Ook olifanten kunnen vliegen

Door Emy Schreiber gepubliceerd op Thursday 23 January 22:54

71dab1d234705a0c276751a5c7744fdd.jpg

“Later, als ik groot ben” zegt Jef, “wil ik daar boven kunnen vliegen.  Daar, boven in de lucht.  Dan vliegen we met z’n tweetjes naar ergens, hier ver vandaan.  Naar de weide van Boer Kees, of misschien wel naar Marie, die woont helemaal aan de andere kant van het dorp.  Of naar de zoo, daar zijn we nog nooit geweest.  Naar de andere olifantjes.  Of we vliegen naar een ander land of misschien wel naar andere planeten.” Jef zweeft al in gedachten verder en verder en gaat helemaal op in zijn fantasie.

Samen met Olli tuurt hij naar een vogel in de grijze stormachtige lucht.

Olli denkt er het zijne van.  Hij is een olifant, en als híj groot is weegt hij vast veel te zwaar om te vliegen. ‘Ik mag al blij zijn dat we dan een half metertje omhoog komen.’
“Dan steken we koekjes en Fanta voor jou en voor mij en dat dekentje hier in zo een grote zak, de bik sjopper van mama, en dan vliegen we weg.”
‘Haha, zie je mij al vliegen?’ De nuchtere Olli denkt spontaan aan dat olifantje met reuze oren.  ‘Hoe heette die ook alweer?’ Hij kijkt naar Jef en flappert eens met z’n oren…
“Nee, niet zelf vliegen als Dumbo, dat zal niet lukken, dombo,  maar in een zo’n bakje onder een ballon, of met een vliegtuig…”
‘Haha, zie je mij al aan een ballon hangen?’ lacht Olli in zichzelf.  ‘Dat gaan veel ballonnen moeten zijn hoor…’
“Mama staat dan beneden met een zakdoek te waaien.  Zo een rode met witte bollen.“
Jef begint echt te lachen en gaat helemaal in zijn voorspellingen op.
“En dan roept ze dat ik mijn jasje moet dichtdoen.”
‘En dat je mijn sjaal goed moet vastknopen, anders gaat die waaien.’ Vervolgt Olli.
“Ja, en dan roept ze nog dat ik mijn pet niet mag laten vliegen, oh, en vraagt ze nog of ik mijn zakdoek wel bij heb.”
‘Ze zal er staan met van die typische moederlijke tranen.’

Jef kijkt Olli aan.  “ Ze zal verdrietig en toch blij zijn, lachen en huilen tegelijkertijd.  Met natte kaken van de tranen, en ’t zullen geen krokodillentranen zijn .”
Olli kijkt Jef opgelucht aan, ‘Gelukkig, ik ben bang van krokodillen.’

Samen houden ze de witte vogel in het oog.  Ze zien hem eerst vechten tegen de wind en dan begint hij te zweven en te zweven.
De vogel lijkt wel te drijven, geen enkele vleugelslag meer.  Hij glijdt met de wind mee, vleugels wijd gespreid.  Een samenwerking tussen vogel en wind.  Jef kijkt even rond en ziet nog een paar vogels zweven.  Hij ziet de bomen mee deinen in de wind.

Jef springt recht: “Ga je mee naar buiten?”

Hij neemt het fleece dekentje dat op de zetel ligt en sleurt Olli mee naar buiten.  Hij slaat het deken om zich heen en gaat met zijn neus recht in de wind staan.
Dan spreidt hij zijn armen. Door het dekentje lijkt het of hij een grote vogel is. Olli bekijkt hem alsof hij gek geworden is.  De Olijfgroene ogen van Jef lijken wel op te lichten van opwinding.

“Hou je goed vast Olli!” Roept hij nadat hij hem op zijn rug zet.
‘Daar moet je niet aan twijfelen’ denkt Olli.
“Sluit je ogen, en voel de wind”.

Jef buigt zicht een beetje voorover en begint zachtjes zijn armen op en neer te bewegen.  Olli houdt zich iets steviger vast bij elke slag.  Dan gaat Jef zachtjes op en neer met zijn rug.  De wind streelt hun haren. Naarmate de vlucht voortgaat voelt Olli zich veiliger en veiliger.  Hij lost zijn grip een beetje.  Hij zit lekker op de rug van Jef.  Jef slaat op een rustig ritme de vleugels op en neer, hij gaat wat naar boven, en wat naar beneden.  Hij draait een beetje naar links en een beetje naar rechts. Olli opent zachtjes zijn ogen.  Het lijkt eerst wat wazig en het lijkt wel of hij echt vliegt.  Het lijkt of de wind hen opgeschept heeft.  Voorzichtig kijkt hij naar beneden.  Hij vliegt !  Zij vliegen!  Ze vliegen zeker een meter boven de grond!

‘Hee Jef,’ Olli tikt Jef op z’n schouder ‘we vliegen, we vliegen, we vliegen.  Jef, we vliegen, we vliegen, we vliegen echt.’
Jef draait z’n hoofd en roept naar achter: “Blijven vasthouden Olli, we zijn opgestegen, we vliegen te hoog om lost te laten.”

‘Maar,‘ denkt Olli ‘Wij kunnen toch helemaal niet vliegen… ‘

“Goed vasthouden,”  roept Jef.  “We nemen een duikvlucht.”

Olli grijpt de kraag van Jef vast en sluit zijn ogen terug.  Eerst lijkt het of ze nog wat omhoog gaan, en dan glijden ze naar beneden.”  Ze landen zachtjes in het zand.
“Veilig geland” Jef kijkt even naar Olli en vervolgt: “Bedankt dat je met me mee wilde vliegen. Zie je wel dat je niet overal schrik van moet hebben.”
‘Hoe kon je nu vliegen, wij kunnen toch helemaal niet vliegen?’.
“Kom we gaan naar binnen, met zo’n weer mogen we eigenlijk helemaal niet op de glijbaan van mama.  Maar het was wel een heerlijk gevoel he, zo vliegen naar beneden?”

Reacties (28) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Deze vind ik echt lief!
Deze vind ik echt lief!
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen.
Gelezen.
Goh wat leuk , mijn jasje dichtdoen en mijn sjaal vast knopen, zei het echt helemaal voor me echt moeders.