Het leven op de achterweide deel 2

Door Kelly Martin gepubliceerd op Saturday 04 May 17:22

Rebel without a cause

 

Het werd winter en het vroor zo hard dat een ijsbeer koude voeten moet hebben gehad. Onder de warme dekens vandaan naar de gloeiende potkachel was maar een kwestie van een minuutje maar welk een marteling! En bij die minizon zat mijn vader met een ernstig gezicht. Hij stak zonder te haperen van wal met een preek van een half uur. Een discussie noemde hij dat altijd; hij praten, ik luisteren. Over het soms dagen ongeoorloofd afwezig zijn, de school verzuimen enz. Als een geslagen hond ging ik naar school waar de hoofdmeester me stond op te wachten. Met nog eens een zelfde soort preek verdomme. Dat ik op groeide voor galg en rad was me inmiddels wel duidelijk en in plaats van de klas op te zoeken zocht ik het wijde, de Achterweide om precies te zijn.

 

Ik had het helemaal gehad met de verboden en de pogingen om van mij een modelburger te maken. Ik was een 'rebel without a cause' maar dan de Nederlandse versie ervan. Ik kan me niet herinneren ooit 'dwarser in de kop' te zijn geweest dan toen. Bij mijn Opa was ik niet welkom, die had een zelfde soort preek ontvangen maar dan van zijn dochter, mijn moeder dus. Geen nood, ik nam wat kleren mee die ik daar altijd bewaarde, flikkerde mijn schoolspullen in de stal en stelde de ouwe man gerust. Ik zou hem niet verraden en hij mij niet. Ik kneep er tussenuit naar de Achterweide waar geen smeris ooit zijn gezicht durfde te laten zien. En die lamme veldwachter van ons al helemaal niet.

 

Jankend van frustratie viel ik de hut binnen van de enigste vrouw die ik echt mijn moeder wilde noemen. Ze zei weinig en schonk me een mierzoete gloeiend hete thee in. "Dat kalmeert", zei ze, "opdrinken terwijl het heet is". Ik kon wel raden dat er iets in zat dat meer was dan een beetje valeriaan maar moeders wil is nu eenmaal wet. Een half uur later sliep ik als een beer in zijn winterslaap. Het moet tegen middernacht geweest zijn toen ze mij wakker maakte. Mijn aanwezigheid was vereist. Klaas de stroper wenste gebruik te maken van mijn diensten.

 

Met Klaas op stap gaan was altijd een pleziertocht. Klaas kende alle wild persoonlijk en er was geen centimeter bos of moeras waar hij zijn voetstappen niet had staan. Klaas kon boswallen bouwen waar geen muis doorkwam en Klaas stookte samen met mijn Opa flink wat jenever. Maar Klaas had ook Mazzel. Een gevaarlijk uitziende grote bastaard reu met tanden zo scherp als fileermessen. Mazzel had hij ooit als paar dagen oude pup uit de beek gevist. Hij zat in een oude jutezak met 7 broertjes en zusjes. Mazzel was de enigste waar nog geluid uit kwam. Zelfs voor de grote onverstoorbare reus Klaas was dat teveel. Hij had het bij Lammechien gebracht en die heeft het dier met veel zorg tot levensvatbaarheid gebracht. De hond had mazzel gehad en dat werd ook zijn naam. Mazzel was mijn grote vriend.

 

Die nacht zaten er veel commiezen in het bos die op de smokkelaars joegen. Klaas had Gerrit  ternauwernood van een arrest kunnen redden. Dankzij het goede werk van Mazzel die elke commies op kilometers afstand al in de gaten had. Nu zaten beiden bij het vuur van Lammechiens open haard met een grote grijns te vertellen over hun avontuur.

In het moeras moet je weten waar je voeten neerplant. Sommige planten groeien enkel op vaste grond, dus daar kun je staan. Dat was algemeen bekend maar wat niet bekend was dat tussen die eilandjes afgeplatte boomstammen in het water lagen waar je over kon lopen als Jezus over water. Wij wisten waar ze lagen, de commiezen niet. Twee van die sukkels hadden tot hun nek in de drek gestoken toen ze probeerden het tweetal te achterhalen. Machtig prachtig maar waarom dan toch weer het bos in?

 

Welnu, de bedoeling was om strikken en vallen leeg te halen en die zaten aardig vol volgens Klaas maar omdat hij gestoord was in zijn werk, had hij links en rechts wat hazen en fazanten laten slingeren. En de mensen moesten eten, niet waar? Dat was waar. Het liep tegen kerst en vele dagloners zaten al weken zonder werk. De aller armsten vonden tegen deze tijd 's morgens wel eens vette knager of dikke vogel aan hun deurklink. Die werden zonder commentaar in dank aanvaard. Dankzij een wekelijks bezoekje aan de kroeg, wisten we vaak wel waar de gaaphonger had toegeslagen. En anders wist dikke Toon, de waard dat wel te vertellen. Toontje's café-restaurant stond bekend om zijn uitstekende wildschotels...

 

Ik kreeg een flinke borrel, een eigen gebouwde versie van Jägermeister/Berenburg die moest voorkomen dat ik onderkoeld raakte en we togen op pad. Langs spookachtige paden waar we om mensen af te schrikken wel eens wat todden ophingen in de struiken. Om het bijgeloof in de "Witte Wieven" (spoken)  bij de kleinburgerij wat te versterken zodat ons 's nachts niet kwamen storen. Het weerhield de commiezen echter niet en de eerste kwamen we tegen in een oude jachthut. En aangezien Mazzel een bloedhekel had aan die gasten werd deze even ernstig in zijn nachtrust gestoord. Gillend met de gedachte dat er een hellehond of bloeddorstige wolf achter hem zat, ging hij er vandoor. Ons krom van het lachten achterlatend.

 

We sleepten die nacht genoeg vlees het bos uit om de halve burgerij te voeden. Dikke Toon kon weer een prima kerstmaaltijd op het menu zetten. Uitgeput kroop in tegen het ochtendgloren in het hooi. Een paar uur later was het al weer raak, Dago de Zigeuner, scharensliep en gauwdief was mij van node om voor hem te 'vertalen'. Hij had weer eens een paar bonnen opgelopen en moest op het matje komen wegens wanbetaling. Dago sprak een taaltje dat het midden hield tussen plat Duits en heel erg krom Nederlands. Doorspekt met Italiaanse en andere romaanse invloeden. Ik verstond hem prima maar met name de gezagsdragers hadden er nogal moeite mee. Dus stond ik er bij toen Dago zijn armoede stond te bepleiten. En kreeg ik de goed gemeende raad mijn gezicht niet meer te laten zien in het dorp want er lag inmiddels een bevel tot aanhouding en terugbezorging voor mij klaar. En ik kon beter wegwezen voordat hij dat had gelezen.

 

Terug op de Achterweide viel ik uitgehongerd aan op de pan op tafel. Na een lepel te hebben gegrepen nam ik deel aan het vreetfestijn. Borden kenden we niet, iedereen at uit dezelfde pan. En weer viel ik daarna in slaap en weer werd ik er na een paar uur weer uitgehaald. Dit keer was het mijn beurt de wacht te kloppen op een smokkelrit. En na weer een paar uur slaap moest er hout gehaald worden. Het was de voorloper van een lifestyle die we tegenwoordig crash & go noemen. Gaan met die banaan tot je er bij neervalt, slapen tot je weer bent uitgerust en dan weer gaan... En ondertussen vreten als een bootwerker en zuipen als een tempelier. Ik was inmiddels bijna 13, sterk als een os en vlug als water. In de Achterweide werd je snel volwassen.

 

Een heerlijk leven waar een eind aan kwam toen mijn Opa op een kwade dag voor me stond. Mijn moeder had zo waar op haar knietjes voor hem gelegen. Nou, dat was tamelijk uniek, dat moet gezegd worden. Die twee zijn nooit vriendjes geweest. Zij noemde hem een ouwe gek en hij noemde haar altijd een dom schaap. Ik was onder de indruk. Lammechien ook. "Misschien wordt het eens tijd dat ik met haar ga praten" hoorde ik haar zeggen. Foute boel dus. En ja hoor, na me te hebben losgescheurd van mijn leven in vrijheid sjokte ik braaf achter haar aan op weg naar wat ik zag als de tirannie van de kleinburgerlijke maatschappij.

 

Lammechien vocht.... en won de discussie op alle fronten. Voortaan was ik vrij om naar de Achterweide te gaan met die restrictie dat ik nooit langer dan 1 dag wegbleef. De vreugde over mijn wederkeren won het van de woede over mijn heengaan en de zware preken bleven onuitgesproken. Op school merkte ik een verandering. Ik was nu één van hen, jawel, van die vrijbuiters van de Achterweide en daar hoorde een zeker respect bij. Gesprekken vielen stil als ik in de buurt was, ik had altijd ruimte om me heen en hoefde nooit meer uit te wijken voor tegenliggers in de smalle gangetjes. Het had zo zijn voordelen en het beviel me prima. De enigste die altijd een ongezonde belangstelling voor mij hield was de dorps veldwachter. Maar die had het warm water ook niet uitgevonden dus baarde me dat weinig zorg. Ik was vrij!

 

End of part 2

 

 

 

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel erg mooi.