De schone slaapster, maar dan anders

Door Solililizzy gepubliceerd op Monday 16 September 19:27

Er waren eens een koning en koningin die over een groot en rijk land regeerden. Het land was ook nog mooi: het had uitgestrekte bossen en prachtige bergen. De bevolking van het land was gezond, gelukkig en dol op het koningshuis. Maar ondanks dat ze het zo goed hadden miste er iets in het leven van de koning en koningin. Ze wilden namelijk heel graag een kindje, uiteindelijk kwam ook die wens in vervulling. De koningin beviel van een heel lief meisje met rozenrode wangetjes. Om die reden besloten de koning en de koningin haar Doornroosje te noemen. In het hele land werd feest gevierd en aan het hof deed men hun uiterste best om te zorgen dat het geboortefeest van Doornroosje zó mooi en zó prachtig werd dat niemand het ooit nog zou vergeten. De koning besloot zelfs om alle toverfeeën in zijn rijk uit te nodigen. Het waren er twaalf, eigenlijk dertien, maar van de dertiende hadden ze al lang niets gehoord en men dacht dat ze naar een ander land was vertrokken. Bovendien was de dertiende toverfee nogal berucht en omdat een boze toverfee niet welkom was werd aan haar niet meer gedacht. Er waren trouwens ook maar twaalf gouden borden, lepels, en vorken extra aan het hof. Dus het was volkomen begrijpelijk dat de dertiende toverfee niet werd uitgenodigd en de andere twaalf wel.

Het feest vond plaats op een prachtige lentedag en alle genodigden waren inmiddels aangekomen. behalve de twaalfde toverfee die onderweg pech had gekregen en later zou komen. Het feest begon alvast en het kleine prinsesje lag in haar wiegje. Normaal stond het wiegje natuurlijk niet in die feestzaal, maar op deze manier konden de toverfeeën hun wensen over Doornroosje uitspreken waar alle gasten bij waren. Een voor een gingen de toverfeeën naar het wiegje toe, en spraken een wens uit.

 

De eerste zei dat Doornroosje de mooiste zou zijn van heel het koninkrijk.

De tweede zei dat Doornroosje de beste smaak zou hebben van heel het koninkrijk.

De derde zei dat Doornroosje het charmantst zou zijn van heel het koninkrijk.

De vierde zei dat Doornroosje het slimst zou zijn van heel het koninkrijk.

De vijfde zei dat Doornroosje het meest betrouwbaar zou zijn van heel het koninkrijk.

De zesde zei dat Doornroosje het aardigst zou zijn van heel het koninkrijk.

De zevende zei dat Doornroosje het leergierigst zou zijn van heel het koninkrijk.

De achtste zei dat Doornroosje het fitst zou zijn van heel het koninkrijk.

De negende zei dat Doornroosje het handigst zou zijn van heel het koninkrijk.

De tiende zei dat Doornroosje het grappigst zou zijn van heel het koninkrijk.

En toen de elfde gezegd had dat Doornroosje het verstandigst zou zijn van heel het koninkrijk, kwam de dertiende toverfee de feestzaal binnen. Ze was zwaar beledigd geweest dat ze niet uitgenodigd was, liep naar de wieg waar Doornroosje in lag en sprak: "Al jullie wensen zullen dit kind weinig helpen want mijn wens voor haar is dat ze op een dag haar vinger zal prikken aan een spinnewiel en zal sterven." De koning en koningin luisterde vol ontzetting naar wat de dertiende toverfee hun kind toewenste. De dertiende toverfee vertrok met een nijdige schaterlach die akelig door de feestzaal klonk. Lange tijd bleef het stil in de zaal. Toen ging de deur zachtjes open en kwam de twaalfde toverfee de feestzaal in met een ernstig gezicht. Ze wist al wat er gebeurd was en liep, terwijl de doodstille zaal naar haar keek, naar het wiegje van Doornroosje. Haar lieve stem klonk plechtig door de grote ruimte: “Mijn macht is niet groot genoeg om de verwensing van de dertiende toverfee ongedaan te maken. Maar ik kan het afzwakken en ombuigen tot een minder verschrikkelijk lot voor ons jonge prinsesje. Als zij, voor ze achttien wordt, niet geprikt zal worden zal de vloek opgeheven worden. Bovendien zal ze, als ze zich toch prikt vóór haar achttiende verjaardag, niet sterven maar in slaap vallen. Die slaap zal dan honderd jaar duren, waarna een prins haar zou wakker kussen. Al mijn macht zal ik aanwenden om Doornroosje te beschermen.” En ook de andere toverfeeën beloofden Doornroosje te beschermen. De koning en koningin bedankten hen en waren wat gerustgestelder. Maar diezelfde dag liet de koning opdracht geven om alle spinnewielen in het land te verbranden. Toen de bevolking van dit bevel hoorde, en wat er anders misschien met de kleine Doornroosje zou kunnen gebeuren, besloten ze uit zichzelf alle spinnewielen te verbranden. En toen de dienaren van de koning het land in trokken, konden ze nergens ook maar een spinnewiel vinden.

 

Jaren gingen voorbij, en Doornroosje was opgegroeid tot alles wat de toverfeeën voorspeld hadden. Haar achttiende verjaardag naderde, en ze had nog nooit van haar leven een spinnewiel gezien. Terwijl in het kasteel de voorbereiding voor het verjaardagsfeest in volle gang waren liep Doornroosje door het kasteel naar de hoogste toren om van de schoonheid van het koninkrijk te genieten. Ze was nog nooit naar de toren geweest en daarom ging een hofdame haar voor. Ze moest nog één trap om bij de top te komen, toen Doornroosje een eigenaardig geruis hoorde. Ze opende nieuwsgierig de deur en zag een oude vrouw die zat te spinnen. De vrouw kwam niet veel buiten de toren dus wist ze niets van het verbod, en omdat niemand ooit in deze toren kwam had niemand het spinnewiel ontdekt. Verwonderd keek Doornroosje naar het spinnewiel en vroeg hoe het apparaat heette. “Weet U dat niet?” vroeg de oude vrouw verbaasd “Dit is een spinnewiel, daarmee kun je van wol een draad spinnen.” Doornroosje, leergierig als ze was, vroeg aan de vrouw of ze het ook mocht proberen. Die stond op van haar stoel waarop Doornroosje toen plaats nam. Nog maar nauwelijks had Doornroosje het spinnewiel aangeraakt of ze bezeerde haar vinger, zonder verder nog een woord te zeggen zakte ze in elkaar. De oude vrouw gaf een gil, en schreeuwde om hulp.

De hofdame die Doornroosje naar de toren had begeleidt hoorde het en rende naar boven. Toen ze Doornroosje roerloos naast het spinnewiel zag liggen begon ze de oude vrouw vreselijk uit te foeteren. Het duurde niet lang of er waren nog meer hofdienaren in de torenkamer. Sommigen begonnen de vrouw uit te schelden, maar anderen namen het voor haar op omdat ze immers niet van het verbod geweten had. Sommigen zeiden dat het de schuld was van de koning en koningin omdat ze Doornroosje niets hadden verteld over de verwensing, anderen jammerden alleen maar van verdriet om het verlies van hun prinses. Een paar van de lakeien tilden Doornroosje op en droegen haar naar haar bed. De koning en koningin hadden inmiddels ook gehoord wat er gebeurd was en toen ze hun dochter zo stil in bed zagen liggen waren ze verstijfd van ontzetting. Op dat moment kwam de twaalfde toverfee de slaapkamer van Doornroosje binnen. “Het uur van de betovering is gekomen, en om te zorgen dat wanneer de prinses wakker wordt alles precies hetzelfde zal zijn zullen ik en de andere toverfeeën ervoor zorgen dat jullie, net als Doornroosje, honderd jaar zullen slapen.” En dat gebeurde, met zwaaiende toverstaven brachten de toverfeeën het hele kasteel in een diepe slaap. Met een laatste zwaai van haar toverstaf zorgde de twaalfde fee ervoor dat rondom het kasteel een ondoordringbare begroeiing ontstond, zodat niemand het slapende kasteel kon verstoren.

Jaren gingen voorbij en slechts een aantal oude mensen wisten van de legende van prinses Doornroosje. Ongeveer honderd jaar nadat de toverfeeën hun betoveringen hadden uitgesproken bevond zich in de omgeving van het kasteel een jonge prins. Terwijl de prins door het land reed zag hij de torens van het kasteel boven de dichte gewassen uitkomen. Hij vroeg aan een oude man die daar aan het wandelen was wat voor gebouw dat was. En de man vertelde hem over de legende van de prinses, die honderd jaar moest slapen en de rest van het kasteel ook. “Dus omdat die koning en koningin zo onbeleefd zijn geweest, moet iedereen daar in dat kasteel boete doen? Dat vind ik belachelijk! Ik ga erheen, misschien kan ik die prinses wel wakker kussen zodat die arme mensen verder kunnen met hun leven.” De prins hakte en zwoegde met zijn scherpe zwaard door de dikke begroeiing heen. Hij kreeg het behoorlijk warm, maar hij stopte niet. Uiteindelijk merkte hij dat de begroeiing minder dicht werd, en uiteindelijk stond hij op de brede oprijlaan die naar het kasteel toe liep. De prins liep naar een poortwachter die in een ongemakkelijke houding tegen de muur geleund lag te slapen. Hij wist dat de man waarschijnlijk verschrikkelijke rugpijn zou hebben wanneer hij zou ontwaken, en legde hem in een wat comfortabelere houding. Toen liep hij het kasteel binnen en zocht naar de kamer waar Doornroosje lag te slapen. Iedereen die hij tegen kwam legde de prins in een comfortabelere positie, en uiteindelijk stapte hij de kamer in waar Doornroosje lag te slapen. Toen de prins Doornroosje zag bleef hij verstijfd staan. Hij durfde het nauwelijks aan zichzelf toe te  geven, maar hij was op slag verliefd geworden op het slapende meisje. Hij liep naar haar toe en boog zich voorover om haar te kussen. Precies op het moment dat zijn lippen de hare raakten waren de honderd jaar verstreken.

Doornroosje opende haar ogen, en ook zij  werd op slag verliefd toen ze de prins zag. Toen verscheen de twaalfde toverfee in de kamer, waar alle anderen nog in diepe slaap waren, en zei: “Aan uw wiegje heb ik de boze voorspelling van de wraakzuchtige toverfee kunnen veranderen en heb U toen mijn bescherming beloofd. Dit is nu volbracht! Deze jonge prins was door mij en de andere toverfeeën uitverkoren om uw echtgenoot te worden. Alle andere toverfeeën zijn inmiddels gestorven, alleen ik bleef over om U bij uw ontwaking te begroeten. Ik ben nu al heel oud en mijn taak is bijna afgelopen. Doornroosje pakte de hand van de oude toverfee en stamelde woorden van dank, maar de fee zei dat ze nu eerst de rest van het kasteel moest doen ontwaken. Ze zwaaide met haar toverstaf en in het hele kasteel ontwaakte de slapenden. Ook de koning en koningin deden hun ogen open, en keken verwondert naar hun dochter die de hand van de prins vasthield en hen stralend aankeek. Toen rende Doornroosje op hen af en omhelsde hen stevig. De prins keek toe, en keek naar het wonderlijke ontwaken van al die slapende mensen. De toverfee pakte zijn hand en trok hem naar de koning en koningin toe. “Deze prins was voorbestemd om uw prinses te doen ontwaken, en haar daarna te trouwen.”, zei ze, “Ik zal nu vertrekken om zijn ouders te vertellen over de naderende bruiloft, en daarna zal ik een vredige plek opzoeken om in alle rust te sterven. Vaarwel en wees gelukkig!” en nadat ze afscheid had genomen vertrok ze. En gelukkig waren ze. Doornroosje trouwde met de prins, en iedereen in het land hield van hen. Ook het volk zette hun leven voort waar het gestopt was en leefde nog lange tijd gezond en gelukkig.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.