Meer der verschrikking.Een tragisch einde?

Door Wasbeer gepubliceerd op Friday 14 February 14:10

Het water in het meer der verschrikkingen was grijs, tegen het zwarte aan. Het weerspiegelde niet alleen de sombere hemel, het was duidelijk dat dit water nooit enige vrolijkheid of frisheid toonde Er zat nauwelijks beweging in en de vloeistof leek eerder iets te hebben van een olieachtige substantie in plaats van die bron van alle leven, die zij placht te zijn. De verschrikking zat niet in de gevaren die er onder de oppervlakte zouden kunnen schuilen, één blik maakte duidelijk dat niets hier in zou kunnen of willen leven. De naam was wel perfect gekozen omdat dit water een beeld van somberheid en grauwe dood beloofde. De schrik van alle leven dat die gedachte juist probeerde te ontvluchten. Het woud rond het meer toonde een beeld van verval en triestheid. Trotse bomen en stoere planten leefden ook hier, net als op de rest van de planeet, maar alle mooie kleuren van deze natuur leken te zijn verdwenen in de grijze waas die over alles leek te liggen. Als de wind een poging deed om een lichte fluistering aan de bladeren te onttrekken, klonk dit eerder als een pijnlijke kreun en gaf ook zij het maar op om iets van echt leven op deze plaats te laten ontluiken Waar elders de levenslust afspatte van het tableau dat het oog werd geboden, hier leek een blik juist de energie van het leven af te tappen. Alleen de ziel kon voelen wat er hier mis was en die werd daardoor gevuld met een zwijgende somberheid en wanhoop.

 

Fate maakte onderdeel uit van dit grauwe beeld van triestheid en zelfs aan haar schoonheid werd hier door afgedaan. Zij lag geketend aan een rots,geen schakels van goud deze keer, maar kil, zwart en bijtend staal. Over haar gouden haar lag een grijze glans, maar dit keer niet die van glanzend zilver, maar eerder die van as. Een triest overblijfsel van een warm vuur dat wellicht nooit meer zou branden. Haar lippen en huid waren van een bleke witheid alsof haar bloed zich angstig daaruit had teruggetrokken in een wanhopige poging om in ieder geval haar hart te verwarmen. Een zinloze poging, zo leek het want het leek er op dat alle gevoel aan haar was ontrokken en dat het niet lang meer zou duren, voordat dit ook met haar levensvonk het geval zou zijn. Alleen het blauw in haar ogen was onveranderd en fel. Het enige stukje echte kleur en schoonheid in een straal van ontelbare mijlen. Tranen kwamen er niet, dat leek zinloos omdat het meer al leek gevuld met alle bittere tranen die mens of dier ooit hadden vergoten. Vanuit de rand van het bos keken andere kille ogen naar dit stukje blauw, onbekend in een omgeving die nooit de schoonheid van de hemel zonder bewolking mocht aanschouwen. Maar ook dit enige stukje hoop op betere tijden was weer snel verdwenen, Fate sloot haar ogen en het leek of er weer een stille kreet van wanhoop door het bos klonk, ondanks het feit dat er geen zucht van de wind werd gevoeld. Zou het blauw hier voor altijd weer zijn uitgedoofd?

 

Fate werd uit haar kille sluimering gewekt door een warme kriebel aan haar vingertoppen. Toen ze haar ogen opende zag ze dat een klein bosmuisje zich daar had neergevlijd. Ze kon het kleine hartje snel voelen kloppen en de warmte van dit kleine leven leek zich even door haar bloed te verspreiden. De kraaloogjes leken in de hare te kijken met een iets dat op een smeekbede leek. Zocht dit muisje een beetje warmte op deze koude plaats of was het bereid juist een deel van zijn levenskracht te delen en te geven in de hoop op een nieuwe blik op die onbekende maar zo liefdevolle kleur, nooit eerder vertoond in zijn korte leven tot op heden. Andere dieren kwamen uit het woud gelopen en ook zij zochten die aanraking met Fate, zachtheid en ruwheid maar altijd met de warmte van het leven zelf. Fate's bloed wou ook die aanraking delen en even zag zij er weer uit als de elf die zij behoorde te zijn. Ook de bomen leken zich richting dit tafereel te buigen en even leek er fluistering hoorbaar door de bladeren, zoals de natuur die had bedoeld. En een miniem zonnestraaltje scheen een glinstering te geven op het meer, voor het eerst in eeuwen. Zou kleur de grijsheid dan toch kunnen overwinning. Dieper in het bos, kreunden oudere geesten, zij kenden de pijn die het zou doen om ook dit sprankje hoop weer verloren te zien gaan.

 

Er was geen spoortje warmte meer te ontdekken in de bruine ogen van Wasberus, alleen kille vastbeslotenheid en op een enkel moment een spoor van wanhoop en radeloosheid. Zijn leven was veranderd op het moment dat hij de rune op het papier had gezien, of beter gezegd de boosaardigheid daarvan had gevoeld. In het huis had dat alle warmte, die speciaal Fate daar had gebracht, doen verdwijnen. Eerst had hij nog aan een grapje gedacht, maar die ijdele hoop was snel verdwenen toen hij het huis had doorzocht. Hij zag de pyjama op het bed uitgespreid liggen en toen hij die koele zachte stof even aanraakte, kwam de gedachte aan die andere zachtheid die altijd warm aanvoelde. Op dat moment beseft hij dat hij zonder die warmte niet meer kon leven, ongeacht de twijfel die hij af en toe in zijn ziel had gevoeld. Die angst dat hij niet goed genoeg was voor deze elf en dat zij hem eens zou verlaten voor een leven van glitter en pracht, die zo voor haar leek te zijn bestemd. Onzekerheid in hoeverre hij de liefde van dit wezen van pure schoonheid en gevoel wel verdiende en zou kunnen behouden. Omdat hij zelf weinig wist van de wereld van zwartheid en angst had hij zijn vriend Zwarte schaduw even bezocht en hem het perkament getoond. Die had beloofd verder op onderzoek te gaan, maar er had iets in zijn stem geklonken. Had die al een vermoeden en leek hij te huiveren bij de gedachte dat die wel eens juist kon blijken te zijn?

 

 

 

Liefde voel ik wel

en de warmte in mijn hart

is puur en oprecht

 

 

Hij las de laatste regels van een gedicht dat Fate hem had gegeven en voor het eerst drong echt tot hem door dat deze recht vanuit haar hart kwam.

 

Zwarte Schaduw kwam binnen en zelfs aan zijn vormloze gestalte was te zien dat het nieuws dat hij bracht slecht was en wellicht zelfs wanhopig. “' Het spijt me oprecht, Wasberus. Ik had gehoopt dat ik ongelijk had, maar Fate is in handen van 'Alastor de Doodsmagier'. Zijn doel is geen losgeld of iets anders, maar uitsluitend de vernietiging van alles wat goed is op deze wereld, te beginnen met de liefde. Zijn heerschappij zal er één zijn van angst, pijn en verderf. Een wereld waar zelfs een Zwarte schaduw voor terugschrikt. Hij heeft haar ontvoerd, omdat hij jou ook daar naartoe wil lokken om jullie beide te doden. Geen enkele macht is tegen hem opgewassen. Jouw enige keuze is om Fate te laten sterven of om samen met haar te sterven. Eigenlijk had Wasberus zoiets wel verwacht, er was al iets van kilheid in zijn hart geslopen, de zekerheid dat er dit keer geen oplossing mogelijk was. 'Waaron wij speciaal, Schaduw? De angst van Wasbeus voor het antwoord was duidelijk zichtbaar in zijn ogen. Echte pure liefde, Wasberus. Als die wordt vernietigd is het gedaan met de levenskracht van deze planeet en heeft Alastor zijn doel bereikt. De eerste drie woorden sneden door de ziel van Wasberus, omdat zijn gevoel tot op dit moment nog vragen had gesteld. Voor Fate had dit dus dus niet gegolden. Haar liefde was puur , oprecht en zonder twijfel geweest. 'Waar vind ik het meer der verschrikking, Schaduw? Dit keer was er bij hem ook geen ruimte meer voor enige twijfel..

 

Het woud en alles waar daarin leefde huiverde en probeerde zich te verstoppen, hoe zinloos die poging ook was. Alastor betrad zijn rijk. Zijn zwarte ogen zagen alles wat er zich daar in ophield en een kille glimlach kwam op zijn lippen. Na vandaag zou zijn rijk zich weer een stuk uitbreiden en de dag kwam steeds dichterbij dat deze planeet volledig de zijne zou zijn. Alle dieren waren weggevlucht bij Fate toen Alastor haar naderde, maar de levenskracht die zij weer uitstraalde verbaasde hem eerst en toen genoot hij van de gedachte om die straks tot zich te kunnen nemen. 'Zo liefje, jij bent echt iets bijzonders' De zwartheid van zijn ogen boorde zich in die van Fate. Eerst leek er er zich een strijd te ontwikkelen van zwart tegen blauw, dat was maar schijn. Zwart overheerste hier alles en Fate voelde hoe ze in een poel van van angst en verschrikking werd gesleurd zonder dat ze daar ook maar iets tegen koen doen. Op het moment dat de pijn niet langer te verdragen leek, voelde ze weer die zachte kriebel aan haar vingertoppen. Het muisjes had haar niet in de steek gelaten, maar dat scheen op dit moment zinloos. 'Nee, nog niet elfje het is nog niet de tijd, jullie moeten samen sterven en Wasberus kan op ieder moment hier zijn'. Alastor bevrijdde Fate van de zwartheid die haar bijna voorgoed had overweldigd. Hij maakte een kleine beweging en het muisje lag stuiptrekkend en stervend aan haar vingertoppen. Het meer kon zich weer op een toevoeging verheugen, want Fate huilde nu bittere tranen.

 

Wasberus verscheen op magische wijze naast Fate. Hij was best een goede tovenaar, misschien wel de machtigste op deze planeet en Zwarte Schaduw had hem alles verteld over Alastor, wat er in de duistere wereld waarin hij verbleef, bekend was. Gewapend met die kennis legde hij alles in een wanhopig poging om Alastor bij wijze van verrassing te doden of althans schadeloos te maken. Meteen voelde hij dat zijn poging volslagen zinloos was, zijn kracht werd moeiteloos opgeslorpt door de zwartheid van een schild dat rond de doodsmagiër leek te zijn verschenen. Die toonde een spottend lachje, hoeveel malen had hij een dergelijke zinloos gebaar al meegemaakt. 'Sterf beide en laat de zwartheid zich uitbreiden' Alastor maakte weer een simpel gebaar en Wasberus stortte ineen naast Fate en wist dat het einde was gekomen. Hij zocht haar blauwe ogen voor de laatste maal en kreunde: 'Liefde voel ik wel' Het blauw in de ogen van Fate leek te breken, maar zij kreeg het vervolg nog over de lippen: 'en de warmte in mijn hart is puur en oprecht, Wasberus' Het woud kreunde en maakte zich op voor een uitbreiding van de zwartheid.

 

'Liefde' klonk er als een stille fluistering die door een warme windvlaag over het meer werd gevoerd. 'Liefde' klonk iets luider in het woud zonder dat daar de wind iets voor hoefde te doen. 'Liefde' bulderde de aarde en de grijsheid in het woud werd vervangen door kleur. 'Liefde' kwam er als een donderslag uit de hemel en een bliksemstraal maakte voor altijd een einde aan het bestaan van Alastor. De hemel brak open en voor het eerst in lange tijd kreeg het meer der verschrikking weer de lieflijke aanblik die haar zo lang was ontnomen. Zilveren visjes doorbraken het blauw met vreugdevolle sprongen. De dieren uit het woud verzamelden zich rond de lichamen van Fate en Wasberus in een stil betoon van dankbaarheid voor het nieuwe leven dat hun liefde hen had geschonken. Het muisje dat nog steeds bij de vingertoppen van Fate lag uitgestrekt maakte een lichte beweging en opende haar oogjes. Zij voelde de warmte die door er in het lichaam van het elfje vloeide ne maakte een vreugdesprong. Wasberus kwam eerst bij zijn positieven en keek verbijsterd rond zonder goed te beseffen wat er precies was gebeurd. Hij voelde dat een slanke hand in de zijne gleed en keek om wetend wat hem te wachten stond. Opnieuw verdronk hij in de blauwe ogen van Fate, zoals al zo vaak was gebeurd.

 

Maar nu zou hij nooit meer aan haar liefde twijfelen en daar was aan haar kant ook geen reden meer voor. De dieren trokken zich voorzichtig terug ik het bos. Ook voor hen was er weer liefde mogelijk.

 

Einde

 

 

Reacties (11) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Alle delen geboeid gelezen. Het laatste deel kent een schitterend slot. Prachtig gedaan!
Dank je ruud
Heel mooi geschreven.
Dank je
Pff wat liefde al niet kan doen. ;-) XXX
;) xxx
Liefde overwint alles, zelfs het oneindige zwart.
Het is wel een beetje serieus deze keer, toch
Wow... Ook al was het aanvankelijk niet je bedoelingen om er een liefdesverhaal van te maken... Is dit toch het beste en meest romantische dat ik al ooit heb gelezen. Zo mooi en ontroerend... :-) xxx
Dank je
xxx
Xxxx