Voor jezelf beginnen. Handboek voor de startende ondernemer.

Door Tilla gepubliceerd op Tuesday 14 January 18:41

In de novelle Kaas beschrijft Willem Elsschot de problemen die het pad kruisen van de man die een eigen bedrijf gaat opzetten. Een boek met humor, verplichte kost voor iedereen die de ambitie koestert voor zichzelf te beginnen.

Het boekje van 100 pagina’s dateert uit 1933, tegen de achtergrond van de dreigende van de tweede wereldoorlog, na de beurskrach, de eerste (Grote) wereldoorlog is dan nog maar kort geleden.

Hoofdpersoon Frans Laarmans komt op een avond dronken thuis en hoort dat zijn moeder is overleden. Op haar begrafenis ontmoet hij mijnheer Van Schoonbeke, een vriend van zijn broer, die arts is. Van Schoonbeke nodigt hem uit een kaasfirma op te zetten, waarin hij als alleenvertegenwoordiger kan functioneren. Met een doktersverklaring van zijn broer meldt hij zich op kantoor vier maanden ziek om de kaashandel op te zetten.

Laarmans heeft moeite met de nieuwe kringen waarin hij verkeert. Ook heeft hij geen idee wat zaken doen inhoudt. Hij stelt een aantal agenten aan om de verkoop te doen. Tijdens het opstarten van de firma is hij met onbelangrijke dingen bezig zoals het zoeken naar een bureau en een tweedehands typemachine. Intussen wordt de kaas in zeer grote hoeveelheden bezorgd. Alles voor de handel wordt tot in detail uitgevoerd, maar de bestellingen blijven uit.

Frans Laarmans houdt eigenlijk helemaal niet van kaas, hij kan er niet toe komen een kaaswinkel binnen te gaan om zijn handel aan te prijzen. Afgezien van een paar kazen die hij tegen inkoopsprijs aan kennissen slijt, verkoopt hij niets. Zoon Jan is wel in staat een kist kaas te verkopen. Aan het slot ligt er nog 20.000 kilo kaas in de opslagruimte en keert Laarmans terug naar zijn kantoorbaan.

Met Kaas beschrijft Elsschot de opkomst en ondergang van een eigen onderneming. De manier waarop de hoofdpersoon Laarmans zijn handel aanpakt is tekenend voor veel mislukkende ondernemingen. Velen dromen ervan voor zichzelf te beginnen en zien dan vooral de buitenkant. “Over de kwestie van het brievenpapier heb ik mij een halve dag lang het hoofd gebroken. Ik ben namelijk van mening dat er een moderne firmanaam moet op staan en niet zomaar eenvoudig Frans Laarmans”. Aan het echte werk, dat wat je tot ondernemer maakt, komt hij niet toe.

Elsschots hoofdpersoon is een onaangenaam mens, vol negatieve gedachten,  ideeën en vooroordelen. De verhouding tot zijn vrouw “Ook moet ik erkennen dat ik nu en dan niet weerstaan kan aan de verzoeking haar te sarren tot ik tranen zie.” en kinderen, collega’s, bazen, vrienden en familie is treffend getekend.

Hoewel hij niet expliciet zijn afkeuring uitspreekt, confronteert Elsschot de lezer met het immorele gedrag van de hoofdpersoon, zoals de ziekmelding en de ontvangst van de fruitmand van zijn collega’s die hem bezoeken.

Elsschot is vertegenwoordigt van de Nieuwe Zakelijkheid, een literaire stroming in het interbellum, met eenvoudig taalgebruik en korte zinnen:

“Nu besef ik dat het mij mangelt aan praktijk, want ik heb nog nooit iets verkocht. En nu ineens kaas. Was het nog mimosa. En toch sta ik maar voor een alledaags probleem. Want wat doen die miljoenen mensen van zaken dan? Die moeten toch óók.”.

Dat maakt Kaas ook nu nog goed leesbaar, nergens is het taalgebruik archaïsch. Bovendien heeft Elsschot met Frans Laarmans voor de Nederlandse literatuur een belangrijk personage geschapen, een kleine man die niets bijzonders in zijn leven gedaan heeft en denkt het te gaan maken door in zaken te gaan, maar die hierin faalt, een man met karaktertrekken, vergelijkbaar met Multatuli’s Droogstoppel, de makelaar in koffie uit die andere belangrijke Nederlandse roman.

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.