Vervloekt!

Door Natuursmurf gepubliceerd op Thursday 09 January 19:08

Met zwetende handen en een paar enorme wallen onder zijn ogen slalomt inspecteur Kloezo zichzelf door het verkeer. De nacht duurde veel te lang. Al dertig jaar is hij hoofd van het kleine politiebureau in Oud-Bijerland, een dorp waar nauwelijks wat gebeurd en uitgerekend op zijn vrije dag wordt er iemand vermoord! En dan ook nog in een speelgoedwinkel.

Handenwrijvend loopt hij vijf minuten later het bureau binnen. Hij heeft er zin in. Dit wordt zijn zaak!
Hij loopt direct op het grote schoolbord af dat volgekrijt staat met de vijftien namen die ten tijde van de moord aanwezig waren:

  1. Kees Anders (man, 42), beveiliging. Gehuwd, twee kinderen. Hij sloot de winkel meteen af na het incident: niemand erin en  niemand eruit.
  2. Margret Groen (vrouw, 51) filiaalchef. Ongehuwd samenwonend, één kind.
  3. Kevin Dolluns (man, 23) winkelmedewerker. Vrijgezel.
  4. Victor Benedetti (man, 44) Vertegenwoordiger en leverancier van mechanisch speelgoed.
  5. Casper Joppens (jongen, 8) zoon van het slachtoffer Jurgen Joppens (man, 39) klant. Gehuwd, nog twee dochters en een zoon.
  6. Michaela Gibrandy (vrouw, 45) klant. Gehuwd, ligt in scheiding, drie kinderen.
  7. Jop Gibrandy (jongen 16) klant. Zoon van Michaela.
  8. Kim Vondel (meisje, 12 jaar) klant.
  9. Natascha Antropov (vrouw, 38) klant. Ongehuwd, geen kinderen, bezig met verblijfsvergunning.
  10. Sjors Rippens (jongen, 14) klant.
  11. Ellen Rippens (vrouw, 34) klant. Ongehuwd, moeder van Sjors, geen andere kinderen, werkt bij concurrerende speelgoedwinkel.
  12. Bas van Dongen (man, 32) Klant. Ongehuwd samenwonend, twee kinderen.
  13. Trees Lutjes (vrouw 36) Klant. Gehuwd, vijf kinderen. Heeft ooit in deze winkel gewerkt.
  14. Piet Scholvers (man 66) Klant. Weduwnaar, vier kinderen, vier kleinkinderen. Gepensioneerd.
  15. ??? (Vrouw, ca. 40) Weigert haar identiteit vrij te geven. ‘Principekwestie’.

Gebiologeerd staart hij naar het rijtje potentiële verdachten.
‘Goedemorgen inspecteur.’
Zonder zijn blik van het bord af te wenden groet Kloezo zijn secretaresse. ‘Goedemorgen Jannie.’
‘Uw koffie staat al klaar.’
‘Jaja, dank je,’ mompelt hij. Diep in gedachten verzonken reconstrueert hij de gebeurtenissen in zijn hoofd.
‘Heeft u het al gehoord?’
‘Hmm… wat bedoel je?’ vraagt hij afwezig.
‘De uitslag van het lab. Het was helemaal geen moord.’
Kloezo draait zich verschrikt om. ‘Waaaaaat!?’
‘U heeft het dus nog niet gehoord. Het bleek dat Jurgen Joppens, het slachtoffer, aan epilepsie leed. Hij kreeg waarschijnlijk een aanval waarbij hij ongelukkig met zijn hoofd op een bromtol viel. De sporen in de speelgoedwinkel bevestigen dat ook.’
Diep teleurgesteld hoort Kloezo het nieuws aan. ‘Er valt dus niets meer op te lossen,’ constateert hij gelaten.
‘Het spijt me inspecteur.’

Op dat moment komt hoofdagent Jansen aanlopen. ‘Heeft u het al gehoord inspecteur?’
‘Jaja,’ moppert Kloezo. ‘De doodsoorzaak van de heer Joppens is bekend.’
‘Nee, dat bedoel ik niet. Ik heb het over die onbekende vrouw die zich in de winkel ophield.’
‘Wat is daarmee?’
‘We hebben haar moeten arresteren.’
‘Wat! Waarom?’
‘Ze ging helemaal over de rooie toen we haar – net als de overige aanwezigen – wilden fouilleren.’
‘Waar is ze nu?’
‘We hebben haar in de cel gezet en dat was niet bepaald een eitje. Dokter Watson heeft haar een kalmeringsspuitje gegeven.’

‘Geef me een seintje wanneer ze weer bijkomt. Ik zit in mijn kamer.’
Kloezo laat zich even later moeizaam in zijn bureaustoel zakken. Hij reikt naar de koffie die voor hem staat en laat de hete drank met één snelle armbeweging in zijn keelgat glijden. Dan sluit hij voor een moment zijn ogen. Zijn kin zakt langzaam op zijn borst.
Als de deur ineens openzwaait, schrikt hij zo hard wakker dat zijn stoel naar achteren zwaait waardoor hij onder zijn bureau beland. Met een keur aan kreun en steungeluiden trekt hij zich weer op aan de tafel.
De spieren in zijn versleten onderrug protesteren luid.
Zijn assistente staat stokstijf in de deuropening. ‘Het spijt me u te wekken, ik bedoel storen inspecteur, maar ik wilde u laten weten dat de arrestante zojuist is bijgekomen.’
‘Prima, ik kom er zo aan. Zet haar maar vast in de verhoorkamer.’

Ze lijkt zich in haar stoel begraven te hebben. Ze straalt pure angst uit. De mysterieuze vrouw is van top tot teen in zwarte kleding gehuld. Aan haar handen draagt ze een paar zwartleren handschoenen. Een donkere sjaal zit als een strop om haar nek. Haar donkere, krullende haren hangen bijna geheel voor haar gezicht.
Inspecteur Kloezo schraapt zijn keel.
Ze heft haar hoofd op. In haar zwarte ogen ligt een diepte die hem van zijn stuk brengt. Een ongemakkelijk gevoel maakt zich van hem meester. Nerveus schuift hij heen en weer over de zitting van zijn stoel. Dan vermant hij zich.
‘Ik heb begrepen dat u zich niet wilde identificeren. Ook reageerde u nogal wild toen een van mijn agenten u wilde fouilleren. Het was helaas noodzakelijk om u vast te zetten. U begrijpt toch zeker wel dat u zich daarmee verdacht maakt?’
De vrouw kijkt hem zwijgend aan.
‘U heeft geluk dat wij de doodsoorzaak van de heer Joppens al vastgesteld hebben, anders…’
‘Ik heb hem vermoord,’ onderbreekt de vrouw hem.
De inspecteur knippert met zijn ogen. ‘Pardon?’
‘U heeft me gehoord. Het was mijn schuld.’
‘Mevrouw, u bent in de war. De heer Joppens leed aan epilepsie. Het was een noodlottig ongeval en niet anders.’
‘Toch was het mijn schuld,’ zegt de vrouw weer.
‘Ik begrijp niet wat u bedoe…’
‘Het is de vloek.’
‘De… vloek?’
‘Ik ben vervloekt. Iedereen die mij aanraakt, gaat dood.’ Ze draait zich van hem weg.

251e1b8ae4660ff07ab1978f02ff9e22.jpg

 

 

 

 

 

 

 

‘Wat denk jij ervan?’
‘Ik denk dat ze stapelgek is,’ zegt hoofdagent Jansen. ‘Heb je gezien hoe ze eruit ziet?’
De inspecteur knikt nadenkend. ‘Het is een vreemde vrouw, maar toch heb ik het gevoel dat er meer is.’
Jansen kijkt hem vragend aan. ‘U spreekt in raadsels.’
‘Ik kan er op dit moment ook niets mee.’ Kloezo draait zich om en kijkt naar de vrouw aan de andere kant van het glas. Ze heeft zich teruggetrokken tot in de verste hoek van de kamer.
Ineens wordt hij opgeschrikt door een ijzige gil. De echo van de schreeuw galmt door de gang. Met Jansen in zijn kielzog rent Kloezo naar de bron van het geluid.

In de herentoiletten ligt een man op de vloer. Zijn gebroken ogen staren uitdrukkingsloos naar het plafond. Onmiddellijk herkent Kloezo Peter Post in de dode man, zijn jongste medewerker. Aan de grond genageld kijkt hij naar de jonge agent wiens lichaam in een vreemde houding ligt. Hij kan zijn ogen er niet van af houden. Dit is een droom, denk hij maar dan hoort hij de stem van zijn hoofdagent die probeert om Jannie te kalmeren die in paniek alle toonladders aan het beklimmen is.

Dokter Watson komt bij de inspecteur staan. ‘Gebroken nek,’ fluistert hij hem toe.
‘Hoe heeft dit in godsnaam kunnen gebeuren?’ roept Kloezo uit.
‘De vloer is nat. Er is vanmorgen gedweild. Ik denk dat hij gewoon is uitgegleden en ongelukkig terecht is gekomen.’
‘Wat een toestand.’
Samen met de dokter loopt Kloezo naar de open ruimte waar alle aanwezige agenten druk door elkaar aan het praten zijn. Als hij binnenloopt, is het meteen stil. Iedereen kijkt op naar de inspecteur die zichtbaar vermoeid de doodsoorzaak van hun collega bekend maakt.
Een dodelijke stilte daalt neer over de aanwezigen tot het zachte stemmetje van de aangeslagen secretaresse ineens klinkt: ‘Het is de vloek!’
Dat zorgt voor wat spottende reacties.
‘Was het niet Peter die haar gefouilleerd had?’ roept er iemand tussendoor.
‘Zie je wel. Het is de vloek!’
Het duurt niet lang of er barsten enkele verhitte discussies los. Hoofdagent Jansen gaat staan om iedereen tot kalmte te manen.
‘Rustig mensen. Laten we alsjeblieft kalm blijven.’
Opeens vlucht er iemand snikkend de ruimte uit.
‘Wat heeft Janet nou?’ vraagt iemand verbaast.
‘Zij heeft haar vingerafdrukken afgenomen,’ zegt een ander.

Kloezo zoekt Janet op. Hij vindt haar in de wachtruimte. ‘Gaat het?’ vraagt hij voorzichtig.
‘Het is niet zo dat ik het geloof, alleen… nouja ik weet het ook niet.’
De inspecteur komt naast haar zitten en slaat zijn arm om haar heen. ‘Misschien is het verstandig als je de rest van de dag vrij neemt.’
Janet veegt haar tranen weg en knikt. ‘Het is vast niets, maar ik kan me nu toch niet concentreren op mijn werk.’ Ze schudt zachtjes haar hoofd. ‘Die arme Peter. Hij was nog zo jong!’

‘Wat doen we met haar?’
Kloezo haalt zijn schouders op. ‘We hebben geen reden om haar vast te houden.’
Jansen knikt. ‘Haar vingerafdrukken hebben trouwens niets opgeleverd.’
‘Dat had ik ook niet verwacht.’
‘Waarom ga jij ook niet naar huis? We redden het hier best zonder jou en volgens mij kun je nog wel een paar uurtjes slaap gebruiken.’
‘Misschien doe ik dat ook wel,’ geeuwt Kloezo. ‘Toch heb ik eerst nog wat zaken af te handelen.’
‘Doe wat je moet doen en ga dan alsjeblieft naar bed. Misschien moet je maar meteen met pensioen gaan. Je ziet eruit als een wrak.’
‘Nou, nou, ik kan best nog wel een paar jaar mee,’ verweert Kloezo zich.
Jansen lacht en geeft hem een klap op zijn schouders. ‘Tuurlijk baas. Ik maak het papierwerk voor de vrijlating van onze Jane Doe intussen wel in orde.’

Inspecteur Kloezo zit achter zijn bureau. Hij kijkt gespannen voor zich uit. Het is een vreemde dag geworden en hij heeft het akelige gevoel dat die dag nog niet voorbij is.
De deur zwaait open. Jannie staat in de deuropening. Ze rilt over haar hele lijf. Onmiddellijk komt hij bij haar staan.
‘Wat is er gebeurd?’ vraagt hij ongerust.
‘De da de doo…’
Kloezo pakt haar vast. Ze begint onbeheerst te huilen.
‘Rustig maar,’ probeert hij haar gerust te stellen, maar hij voelt zijn maag verkrampen.
‘Het is… het is dokter Watson,’ brengt Jannie tussen het snikken door.
Hij laat haar achter en gaat op zoek. In de gang botst hij frontaal op brigadier Flipse.
Ze gaan beiden gestrekt.
‘Het spijt me inspecteur. Ik was naar u op zoek.’
‘Schiet op dan,’ kreunt Kloezo. Hij hinkt achter de man aan.

Tien minuten later kijkt hij verslagen toe hoe het lichaam van dokter Watson wordt afgevoerd door twee ambulancebroeders. Een hartaanval. Hij kan het niet geloven. De man was nog geen vijfig.
Jansen komt bij hem staan.
‘Dit kan geen toeval zijn,’ mompelt Kloezo.
‘Je denkt toch niet dat zij hier iets mee te maken heeft?’
‘Ik wil haar spreken. Nu meteen!’

Ze zitten tegenover elkaar. Ze kijkt naar hem door haar verwarde haren heen.
‘Hij liep tegen mij op, die meneer Joppens. Zijn wang raakte de mijne. Heel licht, maar dat was al genoeg.’
‘Zoiets bestaat niet,’ zegt de inspecteur ongelovig.
‘Ik heb u gewaarschuwd,’ fluistert ze.
Hij schudt zijn hoofd.
‘Sommige dingen zijn niet te verklaren.’
Hij staat op.
‘U moet me laten gaan. Voor uw veiligheid en dat van anderen.’
‘Ik laat een psychiater komen. Die kan u vast wel helpen.’
‘Niemand kan me helpen. U moet me laten gaan!’ schreeuwt ze hem toe.
De deur valt met een klap dicht waardoor haar schreeuw wordt afgekapt.

Jansen klampt Kloezo aan. ‘U heeft hier goed aan gedaan.’
‘Ik hoop het,’ prevelt hij zachtjes.
Op weg naar zijn kantoor hoort hij zijn naam. ‘Er is telefoon voor u.’
‘Ik neem hem wel in mijn kamer.’
Met een zucht laat hij zich andermaal in zijn stoel ploffen. Hij kan niet wachten tot deze dag voorbij is.
Hij schenkt zichzelf nog een koffie in en neemt de telefoon op.
Twee minuten later loopt hij verdwaasd zijn kamer uit. Als een slaapwandelend spook schuifelt hij recht naar de verhoorkamer. Hij haalt een klein sleuteltje tevoorschijn en doet voorzichtig de handboeien van de vrouw af.
‘Ga alsjeblieft weg,’ zegt hij toonloos.
Zonder wat te zeggen loopt ze het politiebureau uit.

Achter hem komt Jansen aangerend. ‘Wacht!’
‘Nee, laat haar gaan.’
‘Ben je nou helemaal gek geworden?’
Kloezo kijkt hem lijkbleek aan. ‘Ik ben net gebeld door de man van Janet. Hij vond haar in bad. Ze was verdronken.’

Reacties (31) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel mooi fantasierijk geschreven, de dialogen maken het 'levend' tussen al die doden, klasse!
Wow, dat ik dit verhaal gewoon gemist heb. Geweldig, terecht gewonnen!
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen!
Gelezen!
Excuses verkeerd antwoord. Ik ken ook die film waar Doortje het over heeft. Wat jouw verhaal aangaat uit je eigen fantasie ontsproten daar snap ik de plot niet van.