Twee generaties Fantasten - Mijn zoontje en ik

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Wednesday 30 October 20:37

Mijn zoontje en ik zijn allebei grote fantasten. Fantasie, wat is het eigenlijk? En hoe werkt het precies? Zijn wij eigenlijk wel origineel? Een beschouwing en de publicatie van het eerste verhaal van mijn zoontje.

 

Van Atlantis naar Midden-Aarde en weer terug

 

Een wereld van chocolade

Ze konden hun lachen nauwelijks inhouden. Een groep van vijf tienermeisjes, die hij zo ver had gekregen dat ze hun mobieltjes een paar minuten vergaten. Stiekem gniffelend hingen ze aan zijn lippen; hij had niks door. Zijn oogjes waren soms op mij gericht, maar meestal dromerig gefixeerd op de beelden die in zijn hoofd ontstonden. Een planeet van chocolade. Met chocolade mensen, chocolade dieren, wolken van chocolade suikerspin en een zee van chocolademelk. Ik keek hem geïnteresseerd glimlachend aan. Aan mijn blik zag hij dat hij gerust nog even door mocht fantaseren. Ik wist wat ging komen; ik kan er mijn stopwatch op instellen. Al heel snel had hij het over gloeiend hete chocolade lava en chocolade zombies met smeltende gezichten. Als ik het niet dacht!

Inspiratiebronnen voor onze fantasie

Ik vertel hem over vroeger. Over mijn kindertijd, toen er nog geen computerspelletjes waren en geen Disney XD of Nickleodeon. “Huh?”, roept hij vertwijfeld. “Hoe moet je dan verhaaltjes verzinnen? Helemaal zelf verzinnen soms?!” Ik lach er hartelijk om, maar het zet me wel even aan het denken. Waar halen we onze fantasie vandaan? Waar voeden we het mee? Hoe origineel zijn we eigenlijk?

Ik heb uit mijn prille jeugd een aantal tekeningen, schetsen van verhalen en veel landkaarten, allemaal zelf verzonnen. Ik herinner me nog dat ‘men’ mij als kind ontzettend origineel vond, met een buitensporige fantasie. Als ik nu zelf terugkijk naar mijn scheppingen, zie ik overduidelijk een aantal grote inspiratiebronnen:

  • Griekse mythologie
  • Romeinen
  • Dinosauriërs
  • Tarzan
  • Star Trek

Het is alsof ik al deze ingrediënten in een grote ketel heb gegooid, er een eigen soep van brouwde en daar veelvuldig uit putte. Is dat origineel, is er dan wel sprake van oorspronkelijke fantasie? Ik heb een landkaart van een verzonnen wereld. De ene kant heb ik getekend toen ik een jaar of 11 was; de andere kant is dezelfde wereld, maar dan afkomstig van een 17-jarige. Mijn elfjarige ik was in staat om een tiental originele namen te verzinnen; de rest kwam toch vrijwel letterlijk uit de Griekse mythologie. Mijn zeventienjarige ik verving die namen door nieuwe. Maar nu zie ik duidelijk de invloed van Tolkien. Ben ik wel zo origineel?

Mijn zoontje haalt zijn inspiratie uit boeken, maar vooral uit TV-programma’s, films en computerspelletjes. Hij vindt een mooi steentje en vertelt meteen een ongelooflijk verhaal, waarin ik de invloed van Avatar, Phineas & Ferb, Zack & Cody, Pair of Kings, Pokemon en ‘de dansende zombies uit dat liedje (Thriller van Michael Jackson)’ duidelijk kan horen. Hij heeft veel meer ingrediënten in zijn soep dan ik vroeger. Hij dient het prachtig en smakelijk op, maar de individuele bestanddelen proef ik wel, want ze blijven herkenbaar.

Zijn professionals wel origineel?

En is dat dan anders bij de ‘echte fantasten’? Schrijvers of verfilmers van Fantasy en Science Fiction romans? Eigenlijk niet. Helemaal niet, in de meeste gevallen.

Het gemiddelde Fantasy-verhaal speelt zich vrijwel altijd af in een niet-geïndustrialiseerde wereld, meestal in een soort fictieve Middeleeuwen. Zelfs als er sprake is van een uitgebreide landkaart, die totaal niet lijkt op onze wereld, vallen me een aantal dingen op. In het Noorden woont maar al te vaak een volk dat erg veel weg heeft van Vikingen. Zelfs hun namen. Woestijnvolkeren lijken erg op Arabieren en als er sprake is van een mystiek rijk in het Oosten (waarom altijd in het Oosten?), zie ik meteen Perzische, Indiase of Chinese invloeden. Ook in hun godsdiensten en levensfilosofie. Namen klinken vaak erg exotisch, maar bevatten veelal klanken als Quogaag, Zaathoon en Xooldar. On-Engelse klanken. Misschien niet vreemd, als je bedenkt dat veel Fantasy-romans uit de USA of Groot-Brittannië komen.

En wat dacht je van SF-films of SF-romans? Nu wordt het pas écht leuk. Vrijwel allemaal spelen ze zich af in de toekomst. De toekomstvisie die uit die films of verhalen naar voren komt, zegt vaak heel veel over de tijd waarin het geschreven of verfilmd is. Eind jaren ’70 en begin jaren ’80 waren er veel problemen in de ‘inner cities’, er was grote werkeloosheid, milieuverontreiniging en de computer deed langzaam zijn intrede in onze levens. De verhalen uit die tijd geven vaak een grimmig beeld van de toekomst: megasteden, megacorporaties en een allesbepalende rol voor elektronica, in een keiharde wereld. Dé ingrediënten van de Cyberpunk Science Fiction. Kijk naar de oude Star Trek en bekijk de concurrentie tussen mensen en Klingons. Het Westen tegen het Oostblok. De Klingons hadden zelfs allemaal dikke wenkbrauwen, net zoals Leonid Brezjnev. Of die geweldige film “Forbidden Planet” uit 1956. Een prachtige film met een nog piepjonge Leslie Nielsen. Een ruimteschip uit het jaar 2600, waar ze nog werkten met…ponskaarten! En iedereen aan boord: jonge blanke mannen!

Is dat dan de manier waarop fantasie werkt? Iets nieuws scheppen, maar nooit los kunnen komen van oude bouwstenen of een beproefde manier van bouwen?

 

Oerbronnen, archetypen en stereotypen

Fantasy, mythologie en heldendichten zijn volgens mijn bescheiden mening de oudste vormen van literatuur. En als atheïst durf ik ook diverse religies hier aan gelijk te stellen. Ze spreken ons aan op een diep gevoel, dat universeel lijkt te zijn. De held, strijdend tegen een onoverkomelijk lijkend noodlot, zowel Gilgamesh, Herakles, Theseus, koning Arthur, Frodo en Luke Skywalker. Herinneringen aan een Gouden Tijd, toen alles veel mooier, grootser en vooral vrediger was dan “nu”. Misschien wel paradijselijk. De Metamorphosen van Ovidius; de geromantiseerde Middeleeuwen uit de romans van Sir Walter Scott, zoals Ivanhoe;  Valinor en Numenor, zoals Tolkien ze beschreef. En wie weet, de legendes rondom Atlantis en Eden. Is die collectieve herinnering gebaseerd op een reële plek? Gelovigen zullen dit beamen, ik zelf denk dat feit en fictie elkaar behoorlijk hebben versterkt en zo iets schitterends hebben opgeleverd. Door vele generaties vertellers “opgeleukt”, maar waarschijnlijk van een veel meer mondaine oorsprong.

Karakters in deze vorm van literatuur, misschien wel in elke vorm van literatuur, lijken ook te voldoen aan bepaalde oertypes. Ik raak steeds meer geïnteresseerd in de archetypes en symbolen uit het onderbewuste, zoals Carl Jung ze gebruikte in zijn analytische psychologie. Ik herken inderdaad in zijn symbool “De Wijze Oude Man” karakters als Gandalf en Obiwan Kenobi. Ook de donkere kant van een ieders persoonlijkheid, die in Fantasy zo vaak gepersonifieerd wordt: The Dark Side, Sauron, Lord Foul, misschien zelfs wel Satan? Maakt het wat uit of je de strijd tegen het kwade intern of extern voert? Goed overwint kwaad en de hoofdpersonen groeien hierdoor als mens.

Naast deze oertypes en universele symbolen zie ik ook regelmatig stereotypen voorkomen. Hier heb ik dan weer een afkeer van; te vaak zie ik het als een marketingtruc, om minder goed geschreven Fantasy of films acceptabel te maken voor een groter publiek. Regelmatig beoordeel ik het als intellectueel jatwerk. Ook bij mijn eigen verzinsels. Een paar voorbeelden?

  • De held, opgegroeid in simpele omstandigheden, maar altijd veel groter, belangrijker en tot meer in staat dan hij zelf kon vermoeden. Allemaal gemodelleerd naar Luke Skywalker. En integraal overgenomen door David Eddings, Terry Brooks en Christopher Paolini.
  • Zijn dienaar, altijd een wat simpele ziel, gemodelleerd naar Samwise Gamgee.
  • Een vage profetie, liefst in hoogdravende taal.
  • Elfen en dwergen, meestal een slap aftreksel van Tolkien’s scheppingen.
  • Een mooie prinses die zonodig gered moet worden en in eerste instantie een afkeer heeft van de hoofdpersoon. Later ontdooit ze en wordt verliefd.

Mijn eigen fantasie

Pas geleden vond ik een hoop aantekeningen terug van een Fantasyverhaal waar ik rond mijn 15e levensjaar mee was begonnen. Nu hinderlijk puberaal en vol stereotypes. Hard nodig om volledig te herschrijven, want ik trof wel een aantal originele ideeën aan. Een aanzet tot ingewikkelde politieke intriges, met mogelijkheden voor verrassende subplots. Maar vooral een andere kijk op magie.

Ik herinner me het moment dat ik dit verzon en de laatste keer dat ik er aan werkte, in mijn eerste jaar als student. Ik ging uit van onze eigen wereld, die geheel wordt beheerst door natuurwetten. In mijn verzonnen wereld is er daarnaast sprake van magie, die niet hoeft te gehoorzamen aan natuurwetten. Met magie is het bijvoorbeeld mogelijk om te zweven en dus de zwaartekracht tegen te werken. Ik plaatste die wereld in een parallel universum. Een universum dat gehoorzaamt aan natuurwetten, maar ook aan ongebonden magische energie. Maar die magische energie heeft zijn beperkingen. En wat als er ook parallelle universa bestaan waarin de magische energie de boventoon voert? Dan hoeft een magiër ‘alleen maar’ een link te maken met zo’n universum en die overmaat van energie af te tappen. Dat is dan wel een soort milieuverontreiniging, met mogelijk vreselijke gevolgen. Het spookt rond in mijn hoofd, ik moet hier wat mee. Langzamerhand ontstaat een minder stereotype wereld. Tegelijk besef ik dat dit typisch een idee is dat bij mij past, omdat ik nou eenmaal erg natuurwetenschappelijk ben opgevoed. Ik wil dingen kunnen verklaren en daarmee mijn verhaal aannemelijk maken, ook al is het fictie. En hoe zit dat met mijn zoontje?

De fantasie van mijn kind

Het is vaak niet makkelijk om te zien hoe veel er in dat kleine koppie afspeelt. Zelf zegt hij dat het vaak “een kluts in zijn kop is.” Toen hij nog een stuk jonger was, schoten zijn gedachten alle kanten op en kraamde hij de meest waanzinnige ideeën uit. Elke logica leek te ontbreken. Ongestructureerde, bruisende en krioelende gedachten. Nu kan hij dat nog steeds, maar ik merk dat zijn fantasie veel meer structuur krijgt. Ik kan nu veel beter samen met hem voortborduren op zijn ingevingen. Hij kan veel beter suggesties van mij accepteren en daarop doorfantaseren, maar hij wijst ze ook vaak resoluut af. Hij wordt duidelijk ouder en gebruikt zijn opgedane kennis veel meer. Maar ook put hij steeds meer uit zijn dagelijkse ervaring en de vele voorbeelden die hij ziet en leest. Boeken, films en tv-programma's.

 

Dromen als motor voor fantasie

Ik krijg mijn beste ideeën uit dromen. Soms schrik ik wakker en grijp dan meteen naar pen en papier om de prachtige flarden vast te leggen, voordat ze als mist oplossen. En al snel merk ik dat ik die flarden in een logische structuur probeer vast te leggen. Ik herinner me een levendige droom van bijna 20 jaar geleden. Ik in een bar, met naast mij de Antichrist, de zoon van Satan. Ik heb de gedachten die dit opriep uitgewerkt in dit artikel. Het verhaal zelf is nog bij lange na niet uitgedokterd, maar krijgt vaste vorm. Een soort Religious Fantasy.

Mijn zoontje werd lachend wakker en vertelde mij zijn droom: een draakje dat geen vuur kon spugen. Telkens als hij zijn bek open deed, kwam er een sprookje uit. Meteen zag ik in mijn hoofd het stereotype uit ‘Happy Feet’: de pinguïn die niet kan zingen, maar wel dansen. Maar dat wordt door de drakenwereld niet begrepen en dus wordt hij achtergesteld. Langzaam bouwen wij zijn droom uit, vooral ik dan, en het stereotype wordt vervangen door iets origineels, iets veel mooiers. Een young adult Fantasyverhaal, hopelijk in boekvorm binnen een jaar of twee.

Hoe fantasie werkt, ik ben er nog niet helemaal achter. Ik probeer het te verklaren maar laat het tegelijkertijd ook gewoon ‘zijn’. Misschien moet ik daar gewoon genoegen mee nemen. Ik blijf dromen, ik blijf verzinnen, mijn soep blijft borrelen. Gewoon regelmatig blijven proeven, flink zweten, telkens perfectioneren, totdat het gerecht sterwaardig is.

Het eerste verhaal van mijn zoontje

Het moest voor school. Een kort verhaal schrijven. Volgens zijn moeder heeft hij er niet lang over gedaan. Hij mocht het voorlezen en zijn klasgenootjes vonden het prachtig verzonnen. Ik las het en herkende onmiddellijk dat alleen hij zoiets kon verzinnen. Een soort "signature dish", maar nog wel in ontwikkeling; de "kok" is per slot van rekening nog maar 8 jaar jong.
Hier komt het...

Er was eens een zombie die op grafsteenslingeren zat en hij heette Brian. Op een dag had hij een wedstrijd in Zombiestad en hij moest tegen de kampioen en die wilde vals spelen. Net zoals altijd.
Toen de wedstrijd was aangebroken had de kampioen een wetenschapper gedwongen voor hem een robotspier te maken. Dat zou hem superveel kracht geven. In het begin was dat heel makkelijk, maar later werd het minder. Want opeens begon de robotarm heel raar te bewegen. De robotarm was oververhit. Brian wilde iedereen waarschuwen maar het was al te laat. De kampioen gooide een grafsteen naar de verslaggever. Die grafsteen raakte gelukkig alleen zijn microfoon. Toen zei de verslaggever: "Nou, die wou ik nog eten!" Want die microfoon was van hersenen gemaakt. Toen wist Brian ineens wat er is. Even later is de kampioen gearresteerd en is Brian wereldkampioen geworden. Einde.

 

 

 

 

 

Reacties (23) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi om dingen van jezelf in je kind te ontdekken
Prachtig verhaal neergezet mijn complimenten
Mijn nichtje had een vergelijkbaar verhaal geschreven over de Olympische Spelen van de wormen. Ook met een slechte kampioen die zijn snelheid uit een machine haalde, de heldin van het verhaal was per ongeluk in die machine terecht gekomen en was dus ook versneld. Hierdoor kon ze de slechte verslaan. Zij is elf (mijn nichtje) en heeft besloten bioloog te worden. Vroeger wilde ze archeoloog worden of zoiets.
You are stealing my thunderm though (onodig Engels, sorry)
Ik ben al een tijd van plan een artikel te schrijven over die prototype van fantasywerelden en hoe je dat in deze wereld kan inpassen. Natuurlijk - je kent me zo'n beetje - met de traditionele man-vrouw verhoudingen waar ik goed moe van kan worden.
Jouw inspiratie in mijn inspiratie volgens mij. Behalve dan de dino's.
Dat wormenverhaal komt me bekend voor. Het thema dan. Vals spelen en oneerlijkheid, dat leeft sterk bij kinderen van die leeftijd.
Ik ben heel benieuwd naar jouw artikel. En ja, de traditionele man-vrouwverhoudingen, hoog tijd voor verfrissende verhalen. "Best served cold" van Joe Abercrombie is misschien wel wat voor jou. :-)
Heb ik al gelezen, ging dat niet over Logen Negenvinger?
Nee, over Monzarro Murcatto, een vrouw die door haar opdrachtgever bijna werd vermoord. en toen kwam ze terug, om wraak te nemen. Een strijdbare dame...
Nee, die ken ik volgens mij nog niet. Lijkt me veelbelovend
Tja de dingen die jij noemt zijn heel herkenbaar. En dat je zoontje van 8 al zo leuk kan schijven is iets om trots op te zijn. Heeft hij vast van zijn vader
Zijn moeder heeft inderdaad minder maffe fantasie; zij is ook de eerste die dat ruiterlijk toe zal geven.
Mijn kind moet nog wel een beetje (veel) gaan werken aan verteltechniek. Komt helemaal goed!
Hij is nog maar acht
Het mysterie van de fantasie. Probeer het niet teveel te analyseren, want dan haal je de x-factor eruit. Dat is het geheime ingrediënt, de peper en zout die het verhaal op smaak brengt. En dat we gebruik maken van bestaande concepten komt alleen maar de geloofwaardigheid ten goede en maakt dat de lezer zich sneller kan identificeren met het verhaal.
Over jouw zoontje: heerlijk om een wandelingetje te maken door zijn chocoladewereld. Die fantasie en ook zijn laatste verhaal overtuigen mij volledig: de appel valt niet ver van de boom.
De balans vinden tussen ongebreidelde inspiratie en analyse om een verhaal te laten lopen en geloofwaardig te houden, is niet zo'n makkelijke. Wel een uitdaging!
ja, dat kind van mij...ik herken zo ontzettend veel van mij in hem...
Goed artikel, may the force be with you.
Na Jules Verne (ik wil zijn naam hier toch even noemen) heeft zich een geheel nieuw genre ontwikkeld. Inderdaad blijft het moeilijk voor schrijvers om origineel te blijven, je hebt gelijk dat veel thema's regelmatig terugkeren. Mijzelf was het eerlijk gezegd niet zo opgevallen (maar nu ik er over na zit te denken vermoed ik dat dat de reden is waarom ik het genre een beetje de rug heb toegekeerd). Maar ach: beter goed gejat, dan slecht verzonnen denk ik dan maar weer.
In de jaren '70 was er door het succes van Tolkien een hele revival van het "fantastische verhaal". Met aansluiting bij het magisch realisme van b.v. Lampo en de Zuid-Amerikaanse variant van b.v. Marquez.
Bij de nieuwe schrijvers in het genre (vanaf eind jaren '90) zie ik gelukkig heel veel originaliteit.
Ik denk dat fantasie in aanleg altijd ergens aan een zaadje zit, dat origineel wordt meegeleverd. Als het goed is mag het uitgroeien als een plant. Door ervaring en vrije associatie.
Altijd uniek voor die ene persoon,
Fantasie heeft ook voeding nodig, prikkels, ervaringen en belevingen, opdat die unieke plant kan blijven groeien en vruchten vormen maar men kan het ook te vroeg de kop indrukken. Meestal roept men dan dat je op moet houden met dromen, wereldvreemd bent. Gewoonlijk vind ik dat lekkerder klinken dan dan men me normaal gaan noemen.
Soms moet de snoeischaar er wel eens in, als men fantasie aan gaat zien voor werkelijkheid, omdat men dan wellicht geweldadigheden zou gaan botvieren? Snoeien kan men enkel met beleid, inzicht en begrip en zeker wel met verstand van zaken
Jij zegt het en ik ben het helemaal met je eens.
Als ik de verhalen uit mijn jeugd terug in mijn herinneringen haal, merk ik dat ik daar elementen in verwerkte, die ik in mijn dagelijks leven miste. Een eigen onwerkelijke werkelijkheid scheppen, een beetje om weg te vluchten, maar ook met een onvoorzien therapeutisch doel.