Vreemde en godslasterlijke verzen

Door Deze73 gepubliceerd op Saturday 04 January 03:10
 

In de Bijbel kom je verschillende zeer vreemde verzen tegen die je zelfs kunt omschrijven als godslasterlijk. In dit hoofdstuk zal ik vreemde verzen laten zien waar ik als moslim grote vraagtekens bij plaats en elke Bijbeldeskundige uitnodig om mij de juiste context te laten zien. Het gaat al fout vanaf het begin: Genesis 2:2, 7-9, 15-23, 25 en Genesis 3:1-12, 22-24

“…Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij (???) van het werk dat hij gedaan had… …Toen maakte God, de HEER , de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. God, de HEER , legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad… …God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten (ook de levensboom???) , maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.'

God, de HEER , dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels… …maar hij vond geen helper die bij hem paste. Toen liet God, de HEER , de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER , een vrouw en hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees… …Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar…”

“…Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER , gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?' ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,' antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.' ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,' zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden (ook mogelijk is de vertaling: ‘als God') zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.' De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van. Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?' Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.' ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?' De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten… …Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen. En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken…”

Aan ons gelijk geworden! Wie wordt er met ons bedoeld, God en wie anders? Daarnaast, rustte God na zes dagen werken? Verbood Hij wat kennis en wijsheid geeft? Loste Hij problemen op met beproevingen en fouten; want Hij ‘probeerde' een geschikte metgezel te maken voor de mens, maar pas bij de tweede poging maakte Hij een geschikte helper die later de reden bleek voor alle problemen? Was de slang eerlijker dan God; want Aadam (vrede zij met hem) stierf niet toen hij van de boom van de kennis van goed en kwaad gegeten had, terwijl God dit beweerde! Was God, zoals andere mensen, aan het wandelen in de tuin van eden en naar Aadam (vrede zij met hem) aan het zoeken? Stuurde God Aadam uit de tuin uit vrees dat hij van de levensboom zou eten en zou worden als God? Was God dan bang voor een rivaal? Zie je niet hoe God de tuin beschermde? Voor wat voor niveau van intellect is dit verhaal eigenlijk geschreven? Past zo'n verhaal bij de Grootsheid van God de Almachtige? Nee, totaal niet! God is verheven boven zo'n omschrijving. Maar het lage beeld van God blijft in de Bijbel beschreven, zoals in Psalmen 78:65: “…Toen ontwaakte de Here als een slapende, als een held, door de wijn overmand…”

Nu kunnen we het Bijbelvers Romeinen 1:21 goed begrijpen: “…Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt…”

Ook bij de volgende verzen nodig ik iedereen uit om de juiste context uit te leggen. Kijk bijvoorbeeld naar 1 Samuël 6:19: “…en Hij richtte een slachting aan… en …omdat de Here zulk een grote slachting onder het volk had aangericht…”

Jesaja 7:20: “…Te dien dage zal de Here met een scheermes, aan de overzijde van de rivier gehuurd, met de koning van Assur, het hoofdhaar en het haar der benen afscheren, ja, ook de baard zal Hij wegnemen…”

Jesaja 42:13-15: “…De Here trekt uit als een held; als een krijgsman doet Hij de strijdlust ontbranden; Hij heft de strijdkreet aan, ja schreeuwt die uit; Hij betoont Zich een held tegen zijn vijanden,…, nu zal Ik schreeuwen als een barende vrouw; Ik zal snuiven en hijgen tegelijk…”

Jeremia 25:30: “…De Here zal brullen uit den hoge… geweldig zal Hij brullen…”

Genesis 21:1: “…De Here bezocht Sara, zoals Hij gezegd had, en de Here deed aan Sara, zoals Hij gesproken had. En Sara werd zwanger…”

Hebreeën 7:1-3: “…Want deze Melchisedek,…, priester van de allerhoogste God (???) … zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld…”

Dit is niet alleen zeer vreemd, maar ook in tegenstrijd met o.a. 2 Timoteüs 6:16: “…de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft…”

Genesis 2:2: “…Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk…”

God de Almachtige moet rusten? God wordt nooit moe en sluimer noch slaap zal hem treffen, zoals in de Edele Qor-aan staat: “Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, de Zelfstandige, sluimer noch slaap overmant Hem, aan Hem behoort toe wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Wie is degene die voorspraak doet bij Hem zonder Zijn verlof? Hij kent wat er voor hen is en wat er achter hen is. En zij kunnen niets van Zijn Kennis omvatten, behalve wat Hij wil. En Zijn Zetel strekt zich uit over de hemelen en de aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet. En Hij is de Verhevene, de Almachtige.” (Soerat Al-Baqarah (2), aayah 255)

In de Bijbel staat dat je jezelf voor God kunt verstoppen, althans Adam (vrede zij met hem) en Eva konden zich verstoppen. Lees zelf maar in Genesis 3:8-9: “…Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof. En de Here God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?…”

Ook is het zeer vreemd dat God in de avondkoelte aan het wandelen is. Is het overdag dan te heet? Wordt God op deze manier niet te menselijk omschreven? En het Paradijs als een plek waar het niet altijd en niet alles perfect is?

Leviticus 21:17-23: “…Wie van uw nakomelingen in latere geslachten een lichaamsgebrek heeft, zal niet naderen om de spijze van zijn God te offeren… …Alleen bij het voorhangsel zal hij niet komen en tot het altaar zal hij niet naderen, want hij heeft een lichaamsgebrek; opdat hij mijn heiligdommen niet ontheilige…”

Dit is pure discriminatie! Zijn in het Christendom niet alle mensen gelijk???

Exodus 4:24: “…Onderweg nu, in een nachtverblijf, kwam de Here hem tegen en zocht hem te doden…”

Als God iets wil, zegt God: “Wees” en het is. God hoeft niet naar de aarde te komen om vervolgens in één of ander hotel iemand te zoeken en dan te vermoorden.

Galaten 5:2-3: “…Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen…”

Vergelijk maar eens met Genesis 17:10 + 13-14: “…dat bij u al wat mannelijk is besneden worden, gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u… …moet voorzeker besneden worden… …En de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken…”

Volgens deze verzen moet een man voorzeker besneden worden en als hij dat niet doet heeft hij het verbond met God verbroken en wordt hij uitgeroeid! Maar Paulus zegt iets heel anders en draait het juist om. Wat is nu het belangrijkste, dat wat God ons bevolen heeft of wat Paulus gezegd heeft? Kan iemand de juiste context geven van deze vreemde en soms ook godslasterlijke verzen? Is er ook maar één theoloog of Bijbeldeskundige die zich aan de uitleg van deze verzen wil wagen?

Daarbij komt nog dat we hiervoor gezien hebben dat “…Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet één tittel (punt) zou vallen…” (Lucas 16:16-17)

En: “…Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen… Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen…” (Matteüs 5:17-20)

Er valt veel te zeggen over Paulus en ook hij maakt zich schuldig aan godslastering, want volgens hem heeft God de Alwetende en Alwijze toch ook dwaasheid en heeft God de Almachtige ook zwaktes. Verheven is God boven wat ze Hem toeschrijven! 1 Korintiërs 1:25: “…Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen…”

Soebh'aan Allah, deze mensen kennen God niet en zij weten niet dat God vrij is van enige onvolkomenheid of tekortkoming.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.