Toms droomwereld

Door Lindelaat gepubliceerd op Friday 31 January 12:14

Tom's Droomwereld.                                     

Tom is een jongetje van 8 jaar. Hij woont met zijn vader op een flat in Amsterdam.Het is erg druk in hun straat. Veel te druk om buiten te spelen. Als het mooi weer is, gaat hij buiten op het balkon zitten. Maar meestal zit hij achter de computer. Zijn moeder is gestorven toen hij geboren werd. Naast zijn bed staat een foto van haar. Ze ziet er lief uit.Tom's vader is ook wel lief, maar hij is altijd aan het werk. Tom is veel alleen.Op school vindt hij er ook niet veel aan. De juf is vaak boos op hem. Ze zegt dat hij brutaal is en niet oplet. Ze heeft wel een beetje gelijk. Hij vindt het leuk als andere kinderen om hem moeten lachen. Dan krijgt hij weer straf en is zijn vader weer boos. Nou ja, als die tenminste thuis is.

Tringggg, tringggg, de wekker gaat. Tom slaat keihard op dat ding en slaapt weer verder. Tom, wakker worden, zijn vader steekt zijn hoofd om de hoek. 'Opstaan, het is al laat.' 'Ja, ja, ik kom al,' zegt Tom.  Niet zo zeuren, denkt hij bij zichzelf. Ik ben weg, tot vanavond, roept zijn vader, terwijl hij zijn jas aantrekt. Op tijd naar school gaan hoor! Weg is hij, hij wacht niet eens op antwoord.

'Goedemorgen Tom, wordt je eindelijk wakker?'' vraagt een lieve stem. Tom doet zijn ogen open en ziet zijn moeder staan. Ze doet net alsof ze een beetje boos is, maar haar ogen lachen. 'Kom opschieten,' zegt ze. ''Anders kom je weer te laat. Kleed je vlug aan, dan zal ik intussen je brood maken. Wil je worst of kaas?.' 'Worst graag, mam, ik kom eraan,' antwoordt Tom. Onder de douche en dan gezellig ontbijten, denkt hij. 

Tom loopt de keuken in en doet de ijskast open. Nou, er moeten nodig boodschappen gedaan worden. Wat zal ik op mijn brood doen, denkt hij, ik heb eigenlijk nergens zin in. Vlug maar wat kaas erop en wegwezen. Ik eet het onderweg wel op.

Tom doet zijn jas aan, de rits laat hij open. Hij springt op zijn fiets en gaat richting school. Het regent dat het giet, Tom ziet bijna niets. Hij ziet natuurlijk wel dat het stoplicht op rood staat, maar hij rijdt toch door. Pech dat er net een agent staat.Hij krijgt een preek over gevaarlijk gedrag. 'Wat nou, als er net een auto aangekomen was?' vraagt de man. 'Ja maar, die kwam er niet aan,' antwoordt Tom. 'Niet zo brutaal, knul, ik zal het voor deze keer door de vingers zien. De volgende keer krijg je een bon.'Door al dit gedoe komt Tom pas om 9 uur op school aan. Hij mag meteen door naar de directeur. Het is al de derde keer deze week dat hij niet op tijd is.

Tom moet de tijd die hij te laat was na schooltijd inhalen. Hij vindt het niet zo erg, het is op school gezelliger dan thuis.

Het is  vies weer vandaag, zegt mama, Weet je wat?, ik breng je wel even met de auto naar school. Ik moet toch boodschappen doen. Wat vindt je lekker om te eten vanavond. Frietjes met vissticks, antwoordt Tom, Wat ben je toch een schat. Hij geeft zijn moeder een kus op haar wang.

Tom is niet de enige die na moet blijven. Een van zijn vrienden, Dick, heeft ook straf. Wil jij straks spelen, vraagt Dick. Ja, leuk, antwoordt Tom, vindt je moeder dat goed? Waarom spelen we niet bij jou?, vraagt Dick, we spelen altijd bij ons. Ik heb toch niet zo'n zin, ik ben moe, zegt Tom. Dick zegt niets meer, hij is boos.

"Hoi, Tom, hoe was het vandaag op school?' 'Leuk, mam, vindt je het goed dat Dick hier speelt? Het is hier zo gezellig.' 'Natuurlijk, willen jullie iets drinken? vraagt zijn moeder.

Als Tom thuiskomt is zijn vader er nog niet. Tom heeft honger, dus hij loopt even naar de friettent op de hoek. Af en toe mag dat, maar de laatste tijd zit Tom er wel erg vaak. Ik wou dat ik een zusje of broertje had, dan konden we samen dingen doen. Voor het eten zorgen of kletsen voordat we gaan slapen. Het zou ook fijn zijn als Papa meer thuis was. Je kan best lachen met Tom's vader.Hij maakt altijd grapjes. Heel soms is hij verdrietig. Het lijkt wel of hij dan aan vervelende dingen denkt.

'Tom, Papa komt vandaag vroeg naar huis. We gaan uit eten naar de pizzeria. We moeten iets vieren.' Zijn moeder straalt, haar hele gezicht lacht. Tom is verbaasd. Zijn moeder is de laatste tijd  vaak moe. Soms zegt ze weleens: 'Neem vandaag maar geen vriendjes mee, ik voel me niet zo lekker.'Tom is heel benieuwd wat er aan de hand is.Als ze met z'n drieën aan tafel zitten, zegt zijn vader: 'Tom, zou jij het leuk vinden als je er een broertje of zusjes bij krijgt.' Tom verschiet van kleur, dit had hij niet verwacht.  'Echt waar? ',vraagt hij opgewonden. ''Wat leuk!' 'Zie je wel,' zegt zijn moeder tegen zijn vader. 'Ik wist wel dat hij blij zou zijn.' Het lijkt of Tom's pizza deze keer heel erg lekker smaakt.

Papa heeft goede zin als hij thuis komt. Het is weer laat geworden. Tom wilde net naar bed gaan. 'Hoe was het op school, knul?' vraagt zijn vader. 'Dat vertel ik morgen wel, ik wil nu gaan slapen.' Tom loopt meteen door naar zijn kamer. Hij weet dat hij niet aardig doet, maar dat kan hem niet schelen. Hij heeft zo lang zitten wachten. Meestal gaat zijn vader de krant lezen, maar nu loopt hij Tom achterna. Wat is er aan de hand, Tom? Waarom doe je zo? Opeens kan Tom zijn tranen niet inhouden. 'Jij bent er nooit, ik ben zo vaak alleen,' snikt hij.'Ik vind er niets meer aan. Op school mopperen kinderen op hun moeder omdat ze streng is. Ik wou dat ik een strenge moeder had.'' Zijn vader zegt niets. Als Tom naar hem kijkt, ziet hij ook tranen in zijn ogen. Eindelijk zegt zijn vader:' Ik wist niet dat jij je zo alleen voelde. Ik dacht dat je het wel leuk vond. Ik beloof je dat ik meer tijd voor je vrij zal maken. Jij bent mijn grote zoon en ik ben trots op je.'

''Tom, wil je spelen vandaag?' vraagt Dick. 'het kan wel bij ons.' Dick wacht niet op antwoord, hij denkt dat Tom vanzelf achter hem aan loopt.  Hij staat pas stil als Tom keihard schreeuwt:' ik kan niet vandaag want mijn vader is vroeg thuis. We gaan samen koken en daarna een spelletje doen.' ''Wat leuk voor je,' zegt Dick.'veel plezier!' 'Wil je morgen komen eten, dan kunnen we daarna vast iets aan onze spreekbeurt doen?' vraagt Tom.  Dick is verbaasd, maar hij laat niets merken: 'Ik zal het aan mijn moeder vragen, het zal wel goed zijn.'

Tom droomt soms nog wel over zijn moeder en dat hij wel een broertje of zusje zou willen. Maar lang niet meer zo vaak. Hij vindt het met zijn vader nu ook wel gezellig. Zijn vader heeft woord gehouden, ze zijn nu een gezin met z'n tweeën.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Tom's Droomwereld.                                     

 

Tom is een jongetje van 8 jaar. Hij woont met zijn vader op een flat in Amsterdam.

Het is erg druk in hun straat. Veel te druk om buiten te spelen. Als het mooi weer is, gaat hij buiten op het balkon zitten. Maar meestal zit hij achter de computer.

Zijn moeder is gestorven toen hij geboren werd. Naast zijn bed staat een foto van haar. Ze ziet er lief uit.

Tom's vader is ook wel lief, maar hij is altijd aan het werk. Tom is veel alleen.

Op school vindt hij er ook niet veel aan. De juf is vaak boos op hem. Ze zegt dat hij brutaal is en niet oplet. Ze heeft wel een beetje gelijk. Hij vindt het leuk als andere kinderen om hem moeten lachen. Dan krijgt hij weer straf en is zijn vader weer boos.

Nou ja, als die tenminste thuis is.

 

Tringggg, tringggg, de wekker gaat. Tom slaat keihard op dat ding en slaapt weer

verder. Tom, wakker worden, zijn vader steekt zijn hoofd om de hoek. Opstaan, het is al laat. Ja, ja, ik kom al, zegt Tom.  Niet zo zeuren, denkt hij bij zichzelf.

Ik ben weg, tot vanavond, roept zijn vader, terwijl hij zijn jas aantrekt. Op tijd naar school gaan hoor! Weg is hij, hij wacht niet eens op antwoord.

 

Goedemorgen Tom, wordt je eindelijk wakker?, vraagt een lieve stem. Tom doet zijn ogen open en ziet zijn moeder staan. Ze doet net alsof ze een beetje boos is, maar haar ogen lachen. Kom opschieten, zegt ze, anders kom je weer te laat. Kleed je vlug aan, dan zal ik intussen je brood maken. Wil je worst of kaas?.

Worst graag, mam, ik kom eraan, antwoordt Tom. Onder de douche en dan gezellig

ontbijten, denkt hij. 

 

Tom loopt de keuken in en doet de ijskast open. Nou, er moeten nodig boodschappen gedaan worden. Wat zal ik op mijn brood doen, denkt hij, ik heb eigenlijk nergens zin in. Vlug maar wat kaas erop en wegwezen. Ik eet het onderweg wel op.

Tom doet zijn jas aan, de rits laat hij open. Hij springt op zijn fiets en gaat richting school. Het regent dat het giet, Tom ziet bijna niets. Hij ziet natuurlijk wel dat het stoplicht op rood staat, maar hij rijdt toch door. Pech dat er net een agent staat.

Hij krijgt een preek over gevaarlijk gedrag. Wat nou, als er net een auto aangekomen was?, vraagt de man. Ja maar, die kwam er niet aan, antwoordt Tom.

Niet zo brutaal, knul, ik zal het voor deze keer door de vingers zien. De volgende keer krijg je een bon.

Door al dit gedoe komt Tom pas om 9 uur op school aan. Hij mag meteen door naar de directeur. Het is al de derde keer deze week dat hij niet op tijd is.

Tom moet de tijd die hij te laat was na schooltijd inhalen. Hij vindt het niet zo erg, het is op school gezelliger dan thuis.

 

Het is  vies weer vandaag, zegt mama, Weet je wat?, ik breng je wel even met de auto naar school. Ik moet toch boodschappen doen. Wat vindt je lekker om te eten vanavond. Frietjes met vissticks, antwoordt Tom, Wat ben je toch een schat.

Hij geeft zijn moeder een kus op haar wang.

 

 

 

 

 

 

Tom is niet de enige die na moet blijven. Een van zijn vrienden, Dick, heeft ook straf.

Wil jij straks spelen, vraagt Dick. Ja, leuk, antwoordt Tom, vindt je moeder dat goed?

Waarom spelen we niet bij jou?, vraagt Dick, we spelen altijd bij ons.

Ik heb toch niet zo'n zin, ik ben moe, zegt Tom. Dick zegt niets meer, hij is boos.

 

Hoi, Tom, hoe was het vandaag op school? Leuk, mam, vindt je het goed dat Dick hier speelt? Het is hier zo gezellig. Natuurlijk, willen jullie iets drinken, vraagt zijn moeder.

 

Als Tom thuiskomt is zijn vader er nog niet. Tom heeft honger, dus hij loopt even naar de friettent op de hoek. Af en toe mag dat, maar de laatste tijd zit Tom er wel erg vaak. Ik wou dat ik een zusje of broertje had, dan konden we samen dingen doen. Voor het eten zorgen of kletsen voordat we gaan slapen.

Het zou ook fijn zijn als Papa meer thuis was. Je kan best lachen met Tom's vader.

Hij maakt altijd grapjes. Heel soms is hij verdrietig. Het lijkt wel of hij dan aan vervelende dingen denkt.

 

Tom, Papa komt vandaag vroeg naar huis. We gaan uit eten naar de pizzeria.

We moeten iets vieren. Zijn moeder straalt, haar hele gezicht lacht.

Tom is verbaasd. Zijn moeder is de laatste tijd  vaak moe. Soms zegt ze weleens:

Neem vandaag maar geen vriendjes mee, ik voel me niet zo lekker.

Tom is heel benieuwd wat er aan de hand is.

Als ze met z'n drieën aan tafel zitten, zegt zijn vader: Tom, zou jij het leuk vinden

als je er een broertje of zusjes bij krijgt. Tom verschiet van kleur, dit had hij niet verwacht.  Echt waar? ,vraagt hij opgewonden, wat leuk!

Zie je wel, zegt zijn moeder tegen zijn vader, ik wist wel dat hij blij zou zijn.

Het lijkt of Tom's pizza deze keer heel erg lekker smaakt.

 

Papa heeft goede zin als hij thuis komt. Het is weer laat geworden. Tom wilde net naar bed gaan. Hoe was het op school, knul?, vraagt zijn vader.

Dat vertel ik morgen wel, ik wil nu gaan slapen. Tom loopt meteen door naar zijn kamer. Hij weet dat hij niet aardig doet, maar dat kan hem niet schelen. Hij heeft zo lang zitten wachten.

Meestal gaat zijn vader de krant lezen, maar nu loopt hij Tom achterna. 

Wat is er aan de hand, Tom? Waarom doe je zo? Opeens kan Tom zijn tranen niet inhouden. Jij bent er nooit, ik ben zo vaak alleen, snikt hij, ik vind er niets meer aan.

Op school mopperen kinderen op hun moeder omdat ze streng is. Ik wou dat ik een strenge moeder had.

Zijn vader zegt niets. Als Tom naar hem kijkt, ziet hij ook tranen in zijn ogen.

Eindelijk zegt zijn vader; ik wist niet dat jij je zo alleen voelde. Ik dacht dat je het wel leuk vond. Ik beloof je dat ik meer tijd voor je vrij zal maken. Jij bent mijn grote zoon en ik ben trots op je.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tom, wil je spelen vandaag?, vraagt Dick,  het kan wel bij ons. Dick wacht niet op antwoord, hij denkt dat Tom vanzelf achter hem aan loopt.  Hij staat pas stil als Tom keihard schreeuwt, ik kan niet vandaag want mijn vader is vroeg thuis.

We gaan samen koken en daarna een spelletje doen. Wat leuk voor je, zegt Dick,

veel plezier! Wil je morgen komen eten, dan kunnen we daarna vast iets aan onze spreekbeurt doen?, vraagt Tom.  Dick is verbaasd, maar hij laat niets merken:

Ik zal het aan mijn moeder vragen, het zal wel goed zijn.

 

Tom droomt soms nog wel over zijn moeder en dat hij wel een broertje of zusje zou willen. Maar lang niet meer zo vaak. Hij vindt het met zijn vader nu ook wel gezellig.

Zijn vader heeft woord gehouden, ze zijn nu een gezin met z'n tweeën.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.