Blijf af!

Door Wish gepubliceerd op Saturday 08 February 16:26

                           

Jong, onschuldig en levende in de ideale wereld zwom ze rond met haar familie in een prachtig subtropisch zwembad.
Ze was een echt waterrat, bijna elke dag van de week was ze wel in het zwembad te vinden.

Ze was sterk, onbevangen, vrolijk en zich totaal niet bewust van het kwaad wat op haar stond te wachten. Het kwaad wat haar jaren later nog steeds zou beheersen.

Ze ging opzoek naar haar kluisje, haar duikbril ophalen. Toen gebeurde het, twee jongens grepen haar vast en sleurden haar een kleedhokje in. Te verbaasd om te gillen, te geschrokken om ook maar iets te zeggen zat ze daar op schoot van de ene jongen die zijn armen pijnlijk strak om haar armen en middel had geslagen. De andere jongen stond voor haar, een zakmes in zijn hand. Ze schrok zich rot en instinctief gooide ze haar armen met kracht opzij en vloog ze met haar hele gewicht naar voren. Ze knalde tegen de jongen met het mes op, wat een snee opleverde in haar linker boven arm. Daarna plofte ze plat en hard op de koude stenen vloer, in 1 klap al haar lucht uit haar longen, maar ze stopte niet, ze kroop onder het hokje door, achter hoorde ze de jongens vloeken en schelden, ze kroop verder, zich nog niet bewust van de pijn in haar jonge lichaam. Drie hokjes kroop ze door tot er geen hokje meer was. De jongens waren er vandoor gegaan, ze hoorde ze niet meer. Ze stond op, keek om en trilde als een rietje.

                                                                            

Ze bleef daar staan, stil, starende in het niets. Ze voelde even niets, hoorde even niets ze stond daar gewoon, ze had geen idee hoelang ze daar zo stond tot ze plots opzij werd geduwd door een groepje rennende kinderen, kinderen die heel snel richting het zwembad wilde. Langzaam besefte ze weer waar ze was en plots kwam de pijn binnen, ze greep naar haar arm, daar zat een fikse snee. Ze had een pijnlijke borstkas en diep adem halen was even onmogelijk. Zelf had ze niet echt een idee wat haar nou precies was overkomen. Ze begon te lopen, terug richting het zwembad. Haar gedachtes waren afgesloten. Toen kwam haar zus naar haar toe rennen. “Ben je alweer gevallen?! Dat meen je niet, jij moet echt eens ophouden met rennen in een zwembad hoor!” Ze voelde haar mond bewegen en hoorde zichzelf zeggen: “Ja, gevallen, stom he?! En dat was dat.

Ze heeft er nooit meer over gesproken. Nooit meer iets over gezegd en het is ook nooit opgevallen.
Het viel niet op dat deze kleine waterrat niet meer wilde zwemmen, ik heb het gehad zei ze, ik wil graag meer met  mijn vrienden wat doen. Het viel niet op. De snee in haar arm genas en er zat op den duur een klein wit streepje op haar arm en zelfs dat witte streepje vervaagde met de jaren.
Er is nu niks  meer te zien. Niks van buiten, maar genoeg van binnen.

Van binnen is het litteken groot, het heeft niet goed kunnen helen. Ze heeft het opgesloten, weg gestopt en ze is er voor weggelopen. Ze wilde niet dat het gebeurt was, ze kon er niks mee, ze was jong. 

Nu is ze niet zo jong meer, nu is ze moeder van twee kinderen. Tot voor kort liep ze nog steeds weg als het leven te moeilijk werd. Weglopen is wat ze wist, weglopen is veilig. Mensen die te dichtbij kwamen kregen de volle laag, want boosheid daar kon ze mee omgaan.
Maar nu is ze moeder, ze kan niet weglopen, ze is niet meer alleen. De gedachtes aan weglopen nemen een andere wending, ze is in strijd met zichzelf elke dag! Ze mag niet zo denken, maar ze denkt toch zo, “ik wil niet meer, ik ben moe, ik wil rust!”

Ze voelt zich opgesloten, ze is ook opgesloten, ze heeft jaren geleden dat kleine meisje opgesloten.
Soms schreeuwt dat kleine meisje, ze schreeuwt om aandacht, ze schreeuwt om gezien te worden, ze schreeuwt om gehoord te worden, ze schreeuwt zo hard, ze schreeuwt om verzorgt te worden, ze schreeuwt om een knuffel, ze schreeuwt om oprecht verzorgende armen, ze schreeuwt tot ze zo ontzettend schor is tot ze niet meer kan en weer uitgeput gaat liggen, liggen in haar gevangenis, de gevangenis die ze jaren geleden voor zichzelf gebouwd heeft.

                                        

Tijdens die schreeuw is ze niet zichzelf, haar hoofd staat op springen, de kracht die het kost om niet alles los te laten is enorm, ze maait wanhopig om zich heen en gaat radicaal tegen alles in wat haar door opvoeding is mee gegeven. Ze is onredelijk, vervelend en ronduit gemeen. Ze kwetst iedereen in haar buurt, zoals ze meerdere keren gedaan heeft, de enige manier om haar wonden verborgen te houden.

Nu is het over, nu heeft ze de verkeerde gekwetst, ze zag zijn blik, zijn verdriet en zag wat ze had aangericht. Ze zag het voor het eerst. Ze zag welke wonden ze zelf aan het aanrichten was. Ze zag de man van wie ze meer hield dan van wie dan ook weglopen, wegrijden. Ze zag hem gaan, ze zag het voor het eerst.

Maar ze heeft gefaald, hij kwam terug! Ze heeft hem niet weg kunnen jagen, hij kwam terug.
Met een moker haalde hij de gevangenis muur neer. Het kleine meisje kon weer praten, het kleine meisje gooide alles eruit, het kleine meisje was woest, verdrietig, ze schaamde zich. Het kleine meisje wilde niet verder in dit leven. Het kleine meisje gaf zich over.

Woest is ze, net zo woest als het kleine meisje, voor het eerst zijn ze samen woest!
Die jongens hadden het recht niet, die jongens moeten met hun poten van anderen afblijven!
Waarom? Ze begint te huilen, ze breekt, ze voelt sterke armen om haar heen, ze huilt nog meer, het kleine meisje huilt mee, zo ontzettend intens heeft ze nog nooit gehuild. Zo eerlijk is ze heel lang niet meer geweest. Ze huilt om haar leven, ze huilt om alles wat ze heeft weggestopt, ze huilt en huilt.
Ze is gezien, ze is gehoord, ze wordt verzorgd, ze wordt geknuffeld en ze schaamt zich enorm.
Ze verdient deze man niet, ze verdient geen knuffel, ze verdient geen prachtige kinderen.
Met die gedachtes begint ze te bouwen aan een nieuwe gevangenis, maar hij staat het niet toe.
Hij is streng hij spreekt het kleine meisje toe, ze verdient het wel! Ze heeft goed gehandeld, ze heeft niks fout gedaan. Die jongens zijn fout!

                                                                                    

Ze kijkt op, ze stopt met bouwen, ze legt haar wapens neer. Ze geeft zich over.
Hij beseft dat ze hulp nodig heeft, ze beseft het nu zelf ook en samen zoeken ze die.
Ze houd zijn hand vast, ze is bang, heel bang maar ze heeft zijn hand vast en voelt zich sterker, na elk gesprekje, elke dag. Kleine beetjes sterker.

Ze wil wat zeggen:

Blijf af! Blijf met je poten van anderen af!
Blijf van mij af! Ga weg! Beseffen Julie wel wat jullie me hebben aangedaan?!
Beseffen jullie wel dat het leven van mij geen waarde meer had?! Dat ik dacht dat het geen waarde meer had?

Mijn leven heeft waarde, meer waarde dan het miezerige leven van jullie!

Te veel hebben jullie stuk gemaakt! Veel te veel!
Stop! Blijf Af! GA WEG!

IK WIL LEVEN! IK GA LEVEN!

                                               

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat indrukwekkend om te lezen. En zo herkenbaar, want bij mijn vriendin herken ik hetzelfde. Alleen waren het bij haar niet een paar hele stomme jongens maar haar opa. Haar opa die het meisje voor altijd met een enorm litteken opzadelde. Mijn vriendin is nu een vrouw en kan nog steeds niet volledig van zichzelf houden. En zich niet overgeven aan hij die van haar houdt. Wat heel moeilijk is. Maar het meisje is gaan praten. Mijn vriendin kan die stap helaas niet zetten. Teveel ziekte gooide roet in het eten. Even geen nieuwe hulpverleners. Zo begrijpelijk.
Het meisje is gaan praten. En dat is heel moeilijk maar o zo dapper. Zij die nu moeder van twee kinderen is zet een stap die haar eerst in het donker kan brengen maar uiteindelijk gaat zij het licht zien. Zij zal die rotjongens uit dat zwembad definitief verslaan. Boven ze staan. Hen niet meer haar leven laten bepalen. Genoeg is genoeg. Wat kunnen mensen sterk zijn!
Ik heb ongelooflijk veel respect voor het meisje dat is gaan praten. En voor mijn vriendin.
Heel goed dat het meisje is gaan praten!
Om heel stil van te worden.