Pure schoonheid van Bonnie St. Claire

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Sunday 08 December 14:27

Ze werd uitgelachen en door het slijk gehaald. Haar gevecht met drank, haar score bij de Nationale IQ-test. Een artiest die niemand meer serieus nam. Maar is dit wel terecht?

 

De ingetogen schoonheid van “I won’t stand between them”

De aantrekkingskracht van de schandpaal

Soms schaam ik me ervoor dat ik Nederlander ben. Niet als ik aan een buitenlandse gast de Deltawerken laat zien. Niet als ik juich om de prestaties van Sven Kramer en Ireen Wüst. Niet als ik met trots vertel dat Nederland het eerste land ter wereld is waar mensen van gelijk geslacht een wettelijk huwelijk kunnen sluiten. Niet als ik het heb over de voortrekkersrol van onze Technische Universiteiten op het gebied van industrieel ontwerpen. Om maar eens een voorbeeld te noemen. Nee, dan zeker niet!

Zelfs niet, tenminste niet helemaal, als ik het heb over ons koloniaal verleden. Voelt voor mij ook moeilijk, omdat ik daar zelf een product van ben; ik ben nou eenmaal niet een raszuivere Nederlander. Zelfs niet toen ik in Malino, op Sulawesi, het monument zag ter nagedachtenis aan alle Indonesiërs die door kapitein Westerling en zijn troepen standrechtelijk waren geëxecuteerd. Immers, ook in die tijd waren er meer dan genoeg landgenoten die hier absoluut niet achter konden staan. En ik voel me niet écht persoonlijk verantwoordelijk. Ik ben van na die tijd.

Diepe plaatsvervangende – en soms niet eens plaatsvervangende, want ik ben ook niet vrij van smetten –  schaamte voel ik als er weer een Nederlandse beroemdheid ‘gevallen’ is. De schaamteloze geilheid waarmee velen dan reaguren. Uitjouwend, vingerwijzend, uitlachend en zich verkneukelend om de ellende van de gevallen hoge boom die teveel wind heeft gevangen. Als Middeleeuwse stedelingen die naar het centrale plein rennen om de zondaar die urenlang vastzit aan de schandpaal te beschimpen en te bestoken met virtueel rottend fruit. “We” zijn dan heel creatief met onze verwensingen en met de straffen die “wij” deze miscreanten toewensen. Er hoeft er maar één te beginnen en vele schapen springen dan luid juichend over de dam om er nog een paar schepjes bovenop te doen. Het onderbuikje neemt plaats op het puntje van onze tong en onze rede verdwijnt, hand in hand met ons gevoel, naar de achtergrond.

Pesten van ons onbekende kinderen, daar zijn we allemaal mordicus tegen. En zo hoort het ook. Maar wanneer er geen sprake is van een kind, maar van een bekende volwassene, een zogenaamde BN’er, ja, dan gelden andere regels. Dan lijkt het alsof we eigenlijk niet kunnen wachten op die dag dat we iemand, die we anders collectief de hemel in prijzen, ook al menen we dit niet, door het slijk mogen halen. De gerechtvaardigde straf voor het feit dat deze persoon het gore lef had om de kop boven het maaiveld te steken, om zich te ontworstelen aan de grijze en grauwe middelmaat, die wij zo heerlijk comfortabel lijken te vinden.

Overdrijven is ook een kunst

Is dit overdreven? Natuurlijk! Even in de rol van de azijnzeikerige betweter kruipen en dan lekker los gaan. Dat is wat ik deed. Maar toch…
Hoe is het mogelijk dat een man als John Ewbank, terwijl “wij” collectief de cd’s van Marco Borsato met zijn composities aanschaffen, zo moest worden afgefakkeld vanwege het Koningslied? Terwijl hij niks te maken had met de tekst? Waar komt die behoefte vandaan?
Hoe is het mogelijk dat Clarence Seedorf, misschien wel Nederlands meest succesvolle clubvoetballer ooit, hier te lande vooral wordt herinnerd als de schlemiel die een paar penalty’s miste?

Soms lijkt het er op dat “wij” anderen geen succes gunnen. Ze mogen het wel hebben, bij de gratie Gods dan maar, als ze maar wel ‘gewoon’ blijven. En bij dat ‘gewoon’ blijven hoort onlosmakelijk: niet te opvallend of flamboyant doen en niet te vaak met je smoel op tv komen. Niet zo veel over jezelf en je werk praten. Dat riekt naar zelfpromotie en dat is toch vies? Zelfs als zelfpromotie gewoon een normaal onderdeel van je functie is, zoals bij schrijvers, acteurs, kunstenaars en politici, hebben “wij” de neiging om ze al heel snel in het hokje “Arrogant” of “Narcistisch” te pleuren. Stilletjes wachten we dan die dag af waarop ze onderuit gehaald worden. En dat kan al heel snel; “ze” moeten immers van onbesproken gedrag zijn. Ja toch? Als je dan zo nodig publieke bekendheid nastreeft, moet je ook een rolmodel zijn. En rolmodellen mogen geen zondes hebben, geen zwakheden zoals wij ze allemaal wél hebben.
Je moet het eens wagen, in een quiz de indruk wekken dat je niet “al te nozel bent”. Je moet het eens wagen, een paar keer te diep in het glaasje kijken. Je moet het eens wagen, toegeven dat je worstelt met een alcoholprobleem. Bonnie St. Claire kan erover meepraten.

Mijn relatie met Bonnie St. Claire

Ik heb geen relatie met Bonnie St. Claire. Als klein ventje zag ik haar voor het eerst op tv met haar hit “Clap your hands and stamp your feet” en later met “Waikiki Man”. Gezellige en vrolijke deuntjes die mij persoonlijk niet zoveel deden. En haar verschijning? Ach, het was de tijd dat ik elke goudblonde dame van 16 jaar of ouder ongelooflijk spannend vond. Haar dus ook.
Later, toen ze in het Nederlands zong, kon ze me een stuk minder bekoren. Ik vond “Dokter Bernard”, het nummer dat ze met Ron Brandsteder zong, een draak van een smartlap. Smartlappen, ik had er in die tijd een gruwelijke hekel aan. Vies, voos en in-en-in sentimenteel. Zeker als je het een stuk of tien keer per dag op de radio hoort. Hoe vaak kan iemand tranen met tuiten huilen om Jacques Herb’s “Manuela”? Die beruchte zomer dat ik in een kindertehuis moest doorbrengen en ik “Manuela” voor het eerst hoorde, ja, toen kreeg ik een brokje in het nog ontwikkelende keeltje. Maar daarna niet meer. Tenminste, dat probeerde ik mezelf jarenlang wijs te maken…
Ook haar latere hits ‘Pierrot’ en ‘Bonnie kom je buiten spelen’ deden mij weinig. Ze was voor mij gewoon een van de zovele zangeressen die Nederland rijk was.

En toen kwam die beruchte uitzending van de Nationale IQ-test. Bonnie zou een IQ hebben van 52. Daar werd meesmuilend over gedaan en veel om gelachen. Met een IQ van die waarde krijg je het stempel “matig verstandelijk beperkt”. En oh, wat wilden “we” dat maar al te graag geloven! Het vleesgeworden domme blondje, dat worstelde met een alcoholprobleem en nu – blijkbaar door Korsakov – niet eens meer in staat om op de simpelste vragen een antwoord te geven. Ze werd gepersifleerd, door het slijk gehaald, belachelijk gemaakt en weggezet als een “has been” die eigenlijk nooit wat had voorgesteld. In het begin lachte ik ook mee, maar al snel kreeg ik een ongemakkelijk gevoel. Mijn neiging om sympathie te voelen voor de underdog? Mijn schaamte over mijn schooljaren, toen ik zag dat klasgenootjes gepest werden en ik niet de moed had om ze bij te staan of ertegen te protesteren? Het speelt ongetwijfeld een rol. Ik begon me vooral te ergeren aan het feit dat de hele goegemeente haar wel heel makkelijk en heel dankbaar beschouwde als “aangeschoten” wild, in beide betekenissen van het woord. En aangeschoten wild, dat maak je af of trap je nog even fijntjes een stuk dieper in de drek. Lekker risicoloos, lekker Nederlands, gezellig, met zijn allen...

Ik weet niet meer hoe ik er zo op kwam. Vorige week kwam ik Bonnie tegen. Niet in het echte leven, maar wel op Youtube. Ik zag de video van haar eerste hit, nog gezongen in het Engels. Het nummer “I won’t stand between them”, waarvan ik vaag wist dat het van haar was. Ik kende het, maar had er nooit echt goed naar geluisterd. Het was een hit, een paar jaartjes “voor mijn tijd”. Mijn vage herinneringen riepen: “Maar dat was toch niet echt een beroerd nummer? Eigenlijk toch best wel aardig?” En dan klik je het aan en je gaat er even voor zitten...

 

I won't stand between them

Een jonge blonde vrouw. Ze is 21 jaar jong als ze dit zingt. In diepe gedachten verzonken loopt ze langzaam over de zandvlaktes van een duinlandschap. Ik denk de plek te herkennen, volgens mij is het opgenomen in Soestduinen, waar ik vroeger vaak mijn honden helemaal dol liet rennen. Vele jaren later.

Een jonge vrouw realiseert zich dat ze haar liefde aan het verliezen is. Wat ze wil vasthouden, glipt als los zand tussen haar vingers. Er is een andere vrouw in het spel, van wie haar geliefde de ogen niet kan afhouden. Haar emoties strijden met haar gevoel en haar verstand. Ze neemt een besluit om een stap opzij te doen. Strijd levert alleen maar verlies op en het is bovendien zinloos, ook al schreeuwt haar hart dat ze juist moet strijden, niet moet opgeven. Ergens gunt ze haar geliefde het beste en als dat betekent dat zij dit niet is, moet ze sterk zijn en tegen haar hart in gaan. Hoeveel pijn het ook doet. Durven loslaten is misschien wel de ultieme uiting van liefde.
En toch, ze houdt een deur open. Vanuit haar diepste gevoel kent ze haar geliefde en weet ze dat hij zich ooit zal afvragen of het wel zo’n goed besluit was om met haar te breken. En mocht hij er ooit achterkomen dat alles een vergissing was, dan staat ze voor hem klaar. Maar ergens, ze spreekt het niet uit, voel ik een innerlijke stem die haar zegt hier niet al te sterk op te hopen. Plus een andere, nog onuitgesproken gedachte dat zij op dat moment wel eens verder zou zijn gegaan op haar levenspad. En dat hij dan te laat is.

Een gevoelsstrijd die vrijwel iedereen kent en ook een paar keer in het leven meemaakt. Het gevoel dat je hebt bij de herinnering aan vervlogen liefdes. De herinnering aan de emoties van het moment waarop een liefde uiteenspatte. Hoe verloren je jezelf toen voelde, hoe ontworteld, hoe onzeker over het pad dat je vanaf dat moment moest volgen. En misschien lichte verbazing over het feit dat het je toch lukte. Op eigen kracht of met de hulp van anderen.

Voor mij persoonlijk heel herkenbaar. Er zijn momenten geweest dat ik me naadloos kon plaatsen in ‘de geliefde’, op andere momenten lijkt het alsof ik het ben die dit nummer zingt. Ik weet het nog zo goed. Een vriendinnetje dat eigenlijk nog lang niet los was van haar vorige geliefde. Ik voelde het al meteen en had door dat er voor ons geen toekomst was. Dus heb ik geprobeerd om die twee weer bij elkaar te brengen, wat nog lukte ook. De voldoening die ik daaruit kreeg woog ruimschoots op tegen mijn gevoel van verlies.
Of die keer dat ik verliefd was op een meisje met een hele invasieve soort religie. We dreven uit elkaar en ik voelde de hand van anderen. Anderen die mij als een gevaar voor haar geestelijke gezondheid zagen. Jarenlang hoopte ik haar tegen te komen, ietsje ouder en wijzer geworden, nog steeds religieus, maar niet meer zo extreem. Zodat wij opnieuw konden beginnen.
Een vriendinnetje dat het uitmaakte, maar met wie ik jarenlang bevriend bleef. Een jonge vrouw die een paar keer bij mij kwam uithuilen als haar nieuwe relaties haar schofterig hadden behandeld. Stilletjes hoopte ik dat zij weer voor mij zou kiezen, maar eigenlijk wist ik wel dat dit een droom was en ook zo moest blijven.
Herkenbare gevoelens. Spijt, liefde, heimwee naar gloedvolle dagen van weleer, heimwee naar een toekomst die nooit zou plaatsvinden. Gevoelens die Brazilianen omschrijven met het woord “saudade”. Een woord dat nu onderdeel is van mijn normale vocabulaire, omdat het Nederlands op dit punt zo arm is.

Ik kijk nog even naar de clip en luister naar Bonnie’s stem. Ze zingt over dingen die ik heb meegemaakt en misschien nog wel ga meemaken. De muziek is van 1970 en dus ongelooflijk gedateerd. Maar de boodschap is universeel, voor alle tijden. Hoe ze in de camera kijkt, een beetje smachtend en een tikkeltje sentimenteel, ook dat voelt gedateerd. Het gevoel erachter niet.
Ik kan het me zo goed voorstellen. Vrouwen die zich herkennen in dit nummer en met een brok in de keel en hete tranen op de wangen in stilte luisteren. Vrouwen die zichzelf, of misschien zusters of vriendinnen zien in Bonnie. Vrouwen die kracht uit dit nummer putten. Mannen die zich herkennen, mannen die de neiging hebben om een troostende arm om haar schouders te leggen. Maar ook mannen die er een beetje ‘stoute’ gedachten bij hebben. “Ik troostte haar, ze keek diep in mijn ogen en van het een kwam het ander, edelachtbare!” Want ook dat roept dit nummer op. Zeker nu het gezongen wordt door een bloed-, bloedmooie vrouw, voor wie ik, als ik tijdgenoot van haar was, zonder moeite als een blok was gevallen. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen!

Bonnie St. Claire was 21 toen ze dit nummer opnam. Eindhoven’s trots, de schepper van het allereerste Nederlandse Rock and Roll-nummer, Peter Koelewijn, schreef het. Misschien wel zijn beste nummer. Zonder meer Bonnie’s beste song. Een song dat ik zonder schromen reken tot de klassiekers van de Nederpop. Peter, Bonnie, bedankt voor deze mooie en ingetogen schoonheid!

 

Een tip voor beginnend zangtalent?

Ik zie ze voor me. Veertienjarige meisjes met sterretjes in de ogen en een verlegen lach om het beugelbekkie. Ze willen zo graag beroemd worden en struinen talentenshows af om nummers van Adele, Amy Winehouse, Beyoncė of Whitney Houston te zingen. Ze leggen de lat zo ontzettend hoog dat ze wel moeten falen. Zingen is meer dan laten zien hoeveel toonladdertjes je in een minuut tijd kan ad-libben. Zingen is meer dan langgerekte extatische uithalen uit je longen persen. Gooi je hart en ziel er in, begin gevoelig en klein. Een tikkeltje sentimenteel, dat mag. Laat zien dat je begrijpt en voelt wat je zingt. Zoals Bonnie St. Claire deed, in “I won’t stand between them.” Wedden dat dat veel beter overkomt?

Son of a Preacher Man

Bonnie St. Claire is veel meer dan haar zogenaamde IQ. Ze is veel meer dan haar gevecht met drank. Ik heb dat willen aantonen met dit nummer, waarmee ze in mijn ogen een moment van grootsheid beleefde. Ik wil hiermee niet zeggen dat we te allen tijde BN’ers met fluwelen handschoentjes moeten aanpakken. Zeker niet. Lachen mag. Grapjes maken ook. Zolang er maar sprake is van balans. Zolang we maar eerlijk zijn en ook het lef hebben de hand in eigen boezem te steken.
Ik heb lekker overdreven uitgehaald naar de Nederlandse mentaliteit. Dat deed ik door te preken. Als ik de hand in eigen boezem steek, voel ik dat juist dit preken ook zo typisch Nederlands is. Met het opgeheven vingertje vertellen hoe de wereld echt in elkaar zit en hoe het allemaal zou moeten zijn. Nee, ik ben niet beter dan jullie. Een ontnuchterend besef. Maar ik kan er wel om lachen.

 

 

 

 

 

 

Reacties (32) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een knappe en goeie zangeres én nog steeds te zien op YouTube.
Een verslaving maakt meer kapot dan je lief is.
Ik kende Bonnie niet... maar je zet haar mooi neer.
Waar ik het meest bij bleef hangen, was het stukje over vervlogen liefdes. Ik zit momenteel in zo'n moment waarop je je erover verbaasd dat 's ochtends de zon gewoon opkomt. Het was maar een korte relatie, maar wel een heftige. En er dan volgens jezelf toch een einde aan moeten maken, dat doet pijn. Ik herken dus alles; spijt, liefde, heimwee. Een typisch geval van luduvudu. We kunnen alles relativeren en toch; op zo'n moment lijkt het onoverkomelijk.
Wat een mooie reactie, Rose! Een virtuele maar welgemeende knuffel! Ik ken dat gevoel ook al te goed, hoewel de laatste keer voor mij al weer een jaar of 3 geleden is.
En toch, ik zou niet anders willen. Het risico op hartverscheurende pijn neem ik bewust en ik zal liefdeslittekens met trots dragen. Uiteindelijk vallen ze in het niet bij de mooie herinneringen, die soms gewoon pijnlijk mogen zijn.
Love you for being you!
Mmmmmm ik moet bekennen dat ik dus Dokter Bernard meeblerde...
Een zeer waardig artikel wat deze vrouw zeker verdient! Er is meer achter het masker wat gemaakt en onderhouden wordt door anderen..
Mooi en waar artikel. Sommige artiesten worden op den duur een karikatuur van zichzelf, zo ook Bonnie, het gevaar van bekend zijn en in de picture willen blijven staan. Deels eigen schuld en deels idd de schuld van hoe zij is neergezet. Het nummer van Dokter Bernard, idd vreselijk, maar toch heerlijk om met te ¨zingen¨.
Fijn artikel dat mij weer even terug bracht in de tijd, had ik je al ooit uitgenodigd voor mijn zilla over de jaren 70?
Ach ja.... Bonny... en jij... en ik... en wij
Heb weer genoten.
Ik zie en hoor dit nummer geregeld voorbijkomen op 192TV die ik meestal op de achtergrond aan heb. Persoonlijk vind ik zowel haar Nederlandstalige als Engelstalige nummers bijna allemaal goed.
Het is echt niet leuk hoe ze werd afgekraakt en soms nog.
Ik heb altijd wel iets met Bonnie gehad. Ik was destijds een jaar of 17 en samen met Jerney Kaagman was ze gewoon een sexsymbool, waar ik graag naar keek.
Alleen Dr. Bernard was een drama, daar wilde ik niet naar luisteren.
En preken mag, als we maar een eigen mening hebben. Dan kun je de muziek van Bonnie (ook achteraf) gewoon goed vinden!