Verwrongen

Door Mars1966 gepubliceerd op Sunday 05 January 11:50

Hoofdstuk 1

Harry Bos verliet zijn tweekamerappartement in de binnenstad van Elfhoven om boodschappen te gaan doen. Meestal deed hij dat één of twee keer per week en dan bij voorkeur in de avond. Het was dan niet zo druk in de winkel. Overdag had hij bovendien weinig tijd want hij was erg druk met zijn administratiebedrijf.

Sinds hij zijn diensten had aangeboden aan bedrijven om voor hen de administratie te doen had hij het langzamerhand drukker gekregen. Eerst deed hij het werk naast zijn baan als medewerker administratie bij een logistiek bedrijf maar uiteindelijk kreeg hij zoveel opdrachten dat hij zijn baan had opgezegd en voor zichzelf was begonnen.

Het was een stap waar hij lang over had nagedacht maar uiteindelijk trok hij de stoute schoenen aan.

Hij had zich gerealiseerd dat hij als vrijgezelle man van 31 de stap makkelijker kon zetten dan als hij een vriendin zou hebben of getrouwd zijn.

Maar nu was het dan weer donderdagavond, boodschappenavond. Hij hoopte dat hij weer zou kunnen afrekenen bij zijn favoriete caissière. Die zat er vaak op donderdag en ze maakten dan altijd en praatje. Niet dat hij nou verliefd op haar zou worden, ze was een jaar of zestien, maar het was toch altijd weer een moment om naar uit te kijken. Als ze er niet zou zitten zou het toch jammer zijn.

Al mijmerend liep hij door de lange winkelstraat. Er waren nog behoorlijk wat mensen op de been. Op de andere stoep enkele meters achter Harry liep een man met een grote hoed op foto’s te maken. De digitale camera kwam regelmatig in actie. Sommige passanten zagen de man lopen en vroegen zich af wat een toerist zo mooi vond aan Elfhoven. Het was een plaats zonder toeristische hoogtepunten. Elfhoven was een doorsneeplaats in het midden van Nederland.

De man met de hoed dacht daar anders over. Regelmatig deed de digitale camera zijn werk. Met name toen Harry de plaatselijke homobar passeerde was de fotograaf druk bezig.

Harry had geen oog voor dit alles. Hij bereikte de supermarkt en deed zijn boodschappen.

Gelukkig zat de caissière op haar plaats en met een glimlach vroeg ze hoe Harry het maakte.

En zo maakte ze hun wekelijkse praatje. Glimlachend verliet Harry de winkel en liep terug naar huis. Het was inmiddels iets minder druk in de stad.

De man met de hoed was er echter nog steeds. De man had het laatste halfuur een beetje lopen dralen. Foto’s had hij even niet gemaakt. Nu Harry weer onderweg was, maakte de man nog een paar foto’s.

Harry liep onwetend van dit alles tevreden terug naar zijn appartement.

Nadat Harry de deur van zijn huis achter zich dicht deed, verloor de man met de hoed zijn belangstelling voor zijn fototoestel. Hij liep de straat uit en ging rechtsaf.

Hij was erg benieuwd naar het resultaat van zijn foto’s.

Hoofdstuk 2

De vrijdag verliep zoals altijd met veel werk. Maar het weekend kondigde zich aan en Harry stopte een uurtje eerder, nam de tijd om een lekkere maaltijd te bereiden en ging ’s avonds rond 10 uur naar de kroeg. Dat deed hij wel vaker. Café Buitelaar was een gezellige kroeg voor oudere jongeren. Niet dat gekrijs van tieners maar gewoon lekker kletsen met een drankje. Wel muziek maar niet dat eeuwige, gekmakende gebonk.

Het was druk toen Harry arriveerde en hij zag tot zijn genoegen alweer diverse bekenden zitten. Glimlachend liep hij naar zijn vrienden toe. Zij keken hem allemaal grinnikend aan. “He wipper!!”, riep Theo, een jongen van 36, die hij in de kroeg had leren kennen en met wie hij bevriend was geraakt. “Vakantieman, is ie al stijf?!!”, joelde Gerard, één van de leden van het koor, waarin Harry zong. Harry lachte als een boer met kiespijn en vroeg zich af waar hij dit aan verdiend had. “Ongelooflijk, jij lust er wel patat van!”, schaterde barman Jaap. “Waar gaat dit over?”, vroeg Harry verbaasd. “Ha, ha, ha, ha”, lachte iedereen en toen zag Harry de foto. Hij zag een naakte vrouw met grote borsten en een man die haar uitgebreid bevredigde. Het hoofd van die man op de foto was van hemzelf. Daar kon geen enkele twijfel over bestaan. Harry kleurde enigszins, wat rondom hem nog veel meer gelach veroorzaakte. “Dit kan helemaal niet. Die foto is gemanipuleerd!”, zei hij maar iedereen had nog steeds de grootste lol. “Tuurlijk, Harry!”, schaterde Theo. Harry bekeek de foto nog eens goed. Het was zij hoofd, geen twijfel aan en het was niet te zien dat de rest van het lichaam niet aan hem toebehoorde. Degene die de foto had gemanipuleerd had vakwerk geleverd. Hij vroeg zich af wanneer de foto van zijn hoofd gemaakt was en wie dat gedaan had. Hij vroeg wie die prachtfoto had gemaakt maar niemand kon hem dat vertellen. Hij was er zomaar geweest toen ze in de kroeg waren. Harry Bos besloot het verder maar te laten rusten en lachte met zijn vrienden mee. Door het vele bier moest Harry regelmatig naar het toilet. Teruglopend naar de bar passeerde hij de kapstokken. Harry Bos had geen oog voor de jassen die er hingen. Ook niet voor de grote hoed bovenop de kapstok.

 

Hoofdstuk 3

De post werd bij Harry Bos altijd in de middag bezorgd. De volgende dag echter klepperde al ’s ochtends vroeg de brievenbus. Een bruine envelop gleed naar binnen. Op de adressticker stond enkel: “Aan Harry”. Harry was onwetend van dit alles want hij sliep nog. Was hij wakker geweest dan had hij een man met een hoed door de straat kunnen zien lopen, die na het afleveren van de envelop op weg was naar huis. Het was op dat moment erg rustig in de straat. Alleen de poes van de overbuurvrouw had de man waargenomen. Ze keurde de man geen blik waardig maar had meer oog voor een merel, die in een boom zat te zingen.

Anderhalf uur later was Harry opgestaan en zag hij de envelop op de deurmat liggen. Heel soms bracht een klant wel eens post voor hem dus heel gek keek hij er niet van op. Toen zag hij de adreswikkel maar ook dat vond hij niet zo vreemd. Hij werd wel steeds nieuwsgieriger naar de inhoud van de envelop. Hij ritste hem open en bekeek de inhoud. Er zaten twee foto’s in de envelop. Eén foto was genomen in Café Buitelaar en toonde Harry in het gezelschap van zijn vrienden, terwijl hij de foto met de rondborstige dame bekeek. Harry keek nog eens goed en zag dat al zijn vrienden op de foto stonden en ook de barkeeper. Hij vroeg zich af wie de foto kon hebben gemaakt. Een beetje grinnikend keek hij naar de tweede foto. De glimlach verdween langzaam en maakte plaats voor een wat vragend gezicht. Op de tweede foto stond een hoed afgebeeld…..

Deze zaterdag was het weer druk in Elfhoven. Mensen uit de omgeving kwamen hier hun boodschappen doen. Elfhoven was niet rijk aan mooie gebouwen maar het winkelassortiment was prima in orde. Middenin het winkelcentrum begon een man van 31 jaar opeens vreemd gedrag te vertonen. Hij begon te schreeuwen en keek verwilderd uit zijn ogen. Mensen keken hem bevreemd aan en gingen een stapje opzij. “Laat hem weggaan!”, schreeuwde de man. Spuug hing uit zijn mond en sproeide in het rond. Een man met een net pak kreeg een lading mee en keek boos naar de man, die met zijn vuisten op een muur begon te bonken. Hij schreeuwde nog een paar keer: “Laat hem weggaan!”. Een oudere mevrouw liep naar de man toe en begon hem te kalmeren. Hij bleef eerst nog wild op de muur slaan maar werd allengs rustiger. “Wie moest er nou weggaan?”,vroeg ze de man. Hij keek naar de grond maar zei niets. De oudere mevrouw probeerde het nog een paar keer maar ving bot. “Laat me met rust”, zei de man terwijl hij weg begon te lopen. Hij was nu rustig maar zijn ogen stonden bang. Terwijl hij de winkelstraat van Elfhoven verliet prevelde hij van binnen steeds hetzelfde: “Laat hem weggaan. Laat hem weggaan. Laat hem weggaan. …..De hoed.”

Hoofdstuk 4

Een week lang gebeurde er niets bijzonders. Harry had de hem toegestuurde foto’s weggegooid en toch aan een flauwe grap gedacht. Nu was het opnieuw zaterdag en Harry zat in de trein op weg naar Santpoort Noord. Vanaf daar wilde hij een lange wandeling in de Kennemer Duinen maken. Vandaag was het prachtig weer. De laatste nevelslierten maakten plaats voor een blauwe lucht met slechts wat windveren. Het beloofde een perfecte dag voor een lange wandeling te worden. De trein was voor ongeveer de helft bezet en her en der voerden reizigers drukke gesprekken. De trein naderde het station van Bussum. Diverse reizigers wilden hier uitstappen. Kort voordat de trein het station binnenreed werd de dienstdoende conducteur benaderd door een man. De man had een setje foto’s in zijn handen en overhandigde die aan de conducteur. “Deze foto’s zijn verloren door een man die verderop in de trein zit. Ik zou ze zelf aan hem kunnen geven maar ik moet er hier uit. Kunt u ze aan hem geven. Hij zit twee coupe’s verderop.” De trein was inmiddels gestopt en de man stapte uit.

“Wat een aparte hoed.”, peinsde de conducteur terwijl hij de man nakeek. Na gefloten te hebben voor vertrek, kon de conducteur de verleiding niet weerstaan even in het mapje foto’s te kijken. Hij trok een vies gezicht en sloot het mapje met een klap. Harry Bos zag de conducteur aankomen en voelde in zijn broekzak op zoek naar zijn treinkaartje. De conducteur controleerde echter niet en liep recht op hem af. In zijn hand had hij een mapje. “Goedemiddag meneer. Een reiziger heeft gezien dat u dit verloren bent. Ik zou het maar goed opbergen want dit is niet voor andermans ogen bestemd.”

De conducteur had een strenge stem en er lag een blik in zijn ogen, die Harry niet beviel. Harry Bos trok een beetje wit weg en zijn hart begon te bonzen. Hij vertelde de conducteur dat hij helemaal geen foto’s had verloren maar die leek hem niet te geloven en liep snel weg. Harry bekeek het mapje. Er zat een papiertje in met de tekst “Mijn hoogtepunten.” Met toenemend onbehagen bekeek Harry de foto’s. Een eerste foto was onschuldig en was van hem gemaakt terwijl hij ergens in Elfhoven liep. De conducteur had hem hieraan makkelijk herkend. Een tweede foto toonde Harry voor de homobar.

De andere vijf foto’s toonden naakte mannen in allerlei poses. En Harry was op alle foto’s te zien, althans het hoofd van Harry want de foto’s waren allemaal bewerkt. En dat was professioneel gebeurd. Met een rood hoofd bekeek hij de foto’s. Hij was geen tegenstander van homoseksualiteit maar dit vond hij toch niet prettig. Het meisje dat tegenover hem zat keek Harry aan. Zij kon de foto’s niet zien maar had wel Harry’s rode hoofd gezien. Toen Harry de aandacht van het meisje tegenover hem opmerkte, borg hij het mapje snel op en ging uit het raam kijken. Hij vroeg zich af wie deze grap met hem uithaalde. Hoewel grap? Hij vond het niet leuk meer. Met zijn hoofd vol gedachten bracht hij de rest van de dag door. De wandeling was toch niet meer zo leuk als de bedoeling was geweest en halverwege de middag keerde hij terug naar Elfhoven.

Hij stapte uit de trein en liep door de stationshal naar buiten. Op de grond zag hij iets liggen maar hij liep door. Na enkele stappen gedaan te hebben stond hij opeens stil. Was het geen foto geweest die daar lag?

Ach nee, het was gewoon een stuk papier.

Hij liep weer enkele meters en stond toen weer stil. Een andere reiziger botste bijna tegen hem op en liep boos mompelend door.

Het zou toch echt geen foto zijn?

Zijn hoofd schuddend wilde hij opnieuw doorlopen maar plotsklaps draaide hij zich om en liep naar de plek waar hij iets had zien liggen. Het lag er nog steeds. Hij bukte zich en raapte het op. Het was inderdaad een foto. Harry Bos stond er in vol ornaat op samen met een andere naakte man. Opnieuw een perfect gemanipuleerde foto… Hevig geschrokken liep Harry naar huis. De tranen stonden in zijn ogen. Dit was niet meer grappig. Iemand wilde hem een loer draaien. Met trillende handen opende hij zijn huisdeur. Er was weer post. De bruine envelop trok meteen zijn aandacht. Het etiket met de tekst Aan Harry ontbrak niet. Hij ritste de envelop open en zag meteen weer een foto. De hoed grijnsde hem toe.

 

Hoofdstuk 5

Die nacht had Harry Bos last van nachtmerries. De man met de hoed drong zich in allerlei enge gedaantes aan hem op. Geschrokken van zijn dromen kleedde Harry zich die zondag aan. Wat gebeurde er toch allemaal? Iemand wilde hem voor gek zetten. En dan die rare hoed? Even overwoog Harry Bos om naar de politie te gaan. Maar ze zouden hem waarschijnlijk voor gek verklaren en het beschouwen als een flauwe grap. Die zondag werkte hij nog wat administratie af en geleidelijk aan kwam hij weer wat tot rust. ’s Avonds was er een repetitie van het koor waarin hij zong. Een week later zouden ze zingen in de gereformeerde kerk van Elfhoven. Het koor bestond uit twintig leden, 12 meisjes en acht jongens. Eens in de twee weken repeteerden ze in een zaaltje van de kerk. Regelmatig waren ze aanwezig bij kerkdiensten in de regio en jaarlijks was er een groot optreden waar altijd een paar honderd mensen op afkwamen.

Die avond was hij aan de late kant. De meeste koorleden waren al aanwezig. Toen hij binnenkwam draaide iedereen zich naar hem om. Het was even stil. Harry groette en hier en daar werd iets teruggemompeld maar ze bleven hem aankijken. “Is er iets?”, vroeg Harry en een gevoel van onrust begon hem alweer te bekruipen. Even bleef het stil en toen liep Katja naar een kast, haalde daar iets uit en toonde het aan Harry. “Wat weet jij hiervan?”, vroeg ze en keek hem met een verbaasde blik aan. Het was een poster. Een grote poster. En op die poster stond de foto van Harry met een andere man, dezelfde foto die Harry in de trein had gezien maar nu sterk uitvergroot. “Deze poster was op de deur van de kerk geplakt toen wij binnenkwamen.”, vertelde Katja. “Ben jij dit echt?”. Alle kleur was inmiddels uit Harry’s gezicht verdwenen. Hij voelde zich duizelig worden. “Die foto is gemanipuleerd.”, stamelde hij. “Iemand probeert me erin te luizen. Ik snap niet waarom.” Met horten en stoten vertelde hij wat hem overkomen was. De koorleden leken het te geloven en met enige vertraging gingen ze repeteren. Harry was vanavond niet op dreef. Gedachten spookten in zijn hoofd. De meeste leden van het koor waren niet zo tolerant tegen homo’s als hij. Sommigen geloofden dat het een ziekte was. Slechts enkelen stonden er helemaal open tegenover. Degene die hem dit geflikt had, wist ongetwijfeld wat voor reactie de foto bij de koorleden zou oproepen. Na de repetitie ging iedereen nog even wat drinken. Harry bleef ook nog even. Hij praatte nog wat met enkele koorleden maar over de foto werd niet meer gesproken. Harry Bos kreeg het gevoel dat sommige koorleden hem ontliepen. Chris sprak hem bijvoorbeeld helemaal niet aan terwijl dat meestal wel zo was. Hij besloot op tijd naar huis te gaan. Thuisgekomen bleef hij stokstijf staan. Er was een poster op zijn raam geplakt.

Plotsklaps werd hij woedend.

Wie deed hem dit aan?

Hij scheurde de poster boos van zijn raam. Het was een identieke poster als degene die bij het koor was achtergelaten. Vertwijfeld vroeg hij zich af hoe lang de poster daar al hing en wie hem eventueel gezien had. Bij binnenkomst zag hij de envelop meteen. De inhoud kon hij wel raden. De hoed bleek dit keer op posterformaat gemaakt.

 

Hoofdstuk 6

Dinsdagochtend in alle vroegte verstoorde een gasexplosie de stilte in Meerburg, een klein dorp nabij Elfhoven. Ruiten in de omgeving sprongen, alarmen gingen loeiend af en de meeste bewoners van Meerburg werden ruw uit hun slaap gewekt. Na de explosie brak een kleine brand uit maar die was na aankomst van de brandweer snel onder controle. Van het ontplofte appartement was niet veel meer over. Naast- en bovengelegen appartementen raakten beschadigd. Voor het verwoeste appartement trof de brandweer een gewonde man aan. Door de explosie werd hij naar buiten geslingerd maar van verwondingen was wonder boven wonder nauwelijks sprake. Het had veel erger kunnen aflopen.

Nader onderzoek leerde later dat deze man de explosie zelf had veroorzaakt.

Het bleek om een poging tot zelfmoord te gaan. Buurtbewoners spraken over een eenzame man, die vooral de laatste tijd wel eens rare dingen deed op straat. Soms liep hij te schreeuwen en een andere keer was hij door buurtbewoners gezien toen hij een hoed op de straat kapot trapte. Eén buurtbewoner wist te vertellen dat de man korte tijd geleden enkele keren door het lint was gegaan in het centrum van Elfhoven. Hij had iets geschreeuwd over een hoed. De buurtbewoner dacht dat de man een meervoudige persoonlijkheidsstoornis aan het ontwikkelen was. De man was bij de plaatselijke psychologen en psychiaters niet bekend. Uit onderzoek in het verwoeste appartement kwamen verder geen vreemde zaken aan het licht. Behalve dat de man een fascinatie voor hoeden leek te hebben.

 

Hoofdstuk 7

De Elfhovense Courant bracht het nieuws van de gasexplosie op de voorpagina. Hij las het terwijl hij in zijn ochtendjas op de bank zat. Zijn gevoelens waren dubbel. Hij wilde wraak maar hij wilde geen doden. En slechts door puur geluk was deze man niet om het leven gekomen. Hij had de nu gewonde Peter Zalm enkele maanden gevolgd met zijn digitale fototoestel. Regelmatig had hij foto’s gemaakt. Op zijn computer had hij zitten knutselen met allerlei foto’s en dat had plaatjes opgeleverd waar Peter Zalm niet blij mee was. Overal had hij Peter geconfronteerd met foto’s. Op zijn werk als verkoper in een Christelijke kledingzaak, in het café waar Peter soms kwam, Café Buitelaar, en op willekeurige plaatsen in het dorp Meerburg. En na iedere geslaagde actie kreeg Peter een envelop met inhoud thuis. Die bevatte de gemanipuleerde foto’s en altijd ook een foto van een hoed. Hij grijnsde. Wat zou Peter gedacht hebben als er weer zo’n foto in de brievenbus gleed? En Peter zou niet naar de politie lopen. Daar zou hij zich veel te veel voor schamen. En voor de veiligheid had hij ook nog wat speciale foto’s achter de hand. Hij had ze bij Peter niet hoeven gebruiken.

Hij had gemerkt hoe Peter langzamerhand in een isolement kwam.

De kledingzaak had “in goed overleg” met Peter een einde gemaakt aan zijn dienstverband. Vrienden kwamen nauwelijks meer over de vloer in het appartement waar Peter woonde en in Café Buitelaar werd hij helemaal niet meer gezien. Hij had het allemaal zien gebeuren.

En wat nog mooier was, Peter bleek een kwetsbare persoonlijkheid, hij werd geleidelijk aan een beetje gestoord. Ging hij spontaan schreeuwen op straat of in zijn appartement. In het centrum van Elfhoven was het heftig geweest. Spuug vloog daar in het rond. Jaja, hij had Peter gesloopt en eigenlijk was dat best snel gegaan. Dat die sukkel zichzelf zou opblazen had hij echter niet verwacht. Misschien moest hij Peter Zalm voorlopig maar met rust laten. Hij had zijn doel bereikt. Hij legde de krant weg en keek naar de grote hoed die voor hem op tafel lag. Hij was namelijk nog niet klaar. Er was nog een muis die Harry Bos heette. En hij zou hem als een kat achtervolgen en uiteindelijk toeslaan. Die homofoto’s hadden hun werk ongetwijfeld gedaan.

Maar de foto’s die op het tafeltje naast hem lagen zouden nog veel destructiever zijn. Voor Harry Bos was het nog maar net begonnen. De man met de hoed glimlachte en ging naar boven om zich aan te kleden.

 

Hoofdstuk 8

Harry Bos deed administratief werk voor diverse kleine bedrijfjes. Eén van die bedrijfjes was een klusbedrijfje. Een loodgieter, timmerman en c.v.-monteur werkten er samen en Harry deed de administratie. Ieder jaar gingen klusjesman Nico Verlinde en Harry even om de tafel zitten om te overleggen hoe alles ging en deze vrijdag was het weer zover. Harry fietste naar een bedrijventerrein in het noorden van Elfhoven en even later zat hij tegenover Nico, die hem vorsend aankeek. Meestal werden met een drankje en een hapje bij de hand snel wat zaken doorgenomen. Nu zaten ze echter in de werkplaats en maakte Nico geen aanstalten om drinken te halen. Het was een tijdje stil en toen zei Nico: “Ik wil gebruik maken van de mogelijkheid om het contract zo spoedig mogelijk op te zeggen.”

Harry keek de man tegenover hem verbaasd aan en zei na enige tijd: “Bent u niet tevreden over mijn dienstverlening? Daar kunnen we toch over praten?” “Er valt hier niet over te praten. Ik wil het anders gaan regelen en wil het contract beëindigen.” Harry Bos begon zich te realiseren dat hij zojuist een goede klant kwijt was geraakt. Hij probeerde duidelijkheid te krijgen over de beweegreden van Nico om niet meer van zijn diensten gebruik te maken maar die wilde daar niets meer over zeggen. “Ik zou het op prijs stellen als u nu vertrekt.”, zei Nico. Harry Bos was verbijsterd en kon even niets zeggen. “En neem uw rommel mee.”, zei Nico Verlinde opeens bruusk en gooide een mapje op tafel. Harry kreeg opeens een akelig gevoel van deja vu. Hij pakte het mapje zonder erin te kijken en spoedde zich naar huis. Daar zag hij tussen de post alweer de vertrouwde envelop, die hem leek aan te grijnzen. Met bibberende handen opende hij het mapje en de envelop. In beide zaten enkele identieke foto’s. Harry Bos schrok geweldig toen hij ze zag. Tot dusverre waren de foto’s vunzig geweest maar dit was afgrijselijk.

Naakte kinderen…… en een man die op een perverse manier met ze bezig was. Zijn eigen hoofd kon niet missen op deze gruwelijk gemanipuleerde foto. Kinderporno. Oh mijn God, dat kon toch niet waar zijn. Harry Bos werd misselijk en rende naar de wc om over te geven. Gemanipuleerde foto’s waarop Harry gekoppeld werd aan kinderporno werden gebruikt om hem in een kwaad daglicht te stellen. Hij had zojuist een contract verloren door iemand die hem probeerde te vernietigen. De realiteit drong langzaam tot de misselijke Harry Bos door. Wie hem dit aandeed wist hij absoluut niet. Alleen die rare foto’s van hoeden zouden een aanwijzing kunnen zijn maar Harry snapte er niets van. In de inmiddels welbekende thuisbezorgde bruine envelop zat ook weer een foto van een hoed. Harry nam een besluit. Hij zou morgen naar de politie gaan.

Hoofdstuk 9

Mevrouw Bos was een deftige vrouw van 61 jaar, die enkele jaren terug haar man had verloren door kanker. Dat was een hele klap geweest voor haar en haar zoon Harry. Maar zo langzamerhand hadden Harry en zij ermee leren leven. Regelmatig gingen ze nog samen naar het plaatselijke kerkhof om bij het graf van pa te kijken. Deze vrijdag maakte mevrouw Bos een ommetje door de wat duurdere wijk van Elfhoven, waar ze woonde. Het was rustig op straat. Alleen verderop zag ze iemand lopen met een fiets aan de hand. Het was een wat jongere man. Ze kon het niet goed zien maar ze had het idee dat hij een fototoestel bij zich had. In ieder geval droeg hij een grote hoed. De man liep een zijstraat in en ze zag hem verder niet meer. Hij haar wel.

Zijn fototoestel deed zijn werk.

Later fietste de man naar het plaatselijke kerkhof. Daar moest hij ook nog wat foto’s maken.

 

Hoofdstuk 10

De man met de hoed was alert. Hij had zijn grote troef uitgespeeld. Nadat hij mevrouw Bos vrijdag een tijdje had gevolgd was hij teruggefietst naar de omgeving van het appartement van Harry Bos. Hij was net op tijd geweest om Harry te zien wegfietsen. Dat was een meevaller. Hij had Harry Bos gevolgd naar het industrieterrein en had met eigen ogen gezien dat de foto’s het gewenste effect hadden gehad. De man met de hoed was blij maar ook op zijn hoede. Hoe zou Harry Bos reageren? Hij moest zaterdag maar bij hem in de buurt blijven. Maar eerst de foto’s met mevrouw Bos bewerken.

Nu was het zaterdag en Harry Bos verliet zijn huis en ging op weg naar het politiebureau. Na de angst en de machteloosheid was hij nu boos. De wallen onder zijn ogen verraadden een slechte nachtrust. Het  politiebureau van Elfhoven lag op tien minuten lopen van Harry’s appartement. Harry liep snel en was inmiddels halverwege.

De man met de hoed bleef dicht bij Harry in de buurt. Die liep nu door het centrum van Elfhoven maar leek niet te stoppen. De man vroeg zich af of Harry naar de politie zou gaan. Het leek hem niet onwaarschijnlijk. De kinderpornofoto’s moesten als een mokerslag zijn aangekomen. Harry Bos liep twintig meter voor hem en sloeg aan het einde van een drukke winkelstraat rechtsaf. Dit was wel dergelijk de straat waaraan het politiebureau gelegen was. Het zou nog een paar honderd meter lopen zijn. Hij was de afgelopen nacht bezig geweest de foto’s met mevrouw Bos in de hoofdrol te bewerken. Daarna was hij in slaap gevallen en was eigenlijk te laat wakker geworden om de foto’s nog ongemerkt in Harry’s brievenbus te doen. En nu leek dringende actie geboden. Heel dringend…….

Harry Bos was op zo’n honderd meter van het politiebureau toen hij het gerinkel van een fietsbel hoorde. Hij keek opzij en zag een man met een grote hoed langsfietsen. De man gooide een mapje in zijn richting. Het kwam enkele meters achter Harry op de grond terecht. Een vrouw met een hondje liep vlak achter hem en maakte aanstalten om het mapje te pakken. Harry keek verbijsterd naar de nu snel wegfietsende man en vervolgens naar het mapje. In een reflex pakte hij het van de grond vlak voordat de mevrouw met het hondje dat kon doen. “Dat mapje is voor mij. Sorry.”, stamelde hij tegen de vrouw. Die haalde haar schouders op en vervolgde haar weg.

Harry Bos opende het mapje en bekeek de foto’s. Even later zat hij geschokt op een tuinmuurtje. Een half uurtje later liep hij terug naar zijn woning. Verslagen.

Hij zou er niet meer aan denken om naar de politie te gaan….

 

Hoofdstuk 11

De foto’s logen niet. Zijn moeder stond er prominent op. Gefotografeerd tijdens één van haar wandelingen in de buurt. Gefotografeerd ook op de begraafplaats tijdens een bezoek aan het graf van zijn vader.

Er waren ook enkele foto’s met alleen maar grafstenen. Op één van die stenen stond de naam van zijn moeder. Als overlijdensdatum stond een datum genoemd. Dat zou over twee weken zijn……

Over twee weken!!!!!

Op een briefje , dat aan de foto’s was toegevoegd stonden twee woorden: “Geen Politie.”

De onvermijdelijke foto van de hoed ontbrak ook deze keer niet. Harry besefte het onvermijdelijke: zijn moeder werd met de dood bedreigd. Als hij naar de politie zou stappen, zou het leven van zijn moeder gevaar lopen. Wie haatte hem zo, om hem dit aan te doen?

De vraag schoot voortdurend door Harry’s hoofd maar antwoorden kwamen er niet.

 

Hoofdstuk 12

De maanden die volgde waren een hel voor Harry Bos. Regelmatig werd hij geconfronteerd met nare foto’s. Vaak met kinderen erop. Dan was er weer één op zijn huis geplakt. Dan lag er een foto op straat als hij door het stadshart liep. Zelfs toen hij een keer een boswandeling maakte, was een foto vastgeplakt op een boom. Hij kon zich niet voorstellen dat hij alle foto’s op tijd kon onderscheppen voordat anderen ze zagen. Hoeveel foto’s zouden nu in het bezit van anderen zijn? Met het administratiebedrijf van Harry Bos ging het langzaam bergafwaarts. Steeds meer klanten zegden hun contract met hem op. Vaak was hun reden een vage. Ze gingen het zelf doen of hij was te duur.

Maar Harry wist wel beter. De foto’s deden hun verwoestende werk. De klanten wilden niet met Harry Bos in verband worden gebracht. Sommigen waren zo eerlijk om hem dat te vertellen. Ze geloofden onvoorwaardelijk dat de foto’s gemanipuleerd waren maar toch wilden ze het contract verbreken. Hun goede naam stond op het spel. Gelukkig bleven nog een paar trouwe klanten over maar Harry Bos zag zich genoodzaakt zich in te schrijven bij een uitzendbureau, want met de overgebleven klanten was geen droog brood te verdienen. Harry kreeg ook steeds meer het idee dat hij nagekeken werd op straat. De caissières in de supermarkt maakten minder vaak een praatje. Ze deden hun werk snel en kortaf en leken blij als hij weer weg was. Of beeldde hij zich dit maar in?

Het ging Harry Bos meer en meer op de zenuwen werken en langzaam maar zeker gedroeg hij zich steeds schichtiger op straat. En dat maakte nu juist dat de mensen hem nog meer gingen mijden.

Een bezoek aan Café Buitelaar werd een kwelling. Niemand verweet hem iets maar als hij kwam vielen gesprekken dood en hij hoorde er niet echt meer bij. Na twee maanden had Harry Bos het wel gezien in Café Buitelaar. Hij had alleen nog maar het koor. Hier waren er wel enkele personen die hem steunde maar helaas was er ook een groepje die hem buitensloot. Na drie maanden vroeg de dirigent van het koor Harry om een keer langs te komen. Even werd gesproken over koetjes en kalfjes maar al snel kwam de dirigent ter zake. “Ik moet je iets vragen wat me zwaar op het hart ligt. Natuurlijk weet ik wat er de laatste tijd allemaal met jou gebeurd. Die vunzige foto’s met jou erop, die door iemand worden verspreid. Ik geloof onvoorwaardelijk dat jij er niets mee te maken hebt maar toch wil ik je vragen voorlopig te stoppen met zingen in het koor.”

Harry Bos kreeg voor de zoveelste keer de laatste maanden een schok. Het koor was een strohalm voor hem geweest maar nu werd hem dat ook ontnomen. “Dat gedoe met die foto’s zorgt ervoor dat er binnen het koor twee kampen ontstaan. Eén kamp steunt je volledig maar het andere wil je liever kwijt.”, vervolgde de dirigent. “Dit zorgt voor veel onrust in het koor en dat komt de zangprestaties en saamhorigheid niet ten goede. Er zijn al vijf mensen bij me geweest met het verzoek je uit het koor te gooien.

Het is of zij of jij. Ik vind het vreselijk om je dit te zeggen maar als jij in het koor blijft, vertrekken er zoveel mensen dat het koor te klein wordt om nog goed te functioneren.” De woorden van de dirigent troffen Harry als een mokerslag. “Ik wil je dus nogmaals met klem vragen om voorlopig niet meer te komen. Mocht die fotozaak achter de rug zijn, dan kan je altijd terugkomen.” Harry Bos was volledig geknakt.

Hij pakte zijn jas en ging naar huis. Daar huilde hij geruime tijd. Toen de tranen op waren lag hij nog lang op bed. Van slapen kwam die nacht echter niet veel meer. De zomer bracht Harry Bos steeds meer eenzaamheid. Veel was hij kwijt: het koor, het café, veel van zijn administratiewerk, vrienden. Natuurlijk had hij nog wel contact met sommigen maar veel stelde het niet meer voor. Het zoeken naar uitzendwerk verliep heel moeilijk. De intercedentes werden geconfronteerd met een schichtige, verlegen jongen, die er slecht uitzag. Dat was niet bepaald een aansporing om hem aan werk te helpen.

Zijn moeder zag alles gebeuren maar kon niet helpen. Harry wilde nergens over praten. Zijn moeder vroeg hem beter voor zichzelf te zorgen maar dat leidde uiteindelijk tot ruzie. Zo werd zelfs de relatie met zijn moeder aangetast. Tijdens een warme zomer in Elfhoven bleek Harry Bos in toenemende mate geïsoleerd en vereenzaamd.

 

Hoofdstuk 13

De man met de hoed was tevreden over de vorderingen die hij maakte met Harry Bos. Veel hoefde hij eigenlijk niet meer te doen. De foto’s deden hun werk vanzelf. Wel bleef hij veel op pad om Harry in de gaten te houden maar hij had toch niets anders te doen. Hij was een sterk in zichzelf gekeerde man, sterk geïsoleerd en vereenzaamd. Hij leefde van een bijstandsuitkering en vroeg zichzelf wel eens af wat hij nog op deze aarde deed. Maar dan flikkerde de haat weer op en had hij weer brandstof om verder te leven.

Zijn geest was verwrongen. Enkel woede, frustratie en haat hielden hem op de been. En dus zag hij met blijdschap wat er met Harry Bos gebeurde. De zelfverzekerde Harry, die alles goed voor elkaar had, veranderde langzaam maar zeker in een gebroken, eenzame man. En de man met de hoed zag dat het goed was. Midden juli heerste in Nederland en hittegolf. Veel mensen vonden het veel te warm maar anderen genoten. De man met de hoed liep door het centrum van Elfhoven toen een vrouw hem tegemoet kwam. Ze zag er leuk uit, leek een jaar of 30 en had een grappig hondje aan de riem.

De man met de hoed had het idee dat hij haar wel eens vaker had gezien maar hij had nooit aandacht voor haar gehad. Alleen voor Harry Bos… Nu passeerde ze hem, keek hem met een lichte glimlach aan en zei gedag. Tot zijn eigen verbazing mompelde de man met de hoed iets terug en zo vervolgde beiden hun weg. De man met de hoed volgde Harry Bos maar was er niet helemaal meer bij met zijn gedachten.

Dat meisje had hem gegroet. Onvoorstelbaar……..

Ze had hem gegroet……

 

Hoofdstuk 14

Augustus werd voor de man met de hoed een maand om nooit te vergeten. Later zou hij nog veel aan deze maand terugdenken. Begin augustus had hij nog wel aandacht voor Harry Bos maar ook de vrouw met het hondje liet hem niet los. Zijn verwrongen geest maakte kennis met gevoelens die hij niet kende. Dat was heel verwarrend. Hij liep dagelijks in het centrum van Elfhoven. Maar was dat nu om Harry Bos in de gaten te houden of was het in de hoop de vrouw met de hond te ontmoeten? Hij wilde het voor zichzelf eerst niet toegeven maar het was steeds meer het laatste. Op de achtste augustus scheen de zon opnieuw aan een strakblauwe lucht.

De man met de hoed zat op een bankje in het centrum toen hij de vrouw met de hond in de gaten kreeg. Hij keek naar de naderende vrouw en zij keek terug. Zij glimlachte naar hem maar liep door. Maar tien meter verderop keek ze nog wel even om. Nog steeds met een glimlach De man met de hoed wist niet meer hoe hij het had.

Die glimlach……….

De haat als brandstof in zijn hoofd begon kuren te vertonen. Ze had naar hem gelachen.  Naar hem, de man zonder zelfvertrouwen, de man die jarenlang niet gelukkig was en enkel door wraakgevoelens op de been werd gehouden. Nooit had een meisje belangstelling voor hem gehad. Hij was altijd zeer verlegen geweest en had geen vrienden. En dan nu opeens deze vrouw…

Twee dagen later kwamen de twee elkaar opnieuw tegen. En de vrouw begon tegen hem te praten. Ze vond zijn hoed zo mooi Van het één kwam de dagen erna het ander. Ze praatten steeds vaker. Rond half augustus was praten niet meer voldoende en begonnen de twee te zoenen.

De schaduwen in zijn geest trokken zich langzaam terug. Licht brak langzaam door de duisternis maar er waren nog donkere plekken waar het licht niet bij kon komen.

Een paar weken na de eerste kus  kwam de vrouw met de hond voor het eerst thuis bij de man met de hoed. Hij had zijn hele huis schoongemaakt en overbodige troep weggegooid. Alle gemanipuleerde foto’s met Peter Zalm en Harry Bos verwijderde hij van de computer. Uitgedraaide foto’s werden vernietigd. Vandaag bleek voor de man met de hoed en zijn vriendin ook zoenen niet voldoende. De volgende dag voelde hij zich gelukkig. Althans bijna gelukkig.

Bijna……

Alleen die Harry Bos…. Er moest toch nog wat gebeuren. Een soort finale, zeg maar. Harry Bos had nog iets tegoed. Een koekje van eigen deeg. Dan pas zou hij het verleden kunnen afsluiten. Dan pas zouden de schaduwen definitief uit zijn geest kunnen verdwijnen. Actie was geboden. En snel……

Hoofdstuk 15

Op een vrijdagmorgen vroeg in september klepperde de brievenbus van Harry Bos voor het laatst op een ongebruikelijk tijdstip. De bekende bruine envelop gleed naar binnen. Met sticker uiteraard. Harry sliep een onrustige slaap. Erg rustig was zijn slaap al tijden niet meer. Zelfs tijdens de nacht liet de man met de hoed hem niet met rust. Dat ondanks het feit dat de laatste paar weken geen foto’s meer waren aangetroffen. Niet als Harry buiten liep en niet in één van die vermaledijde bruine enveloppen. Harry had zich de laatste dagen afgevraagd wat de oorzaak daarvan kon zijn. Hij had het niet geweten en toen hij na het wakker worden dan ook de bruine enveloppe op de deurmat zat liggen ontsnapte hem een diepe zucht. Natuurlijk was de man met de hoed hem niet vergeten.

De enveloppe leek hem als vanouds aan te grijnzen. “Open mij, voor meer mooie foto’s”, leek de enveloppe tegen hem te zeggen. Maar enveloppen konden niet praten, bedacht Harry zich, terwijl hij sloffend naar de voordeur liep. De enveloppe bevatte de bekende foto van een hoed en een briefje.

Dat was vreemd. Dit keer geen andere foto’s maar nota bene een geschreven briefje.

Wat was hier aan de hand?

Met trillende vingers opende Harry het briefje en las de inhoud.

Beste Harry. Als jij wilt dat je nachtmerrie stopt, kom dan zondagavond om 23.00 uur naar de vlaggenstokken bij de grasvelden achter de Julianaschool. Alleen. Jij en ik! Twee oude bekenden!. Het is de enige kans die je krijgt.

Harry Bos was stomverbaasd en volledig uit het lood gebracht door het briefje. Beste Harry stond er. En twee oude bekenden. De man met de hoed zou dus een bekende van hem moeten zijn. Harry kende de Julianaschool in ieder geval heel goed. Op deze middelbare school had hij zes jaar van zijn leven doorgebracht. De Julianaschool was een school voor MAVO, HAVO en VWO. Harry Bos was een goede leerling geweest en had het VWO met succes afgesloten. Waarom zou de man met de hoed nu juist daar met hem willen afspreken? Toeval? Of had de man met de hoed iets met de school te maken. De school was gelegen aan de rand van Elfhoven. De sportvelden van de school grensden aan een bos. Het was dus een wat achterafgelegen plek. Een mooie plek voor de man met de hoed om hem te spreken.

Om hem te vermoorden……

Alle kleur trok weg uit het gezicht van Harry Bos. Vermoorden….

Het was zomaar in zijn gedachten opgekomen en liet hem niet meer los. Hij zag zich daar in het donker aan komen lopen. Hij voelde de handen die zich als een stalen schroef om zijn hals legde en hem begonnen te wurgen. Het keiharde lachen van de man met de hoed weerklonk in zijn gedachten. Maar het was zijn enige kans om de nachtmerrie te stoppen had de man met de hoed geschreven. Als hij niet zou gaan zou de nachtmerrie doorgaan.

Maar als hij wel zou gaan……..

Even speelde Harry Bos met de gedachte om toch naar de politie te gaan. Maar toen verscheen de grafsteen met de naam van zijn moeder weer voor zijn geestesoog. Die vrijdag en zaterdag bracht Harry Bos in grote twijfel door. Slapen was nauwelijks mogelijk. Het dilemma van gaan of niet gaan bleek voor Harry voorlopig onoplosbaar. Zelfs nog toen het al zondagavond was en de klok 22.00 uur aanwees.

 

Hoofdstuk 16

Hij die bij Harry Bos bekend was als de man met de hoed had zijn vriendin verteld dat hij dit weekend bij een vriend zou verblijven. Hij wilde haar niet in de buurt hebben bij wat een laatste confrontatie met Harry Bos zou moeten worden. Zijn leven was de laatste weken compleet overhoop gegooid en dat leidde ertoe dat hij dit weekend definitief met het verleden wilde afrekenen. Hij hoopte dat het briefje voldoende reden zou zijn voor Harry Bos om te komen. Ongetwijfeld zou Harry lang twijfelen en voor het ergste vrezen. Maar hij zou komen. Daar was de man met de hoed van overtuigd. Het doorgaan van de fotonachtmerrie zou Harry Bos niet aankunnen. De foto’s hadden hem geknakt, hem van zijn waardigheid berooft, hem geïsoleerd. En dat was precies de bedoeling geweest. Nu was het tijd voor de laatste confrontatie.

De man met de hoed moest voor deze laatste confrontatie nog even naar een winkel. Dat deed hij op zaterdag. Hij ging niet naar Elfhoven want stel je voor dat zijn vriendin hem daar zou zien maar hij reed naar Amsterdam. Daar kocht hij een flinke rol touw. ’s Avonds laat begaf hij zich naar de plek waar een dag later de laatste confrontatie zou moeten plaatsvinden. Hij inspecteerde de gehele omgeving, constateerde tevreden dat er geen mens in de buurt te bekennen was. De Julianaschool was een bekende plek voor hem. Hij had er twee jaar van zijn leven doorgebracht. Vol goede moed was hij begonnen aan het VWO maar dat was allemaal niet zo gelopen als hij en zijn ouders in gedachten hadden gehad.

Gedachten over zijn schooltijd kronkelde door zijn hoofd. Grimmig maar tevreden keerde hij op deze late zaterdagavond huiswaarts. En hij die bij Harry Bos bekend was als de man met de hoed was er klaar voor.

Ook zonder hoed zou Harry hem maar al te goed kennen bedacht hij, terwijl de spanning langzaam bij hem toenam. En de spanning was flink opgelopen toen het zondagavond was en de klok 22.00 uur aanwees.

 

Hoofdstuk 17

Kort na 22.00 verliet de man met de hoed zijn woning en liep richting de sportvelden van de Julianaschool. In een grote tas droeg hij een rol touw mee. In de binnenzak van zijn jas waren een zaklantaarn en een mes verborgen. De avond was helder en zacht. De maan was een halve sikkel aan de zuidwestelijke hemel. Gespannen bereikte de man met de hoed zijn bestemming. Hij was begonnen aan de afsluiting van zijn nachtmerrie maar hoe het uiteindelijk allemaal zou aflopen lag nog in de toekomst verborgen.

Hij legde de tas met het touw in de struiken vlakbij de vlaggenmasten, ging naast de vlaggenstokken staan en wachtte. Als een leeuw op zijn prooi…..

Harry Bos aarzelde en aarzelde en aarzelde.

Ga ik niet, ga ik wel, ga ik niet…….

De klok wees tien over half elf. Plotsklaps liep Harry Bos naar de kapstok, pakte zijn jas, snelde naar de keuken, waar hij een mes uit een la haalde en verliet vervolgens zijn woning in het centrum van Elfhoven.

Er moest een einde komen aan de nachtmerrie, nu!

Hoe het allemaal zou lopen wist hij niet maar de man met de hoed moest uit zijn leven worden gebannen. En een mes bij de hand kon dan geen kwaad. Hij wilde het niet gebruiken maar als het niet anders zou kunnen….. Tegen elf uur was Harry Bos aangekomen in de buurt van de Julianaschool. De grasvelden lagen voor hem en rechts stonden twee vlaggenstokken. De halve maan wierp voldoende licht over de omgeving om te kunnen zien dat naast de vlaggenstokken een man stond. Hij droeg een grote hoed.

Hij stond daar open en bloot.

Harry Bos voelde de rillingen over zijn lijf lopen. Daar stond hij…. De kwelgeest die de afgelopen maanden stelselmatig zijn leven had verwoest. Het feit dat de man met de hoed daar overduidelijk zichtbaar stond gaf Harry enige moed. Het was anders geweest als hij niemand had zien staan. Dan had de man met de hoed misschien wel verborgen achter de struiken op hem gewacht…. Harry Bos was bang maar klaar voor de confrontatie.

Hij liep over het grasveld in de richting van de vlaggenstokken, in de richting van de man met de hoed die hem inmiddels had gezien en hem goed in de gaten hield. De afstand tussen beide mannen was nu nog maar zo’n twintig meter en nam snel af.

De man met de hoed zag Harry Bos op hem aflopen. De afstand tussen de naderende man en hemzelf was nog maar zo’n twintig meter en nam snel af. Daar kwam hij, de man die zijn leven had verwoest.

Heftige emoties gingen door hem heen. Hij wilde het hoofdstuk Harry Bos afsluiten en zich overgeven aan de liefde voor de vrouw, die licht in zijn verwrongen geest had gebracht.

Twee oude klasgenoten ontmoetten elkaar op een heldere septemberavond bij de school, waar ze twee jaar met elkaar in de klas hadden gezeten. Kort na elven stonden beide mannen tegenover elkaar en keken elkaar recht in de ogen. Ze zwegen en keken elkaar aan. Beiden gespannen, beiden denkend aan het mes in hun jaszak. Maar er gebeurde niets. Het zwijgen duurde een tijdje en toen zei de man met de hoed: “Dag Harry!”.

Harry Bos keek naar het gezicht van de man met de hoed maar wist nog niet wie hij voor zich had. Het gezicht had wel iets bekends maar hij kon er nog geen naam aanplakken. Op dat moment ontdeed de man met de hoed zich van zijn hoofddeksel en gooide het met een grote boog in de struiken naast de vlaggenstokken. “Herken je me nu, Harry?”, vroeg hij.

Even nog zweeg Harry Bos maar hij had het gezicht tegenover hem nu herkend.

Dag Henk!”, zei hij met zwakke stem.

En op dat moment viel het kwartje bij Harry Bos.

 

Hoofdstuk 18

Achttien jaar geleden zaten Peter Zalm, Harry Bos en Henk Stam in de brugklas van de Julianaschool. Harry en Peter trokken veel met elkaar op. Henk was in hun ogen een buitenbeentje. Broodmager, pokdalig en in de ogen van Harry en Peter niet modieus gekleed. Henk Stam was echter een pientere jongen en het leed geen twijfel dat hij het VWO na zes jaar met goed gevolg zou afronden en daarna lonkte de universiteit. Maar hij had buiten Peter Zalm en Harry Bos gerekend. Al snel begonnen ze Henk Stam te pesten. Deze was op de lagere school soms wel eens gepest maar dit was anders. Dit ging verder. Het gebeurde geniepig zonder dat anderen er veel van merkten. Ze scholden Henk Stam uit voor puistenkop, geraamte en mislukte professor. Steeds maar weer schelden. Steeds maar weer opnieuw….

Eerst bleef hij hier kalm onder. Hij stond boven dit soort zielig gedrag. Maar schelden bleek toch pijn te doen. En langzamerhand werd die pijn intenser, drong als het lemmet van een mes zijn geest binnen. Natuurlijk signaleerden sommige leraren wel dat er iets aan de hand was maar ze konden niet ingrijpen.

Henk Stam vertelde hen niet wat er speelde uit angst voor represailles van Peter en Harry. Ook thuis hield hij zich groot. Na de brugklas gingen alle drie de jongens door naar de tweede klas van het VWO. De cijfers van Henk Stam waren lager dan iedereen van hem had verwacht maar echt verontrustend leek het niet. In het tweede en laatste jaar van zijn verblijf op de Julianaschool namen de pesterijen verder toe en bleven niet meer beperkt tot schelden. Natuurlijk wisten sommige medeleerlingen best hoe de vork in de steel zat maar zij zwegen.

Soms waren ze bang zelf slachtoffer te worden van pesterijen of ze vonden het eigenlijk wel leuk om te zien wat de pesterijen met Henk Stam deden. Als zij het maar niet waren……

Henk was altijd zuinig op zijn schoolboeken maar soms kwam het voor dat hij na een pauze zijn boeken verfrommeld of overgoten met chocolademelk terugvond. Hoe vaak gebeurde het niet dat zijn jas niet meer op de plek hing waar hij hem opgehangen had. En Henk Stam maar zoeken. Hij kon het gelach van Harry en Peter bijna horen. Een paar keer werd de kleding van Henk Stam tijdens de gymnastiekles in het toilet gegooid. Dat was helemaal kicken…..

De gymleraar was een watje, sprak de leerlingen wel toe dat dit niet mocht maar greep verder niet in. Ook na schooltijd werd Henk Stam door Harry en Peter bedreigd. Als hij tegen wie dan ook hun namen zou noemen dan zou hem een vreselijk lot wachten. En Henk Stam was bang, doodsbang en zweeg. Aan het eind van het tweede schooljaar bereikten de pesterijen hun dieptepunt. Na afloop van de schooldag fietste Henk naar huis. Door een bos aan de rand van Elfhoven liep een fietspad, waarlangs Henk sneller zijn ouderlijk huis kon bereiken. Hij gebruikte het fietspad dagelijks en tot dusverre had hij er geen problemen gehad. Maar dat was nu anders…. Middenin het bos werd hij opgewacht door Harry en Peter.

Ze hielden hem staande, trokken hem van zijn fiets, beroofde hem van alle kleding en dwongen hem rechtsomkeert te maken en via Elfhoven naar huis te fietsen. Henk Stam raakte in staat van volkomen paniek, stapte huilend op de fiets en reed in hoog tempo poedelnaakt naar huis. Het was een ritje van amper tien minuten maar het werden de langste minuten uit zijn leven. Het bulderende gelach van sommige medeleerlingen, het nakijken onderweg door iedereen die hem zag fietsen en het toeteren van auto’s, hij zou dit ritje nooit meer vergeten. De vernedering van Henk Stam was compleet. Na deze dag zette haat zich voor lange tijd vast in de geest van Henk Stam.

Thuis weigerde Henk te vertellen wie hem dit geflikt had. Zijn ouders kregen niets uit hem. Harry en Peter hielden zich sinds die dag gedeisd. Zij hadden hun lol gehad en vonden het voorlopig best zo. Zij vervolgden zonder schade hun schooltijd, behaalden met goede cijfers hun diploma en waren Henk Stam al spoedig vergeten. Hij hen niet.

Henk Stam was volkomen geknakt. Zijn cijfers waren na het tweede schooljaar zo slecht, dat hij over moest stappen naar de MAVO. Zijn ouders besloten hem van de Julianaschool te halen en hem op een andere school de MAVO te laten voltooien. Een zwaar verlegen Henk zonder zelfvertrouwen haalde uiteindelijk nipt zijn diploma maar kon op de arbeidsmarkt niet slagen.

Hij ontwikkelde zich tot een eenzame man, die afhankelijk werd van een bijstandsuitkering. De pukkels verdwenen en hij werd wat minder mager maar de pesterijen op de Julianaschool hadden een diepe wond geslagen in zijn geest. Haat hield hem op de been. Jaren later spaarde hij met pijn en moeite een tweedehands computer en digitale camera bij elkaar. Henk Stam vond daarmee een middel om wraak te nemen op zijn vroegere klasgenoten.

 

Hoofdstuk 19

In deze zachte septembernacht was de spanning te snijden tussen de twee mannen, die elkaar na lange tijd terugzagen.

Henk Stam keek Harry Bos aan. “Ga tegen die vlaggenstok staan!”, zei Henk Stam. Harry Bos keek hem aan en angst borrelde in hem op. “We kunnen er toch over praten.”, zei hij.

Henk Stam keek hem lang en doordringend aan. “Praten doen we straks. Als je wilt dat er een einde komt aan je lijdensweg ga je NU tegen die vlaggenstok staan!” Harry Bos maakte geen aanstalten om gehoor te geven aan het verzoek van Henk Stam. Angst voor wat er zou kunnen gaan gebeuren, weerhield hem ervan.

Hij dacht aan het mes in zijn jaszak. “Je gaat me vermoorden!”, zei Harry zwakjes. Henk Stam keek hem aan en lachte smalend. “Dan zou je er veel te makkelijk van afkomen, klootzak! Nee, wees maar niet bang. Ik ga je niet vermoorden. Hoe voelt het nu om bang te zijn? Is het een prettig gevoel?”

Harry Bos kon niets zeggen.

“Nog even en je bent van me af. Maar ga NU tegen die vlaggenstok staan!” De stem van Henk Stam was vol emotie en woede. Beide mannen dachten nu aan het mes in hun zak maar beiden wilden het eigenlijk niet gebruiken. “Ik tel tot tien en als je er dan niet staat heb je je kans verspeeld, Harry Bos!!!”

Harry Bos bleef als versteend staan. “Eén…..twee……drie…….vier!!”

Harry Bos stond nog steeds onbeweeglijk op zijn plaats. “Vijfzes….zeven….acht…!!”

Gedachten woelden door het hoofd van Harry Bos. Angst, woede en schaamte streden om voorrang. Opeens liep hij naar de eerste vlaggenstok en ging ervoor staan. Of hij het wilde of niet, zijn benen brachten hem naar deze plaats. Henk Stam maakte een snelle beweging naar de nabijgelegen struiken, pakte de rol touw en kwam op Harry Bos af. Die zag hem aankomen en in pure paniek haalde hij het mes uit zijn jaszak. Henk Stam zag het gebeuren en werd woedend.

Waag het niet Harry Bos!!”, schreeuwde hij.

Hij stond een paar meter verwijderd van Harry Bos die het mes voor zich uithield. Harry leek zelf niet te beseffen waar hij mee bezig was. Het was een reflex geweest die hem had doen besluiten het mes mee te nemen en het was ook weer in een reflex geweest, dat hij het mes tevoorschijn haalde.

Henk Stam was buiten zichzelf van woede.

De berekenende manier waarop hij de voorbije maanden wraak had genomen op Harry en Peter was even verdwenen. Zonder zich om de risico’s van zijn actie te bekommeren liep hij op Harry Bos af. Hij schopte met kracht tegen de hand van Harry Bos, waarin zich het mes bevond. Harry schreeuwde van pijn en het mes vloog met een grote boog uit zijn hand, scheerde rakelings over het hoofd van Henk Stam en kwam even verderop op het gras terecht.

Kleed je uit!!”, riep Henk Stam nu zacht maar zeer nadrukkelijk.

Harry Bos geloofde zijn oren niet. Zijn hand deed nog flink pijn en nu opeens dit vreemde verzoek.

Kleed je uit, NU!!

Alle kracht trok weg uit Harry Bos. Als een trillend rietje stond hij nu tegen de vlaggenstok. Hij had nu al spijt dat hij het mes had gepakt. Hij begon zich te ontdoen van zijn kleding. Uiteindelijk stond hij enkel nog met een onderbroek aan tegen de vlaggenstok. Ergens hoopte hij dat mensen in de buurt de stemmen van hem en Henk hadden gehoord maar dat was niet het geval. En als er al mensen waren die iets hoorden, dan zouden ze toch niet verstaan wat er gezegd werd.

Kleed je uit Harry, of moet ik die onderbroek van je kont afsnijden!

Harry Bos deed uiteindelijk wat van hem gevraagd werd en stond nu poedelnaakt tegen de vlaggenmast. De temperatuur was niet zo laag maar desondanks trilde Harry Bos nog steeds als een rietje. Henk Stam bond Harry Bos vast aan de vlaggenstok.

Harry Bos begon te huilen. “Doe me dit niet aan.”, zei hij zachtjes. “Jij krijgt van mij een koekje van eigen deeg, klootzak”, zei Henk Stam. “Weet je nog hoe je me met Peter Zalm in het bos van al mijn kleding beroofde? Moest je niet lachen toen ik poedelnaakt naar huis moest fietsen? Vond je het fijn om me zo te vernederen, om mijn leven te verwoesten?”  Schaamte kwam bij Harry Bos naar boven.  Hij kon niets zeggen.

In deze zachte septembernacht stond hij letterlijk en figuurlijk voor paal.

 

Hoofdstuk 20

Lange tijd bleef het stil. Henk Stam keek hem strak aan. “Waarom?”, vroeg hij na lange tijd. Alleen dat ene woord, waarin alle ellende uit het verleden lag besloten. De vraag hing tussen hen in. Harry Bos zweeg en sloeg de ogen neer. Waarom was het gebeurd? Harry dacht diep na en keerde terug naar zijn middelbare schooltijd. Hij besefte dat hij eigenlijk nooit meer gedacht had aan die pesterijen en zijn rol daarin. Nadat Henk Stam van de Julianaschool was gegaan had hij nooit meer iemand gepest en was hij gewoon doorgegaan met zijn leven. Nu kwamen alle herinneringen bij hem terug. Waarom waren hij en Peter Henk gaan pesten? Minutenlang bleef het stil op de grasvelden bij de Julianaschool in Elfhoven.

En toen vond Harry Bos een antwoord op het waarom. “Om mijn eigen onzekerheid te verbergen.” Henk keek hem doordringend aan en zweeg. “Het gaf me een gevoel van superioriteit. Ik vond het stoer. En met Peter erbij voelde ik me nog sterker. Ik wilde erbij horen en probeerde indruk te maken op mijn klasgenoten. En ik was bang om zelf te worden gepest.” Henk Stam bleef hem aankijken.

“Jij was zelf bang om te worden gepest?”, vroeg hij. Harry Bos knikte. “Vanwege mijn geloof”, zei hij.

Henk Stam was verbijsterd en boos. “Dus omdat jij bang was omdat klasgenoten je zouden uitlachen vanwege je geloof, heb je mijn leven verwoest? Noem je dat Christelijk?” Harry Bos schudde zijn hoofd en schaamde zich diep. Hij behoorde met Peter Zalm tot de meest gelovige leerlingen van de Julianaschool. Op de lagere school waren zij daar regelmatig mee gepest. Toen beiden naar de Julianaschool gingen, waren ze als de dood dat ze hier ook gepest zouden worden. En toen hadden hij en Peter Henk Stam zien lopen.

Om hun onzekerheden te overschreeuwen waren ze Henk Stam gaan pesten. Het was zomaar begonnen en ze konden er niet meer mee stoppen. Ze vonden het op een gegeven moment zelfs leuk. En het was flink uit de hand gelopen, zo besefte Harry Bos nu.

“Het spijt me Henk”, zei hij.

Henk Stam keek hem aan en zei niets. Hij had opeens helemaal geen zin meer om erover te praten. De naakte Harry Bos stond tegen een vlaggenmast gebonden en dat was het. De wraakoefening was klaar. Ze konden nog urenlang praten over wat er gebeurd was maar het hoefde niet meer voor Henk Stam. Hij verlangde opeens heftig naar zijn vriendin. De spijtbetuiging van Harry Bos had hem als muziek in de oren moeten klinken maar dat was niet zo. Er was daarvoor teveel gebeurd. Toch had hij nu het gevoel of er een last van hem afgevallen was. Om half twee in deze zachte septembernacht sloot Henk Stam het hoofdstuk Harry Bos voorgoed af.

 

Hoofdstuk 21

Henk Stam liep naar de uitgang van het grasveld. “Je laat me hier toch niet staan?”, riep Harry Bos maar in zijn hart wist hij het antwoord al. En inderdaad maakte Henk Stam geen aanstalten om zich om te draaien.  Hij verdween in de nacht, Harry Bos poedelnaakt aan een vlaggenstok gebonden achterlatend. En Harry Bos stond daar de rest van de nacht. Eerst riep hij nog om hulp maar die bleef uit. De rest van de nacht was hij alleen met zijn gedachten. En met de geluiden om hem heen.

Het werd een lange, lange nacht voor Harry Bos.

Eén keer gilde hij nog die nacht toen een spin over hem heenliep. Verder was hij stil. In de loop van de nacht kreeg Harry Bos steeds meer pijn aan zijn benen en armen. Pogingen om zich te bevrijden liepen op niets uit. Hij kon wel iets met zijn voeten schuifelen maar meer ook niet.

Maar gelukkig voor Harry Bos brak uiteindelijk toch de ochtend aan. Leerlingen en leraren van de Julianaschool spoedden zich naar het gebouw aan de rand van Elfhoven. Harry hoopte dat hij ontdekt zou worden door de conciërge en dat hij bevrijd zou zijn voordat anderen hem zouden zien. Zijn hoop bleek ijdel…

Een plukje leerlingen, die voor het begin van de lessen op de grasvelden wilde gaan voetballen gooide roet in het eten. Ze zagen Harry Bos en begonnen hard te lachen. De mobieltjes van de leerlingen deden hun werk en even later stond een drom jongens en meisjes om Harry Bos heen. Niemand maakte aanstalten om hem te bevrijden. Ze keken, lachten en maakte pesterige opmerkingen.

Minutenlang ging het door. Zijn geest werd vervuld van het gelach en het getreiter van de leerlingen om hem heen.

Hou op. Hou op. Hou op. Hou op. Hou op……….

Onophoudelijk dreunde de woorden in zijn hoofd. Maar de leerlingen hielden niet op. Het leek wel of Henk Stam de leerlingen op hem had afgestuurd, ze had geïnstrueerd. Zo fel waren ze. Ontsnappen was niet mogelijk. Op een gegeven moment begonnen een paar leerlingen zelfs met zand en graspollen naar Harry te gooien. De vlaggenstok bleek een echte ouderwetse schandpaal. Maar na vijftien minuten was het dan toch eindelijk voorbij. Het lichaam van Harry Bos werd bevrijd, maar zijn geest zou deze nacht voor altijd met zich meedragen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.