelijk verborgen onder een tulband en meestal was hij gekleed als een arabische sjeik. Zo eentje die rechtstreeks uit Sheherazades vertellingen van duizend-en-één-nacht kon zijn geslopen. Met zijn donkere ogen lokte hij de vrouwen zijn tent in. Daar vroeg hij vijf dukaten om hun hand te lezen. Natuurlijk zouden ze allemaal een knappe man ontmoeten en gelukkig worden, kinderen krijgen en lang leven. Vaak werd er giechelend gedaan over zijn uitspraken en om hun rode wangen te verbergen, wenden ze zich dan tot de papagaai. Wanneer deze dan met krakende stem haar schijnbaar enig aangeleerde zinnetje uitsprak, raakten de dames in verwarring.
En dat ene zinnetje dat Cleo sprak was natuurlijk: "Uw wil geschiedde mevrouw."

Sara had, in de eerste twee jaar dat ze Cleo bezat, vaak genoeg geprobeerd om haar ook andere dingen te laten zeggen. 'Goedemorgen, koekje, lekker bakkie koffie.' Zulke dingen. Net als de grijze roodstaart van haar vriendin Leny. Dat vond ze veel gezelliger dan het formele 'Uw wil geschiedde mevrouw'.
Jammer genoeg was dat nooit gelukt.Alleen dat ene stomme zinnetje.

Een week later was er weer een huis leeg. Dit keer het huis naast hetgeen welke door de rode kater werd bewoond, twee huizen van Sara's huis.
De man die er woonde was een een echte blaaskaak. Hij had een brede mond met lippen die zo smal waren dat het net leek alsof zijn mond alleen een streep was die zijn gezicht in twee delen splijtte. Bolle ogen boven een platte neus en pafferige wangen.
Zijn relatief korte armen had hij vaak met de handen in elkaar geklemd voor het bovenste gedeelte van zijn buik geslagen. Billen had hij niet. Zijn rug leek gewoon door te lopen in zijn benen. De kleur van zijn kleding was net zo grauwbruin als die van zijn gelaat.
Meneer Towed heette hij. Of hij ooit getrouwd was geweest wist niemand. Hij was niet zo erg spraakzaam. Misschien dat het daardoor pas later opviel dat hij er niet meer was. Of kwam het doordat de dikke pad die nu zijn intrek had genomen meer lawaai maaikte dan meneer Towed dat ooit had gedaan?

Sara begon het een beetje benauwd te krijgen. Was er hier sprake van mysterieuze krachten? Buitenaardse wezens misschien?
De avond er voor had ze op de televisie een documentaire gekeken over aliëns. Het was zo gebracht dat er een kern van waarheid in zou kunnen zitten. Nu ze over haar eigen straat nadacht, bekroop haar toch een bijzonder onaangenaam gevoel.
Voorzichtig gluurde ze tussen de gordijntjes door of er toevallig ineens groene mannetjes door de straat liepen. Gelukkig was dat niet het geval.

Nadat er weer een huis leeg kwam en het vergeven leek te zijn van spinnen gaf Sara het op. Ze wist het niet meer.
"Ik ga maar net doen of ik het niet zie Cleo. Al die leegstaande huizen met al die dieren die er nu blijken te wonen. Als ik me er te veel mee bezig ga houden dan wordt ik gek. Toevallig dacht ik vanmiddag aan een liedje uit mijn jeugd. Het was een echte carnavalskraker voor het Lowland trio. Die zingen: Mijn naam is haas, ik weet van niets, is hier wat gebeurd dan daar weet ik niets van. En dat is nu precies mijn nieuwe wens voor mezelf. Vanaf nu is mijn naam haas."

"Uw wil geschiedde mevrouw."

Mopperend over het gebrek aan tegenspraak of meeleven liep Sara naar de keuken om een kopje thee te gaan maken.
In de keuken zag ze de bos worteltjes liggen die ze die ochtend gekocht had voor het avondeten. Lekker met een sudderlapje en gekookte aardappeltjes had ze gedacht. Maar nu kreeg ze ineens ontzettende zin om gewoon een rauwe wortel te pakken en op te knabbelen.
Haar hand ging richting het zakje en tot haar ontsteltenis zag ze dat er allemaal korte grijsgroene haartjes op zaten. Ze wilde haar hand terugtrekken maar als vanzelf pakte ze toch de wortel en bracht deze naar haar mond. Wat voelden haar tanden ineens vreemd aan. Net of haar voortanden twee keer zo lang waren geworden. Net als haar oren.
Voorzichtig voelde ze aan de zijkant van haar hoofd. Twee gigantisch lange puntoren staken recht omhoog.
Sara slaakte een gil en rende naar de spiegel in de gang. Haar spiegelbeeld toonde haar een gezicht dat langzaam verande in de kop van een haas.

"Uw wil is geschiedt Mevrouw. Ik moet nu gaan. Fijne dag verder."

Cleopatra fladderde naar buiten. Haar taak was volbracht. Het werd tijd om een andere baas te zoeken.

 

Reacties (47) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Nou Trudy, dit vind ik ook een goede, Tot het einde bleef ik erin zitten. knap geschreven.
Dank je Babbelaarstermetdiepgang.
Gelezen!
Oké Jury B
Gelezen
Oké Jury A
Prachtig! Van genoten. Had zo een Roald Dahl verhaal kunnen zijn.
Kan zijn Natuursmurf. Ik heb de laatste tijd wat boeken daarvan gelezen. Beetje tales of the unexpected. hahaha
Een schitterend verhaal met een mooie opbouw.
Top!
Dank je Nonnie.
Voor mij een bewijs dat Fantasy ook heel "klein" geschreven kan worden, zonder hoogdravende Wijzen en hun Profetieën. Ik heb er van genoten!
De clou komt niet als een geweldige verrassing, maar je schrijft er op een hele lekkere manier naar toe. Dit was smullen!
Oei, zal ik dan maar stoppen met mijn traditionele fantasy verhaal? :-)
:P
Volgens mij schrijf jij sowieso geen Fantasy met uitgekauwde clichés... :-)
Ooit stel ik je teleur vrees ik. Misschien wel deze week. Magiërs en elfen kunnen heel uitgekauwd zijn. Toch?
Maar ook heel origineel! :-)
Heel mooi verhaal
Mijn nieuwsgierigheid groeide.. waar zou het naar toe leiden?
Heel graag gelezen!
Het leide naar het eind LadyDi hahaha. Dank je voor je reactie