Spel en bewegen, ook voor mensen met een verstandelijke beperking tot 50 jaar

Door Justme! gepubliceerd op Friday 28 September 12:10

Iedere dinsdagavond komt er een groepje personen met een verstandelijke beperking bewegen in de spelzaal. Meestal wordt er een soort schuifhockey gespeeld met stokken en een rubberen ring. Met mooie sporttassen komen ze in de spelzaal aan, net als bij een echte sportclub. De keeper draagt handschoenen en een shirt met nummer 1 op zijn rug. Hij staat net zo hard te juichen bij een doelpunt in zijn eigen doel als de speler die het doelpunt heeft gemaakt. Er wordt gespeeld met eenvoudige spelregels, of je wint of verliest, dat doet er niet toe.

Het is belangrijk dat ieder mens minstens een half uur per dag matig intensief beweegt, dus ook mensen met een verstandelijke beperking. Uit mijn eigen ervaring en uit het boek: Sport voor mensen met een beperking, L.H.V. van der Woude (Bohn Stafleu Van Loghum) zijn een aantal belemmeringen naar voren gekomen die mensen met een verstandelijke beperking tegenhouden om te bewegen. Vaak zijn de drempels te hoog om deel te nemen aan reguliere sportactiviteiten, ze hebben een tekort aan sociale contacten, zowel begeleiders als zorgvragers zijn niet goed geïnformeerd over de beschikbare mogelijkheden, ouders / verzorgers zijn bang, materialen moet aangepast worden, knelpunt op het gebied van financiën, weinig vervoersmogelijkheden, er is speciale begeleiding nodig, en er zijn geen aangepaste activiteiten voor de doelgroep.

In dit artikel sta ik stil bij de vraag welke belemmeringen er weggenomen kunnen worden om het bewegen voor mensen met een verstandelijke beperking mogelijk te maken. Nadat ik de huidige situatie heb besproken, beschrijf ik de belemmeringen op persoonlijk en materieel vlak voor mensen met een verstandelijke beperking die leiden tot weinig of niet bewegen. Vervolgens zal ik enkele mogelijkheden bespreken die ervoor kunnen zorgen dat enkele belemmeringen weggenomen kunnen worden om het bewegen voor mensen met een verstandelijke beperking mogelijk te maken. Wanneer deze zaken besproken zijn volgt daaruit mijn conclusie wat betreft dit onderwerp.

Huidige situatie
Praktijkervaring heeft aangetoond dat bewegen, juist voor mensen met een verstandelijke beperking, veel betekent; plezier in het bewegen, het maken van sociale contacten en het tegengaan van overgewicht. Mensen met een verstandelijk beperking hebben ook recht op een volwaardige plaats in de samenleving. Voor deze doelgroep is het niet altijd even gemakkelijk of vanzelfsprekend om te kunnen bewegen.
   Tot de jaren zestig werden mensen met een verstandelijke beperking vooral gezien als patiënten die medische hulp nodig hadden. De overheid beschouwt tegenwoordig deze mensen als burgers van onze samenleving die alleen op bepaalde onderdelen in hun leven speciale ondersteuning behoeven. Er wordt nu gestreefd naar een zo normaal mogelijk leven voor mensen met een verstandelijke beperking. Hiermee bedoelen wij dat mensen met een verstandelijke beperking gelijkwaardig worden behandeld.
   Mensen die leven met een verstandelijke beperking ervaren (letterlijk en figuurlijk) hoge drempels om deel te nemen aan reguliere sportactiviteiten*. Mensen met een verstandelijke beperking weten de weg naar de verenigingen en overige sportaanbieders vaak niet te vinden. Dit komt onder andere door het tekort aan sociale contacten. De mensen met een verstandelijke beperking zijn niet goed geïnformeerd over de beschikbare beweegmogelijkheden voor hen.
   Naast de mensen met een verstandelijke beperking zelf zijn ook de ouders en verzorgers van deze mensen beangstigend om hun kinderen deel te laten nemen aan activiteiten. Ook verenigingen zelf ondervinden knelpunten bij het opstarten en aanbieden van een geschikt aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking. Oorzaken hiervan zijn: materialen moeten aangepast worden, knelpunten op het gebied van financiën, vervoer, speciale begeleiding, tijd, de accommodatie is niet rolstoeltoegankelijk en geen aangepaste activiteiten voor deze doelgroep.

Belemmeringen op persoonlijk vlak:
Mensen met een verstandelijke beperking kunnen door hun beperking vaak niet deelnemen aan reguliere sportactiviteiten. Ook hebben mensen met een verstandelijke beperking doorgaans een beperkt sociaal netwerk, dus weinig goede vrienden en vertrouwenspersonen waar ze terecht kunnen. Hierdoor raken zij meer geïsoleerd en blijven zij vaak op de kamer van de woonvoorziening. Daarnaast zijn zij bang om gepest te worden als ze bij reguliere sportverenigingen gaan en zij voelen zich dan niet serieus genomen. Om deel te nemen aan een bewegingsactiviteit dien je op de hoogte te zijn van wat de mogelijkheden zijn, vaak zijn begeleiders en mensen met een verstandelijke beperking dit niet. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen niet alleen deelnemen aan een reguliere sportactiviteit, zij zijn daar niet zelfstandig genoeg voor.

Belemmeringen op materieel vlak:
Het grootste knelpunt op materieel vlak zijn de financiën. Sporten brengt voor veel mensen met een verstandelijke beperking ‘meerkosten’ met zich mee. Juist veel mensen met een verstandelijke beperking hebben lage inkomens waardoor zij dit niet kunnen betalen.  Zij zijn niet goed geïnformeerd over wat de mogelijkheden zijn op financieel gebied. Ook het vervoer is een probleem. Sinds de Wet Voorzieningen Gehandicapten in 1994 werd ingevoerd zijn de vervoersmogelijkheden voor mensen met een beperking fors beperkt. Het is aan de gemeenten om aan de wet invulling te geven. Hierdoor ontstaan er verschillen tussen gemeenten onderling. Wie betaalt dit, is elke keer de vraag. Er is ook geen aangepaste activiteit voor de doelgroep. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen ruimten en de voorzieningen niet op een gemakkelijke en vanzelfsprekende wijze gebruiken. Daarnaast is de publiciteit rondom het sporten voor mensen met een verstandelijke beperking onvoldoende. De gemeenten promoot de mogelijke voorzieningen voor het bewegen niet. Aangezien er vanuit de instelling niet het initiatief word genomen hier achter aan te gaan, blijft de bekendheid van bijvoorbeeld financiële ondersteuning heel beperkt.

Wegnemen van belemmeringen:
Voor mensen met een verstandelijke beperking is er een aparte sportbond de NebasNSG  (Nederlandse Sportbond voor mensen met een verstandelijke beperking).
Deze bond heeft het motto ‘Normaal waar normaal kan en speciaal waar speciaal moet’ en zet zich in voor de sportmogelijkheden van mensen met een verstandelijke beperking. Het doel van deze bond is mogelijk mensen met een beperking naar eigen wensen en mogelijkheden tot verantwoord sport en bewegen brengen. Daarbij is het streven om de sporter met een beperking een geaccepteerde en gelijkwaardige positie te geven binnen de sport in Nederland.

De inwoners van Utrecht kunnen bij de afdeling Voorzieningen Gehandicapten van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling    terecht om voorzieningen aan te vragen. De afdeling Voorzieningen Gehandicapten verzorgt de intake en afhandeling van de aanvragen. De voorzieningen zijn gericht op het bevorderen van de zelfstandigheid.

Op het gebied van financiën zijn er in Nederland vele fondsen en instellingen beschikbaar waarop verenigingen/instellingen voor sport voor mensen met een beperking aanspraak kunnen maken. Naast gemeentes en provinciale overheden zijn de bekendste: Fonds Gehandicaptensport .   Fonds Gehandicaptensport is van mening dat sport je lichamelijk en mentaal sterk maakt en daarom voor mensen met een beperking essentieel is. De missie is dan ook het werven van financiële middelen waardoor iedereen met een beperking overal kan sporten. Daarnaast heb je ook de site Aanvraag.nl  . Deze site is het startpunt voor het indienen van aanvragen voor financiële steun bij verschillende fondsen. Door gebruik te maken van deze of andere fondsen kan deze belemmering verminderd worden. Deze fondsen geven mee geld uit aan de instelling of aan de cliënt zelf, zodat deze aan sport/ en bewegingsactiviteiten kan deelnemen bij een speciaal of reguliere sportvereniging. 
Op het gebied van vervoersmogelijkheden zijn er ook mogelijkheden. Voorheen vielen mensen met een verstandelijke beperking onder de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG)  , waarbij de gemeente de plicht had zorg te dragen voor de verstrekking van vervoersvoorzieningen. Hiervoor in de plaats is De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)  ingevoerd. Deze wet geeft individuele personen een mogelijkheid om de extra kosten voor vervoer te compenseren. In het kader van de (WMO) wordt sport echter niet genoemd. Het beleid kan per gemeente sterk verschillen. Alle gemeenten hebben, na invoering van de WMO, een eigen verordening opgesteld, waarin de eigen keuzen rond het gehandicaptenbeleid werden vastgelegd. In veel gemeenten zijn gehandicapten- of WMO-platforms opgericht, die inspraak kunnen uitoefenen op het gevoerde (gehandicapten)beleid. De Wet

Maatschappelijke Ondersteuning is bedoeld voor verstrekking van voorzieningen aan individuen. Om voor een vervoersvoorziening in aanmerking te komen geldt in de meeste gevallen een inkomensgrens. Als iemand een inkomen heeft dat beneden deze norm ligt kan hij/zij in aanmerking komen voor een individuele vervoersvoorziening. Het kunnen reizen met openbaar vervoer vormt het uitgangspunt bij het tegemoetkomingen vervoersvoorzieningen. Het huidige openbare vervoer is voor mensen met een verstandelijke beperking onvoldoende bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar. Indien iemand begeleiding nodig heeft bij het reizen met het openbaar vervoer kan de begeleider bij de NS een begeleiderpas aanvragen. Maakt de begeleider ook kosten om bij de cliënt te komen, dan kan de cliënt een vergoeding voor begeleidingskosten krijgen. Aan de cliënt die onder begeleiding gebruik kan maken van het openbaar vervoer kan een regiopas verstrekt worden. Hiermee kan hij/zij tegen gereduceerde prijs van de Regiotaxi gebruik maken. Dit om de zelfstandigheid van de mensen te bevorderen.
Mensen die in het kader van “het leven van alledag” door aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek niet met het openbaar vervoer kunnen reizen kunnen een financiële tegemoetkoming krijgen in de vervoerskosten. Daarnaast ontvangen zij een pasje voor de Regiotaxi, waarmee ze tegen gereduceerd tarief met de Regiotaxi kunnen reizen.
Mensen die in het kader van “het leven van alledag” door aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek ook niet met de Regiotaxi kunnen reizen, krijgen een vergoeding voor het gebruik van een taxi of rolstoeltaxi. Om voor een vergoeding voor taxi of rolstoeltaxi in aanmerking te komen geldt de inkomensgrens.
Op het gebied van aangepaste activiteiten voor de doelgroep kan er gekeken worden naar de NebasNSG, hierbij zijn ongeveer 400 sportverenigingen  aangesloten. Veel van deze verenigingen zijn opgericht voor sporters met een beperking. Daarnaast komen er ook steeds meer reguliere sportverenigingen waar mensen met een beperking lid zijn. Het sportaanbod is zeer gevarieerd: individueel of in een team, in verenigingsverband of ongeorganiseerd. Zij geven mensen met een verstandelijke beperking de kans een geaccepteerde en gelijkwaardige positie te krijgen binnen de sportwereld.
Er schijnt heel veel aangepast sport te zijn. Alleen het probleem is, dat dit niet bekend is bij instellingen en cliënten. Dit zou meer gepromoot moeten worden door de verenigingen zelf.
Als laatste is er de belemmering publiciteit. De gemeente promoot de mogelijke voorzieningen voor sport en bewegen minimaal. En aangezien er vanuit de instelling niet het initiatief word genomen hier achter aan te gaan, blijft de bekendheid van bijvoorbeeld financiële ondersteuning heel beperkt. Er zou standaard naar elke instelling vanuit de gemeente een informatiepakket opgestuurd kunnen worden. Zo niet, dan is het aan de instelling om hier achter aan te gaan.


Al met al:
Op 56% van de woonvoorzieningen wonen meer dan 20 zorgvragers. Waarvan weer driekwart van de zorgvragers aan sport en bewegen doet. De sporten die het meest worden gedaan zijn: voetballen, fietsen, wandelen, zwemmen en fitnessen. Meer dan de helft van de zorgvragers doet dit vaker dan 2 keer per week en gaat zelfstandig hierheen. Dit kan zijn met de bus, lopend, fietsend of scooter. 45% van de begeleiders vinden de mogelijkheden waarop zorgvragers de desbetreffende sportlocatie bereiken goed. Dit omdat veel ouders willen rijden, de woonvoorziening dicht bij het centrum ligt en de wijk veilig is. 22% geeft de mogelijkheden waarop de zorgvragers hun sportlocatie bereiken een onvoldoende tot matig. Dit omdat, taxi’s vaak te laat komen, de wijk niet veilig is, de locatie van de woonvoorziening slecht is en de afstand naar de locaties veel te groot is.

De rest van de zorgvragers doet niet of nauwelijks aan sport. Op de vraag waarom een kwart van de zorgvragers niet aan sporten en bewegen deed werd het volgende antwoord gegeven. ‘Mensen met een verstandelijke beperking zijn niet zelfstandig genoeg (tekort aan begeleiding). Zij moeten deze sportactiviteiten uit eigen zak betalen en hebben hier niet altijd geld voor over. Zij leven namelijk van een uitkering en in sommige gevallen krijgen ze ondersteuning van hun ouders. Ook zijn de ouders en begeleiders niet op de hoogte van de sport en financiële mogelijkheden waar een cliënt voor in aanraking kan komen. Als laat zijn de zorgvragers zelf ook niet geïnteresseerd in meer bewegen. De grootste belemmering bij het nauwelijks tot niet bewegen onder mensen met een verstandelijke beperking zijn volgens alle begeleiders knelpunten op het gebied van financiën. Op nummer 2 staan tekort aan speciale begeleiding, hoge drempels om deel te nemen aan reguliere sportactiviteiten en weinig vervoersmogelijkheden. Dit kan verbeterd en of gestimuleerd worden door de volgende punten toe te passen. Er kan meer informatie verspreid worden, bijvoorbeeld door middel van bijeenkomsten en workshops. Er kan gratis of goedkoper sporten voor mensen met een verstandelijke beperking aangeboden worden. Er kan een aparte groep voor mensen met een verstandelijke beperking met hoog niveau gestart worden waardoor deze niet meer in een grijs gebied verblijven. Speciale tijden in de sportschool voor mensen met een verstandelijke beperking zodat zij toch op een reguliere sportschool kunnen deelnemen. Niet alle belemmeringen zijn weg te nemen. Als we kijken naar de kern, waardoor mensen met een verstandelijke beperking regelmatig tegen belemmeringen aanlopen op het moment dat zij willen spelen, sporten of bewegen dan ligt dit vooral op het gebied van communicatie en informatie uitwisselingen tussen verschillende woonvoorzieningen. Al met al zijn er mogelijkheden om belemmeringen weg te nemen waardoor het sporten voor mensen met een verstandelijke beperking mogelijk wordt.

Literatuurlijst:
Boeken:
• Boetes B, Nieuwenhuys D & Schuitema K (1985). Verstandelijk gehandicapten, de deelnemers: verschillende groepen. In: Sport en Spel ( pp.82-87). Baarn: HB uitgevers
• van der Woude, L.H.V.(2001) Sport voor mensen met een beperking (pp 49-54). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Onderzoeksrapport:
• Bakker S, Klinkhamer S, Van den Brink S, Franka M (2008). Spel en bewegen voor mensen met een verstandelijke beperking.

Internet:
• www.30minutenbewegen.nl
• http://www.denhaag.nl/smartsite.html?id=53286
• http://www.revab.nl/Pagina_174.pdf
• http://www.fondsgehandicaptensport.nl/
• http://www.aanvraag.nl/
• http://www.minvws.nl/dossiers/wet_voorzieningen_gehandicapten_wvg/default.asp
• http://www.minvws.nl/dossiers/wmo/default.asp
• http://www.nebasnsg.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=12&Itemid=27

 

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ondergetekende heeft dertig jaar praktijk lessen gegeven aan deze kinderen en ondersteund het programma nog steeds.
Maar voor de buitenstaander die we over de streeo willen trekken
had je dit verhaal in twee of drie delen kunnen schrijven.
Voor hen is het iets te zwaar.
Een duim en een Fan erbij.
g.storm