De andere schapen

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Saturday 01 February 18:03

    In het Nieuwe Testament staat één vers als een onverwachte tussenvoeging, dat buiten de beeldspraak omgaat en weinig verband heeft met de voorafgaande of volgende verzen. Het luidt: Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder. (Johannes 10: 16.)

     De Bijbel bevat geen passage welke daarmee in verband staat en geeft er ook geen verklaring voor. Zogenaamde uitleggers van de Bijbel behandelen dit vers als een afzonderlijk en op zichzelf staand gezegde, en stellen zich tevreden met de oplossing dat met de “andere schapen”  daarmee misschien de heidenen bedoeld worden, die tot de Joodse kudde gebracht zullen worden onder één Herder. Althans, de Joden, die Jezus hoorden spreken, namen dit zo aan.  

     Niettemin verschaft het Boek van Mormon licht over de aangehaalde Schriftuur, en verklaart het plan van de Heer, om te spreken zoals Hij gedaan heeft, en om het onderwerp zo te laten zonder verdere uitleg.

     Kort na Zijn hemelvaart bezocht Christus een afzonderlijke groep Israëlieten, die toen als een grote natie op het Westelijk halfrond bestonden. Aan hen verklaarde Hij dat Hij de gedode en opgestane Zoon van God was. Hij gaf hun voorschriften en geboden en koos twaalf apostelen, welke Hij verordineerde om het Evangelie te onderwijzen en om in Zijn naam de verordeningen daarvan te bedienen. Aan hen vertelde Hij, verwijzende naar de  Joden, waaronder Hij geleefd had en gestorven was :

"Wel heeft de Vader Mij geboden hun te vertellen:

Nog andere schapen heb Ik die niet van deze kudde zijn; ook die moet Ik leiden, en zij zullen mijn stem horen; en er zal één kudde zijn en één herder. En nu, wegens halsstarrigheid en ongeloof begrepen zij mijn woord niet; daarom gebood de Vader Mij niets meer hierover tot hen te zeggen. Maar voorwaar, Ik zeg u dat de Vader Mij heeft geboden u te vertellen dat gij uit hun midden werd afgezonderd wegens hun ongerechtigheid; het is dus wegens hun ongerechtigheid dat zij van u niet afweten…. En zij begrepen Mij niet, want zij meenden dat het de andere volken waren; want zij begrepen niet dat de andere volken zouden worden bekeerd door hun prediking. En zij begrepen Mij niet toen Ik zeide, zij zullen mijn stem horen; en zij begrepen niet van Mij dat de andere volken nooit mijn stem zouden horen — dat Ik Mij niet aan hen zou openbaren, dan alleen door de Heilige Geest. Maar zie, gij hebt zowel mijn stem gehoord als Mij gezien; en gij zijt mijn schapen en gij wordt gerekend onder hen die de Vader Mij heeft gegeven. (3 Nephi 15:16-24.)

           

     Toen de Heiland het volk van Nephi onderricht gaf, zei Hij van Zichzelf dat Hij ‘de wet en het licht’ was (3 Nephi 15:9) en de ‘herder’ van zijn volk (zie 3 Nephi 15:17, 21; 16:3). Deze titels kunnen meer licht werpen op de bediening van de Heiland onder de Nephieten. Hij was altijd al ‘de wet’ en ‘het licht’ geweest, maar de Israëlieten waren niet bereid om zijn wet volledig na te leven. Daarom kregen zij een lagere wet, die zij dienden na te leven totdat zij zo ver waren om tot ‘het ware licht dat ieder mens verlicht’ te komen (LV 93:2) en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen. 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Kan jij mij vertellen wie die "andere schapen" zijn, waar Jezus over spreekt in Johannes 10:16 want ik ben wel nieuwsgierig hoe jij daarover denkt. Uit dat gedeelte: 3 Nephi 15:16-24 wordt dat mij niet duidelijk.
Dag Sophia,
Fijn dat u mijn zilla hebt gelezen en ik vind het nog fijner van u dat u het ook daadwerkelijk aan het onderzoeken bent.
In 3 nephi 15:16-24 lees ik. Ik citeer: "Maar voorwaar, Ik zeg u dat de Vader Mij heeft geboden u te vertellen dat gij uit hun midden werd afgezonderd wegens hun ongerechtigheid; het is dus wegens hun ongerechtigheid dat zij van u niet afweten. (Vers 19.)
Hiermee wordt het voor mij in ieder geval heel duidelijk dat de Nephieten de andere schapen zijn. Want dat is hetgeen Jezus zelf tot hen heeft gesproken. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.