De nachtegaal, maar dan anders

Door Solililizzy gepubliceerd op Monday 16 September 19:43

In China leefde eens een keizer, die iets heel wonderlijks meemaakte. Het is nu heel lang geleden maar daarom is het juist de moeite waard om het verhaal te horen, voor het in de vergetelheid raakt. Het paleis van de keizer was een van de mooiste paleizen van de wereld. Helemaal van fijn porselein, heel kostbaar, maar zo breekbaar en zo gevaarlijk om aan te raken dat je verschrikkelijk op moest passen. In de tuin zag je de wonderlijkste bloemen, en aan de allermooiste waren zilveren belletjes gebonden zodat je er niet voorbij kon gaan zonder een bloem te zien. Alles was heel verfijnd in de tuin van de keizer en was zo uitgestrekt dat zelfs de tuinman niet wist waar het ophield. Als je doorliep kwam je in een heel mooi bos met hoge bomen en diepe meren. Dat bos liep tot aan de zee, die blauw en diep was: grote schepen konden zo onder de takken doorvaren. In die takken woonde een nachtegaal die zo liefelijk zong dat zelfs de arme visser, die toch zoveel andere dingen te doen had, stil bleef luisteren als hij 's nachts zijn netten binnenhaalde en de nachtegaal hoorde. “Lieve hemel, wat is dat toch mooi!” zei hij. Dan moest hij weer aan het werk en vergat hij de vogel. Maar als hij de volgende nacht weer zong en de visser weer op die plek was, dan zei hij hetzelfde: “Lieve hemel, wat is dat toch mooi!” Uit alle landen van de wereld kwamen reiziger naar het land van de keizer. Ze bewonderde de keizerlijke stad, het paleis en de tuin. Maar als ze de nachtegaal hoorden zingen zeiden ze allemaal: “Dát is het allermooiste.” De reizigers vertelden erover als ze thuiskwamen. En de geleerden schreven velen boeken over de stad, het paleis en de tuin. Maar ze vergaten de nachtegaal niet, die bovenaan stond. En de dichters schreven de mooiste gedichten, allemaal over de nachtegaal in het bos aan de diepe zee. Die boeken kwamen overal ter wereld terecht en een paar ervan kwamen op een keer de keizer onder ogen.

Hij zat in zijn gouden stoel en las. Hij knikte telkens met zijn hoofd, want het deed hem genoegen om die prachtige beschrijvingen van de stad, het paleis en de tuin te lezen. “Maar de nachtegaal is toch het allermooiste.” stond er geschreven. Wat krijgen we nou? Vroeg de keizer zich af, die nog nooit van de nachtegaal gehoord had. Nachtegaal? Die ken ik helemaal niet! Is er zo'n vogel in mijn keizerrijk, en zelfs in mijn tuin? Dat heb ik nog nooit gehoord. En zoiets moet je dan uit een boek vernemen! Toen riep hij zijn raadgever bij zich, die zo deftig was dat als iemand die lager in rang was dan hij het waagde hem aan te spreken hij alleen maar “Puh!” zei, en dat betekende niets. “Er moet hier een hoogst merkwaardige vogel zijn die nachtegaal wordt genoemd. “zei de keizer. “Men zegt dat die vogel het allermooist in mijn rijk is! Waarom heeft niemand mij van deze nachtegaal verteld?” Ik heb nog nooit van hem gehoord,“ zei de raadgever, “hij is nog nooit aan het hof voorgesteld.” “Ik wil dat hij vanavond hier komt zingen. De hele wereld weet wat ik heb en ik weet het zelf niet eens!” De raadgever beloofde de nachtegaal te vinden, liep het paleis door en vroeg aan iedereen of ze de nachtegaal kenden. Maar niemand had ooit van hem gehoord. Ze besloten allemaal te helpen met zoeken, want als het niet zou lukken zou de keizer hen allemaal straffen, en dat wilden ze niet. Uiteindelijk wist een arme keukenmeid hen te vertellen waar ze de nachtegaal konden vinden. Ze leidden hen het bos door naar de plek waar de nachtegaal meestal zat. De keukenmeid zag de nachtegaal zingen en wees hem aan. “Is dat nou die geweldige nachtegaal?”, zei de raadgever, “Wat is hij simpel en ordinair, zo had ik hem me nooit voorgesteld! Ik dacht dat hij gouden veren zou hebben, of prachtige kleuren. Maar hij is gewoon bruin! Weten we wel zeker dat dit de nachtegaal is?” Maar toen begon de nachtegaal te zingen, en stonden ze allemaal met open mond te luisteren naar het prachtige gezang van de simpele vogel. De raadgever vroeg de nachtegaal mee te gaan naar het paleis om voor de koning te zingen, en de nachtegaal zei dat hij dat een grote eer vond en graag meeging. Hoewel hij eigenlijk wel vond dat zijn zang het mooist was buiten, in de natuur.

In het paleis mocht de nachtegaal op een gouden stokje zitten, goed te zien voor het hele hof. En toen de keizer de nachtegaal toeknikte dat hij kon beginnen, aarzelde hij even omdat hij zich niet helemaal op zijn gemak voelde maar begon toen te zingen. Iedereen luisterde ademloos naar het prachtige gezang en velen, ook de keizer, schoten de tranen in de ogen. De keizer was heel blij, en hij vroeg de vogel hoe hij hem kon belonen. De nachtegaal zei: “Ik heb de tranen in de ogen van de keizer gezien, dat is mij het meeste waard. De tranen van een keizer hebben een wonderlijke macht. Ik ben genoeg beloond.” Na die avond moest de nachtegaal van de keizer aan het hof blijven. Hij kreeg zijn eigen gouden kooi, waar hij twee keer per dag uit mocht. Wanneer hij uit zijn kooi mocht werd zijn poot aan een lint vastgebonden die een lakei dan vast hield. De nachtegaal was in feite al zijn vrijheid in de natuur kwijtgeraakt. Maar hij bleef zingen, omdat hij de tranen in de ogen van de keizer wilde zien. De nachtegaal werd een beroemdheid in het rijk, iedereen wist wie hij was ook al had hij hen nog nooit had gezien.

Maar op een dag arriveerde er een pakketje voor de keizer bij het paleis waar “nachtegaal” op stond. Toen het pakketje open werd gemaakt bleek er een grote mechanische gouden nachtegaal in te zitten, een cadeau van de keizer van Japan. De vogel was prachtig, en bezet met edelstenen. En wanneer je de kunstvogel opwond kon hij net zo mooi zingen als de echte nachtegaal. Toen moesten de echte en de kunstnachtegaal samen zingen, maar dat ging niet goed. Want terwijl de echte nachtegaal niet altijd precies gelijk zong, deed de mechanische nachtegaal dat wel. Daarom besloot de keizer dat de mechanische nachtegaal beter alleen kon zingen. Het apparaat werd opgedraaid en het hele hof luisterde ademloos naar het prachtige gezang. Nadat de gouden nachtegaal drieëndertig keer hetzelfde wijsje had gefloten, besloot de keizer dat de gewone nachtegaal nu wel even een liedje mocht zingen. Maar de nachtegaal was weg. Terwijl niemand op hem lette was hij door het open raam naar buiten gevlogen, terug naar het bos. De keizer was beledigd dat de nachtegaal zomaar was weggegaan en besloot dat hij de vogel ook niet zou laten zoeken. Ook de raadgever stelde de keizer gerust: “Het is veel beter zo. De gewone nachtegaal was toch veel te gewoon. Deze nachtegaal is veel mooier en kostbaarder. Bovendien weet je bij de gewone nachtegaal nooit wat er komt, en bij deze ligt alles al vast. Je kunt deze kunstvogel uitleggen: je kunt hem openmaken en zien hoe knap mensen hem gemaakt hebben.” En al snel was het niet de gewone nachtegaal die in het hele land beroemd was, nu kende iedereen de mechanische, gouden vogel. Maar de oude visser vond dat er toch iets ontbrak in het gezang van de kunstnachtegaal, al kon hij niet uitleggen wat.

Er werden boeken en gedichten geschreven over het gouden apparaat, en zijn kunsten gingen de hele wereld over. Zo ging er een jaar voorbij en inmiddels kenden de keizer, het hof, en het hele rijk elk piepje van het gezang van de vogel precies uit zijn hoofd. Maar op een avond, toen de mechanische nachtegaal voor de keizer aan het zingen was voor het slapengaan zei er iets “krak” binnenin de vogel. Het gezang stopte en de keizer keek bezorgd naar zijn kostbaarste bezit. De hofarts werd erbij gehaald, maar die wist niets van mechanica. Toen werd een klokkenmaker erbij geroepen, die na lang prutsen het apparaat weer aan de praat kreeg. Maar zo goed als daarvoor werkte hij niet meer, en de vogel kon nog maar één keer per jaar zingen en dat was dan lang niet meer zo mooi als vroeger. De keizers hart was gebroken, en ook het hof en het hele rijk waren diep ongelukkig met het verlies van de zang van de nachtegaal. Er werd een talentenjacht georganiseerd, op zoek naar een nieuwe beroemdheid. Uit heel de wereld kwam alles wat maar een geluid kon produceren dat in de buurt kwam van het gezang van de nachtegaal auditie doen. Maar de uiteindelijke winnaar kwam niet eens in de buurt. En ook in de daaropvolgende jaren dat de talentenjacht gehouden werd kwam er geen goede vervanger uit de bus.

Na vijf jaar was de keizer zo ongelukkig geworden dat hij ernstig ziek werd, en iedereen in het rijk wist zeker dat hij zou gaan sterven. Ze hadden zelfs al een nieuwe keizer gekozen, en terwijl buiten met vuurwerk de bekroning van de nieuwe keizer werd gevierd lag de oude keizer koud en bleek in zijn bed. Op zijn nachtkastje stond nog steeds de mechanische, gouden nachtegaal, waar het maanlicht door het open raam op weerkaatste. De arme keizer kon nu bijna geen lucht meer krijgen, het leek wel of er iets op zijn borst drukte. Hij keek op en zag dat de oude, simpele nachtegaal op zijn borst zat. De nachtegaal had van de nood van de keizer gehoord, en was gekomen om hem hoop en troost toe te zingen. En terwijl de nachtegaal begon te zingen voelde de keizer de tranen opwellen in zijn ogen. En terwijl ze over zijn wangen stroomden werd de pijn op zijn borst minder, en had hij minder moeite met ademhalen. Toen de nachtegaal uitgezongen was vroeg de keizer: “Nachtegaal, ik heb je zo veel misdaan en toch ben je teruggekomen, hoe kan ik je belonen?” “Je hebt me al beloond.” zei de nachtegaal, “Iedere keer dat ik voor je gezongen heb zag ik de tranen in je ogen, dat vergeet ik nooit. Dat zijn de juwelen die het hart van een zanger goed doen! Maar probeer nu wat te slapen om weer gezond en sterk te worden. Ik zal je in slaap zingen.” De nachtegaal zong en de keizer viel in een rustige slaap. Toen hij de volgende ochtend wakker werd was hij weer helemaal gezond. De keizer regeerde het rijk daarna nog voor vele jaren. En de nachtegaal? Die woonde nog steeds in het bos, maar elke avond vloog hij naar het raam van de keizer toe om hem in een vredige slaap te zingen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.