Normatieve ethiek: de deugdethiek

Door Mbk282 gepubliceerd op Monday 06 January 21:44

We are what we repeatedly do. Excellence, then, is not an act, but a habit.”

De deugdethiek is een normatieve ethiek die haar oorsprong vindt bij Aristoteles. In tegenstelling tot het utilisme en de plichtethiek geeft de deugdethiek geen antwoord op de vraag ‘hoe goed te handelen?’, maar op de vraag ‘hoe een deugdelijk (goed) persoon te worden?’. De gedachte hierachter is dat het geen zin heeft om universele handelingsnormen voor te schrijven omdat de goedheid van handelingen volledig contextafhankelijk is (denk aan een moord plegen, op Adolf Hitler). Wat wel zin heeft is om te proberen een deugdelijk persoon te worden. Deugdelijke personen weten in elke situatie namelijk intuïtief hoe zij goed moeten handelen.

                Maar hoe wordt men dan deugdelijk? Dit doet men door de deugden uit te oefenen. Oké, maar wat zijn dan deugden? Deugden zijn bewonderingswaardige eigenschappen, zoals moed, kracht en eerlijkheid. Om deugdelijk te worden moet men een voorbeeld nemen aan grootse personen, zoals de Homerische helden. Het ultieme doel van elk mens volgens Aristoteles is “de verwerkelijking van de ziel, krachtens de volkomen deugd”. Het doel van de mens is dus om volkomen wijs, volkomen mooi, volkomen vriendelijk enz. te worden. Hoewel dit voor lang niet iedereen is weggelegd (volgens Aristoteles zelfs slechts voor de filosoof), is ook de onvoltooide benadering ervan nastrevenswaardig.

                Een term die onlosmakelijk verbonden is met Aristoteles, is ‘de gulden middenweg’. Deze middenweg ligt tussen twee extremen en geeft daarmee de locatie van de deugd aan. Zo ligt moed ergens tussen overmoed en lafheid, en kracht ergens tussen teveel en te weinig kracht. Maar dat deugd X ergens tussen ‘te veel X’ en ‘te weinig X’ ligt, is vrij triviaal. Aristoteles legde zelf dan ook meer nadruk op het navolgen van grootse personen. Toch valt er wel wat uit dit populaire gezegde te leren, namelijk dat deugden nooit extremen zijn. Een eerlijk persoon is bijvoorbeeld niet iemand die altijd de waarheid spreekt, maar iemand die de waarheid spreekt op de goede momenten.

          Aristoteles stelde dus dat wanneer iemand zijn deugden veel uitoefent, hij deugdelijk wordt. En hij stelde ook dat wanneer hij eenmaal deugdelijk is geworden, hij zal genieten van de uitoefening van zijn deugden. Hierdoor wordt het weer makkelijker voor hem wordt zijn deugden uit te oefenen en deugdelijk te blijven, en zo komt hij in een positieve vicieuze cirkel. Vandaar afsluitend nogmaals dit onschatbaar waardevolle levensadvies van Aristoteles zelf: “We are what we repeatedly do. Excellence, then, is not an act, but a habit.”

 

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
“We are what we repeatedly do. Excellence, then, is not an act, but a habit.”
Sprak Aristoteles Engels? :)
Helder! Mooi uitgangspunt en een loffelijk streven om te komen tot het zijn van die deugdelijke mens en ontplooide ziel. Oefenen dus is het devies.