BZT ( ben zo thuis)

Door Nicolettepietersen gepubliceerd op Thursday 23 January 20:28

a69fd49ae63090d35261aa42670590e8.jpg Pieppiep--pieppiep

Het geluid van een sms-je doet Jantien opkijken. Ze maakt alles klaar voor een lekker ‘tutavondje’ zoals zij het noemt. Het is vrijdagavond en na een lange, drukke werkweek is ze toe aan een avondje helemaal niks behalve ‘tutten’. Ze gaat haar voeten verwennen met een voetbad, teen- en vingernagels een grote beurt geven, misschien nog een gezichtsmaskertje en daarna op de bank met een lachfilm en een glaasje wijn. Wie zou haar een sms sturen? Nieuwsgierig pakt ze haar mobiel uit het zijvakje van haar handtas. ‘1 bericht ontvangen’ staat er .

Gauw klikt ze het aan en haar wenkbrauwen gaan omhoog: ‘he, wat is dat nou?’

‘Hoi schat, ik ben eerder vrij vanavond . Zet je over een uurtje koffie? Ik kom er aan! Xx J’ staat er op haar scherm. Merkwaardig, in Jantiens leven is er op dit moment niemand die haar ‘schat’ noemt en ze kent ook niemand wiens naam met een J begint. Ze haalt haar schouders op. ‘Die zal wel een verkeerd nummer in getoetst hebben’ denkt ze. En ze gaat verder met haar voorbereidingen. Net als ze haar voeten in het badje wil stoppen klinkt er weer: pieppiep--pieppiep.

‘ Ik sta in de file dus het wordt iets later. Hou van je. Xx J’

Nou ja zeg! Weer die J. Ze besluit een sms-je terug te sturen.

‘Beste J, je hebt het verkeerde nummer, corrigeer het maar even anders weet je vrouw niet dat je er aan komt, groetjes’

Zo, nu zal het wel klaar zijn. Jantien gaat zitten en doet haar voeten in het badje. Tegelijkertijd begint ze haar vingernagels te knippen en te vijlen. Toch kan ze die sms-jes niet uit haar gedachten zetten. Wat raar toch, zo maar een berichtje van een wildvreemde! En Jantien heeft het niet op mensen die ze niet kent. Ze heeft als kind mee gemaakt dat er thuis werd ingebroken en dat toen haar moeder mishandeld werd. Gelukkig was haar moeder niet zwaar gewond, maar toch, het blijft een enge ervaring. Daardoor is ze wantrouwend geworden. Ze probeert aan iets anders te denken en haar gedachten dwalen naar het weekend. Wat zal ze eens gaan doen? Jennie, haar vriendin is een weekendje weg met haar vriend Jan. Ze zijn naar Antwerpen en komen pas zondagavond laat thuis. Dus van hen hoeft ze geen gezelligheid te verwachten deze dagen. En haar ouders zitten op Kreta, dus daar kan ze ook niet naar toe. He, ongezellig eigenlijk, zo’n heel weekend zonder plannen.

Pieppiep--pieppiep.8531b690d74856bf50f15d2876de2415.jpg

‘ Verdorie wat nou weer’ denkt Jantien. ‘Laat maar zitten hoor, ik zie morgen het bericht wel.’

Bah wat een gezeur! Ze neemt zich voor het naast zich neer te leggen en probeert door te gaan met haar bezigheden. Maar dan slaat de twijfel toe: wat nou als dat sms-je van bijvoorbeeld haar ouders is die een probleem op Kreta hebben. Of van haar vriendin Saskia die ieder moment kan bevallen en beloofd heeft ieder nieuws direkt te laten weten. Nee, ze moet toch kijken wat er op haar scherm staat. Maar stel je voor dat het weer een berichtje van die vent is. He, wat moet ze nou doen? Toch maar even kijken.

‘Sta nog steeds in de file, dus het duurt nog even. Flauw grapje van dat nummer hoor Jantien! Liefs, xx J.’

‘Verdraaid, hoe weet die J mijn naam?’denkt Jantien.

Wat zal ze doen? Negeren lijkt haar het beste, maar dat kan ze niet. Ze wil dat dit stopt! Met een ongemakkelijk gevoel gaat ze verder met haar nagels. Ze zet de televisie aan en kijkt naar het journaal. Althans dat probeert ze. Ze had zich zo verheugd op een rustig avondje en kijk nou wat er van terecht komt, niks! Ze zit hier met de zenuwen in haar lijf omdat een of andere idioot het verkeerde telefoonnummer gebruikt. Ze vertelt zichzelf dat het niets te betekenen heeft, hoe belangrijk is een sms-je nou? Net als ze zichzelf zo ver heeft dat ze haar gedachten verzet klinkt er weer: pieppiep--pieppiep.

‘O neeeee’ zucht Jantien ‘niet weer!’

Balend pakt ze haar mobiel en klikt de boodschap aan.

‘De file is opgelost, we rijden weer schat, bzt xx’

‘Bzt, hoe komt hij er bij’ moppert Jantien ‘Ben zo thuis! Je woont hier niet joh. ’

Ze krijgt nu wel een heel akelig gevoel in haar maag. Hier klopt toch iets niet? Raar hoor! Een vreemde kent haar naam en telefoonnummer, gek idee. Maar dan weet hij natuurlijk nog niet waar ze woon, toch? Het hele gedoe blijft door haar gedachten dwalen. Ze merkt dat ze het wat benauwd krijgt en ook dat ze het heel warm heeft. ‘Wat betekent dit nou allemaal?’ vraagt ze zichzelf af. ‘Je weet ook niet eens zeker of die J. wel van een man is’ probeert ze zichzelf op andere gedachten te brengen. ‘Het zou net zo goed van een vrouw kunnen zijn. Je hoeft toch niet gelijk aan moordenaars en verkrachters te denken? ’ Ze probeert gewoon verder te gaan met haar plannen, maar ze blijft het erg warm houden. Je weet toch maar nooit, je hoort tegenwoordig zoveel rare verhalen. Ze woont hier helemaal alleen in dit grote huis, met de naaste buren zeker op honderd meter afstand. Jantien woont hier al vier jaar. Ze had dit huis samen met haar vriend gekocht. Toen hun liefde over was zag ze er tegenop uit dit huis te vertrekken. Ze hadden er zoveel aan veranderd en het was zo echt haar huis geworden. Bovendien was het lekker dicht bij haar werk op het gemeentehuis van Epe. De enige twijfel die ze had was dat het huis zo eenzaam gelegen is. Dat was het enige nadeel terwijl er zo veel voordelen waren, dus bleef ze er wonen. Maar nu is ze zich toch ineens erg bewust van hoe alleen ze hier eigenlijk zit.

Pieppiep--pieppiep ‘Weet je het wordt zo laat, doe maar geen koffie, wil je een biertje in de koelkast zetten?xx’

‘Nou ben ik het zat’ moppert Jantien. ‘Ik ga die J. eens even vertellen wat ik van hem/haar denk. Dit moet afgelopen zijn.’

‘J. je kent me niet, weet niet waar ik woon en ik heb nooit van je gehoord, weet niet eens hoe je heet, laat me met rust’ sms’t ze terug.

Pieppiep--pieppiep, het antwoord komt direkt. ‘ Jantientje wat is er toch? Ik maak me zorgen. Je reageert steeds zo vreemd. Ik woon al een half jaar bij je en heb m’n eigen sleutel. Bzt, hoor. Maar wat er ook is, we komen er wel uit. Xx Joost’ is het antwoord.

Zo,zo dus hij heet Joost en denkt dat hij hier woont. Hoe verzint hij het, o god, het is vast een hele enge kerel! Jantien droogt haar voeten af en besluit maar niet verder te gaan met haar nagels. Van al deze onrust voelt ze zich niet zo lekker, benauwd en zo warm. Ze gaat eens kijken bij de voordeur of het slot er op zit. Gelukkig dat is voor elkaar. De achterdeur zit op de knip. Nou, haar kan niks gebeuren! Opgelucht pakt ze de televisiegids en kijkt of er iets van haar gading op tv is.

En dan: Pieppiep--pieppiep ‘Ik rijd nu Oene binnen en bzt in de Ravenstraat, staat het biertje koud?’

Jantien’s hart slaat over. Wat schrijft hij daar? Weet hij dat ze op de Ravenstraat in Oene woont? O, neeee…… wat eng. Met veel moeite schuift ze een kastje voor de voordeur, je weet nooit, straks heeft hij echt een sleutel! Ze heeft in de ene hand haar mobiel, dan kan ze het alarmnummer bellen als de nood aan de man komt. In de andere hand heeft ze het eerste gepakt wat ze tegen kwam en dat is de wok. Daar kan ze een insluiper een flinke dreun mee verkopen. Ze doet gauw het licht uit, dan lijkt het of er niemand thuis is en gaat achter de keukendeur staan. Buiten is het doodstil en in huis is alleen heel zacht Jantiens gejaagde ademhaling te horen. Plotseling hoort ze buiten een autodeur dichtslaan

. ‘Oh neeeee’ denkt ze ‘zou hij daar echt aankomen?’

Ze hoort voetstappen op het pad en die gaan duidelijk in de richting van de voordeur. De sleutel wordt in het slot gedaan, dat kan ze horen. Haar hart klopt als een razende en Jantien krijgt het nog benauwder, haar ademhaling klinkt als een haperende zaag en het zweet breekt haar uit. Ze knijpt nog eens goed in de steel van de wok en denkt: ‘kom maar op, gek, mij krijg je niet bang!’ Door de kier van de keukendeur kan ze de voordeur zien. Die gaat millimeter voor millimeter naar voren, ondanks het kastje dat ze er voor heeft gezet. Ze realiseert zich dat die Joost dus erg sterk moet zijn. Iedere spier in Jantiens lijf staat gespannen, ze staat klaar om toe te slaan met de wok. En dan ineens is de voordeur helemaal open en komt er een enorme kerel naar binnen, hij doet zijn armen wijd en roept: ‘liefste, ik ben er eindelijk, wat duurde die reis lang, kom in mijn armen!’ Als in een vertraagde film ziet Jantien hem tergend langzaam op zich af lopen. Ze krijgt het steeds benauwder als hij die grote, o jee en ook HARIGE armen om haar heen wil slaan. En Jantien? Met haar plannen van alarmlijn bellen en een oplawaai geven met haar wok? Jantien laat alles vallen en gilt en gilt en GILT……..

Langzaam wordt Jantien zich bewust van gegil, wie doet dat? O get, dat is ze zelf! O ja die harige armen die op haar af kwamen, maar er zijn nu twee armen om haar heen en die zijn echt niet harig, haar hoofd rust op een zachte schouder. Ook is daar een stem, die bekend klinkt en die alsmaar zegt: ‘stil maar liefje, alles is goed, stil maar.’

Wie is dat? ‘Oh Jennie, Jennie, is-ie weg?’ en Jantien barst in huilen uit.

‘Er is niemand, behalve ik. Ik ben bij je, stil maar’ herhaalt Jennie , haar allerbeste vriendin, die haar stevig vast houdt. ‘

Jennie, is de deur op slot? Waar is die Joost gebleven? Oh ik heb het zo benauwd’ zegt Jantien hees. ‘Die vent kwam zomaar mijn huis in en ik heb hem nooit een sleutel gegeven, hoe kan dat nou?’

‘Lieverd, ik denk dat je aan het ijlen was’ zegt Jennie. ‘Zo te voelen is je koorts nog niet gezakt. Kom, ga eens op bed liggen. Maar goed dat ik even wat soep kwam brengen, anders weet ik niet wat je gedaan had.’ En Jennie leidt haar rustig naar de slaapkamer, slaat het dekbed open en klopt uitnodigend op het bed.

‘Ja maar Jennie, ik heb een heleboel sms-jes gekregen waarin hij aankondigde dat hij er aan kwam. En ik werd zo bang en kreeg het zo benauwd. Oh Jennie het was zo eng. Het was een grote kerel, net een hulk, alleen was-ie niet groen. O ja, en hij had harige armen!’ ratelt Jantien, terwijl zij op bed gaat liggen. ’Waarom zit jij trouwens niet in Antwerpen?’ onderbreekt ze zichzelf.

‘Ik ben thuis gebleven omdat jij zo ziek bent,dat wist je toch? Kom waar is je mobiel?’ vraagt Jennie. ‘Daar staan die sms-jes in, kan je zien dat het een droom was.’ En ze gaat op zoek naar het mobieltje, dat ligt waar Jantien het heeft laten vallen. Bij de keukendeur. En er staat inderdaad in: ‘zeven berichten ontvangen.’ Ze zijn nog ongelezen.

‘Zie je?’ vraagt Jantien. Haar stem gaat omhoog doordat de paniek weer toeslaat.

‘Het is echt waar hoor. Die heeft hij gestuurd! Het heeft de hele avond geduurd, iedere keer kwam er weer een en toen kreeg ik het benauwd, het zweet brak me uit.’

‘Kijk wat die sms-jes zijn, je hebt ze nog niet eens geopend ’ stelt Jennie voor. Maar dat wil Jantien niet. Ze heeft ze vanavond allemaal al gelezen. Om haar te kalmeren doet Jennie het maar. ’ Allemaal van mensen die je beterschap wensen, er zit niks engs bij.’zegt ze nadat ze de berichtjes gelezen heeft. ‘Jantien, je ligt al een week op bed met longontsteking. Je hebt het daardoor benauwd en zweet breekt je uit als je koorts hebt’ probeert Jennie haar gerust te stellen. ‘Ik kon de deur bijna niet open krijgen door dat zware kastje dat je er voor gezet had. En je wok ligt in de keuken op de grond. Ik denk dat je erg aan het spoken bent geweest door de koorts.’

‘Zou je denken?’ zegt Jantien vol twijfel…

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
super geschreven met plezier gelezen
Lekker vlot en spannend geschreven en met een mooi open end of toch niet.