Oorlog tussen mens en god

Door Ouissam gepubliceerd op Monday 13 January 17:45

hallo ik ben ouissam deze mythe heb ik afgelopen jaar voor school geschreven  samen met mijn broer, ik doe havo/vwo  Ik vond het wel interessant om het op internet om te kijken wat jullie er van vinden.

Oorlog tussen mens en god


Het begon allemaal met een tweestrijd. Aphrodite en Athene wilden allebei de mens beter maken. Ze vonden de mensen er een beetje zielig bijlopen. Dit moest een goede creatie van de goden voorstellen? Een lomp, wild, losgeslagen, egoïstisch, onbeschoft ras? Alles wat de goden maakten moest mooi zijn, goddelijk, beeldschoon. Het moest een voorbeeld zijn voor alles en iedereen. Dus besloten ze allebei de mens goede eigenschappen te verschaffen. Maar de twee wilden allebei de beste zijn, de beste mens maken. Dus ontstond er een strijd tussen Aphrodite en Athene. Ze wilden de ander overtreffen en de beste mens maken. Daarom gaven ze de mensen allemaal eigenschappen. Aphrodite gaf haar mensen liefde, geluk, schoonheid vruchtbaarheid en kracht. Athene gaf haar mensen alle wijsheid, vrede, kunst en ambachten.

Athene                                               Aphrodite
        Tegen

 

 

 

 

 

 

De mens werd dus steeds sterker, mooier en wijzer. Maar een winnaar werd niet duidelijk. Aphrodite en Athene zetten hun twee groepen tegen elkaar op en lieten hun vechten om te bepalen wie er won. 
De mensen van Aphrodite gebruikten hun kracht, de mensen van Athene hun wijsheid. Er was een lang gevecht bezig, en Aphrodite was aan de winnende hand. Maar toen stapte een jongeman, genaamd Falistos, naar voren. Hij was de zoon van een arme boer, maar erg dapper. Hij sprak:”Waarom, beste mensen, vechten wij tegen elkaar? Waarom laten wij ons leiden door twee godinnen? Waarom vechten wij niet met elkaar tegen hen? Wij, zo sterk geworden door hun acties, zijn gelijk aan de goden! Met zijn allen kunnen wij hen verslaan! O mensen, vecht niet tegen elkaar voor hen, maar met elkaar tegen hen! Samen overwinnen wij de goden!” Toen hij zei dat de mensen gelijk waren aan de goden, werden de mensen een beetje bang. Zij hadden gehoord wat de goden met andere mensen hadden gedaan.
Maar hij had gelijk, zij waren zo sterk geworden, ze waren echt even goed als de goden! Geen twijfel mogelijk, ze moesten samen gaan werken. En nu pas beseften de mensen dat ze al veel eerder in opstand hadden kunnen komen en hoe dom ze waren tegen elkaar te vechten, tegen hun eigen ras notabenen! Alle mensen juichten en riepen door elkaar heen.
Maar de wijze jongeman Falistos, die zijn wijsheid had gekregen van Athene, sprak als volgt: ”Mensen, ik snap dat u enthousiast bent te ontdekken gelijk te zijn aan de goden, maar wacht met de overwinning te vieren. Ten eerste moeten wij nog overwinnen, en ten tweede is het veel slimmer onwijs te spelen. Beste mensen, doe als volgt: vertel Aphrodite of Athene dat jullie niet meer meevechten, het gevecht is namelijk oneerlijk. Vertel hen dat jullie groep zoveel beter is dan de andere en het te gemakkelijk zou zijn hen te verslaan. Als ze dus verslagen zouden worden, is er helemaal geen reden om te zegevieren, er is helemaal niets gebeurd, niemand heeft er voor hoeven werken, niemand is een grote held geweest. Zelfs alles wat hieruit zou blijken is lafheid. Stel dus voor, beste mannen en vrouwen, dat de godinnen de groep van de andere godin dezelfde eigenschappen geven als ze hun eigen groep hebben gegeven. Spreek zo tegen de godinnen en de overwinning zal nabij zijn!”
En zo gebeurde het. De godinnen luisterden aandachtig naar de mensen. Natuurlijk waren zij veel beter en nu pas zagen Aphrodite en Athene in dat het inderdaad erg laf zou zijn de ander op deze manier te verslaan. Dus gingen zij akkoord met de mensen.
De mensen van Athene kregen van Aphrodite liefde, geluk, vruchtbaarheid en kracht en de mensen van Aphrodite kregen van Athene wijsheid, kunst en kalmte.
Dit was wat de mensen wilden, nu was iedereen dubbel zo sterk als voorheen. Ze waren klaar om de goden aan te vallen. Maar Falistos zei de mensen nog even te wachten: “ Wacht mensen, met de goden aan te vallen. Als we ze nu aanvallen hebben ze zo een leger aangesteld of gemaakt. Eerst moeten we hun vertrouwen winnen, dan vallen we pas aan.”
“Maar hoe doen we dat dan beste jongeman?” Zei een oude verstandige man. “Hmm,” zei Falistos,”daar zullen we met zijn allen over na moeten denken. Vandaag gaan allen naar huis en denken na, over een plan. Gaat nu vrienden, zonder idee, en kom terug met het beste plan van allen!”
Allen gingen naar hun huizen, en dachten diep na.
De volgende dag riep Falistos iedereen vroeg in de ochtend bijeen: “Vrienden, zeg mij, jullie beste plannen. Vandaag nog, zal het beste plan worden uitgevoerd. Onthoud dit: wij vechten samen, maar toch alleen. Als je niet meedoet, helpen wij jou ook niet en zal je verdoemd zijn. Kom nu hier en vertel mij, hoe wij het vertrouwen van de goden kunnen winnen.”
Iedereen, ook de mensen zonder plan, kwamen naar voren, want zij vreesden voor hun lot.
Als eerst kwam de oude man naar voren. Hij was bang voor Falistos, die erg sterk en gemeen leek. Maar toch sprak hij zijn plan met veel zelfvertrouwen: “Beste mensen, luister naar mij. Want ik weet het plan waarmee wij de goden zullen overwinnen. Om vertrouwen in ons te krijgen, moeten wij natuurlijk vrienden met de goden worden. Maar als wij vrienden worden, en hen alles vertellen over onszelf, zoals echte vrienden doen, hebben wij geen kans. Dus moeten wij hen het mooiste cadeau van de gehele wereld geven, mooier dan Aphrodite zelf! En dat is natuurlijk de Hemerocalis, de mooiste en zeldzaamste bloem, een bloem van 100% puur goud, met bladeren van diamanten, een steel van de aller zeldzaamste parels. Miljoenen mensen en goden hebben geprobeerd deze bloem te vinden en te plukken, maar tevergeefs. Om het vertrouwen van de goden te winnen, moeten wij deze bloem plukken en haar aan de goden schenken. Alleen de sterkste, dapperste en slimste mannen kunnen deze bloem plukken: want zo lang als de bloem in de grond zit zal zij zichzelf verdedigen. Maar ik weet hoe wij deze bloem kunnen plukken. Namelijk: de bloem is mijn moeder. Aphrodite heeft haar als beloning voor een goede daad verandert in de mooiste bloem van de hele wereld, het hele universum. Ze heeft hem in de diepste moerassen neergezet, zodat niemand de bloem ooit zou kunnen plukken. En ze heeft de bloem zo vast in de grond gezet, dat niemand hem ooit zou kunnen plukken, zelfs niet de sterkste god. Maar ik weet hoe we de bloem moeten plukken. Er is een speciaal lied dat alleen gezongen kan worden door naaste familie: in dit geval mij, waardoor de bloem losweekt uit de grond. Met mij moeten de sterkste mannen mee, om een weg te banen door de moerassen.”


                                                          Hemerocalis

 

Falistos dacht diep na. Zou deze man de waarheid spreken? Zou hij durfen te liegen tegen een sterke man als hij? Waarschijnlijk niet. Maar hoe moest hij erachter komen of de man werkelijk de waarheid sprak? Hetgeen wat hij zei klonk toch erg als een raar verzinsel.
Hij zei tot de man: “Beste man, ik weet niet hoe ik moet weten of jij de waarheid aan mij vertelt. Dus doe ik het zo: ik stuur je naar de moerassen met de 15 sterkste mannen van ons. Binnen 3 maanden moet je terug zijn. Zo niet, zullen de gevolgen zijn dat allen van uw familieleden en vrienden die hier staan, door mij zelf vermoord zullen worden. Dus denk goed na, voordat u akkoord gaat. Want ik houd mij altijd aan mijn woord!”
Zijn familie en vrienden keken angstig toe, want ook zij wisten niets van een bijzondere bloem. Maar de oude man twijfelde niet en ging meteen akkoord. Vervolgens koos Falistos de 15 sterkste mannen uit en gaf de anderen de opdracht een schip voor te bereiden.
De volgende dag al vertrok het schip. Iedereen zag het schip wegvaren en verlangde naar het moment dat het terug zou komen, met aan boord de bloem.

Inmiddels was het bijna 3 maanden geleden dat het schip was vertrokken, en Falistos had de hoop opgegeven dat het schip nog zou terugkeren. Dus moest hij een nieuw plan verzinnen, nu zelf, want hoe kon hij deze mensen vertrouwen. Maar eerst moest hij zich opfrissen. Aangekomen bij het meertje ging hij zijn gezicht wassen. Ineens zag hij in het meertje een enorme straal geel licht. Hij keek omhoog en werd meteen verblind door het geweldige, goudgele licht. Hij probeerde erdoorheen te kijken, en zag een schim opduiken. De schim kwam steeds dichterbij en plotseling zag hij de schim veranderen in de oude man, die een bloem vasthield. Hij liep langzaam naar de zee, waar inmiddels het schip was aangeland. Iedereen was toegesneld, toen ze plots het heldere licht zagen.
De man stapte uit het schip, vol trots de bloem in de lucht houdend. Hij liep naar Falistos toe en overhandigde de bloem aan hem: “Zorg goed voor mijn moeder, of zij zal u ongeluk brengen.” En hoewel niemand het verwachtte, stierf de man kort daarop, in de handen van Falistos, met een grote lach op zijn gezicht. Falistos liet de oude man begraven op een grote heuvel, en stelde de strijd nog een week uit, om de laatste eer aan de bijzondere man te brengen.
Een week later was de strijd in actie gezet. Falistos had zijn dappere broer gestuurd om het cadeau aan de goden te geven. Die ging naar Aphrodite toe en overhandigde haar de bloem. Hij sprak tot haar: “O beeldschone Aphrodite, geen cadeau is goed genoeg om aan al uw schoonheid te voldoen. Maar toch willen wij uw een cadeau schenken om u te danken voor wat u voor ons heeft gedaan. Natuurlijk kunnen wij u nooit genoeg bedanken, maar wij moesten toch iets geven om u te eren. Daarom deze bloem.” Aphrodite was erg blij met de bloem, en plaatste hem op haar hoofd. Zo zou iedereen nog meer dan eerst door haar schoonheid verblind worden.
Falistos was blij met de terugkomst van zijn broer en het goede nieuws. De strijd kon beginnen.
Maar wat de mensen ookal waren zij zo slim geworden niet hadden voorzien, was dat de zonnegod Helios en de zeegod Poseidon alles van hun plan hadden gehoord en dat nu aan de andere goden gingen vertellen.
Er kwam een vergadering waarbij iedere god, met veel of weinig kracht, belangrijk of niet bijeen moest komen. Want dit ging over de toekomst van de goden. De simpelste oplossing zou natuurlijk zijn de mensen hun krachten af te nemen. Maar Zeus dacht dat de mensen tegen dat simpele gedoe wel opgewassen zouden zijn. En ookal waren veel andere goden het niet met hem eens, het zou gebeuren zoals Zeus zei. Athene bedacht een list, die erg goed was: ze zouden een dier maken dat aantrekkelijk was voor mensen. Allen zouden als vanzelf naar het dier toelopen, door de mooie kleuren. Maar eenmaal aangekomen bij het dier zou het een zo verschrikkelijke lucht verspreiden, dat ieder mens er van zou stikken. Maar voor goden zou het niet eens ruikbaar zijn. Iedereen vond het een goed plan. Maar hoe zouden ze zo’n dier creëren? “Hoe moeilijk zou dat nou kunnen zijn?” Was de vraag die Athene stelde. “Wij hebben het leven gemaakt, de planten gemaakt, alle dieren gemaakt, het water gemaakt, de mens gemaakt en zelfs zo sterk dat ze bijna gelijk zijn aan de goden, en wij zouden niet eens zo’n simpel dier kunnen maken? Wij hebben alle mogelijke macht, zijn het sterkst, dapperst, mooist, wijst van alles en iedereen. In minder dan een seconde zou dat dier wat ik bedoel er kunnen zijn. Al wat we moeten doen is samenwerken. Voor velen een nieuw begrip misschien, ook voor mij, aangezien ik net een groots gevecht met Aphrodite heb gehouden waardoor dit allemaal begonnen is, maar dat is wel wat ons nog sterker kan maken. Het is datgene waardoor de mensen zo sterk zijn. Dus als wij dat doen, kunnen zij ons nooit meer verslaan. Het plan werd uitgevoerd, en in toch iets meer dan een seconde hadden de goden 10.000 van deze mooie maar beruchte beesten gemaakt. Dit beest zou veel mensen het leven gaan kosten. Maar toch niet allen zoals de goden hadden verwacht…
Op hetzelfde moment als de vergadering had plaats gevonden, waren de mensen per schip vertrokken naar de Olympus. Op het land aangekomen zagen de mensen een kudde vreemde beesten staan. Maar alleen de mensen die eerst tot Aphrodite hadden behoord, werden aangetrokken tot dit beest. Want zij waren niet zo slim als de mensen van Athene, ook al waren zij erg wijs. En ze vielen op schoonheid, natuurlijk geleerd van Aphrodite. De ene helft van de mensen stond verbaasd te kijken naar de andere helft van de mensen die naar de dieren toeliep. En plots werden zij verschrikt uit hun verbaasde blikken door luid gegil van een vrouw, die het eerst bij de dieren was aangekomen en werd verstikt door de geur. Steeds meer mensen begonnen te gillen en de mensen die oorspronkelijk van Athene kwamen konden nog maar enkelen redden van de nare dood. Falistos, die van Athene kwam en dus niet door de dieren was verleid, bleef anders dan normaal stokstijf staan. Hij werd geconfronteerd met waar hij voor gevreesd had: de goden zouden hun doorhebben. Maar hij had nooit verwacht dat zij al zo snel zouden toeslaan. Hij vermande zich zelf en sprak de overgebleven mensen toe: “Beste mensen, ik snap dat u allen aangedaan bent door deze vreselijke gebeurtenis, zo ik zelf ook. Dit is veroorzaakt door wrede goden. Dit is de reden dat wij hen moeten stoppen. Vergeet allen die dood zijn en denk aan degenen die levende zijn; wij kunnen de goden overwinnen. En daarvoor hebben we maar weinig mensen nodig, zo goed zijn wij! Wij kunnen nog steeds overwinnen! Wij gaan overwinnen!” Zo sprak hij iedereen weer moet in. Maar eigenlijk geloofde hij er zelf niet meer in. Hij vroeg zich af waarom hij dit plan ooit had verzonnen. Waarom had hij getwijfeld aan de macht van de goden? Maar hij moest de mensen moed in spreken. Als hij dat niet zou doen, zouden ze hem beschuldigen van het verlies en zouden ze hem en al zijn vrienden doden.
De mensen kwamen aan op de Olympus. De twaalf Olympische goden zaten op hun stoelen wachtend op de mensen. Ze keken erg verontwaardigd. “Jullie”, zei Aphrodite, “jullie hebben ons misleid, ons uitgescholden en ons beledigd. En jullie denken zelfs ons te kunnen verslaan? Wat zijn jullie nou voor dom wicht, dat je aan ons twijfelt, denk je dat wij jullie niet zullen stoppen? Jullie niet zullen straffen voor alles wat jullie hebben gezegd?” Aphrodite en de andere elf goden en godinnen lachten harder dan ze ooit hadden gedaan. Maar de mensen die nog dapperder waren geworden door de woorden van Falistos behielden hun trots, en lieten hun niet beledigen. Een van hen riep: “Beste Aphrodite, het spijt me zeer, maar u bent lelijker dan een rat. Zelfs lelijker dan een zeer lelijk monster! En nog durft u zo tegen ons te spreken? Onderschat ons niet, want wij zijn erg sterk en machtig, door uw eigen domheid. Ik zou maar oppassen.” Aphrodite was enorm beledigd door zijn woorden en liet hem meteen vermoorden. Ineens werden de mensen een heel stuk angstiger. Maar toch verloren zij hun kracht niet; want nog steeds waren zij met veel en veel meer dan de goden en dachten ook sterker te zijn. 2 jaar werd er oorlog gevoerd en velen mensen werden gedood. Zij waren tenslotte sterfelijk, de goden niet. Falistos had nu echt de moed opgegeven. Vlak voor een nieuw gevecht begon ging hij naar de goden toe: “O beste goden, godinnen, ik weet dat ik u vreselijk vernederd heb, dat ik u heb beschaamd en belachelijk gemaakt heb, maar u moet weten, ik heb enorm veel spijt van mijn daden. Houd alstublieft op met deze oorlog, stop mensen te doden. Alles wat ik wil is dat de mens blijft bestaan. Verder mag u alles nemen wat u wilt. Maar laat ons leven, laat ons toch alstublieft in leven!” De goden moesten diep nadenken. “En wat hebben we dan aan die mensen?” Vroeg Poseidon. “Hmm,” zei opperheer Zeus, “ik heb wel een idee wat we met dit ras aankunnen.” Die dag werd een vergadering gehouden bij de goden en werd er niet meer gevochten. De volgende dag kwamen zij naar de mensen toe: “Mensen, gister is uw leider Falistos bij ons geweest. Erg gedurfd na alles wat hij ons heeft aangedaan. Maar ondanks dat, hebben wij een compromis bedacht. Dit is wat er gaat gebeuren: Een deel van jullie kracht, wijsheid en schoonheid zal afgenomen worden. Dit omdat er een duidelijk verschil moet zijn tussen de mens en de goden. Dit mag zeker niet weer gebeuren. Verder zal een verplichting zijn dat jullie ons het hele leven eren, waaruit wij de kracht kunnen halen jullie te helpen. Maar twijfel nooit meer aan ons. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, zullen wij de mensheid laten bestaan. In de 2 jaar waren de mensen zover verzwakt dat ze hier enorm blij mee waren.
En zo ging het.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het is een interessante verhaal!